Lezingen van de dag – vrijdag 20 nov. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Bernward van Hildesheim (+ 1022)11_20_bernwald

Bernward (ook Bernard) van Hildesheim osb, Duitsland; bisschop; † 1022

Hij werd rond 960 uit een adellijk Saksisch geslacht geboren. Hij blijkt een veelzijdig man, want hij staat te boek als architect, schilder, beeldhouwer en edelsmid. Geen wonder dat hij gevraagd werd als persoonlijk leermeester en geestelijk leidsman van de latere keizer Otto III (980-1002).
Op advies van bisschop Willigis van Mainz († 1011) wordt hij in 993 bisschop van Hildesheim. Hij sticht de Sint-Michaelsabdij, het eerste manneklooster in zijn bisdom. Hij is een gewetensvol leider met hart voor zijn mensen; hij heeft niet alleen zorg voor hun geestelijk welzijn, maar ook voor hun materiële noden. Zo laat hij versterkingen en vestingen bouwen om zijn mensen te beschermen tegen de invallen van Noormannen en Slaven.
Zoveel hij maar kan, is hij een bezield bevorderaar van de kunst. Beroemd zijn de naar hem genoemde bronzen deuren van de domkerk te Hildesheim (1015); zij tonen in reliëf scènes uit het Oude en Nieuwe Testament.

Na zijn dood zette men hem plechtig bij in de kerk van ‘zijn’ Sint-Michielsabdij. Hij werd opgevolgd door Sint Godehard († 1038; feest 5 mei). In 1192 is hij heilig verklaard als eerste heilige van Saksische afkomst. Ook zijn zuster Judith van Ringelheim wordt als heilige vereerd.
Hij is patroonheilige van het bisdom Hildesheim; en van de goudsmeden.
Hij wordt afgebeeld als bisschop (tabberd, mijter en staf); met een door hemzelf gemaakt metalen kruis; met een model van het door hem gestichte klooster St-Michaël; met hamer (verwijzing naar zijn vroegere beroep).

VRIJDAG IN WEEK 33 DOOR HET JAAR


Uit het eerste boek Makkabeeën 4, 36-37 + 52-59

De trouw aan het Verbond drukt zich uit in rituele vormen. Na een periode waarin het volk zijn God niet kon eren in de tempel en de heidenen hadden getracht het van de ware God af te brengen komt de tempel weer in het middelpunt van de godsdienst.

In die dagen zeiden Judas en zijn broers: ‘Onze vijanden zijn verslagen. Laten we het heiligdom reinigen en het opnieuw inwijden.’
Het hele leger verzamelde zich en ging op weg naar de Sion.
Op de vijfentwintigste van de negende maand, te weten de maand kislew, van het jaar 148 stonden ze in alle vroegte op en brachten volgens voorschrift een offer op het nieuwe brandofferaltaar.
Op dezelfde dag en op hetzelfde uur dat vreemde volken het altaar hadden ontwijd, werd het nieuwe altaar ingewijd, terwijl er liederen en muziek van citers, harpen en cimbalen ten gehore werden gebracht.
Het hele volk knielde neer en boog diep voorover om de hemel, die hen geholpen had, te loven.
Acht dagen lang vierden ze de inwijding van het altaar en brachten ze vol vreugde brandoffers, vredeoffers en dankoffers.
Ze versierden de voorkant van de tempel met gouden kransen en met schildjes. Ze vernieuwden de poorten en de priestervertrekken en voorzagen ze van deuren.
Er heerste grote vreugde onder het volk omdat de smaad die ze van de vreemde volken ondervonden hadden, was afgewend.
Judas bepaalde samen met zijn broers en de hele volksvergadering dat het feest van de altaarinwijding jaarlijks acht dagen met blijdschap en vreugde gevierd zou worden, te beginnen op 25 kislew.

 

1 Kron. 29, 10-12

Refr.: Wij eren, Heer, uw luisterrijke Naam.

Geprezen bent U, Heer,
God van onze voorvader Israël, Drieeenheid_2
voor altijd en eeuwig.

U, Heer, bent groots en machtig,
vol luister, roem en majesteit.

Alles in de hemel en op aarde behoort U toe, Heer,
U bezit het koningschap en de heerschappij.

Roem en rijkdom zijn van U afkomstig,
U heerst over alles.

In uw hand liggen macht en kracht besloten,
U beslist wie groot en machtig is.

Daarom danken wij U, onze God,
en prijzen wij uw luisterrijke Naam.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 19, 45-48

Lucas verbindt Jezus’ onderricht zeer nauw met de tempel. Werd in de verbondstent het woord van de wet bewaard, dan was dit ook zo in de tempel. Later werd dit woord er ook verklaard en toegelicht. Dit gebruik zette Jezus verder. Zo woonde Hij onder de mensen. Daar konden zij God aan het woord laten in hun leven. Zo was het huis van God een huis van gods-ontmoeting en dus van gebed.

Jezus ging naar de tempel, waar Hij de handelaars begon weg te jagen, terwijl Hij hun toevoegde: ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn, maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’
Dagelijks gaf Hij onderricht in de tempel. De hogepriesters, de schriftgeleerden en de leiders van het volk wilden Hem uit de weg ruimen, maar ze wisten niet hoe ze dat moesten doen, want het hele volk hing aan zijn lippen.

Van Woord naar leven

Jezus ging naar de tempel, waar Hij de handelaars begon weg te jagen, terwijl Hij hun toevoegde: ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn, maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!”’

Vandaag horen we Jezus die kritiek geeft met geen mis te verstane woorden en gebaren. We kennen het verhaal, we weten waarover het gaat: over kerkgebouwen, en over de gemeenschap als tempel van de heilige Geest.

In het verleden zijn er nog mensen geweest die met kritiek voor de dag kwamen; heilige mensen. Zo kennen we bijvoorbeeld Catharina van Sienna, een dominicanes uit de veertiende eeuw. Ze trad vanuit haar mystieke bewogenheid onverbloemd ‘kerkreinigend’ op. Ze wordt genoemd ‘de vrouw die niet zweeg in de Kerk’. Vanuit haar intens grote liefde voor de Kerk als heilige plaats van Gods aanwezigheid uitte zij met regelmaat sterke kritiek, ook op paus en kardinalen. Haar kritiek was een soort ‘heilige verontwaardiging’. De Kerk heeft Catharina goed begrepen. Ze werd heilig verklaard en tot kerklerares verheven. Of denken we aan Clara van Assisi, Jan Van Ruusbroeck en zo vele anderen.

Naar mijn persoonlijke mening is onze huidige paus Franciscus ook zo’n tip. Hij houdt geen blad voor de mond. Met regelmaat spreekt en schrijft hij, ook vanuit zo’n soort ‘heilige verontwaardiging’, over mistoestanden zowel binnen als buiten de Kerk. Mensen voelen dit doorgaans haarfijn aan als ‘waar’ en dat maakt paus Franciscus in zekere zin ook zo geliefd. En, niet onbelangrijk: in zijn kritiek kiest hij steeds resoluut voor de kant van de ‘armen’, de Kerk oproepend dit ook te doen, en wel naar het voorbeeld van Jezus.

In onze eigen omgeving zien we beslist ook dingen die echt fout zijn: onrechtmatig geldgewin te koste van, verspilling van voeding en goederen, ontheiliging van woorden en plaatsen, roddel, luiheid, enz… We zien het rondom ons, we zien het in ons. Durven wij vanuit eenzelfde heilige verontwaardiging zoals Catherina van Sienna, Clara van Assisi, Jan van Ruusbroeck en onze huidige paus kritiek geven. Altijd in liefde, vergezeld met Gods barmhartigheid, maar duidelijk en klaar, de waarheid volle eer aandoend.
Soms zwijgen we teveel, of laten het spreken aan anderen over, uit angst of lafheid. Soms moeten we ons laten horen. Woorden kunnen krachtig zijn.

En àls we spreken, laten we dat dan niet doen met gezichten als kartonnen dozen: stijf en koud. Nee, laten we spreken met de glimlach van God, met warmte, niet veroordelend, maar uitnodigend.
En niet te vergeten: met een vleugje humor kan je ook veel bereiken 🙂

Maar laten we altijd spreken vanuit onze relatie met Jezus zelf, vanuit ons biddend hart, opdat wat we zeggen in liefde mag gezegd worden, in de warmte van Gods Geest, geborgen in Gods wil, op hoop van zegen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus, goede Broer,6a00e55008162c8834014e88d7c937970d
zowel rondom ons als binnen in ons zien wij dingen die niet door Gods beugel kunnen; zaken die in wezen godslasterlijk zijn, dingen die onszelf en anderen wegtrekken van God. Geef ons momenten waar we, in eenheid met U, het woord kunnen nemen om Gods liefde te verwoorden, om mistoestanden aan het licht te brengen, om op te komen voor hen die onder onrecht lijden. Moge wij dit biddend doen, ons gevend aan U, vertrouwend dat wij in uw Geest de juiste en goede woorden zouden gebruiken. Kom heilige Geest. Amen.