Lezingen van de dag – vrijdag 2 augustus 2016


Heilige (of feest) van de dag

Eusebius van Vercelli († 371)candle-1129354_640

Italië; bisschop & martelaar

Hij moet rond 283 geboren zijn op het eiland Sardinië. Volgens de overlevering waren zijn ouders al christen. Zijn vader zou tijdens een christenvervolging in het jaar 310 als gevangene naar Rome zijn overgebracht; maar onderweg overleed hij aan de ontberingen. Daarop zou zijn moeder naar Rome verhuist zijn, waar haar zoon Eusebius het doopsel ontving uit handen van paus Eusebius († 309). Eenmaal volwassen diende hij de kerk als voorlezer (lector) tot hij als eerste bisschop benoemd werd van de stad Vercelli, gelegen in de Noord-Italiaanse landstreek Piemonte. Zijn wijding vond plaats op 15 december, waarschijnlijk in het jaar 340.
De eerste vijftien jaren van zijn ambtsperiode probeerde hij het monniksleven in te voeren onder de geestelijken van zijn bisdom. Daarmee is hij volgens een getuigenis van bisschop Ambrosius van Milaan († 397) de eerste bisschop die zijn geestelijken een gemeenschappelijke leefregel voorschrijft.

Later zal Sint Augustinus († 430) hem daarin navolgen; diens regel wordt in de komende vijftienhonderd jaar het model voor alle geestelijken die volgens een soort van kloosterregel hun leven wensen in te richten.

In 355 wordt hij echter tezamen met Dionysius van Milaan († ca 359) en Lucifer van Cagliari († 370) in ballingschap gestuurd, omdat zij zich op de bisschoppenvergadering van Milaan van dat jaar krachtig verzetten tegen de almaar groeiende invloed van de arianen.
Volgens het verhaal legde Eusebius tijdens een van de zittingen de geloofsbekentenis van Nicea op tafel en eiste van elke aanwezige bisschop dat deze zich daarmee akkoord zou verklaren. De publieke tribune juichte dit idee luidkeels toe. Daarop verlegde keizer Constantius (337-361) de hele vergadering naar de kapel in zijn paleis om aldus greep op de besprekingen te krijgen. Naar het schijnt kwam hij zelfs met getrokken zwaard op bisschoppen af die niet zeiden wat hij als sympathisant van de ariaanse ketterij wenste te horen!

De keizer stuurt de onwillige bisschoppen naar Scyhopolis in Palestina, waar aldus de oude verslagen de ariaan Patrofilus bisschop was: een man met een stalen gezicht en een stalen hart. Deze zet zijn collega’s gevangen en laat hen dagen lang zonder eten of drinken. Maar het breekt de drie niet. Integendeel, Zij blijven standvastig en Eusebius steunt zijn gelovigen in het verre Italië door herhaaldelijk brieven te schrijven. Naar het schijnt zijn er nog enekele van bewaard gebleven. Vanuit Palestina wordt hij verbannen naar Cappadocië (in het huidige Midden-Turkije) en van daaruit weer naar de monniken in de Egyptische woestijn. Daar moet hij in contact gekomen zijn met de grote bisschop Alexandrië Athanasius († 373), een zo mogelijk nog verbetener bestrijder van de arianen dan Eusebius. Beide mannen zullen elkaar wel krachtig bevestigd hebben.
Pas onder Constantius’ opvolger, Julianus de Afvallige (361-363) kan hij weer naar huis terugkeren. Daar wordt hij als held en overwinnaar binnengehaald. Sint Hieronymus († 420) schrijft erover: “Bij Eusebius’ terugkeer droogde heel Italië zijn tranen.” Bij die gelegenheid zou hij – volgens de overlevering – een zwart Mariabeeld (‘Zwarte Madonna’), meegebracht uit Palestina, hebben achtergelaten in het Italiaanse bergdorpje Oropa; sindsdien is dat een gewild bedevaartoord.

De laatste jaren van zijn leven werkt hij samen met bisschop Hilarius van Poitiers († ca 368) die zich op irenische wijze beijvert de eenheid onder de christenen te herstellen.
Eusebius sterft in 371, en wordt bijgezet in de plaatselijke basiliek, die later zou worden toegewijd aan Sint Theonestus († 425). Vanwege alles wat hij heeft moeten doorstaan wordt hij vereerd als martelaar.

vrijdag in de 1e week van de adventbijbel


Uit de profeet Jesaja 29, 17-24

Nederigen en armen zijn de eerste geroepenen. De profeet spreekt over hen als over doven, blinden en verdrukten. Zij zullen bevrijd worden van al wat hen verhindert volop mens te zijn. Hun ogen zullen opengaan, zij zijn de gelukkigen, die, op de dag van de verlossing, het echte heil zullen zien. Geen enkele aardse macht zal hen dit beletten.

Nog slechts een korte tijd, dan zal de Libanon weer een boomgaard worden, een boomgaard die is als een woud. Op die dag zullen doven kunnen horen hoe uit een boek wordt voorgelezen, en blinden zullen met eigen ogen zien, bevrijd van duisternis en donkerheid. Dan zullen verdrukten de Heer weer loven, zwakken juichen om de Heilige van Israël.
Want het is gedaan met de geweldenaar, voorbij met de spotter. Ieder die op onrecht zint, zal vergaan: wie een ander valse beweringen ontlokt, wie de rechters in de poort wil verstrikken, wie het recht van de rechtvaardige schendt met loze beweringen.
Daarom – dit zegt de Heer, die Abraham bevrijd heeft, over de nakomelingen van Jakob: Jakob zal niet meer te schande staan, zijn gezicht niet meer van schaamte verbleken. Want wanneer zijn kinderen zien wat Ik in hun midden heb verricht, zullen zij eerbied hebben voor mijn Naam, de heiligheid erkennen van de Heilige van Jakob en de God van Israël vrezen. Ieder die verward was, zal inzicht verwerven, wie altijd klaagde, is vol begrip.

 

Psalm 27, 1 + 4 + 13 + 14

Refr.: De Heer is mijn licht, mijn behoud.

De Heer is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen ?
Bij de Heer is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn ? annunciation-icon1

Ik vraag aan de Heer één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de Heer
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de Heer te aanschouwen,
Hem te ontmoeten in zijn tempel.

Mag ik niet verwachten
de goedheid van de Heer te zien
in het land van de levenden ?

Wacht op de Heer,
wees dapper en vastberaden,
ja, wacht op de Heer.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 9, 27-31

Achter de twee blinden die door Jezus genezen worden staat de grote groep van gelovigen, aan wie Jezus zich laat kennen. De ontmoeting met de levende Heer Jezus is de kans van hun leven. Geloven in Jezus, zijn zending en macht erkennen of vermoeden, zijn voorwaarden om genezing te bekomen.

Toen Jezus verderging, volgden Hem twee blinden die luidkeels riepen: ‘Heb medelijden met ons, Zoon van David!’
En nadat Hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar Hem toe.
Jezus vroeg hun: ‘Gelooft u dat Ik dit kan doen?’
Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’
Daarop raakte Hij hun ogen aan en zei: ‘Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.’
En hun ogen gingen open.
Jezus waarschuwde hen uitdrukkelijk: ‘Zorg ervoor dat niemand het te weten komt!’
Maar na hun vertrek verspreidden ze het nieuws over Hem in de hele omgeving.

Van Woord naar leven

Jezus vroeg de blinden: ‘Gelooft u dat Ik dit kan doen?’ Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’ Daarop raakte Hij hun ogen aan en zei: ‘Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.’ En hun ogen gingen open.

Geloven is meer dan met de lippen belijden dat we geloven. In wezen is geloven is een act van de mens; een act van overgave; overgave aan de Heer die in ons en bij ons is.

Wanneer wij dus bijvoorbeeld zeggen in de geloofsbelijdenis: ‘Ik geloof in Jezus Christus, Gods enig geboren Zoon’, dan zeggen wij eigenlijk: ‘Ik geef mijn hart aan Jezus, enige Zoon van God’.
Of: ‘Ik geloof in de heilige Geest’, zeggen wij eigenlijk: ‘Ik laat het waaien toe van Gods Geest diep in mezelf’.
Geloven is dus een beweging van de mens naar de Heer toe. De gelovige geeft zich aan Christus, aan de liefde van zijn Geest.
In wezen is geloven een gebedshouding van voortdurende toewijding aan God in Christus in de liefde van zijn Geest.

Dikwijls vraagt men: ‘zijt gij gelovig?’
Spontaan zeggen we dan ‘ja’, en waarschijnlijk terecht.
Maar zijn we ons bewust van de inhoud van dit antwoord. Want eigenlijk zeggen we: ‘Ja, ik geloof, want ik leef in overgave aan de Heer’.
Dat is nogal wat. Dat heeft namelijk verregaande consequenties in het beleven van Gods liefde.

Maar ook al mag geloven een act zijn van de mens, het is niet louter mensenwerk.
In wezen is geloven zelfs op de eerste plaats gave; gave door God zelf gegeven. Wij kunnen maar geloven omdat God deze gave in ons legt in zijn Geest.
Bedoeling is open te staan voor deze gave, naar haar te verlangen, ons in haar te wentelen. Niet om in haar verstrikt te raken, maar juist om diep bevrijd te worden van ons valse ik dat leeft vanuit en rond zichzelf. Geloof doet ons leven vanuit Christus waaraan we ons geschonken hebben.

Besluit: geloven is gave van God én act van de mens. Laten we dit beleven als een geestelijk huwelijk diep in onze ziel; een feest dat ons zal brengen in het meest verhevene dat er bestaat: leven in Christus.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,zz - Pinksteren 8
kom met uw Geest over ieder van ons, en beziel ons met de gave van een diep en sterk geloof dat ons hele zijn naar U zal wenden en de genade in zich zal dragen opgenomen te worden in uw ja-woord tot de Vader.
Kom heilige Geest. Amen.