Lezingen van de dag – vrijdag 19 febr. 2016


Heilige (of feest) van de dag

Bonifatius Kloetink († 1260)8a270067e5aaf464848f77c8cd02a93e_view

Bonifatius Kloetink (ook van Brussel, van Lausanne of van Ter Kameren), België; bisschop

Geboren rond 1181 te Brussel, werd hij opgevoed door de nonnen van de cisterciënzerinnenabdij Ter Kameren even ten zuiden van de stad. Zijn studies deed hij in Parijs. Kort na zijn priesterwijding in 1216 werd hij deken van de St-Goedelekerk in zijn geboortestad. Van 1222 tot 1229 doceerde hij theologie aan de universiteit van Parijs. Na een conflict met een aantal van zijn collega’s verhuisde hij naar Keulen en werd er verbonden aan de domkerk. In die functie had hij de verantwoording voor alle kapittelscholen in de stad.

Op 11 maart 1231 werd hij door paus Gregorius IX benoemd tot bisschop van de Zwisterse stad Lausanne. Hij staat te boek als een voorbeeldig bisschop, die niet alleen door prediking en onderricht, maar ook door zijn persoonlijk leven een inspiratie was voor de mensen die hem ontmoetten.

Hij raakte betrokken in de investituurstrijd en koos onvoorwaardelijk de zijde van de paus, toen deze keizer Frederik II in de kerkelijke ban deed. Daarop bracht de keizer een troepenmacht samen rond de muren van Lausanne, vastbesloten de bisschop te pakken te krijgen. Dat lukte hem inderdaad. Vastgebonden op een paard werd de heilige man de stad uitgeleid. Maar even buiten de stad deden enkele van zijn soldaten een moedige uitval, rukten het paard los en voerden het in allerijl weer terug in de stad. Zo werd de bisschop op haast wonderbaarlijke wijze bevrijd uit de handen van zijn vijand.

Herhaaldelijk had hij intussen de paus gesmeekt te mogen worden verlost van zijn zware ambt. De paus probeerde hem te bewegen een andere bisschopszetel aan te nemen, maar toen Bonifatius bleef weigeren, verleende hij hem op 15 juli 1239 toestemming om zich terug te trekken.

Daarop keerde hij naar zijn geliefde abdij van Ter Kameren terug. Wel verrichtte hij nog een aantal bisschoppelijke functies: zo wijdde hij kerken in in de bisdommen Luik en Utrecht.

In 1245 nam hij nog deel aan het concilie van Lyon. Een afwijkende lezing van de feiten zegt, dat hij op dat concilie werd afgezet en zich sindsdien terugtrok in Ter Kameren. Wellicht is dat logischer gezien de kerkwijdingen die hij nog verrichtte en het feit dat hij als bisschop op het concilie van 1245 aanwezig was.

In zijn nadagen leidde hij het leven van een kluizenaar. Volgens zeggen ontving hij visioenen en andere genadegaven in zijn gebed. Zo zou hem tijdens en ziekte de Heilige Maagd verschenen zijn samen met Johannes de Doper, die aan weerszijden van zijn bed plaatsnamen, in gezelschap van een grote schare heiligen en engelen.

Toen hij eens met kerstmis ziek op bed lag en daardoor niet in staat was om in de kerk aan het heilige officie deel te nemen, beklaagde hij zich daarover in zijn gebed bij de Heilige Maagd. Daarop verscheen hem de Heilige Maagd, toonde hem op haar arm het kindje, dat in doeken gewikkeld was en legde het op zijn bed, waarop het zijn armpjes naar het uitstrekte. Hij nam de doek weg die over het gezichtje van de baby lag en was verrukt over de schoonheid ervan. Sindsdien zei hij tegen zijn vrienden: “Als we in het hiernamaals niets anders zouden hebben te verwachten dan de zalige aanschouwing van Christus’ aangezicht, dan is dat alleen al de moeite waard om er alle pijn van de wereld voor over te hebben.”

Omringd door zijn broeders en zusters stierf Bonifatius op 19 februari 1260, het evangelieboek in de hand.

Zijn relieken bleven in Ter Kameren tot 1797. Pas in 1935 kwamen ze er weer terug.

VRIJDAG IN DE 1e VASTENWEEK


Uit de profeet Ezechiël 18, 21-28

De profeet Ezechiël wijst op onze mogelijkheden: God wil niet de dood, maar het leven. Zondigheid voert tot de dood, gerechtigheid tot het leven. Wij kunnen daar echter zelf iets aan veranderen. Want God wil niet de dood door de zonde, maar het leven door onze bekering.

Zo spreekt God de Heer:
‘Wie goddeloos leeft, maar zich afkeert van de zonden die hij heeft begaan, zich houdt aan al mijn geboden, mij trouw is en het goede doet, zal zeker in leven blijven en niet sterven. De misdaden die hij heeft begaan zullen hem niet worden aangerekend; door zijn rechtvaardige daden zal hij in leven blijven.
Denken jullie dat Ik het toejuich als een slecht mens sterven moet? – spreekt God, de Heer. Nee, Ik wil dat hij tot inkeer komt en in leven blijft.
En wie goed heeft geleefd, maar niet langer rechtvaardig is, onrecht doet en alle wandaden begaat van een slecht mens – moet die in leven blijven? Al zijn goede daden zullen niet langer tellen; omdat hij mij ontrouw is geworden en zonden heeft begaan, zal hij sterven.
Nu zeggen jullie: “De wegen van de Heer zijn onrechtvaardig!” Maar luister, Israëlieten! Ben Ik het die onrechtvaardig is? Gaan júllie niet eerder onrechtvaardige wegen?
Iemand die rechtvaardig was maar dat niet langer is en onrecht begaat, sterft omdat hij onrecht heeft begaan. Iemand die goddeloos leefde maar dat niet langer doet, mij trouw is en het goede doet, zal in leven blijven. Als hij tot inzicht en inkeer is gekomen en niet langer misdaden begaat, zal hij zeker blijven leven en niet hoeven sterven.’

 

Psalm 130, 1-8

Refr.: Mijn ziel ziet uit naar de Heer.

Uit de diepte roep ik tot U, Heer,
hoor mijn stem, wees aandachtig,
luister naar mijn roep om genade.

Als U de zonden blijft gedenken, Heer, 8c2da01e89b7383cc1506148b331c343
wie houdt dan stand ?
Maar bij U is vergeving,
daarom eert men U met ontzag.

Ik zie uit naar de Heer,
mijn ziel ziet uit naar Hem
en verlangt naar zijn woord.

Mijn ziel verlangt naar de Heer,
meer dan wachters naar de morgen,
meer dan wachters uitzien naar de morgen.

Israël, hoop op de Heer !
Bij de Heer is genade,
bij Hem is bevrijding, altijd weer.
Hij zal Israël bevrijden uit al zijn zonden.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 5, 20-26

Het ideaal dat Christus voorhoudt in zijn Bergrede eist meer dan uiterlijke prestaties: geduld voor elkaar, respect voor ieder, echte vergevingsgezindheid. Dan eerst kunnen we samen het offer opdragen.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën, zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan.
Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk is gezegd: “Pleeg geen moord. Wie moordt, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht.” En Ik zeg zelfs: ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht.
Wie tegen hen “Nietsnut!” zegt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie “Dwaas!” zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan.
Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen. Leg een geschil snel bij, terwijl je nog met je tegenstander onderweg bent, anders levert hij je uit aan de rechter, draagt de rechter je over aan de gerechtsdienaar en word je gevangengezet. Ik verzeker je: dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent betaald hebt.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus ons: ‘Wanneer je je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen.’

In de eucharistie maakt Christus ons tot één gemeenschap met elkaar in Hem. Dit vraagt echter van onzentwege een fundamentele bereidheid, een hart dat evangelisch arm is, om dit groot geschenk in ontvangst te kunnen nemen. Wanneer een conflict tussen mensen deze bereidheid in de weg staat, zou het beter zijn om even de gaven te laten waar ze zijn. Er is immers geen goede gezindheid om hét teken bij uitstek van eenheid te ontvangen. Het is goed dat mensen zich eerst met elkaar verzoenen, om daarna samen de Heer te ontvangen in de communie waar Hij de verzoening zal bezegelen met het schenken van zichzelf.

Ja, waar mensen terug verbroederen, waar men zich weer verzoent met God (eventueel doorheen het sacrament van de verzoening), daar kan men met een zuiver hart te communie gaan. Het zal een feest worden van gemeenschap met elkaar in Christus.

Laat ons verbroederen waar nodig is. Het is een mooi getuigenis van God trouw aan de mensheid.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,brood_en_wijn
schenk ons de moed en de liefde
ons met elkaar te verzoenen
daar waar nodig is.
Help ons zo samen weer naar U te gaan
om U te ontvangen
en vanuit U te leven.
Amen.