Lezingen van de dag – vrijdag 22 juli 2016


Heilige (of feest) van de dag

Maria Magdalena († 1e eeuw)veneziano-antonio--die-hl-maria-magdalena-794931

feest

Volgens Lukas was  Maria Magdalena (of ‘van Magdala’) een van “de vrouwen in het gevolg van Jezus, die van boze geesten en ziekten verlost waren”; uit haar “waren zeven duivels weggegaan” (Lukas 08,02-03; vgl. Markus 16,09). Zij behoort tot de twee of drie Maria’s die toezagen hoe Jezus gekruisigd en begraven werd (Mattheus 27,55-56; Markus 15,40-47). Jezus’ dood en begrafenis waren vanwege de naderende sabbat zo snel verlopen, dat men geen tijd meer had gehad Hem door balseming de laatste eer te bewijzen. Vandaar dat op de vroege ochtend na de sabbat een aantal vrouwen terugging naar het graf om dat alsnog te doen. Onder hen bevond zich ook weer Maria Magdalena (Mattheus 28,01; Markus 16,01.09; Lukas 24,10). Zij ontdekten dat het graf leeg was; er waren een of twee mannen, engelen van God, die hun zeiden, dat Jezus uit de doden was opgestaan en dat Hij hun voorging naar Galilea; daar zouden zij Hem zien. Dat moesten zij aan zijn leerlingen doorgeven.

Johannes’ versie van deze gebeurtenis wijkt enigszins af. De twee in het wit geklede engelen vroegen aan Maria, die zich voorover gebogen had om een blik in het graf te kunnen werpen:”Vrouw, waarom huilt u?” Zij antwoordde: “Ze hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet, waar ze Hem hebben neergelegd.” Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zonder te weten dat het Jezus was. Jezus zei tot haar: “Vrouw, waarom huilt u? Wie zoekt u?” In de mening dat het de tuinman was, vroeg zij: “Heer, mocht u Hem hebben weggenomen, zeg mij dan waar u Hem hebt neergelegd, zodat ik Hem kan weghalen.” Zij herkende Hem, toen Hij haar op zijn karakteristieke manier bij haar naam noemde: “Maria!” (Johannes 20,01-18).

In de kerk wordt ze vereerd als een boetelinge wier radicaal veranderde leven de liefde en kracht van Jezus laat zien.

Maria Magdalenabijbel

feest     –     eigen lezingen

Een liturgisch wist-je-datje: Vandaag gedenken we dus Maria Magdalena. Tot vorig jaar was, liturgisch gezien, deze dag een ‘gedachtenis’. Vanaf dit jaar mogen we deze dag als een ‘feest’ beleven, nadat paus Franciscus eerder dit jaar de gedachtenis van Maria Magdalena verheven heeft tot de rang van ‘feest’, meer bepaald tot de rang van de Apostelen. Meer info: klik hier.


Uit het boek Hooglied 3, 1-4a

Verlangen doet vinden.

’s Nachts in mijn slaap zoek ik mijn lief. Ik zoek hem, maar ik vind hem niet. Laat ik opstaan, rondgaan in de stad, laat ik in de straten, op de pleinen, zoeken naar mijn allerliefste. Ik zoek hem, maar ik vind hem niet.
De wachters vinden mij op hun ronde door de stad. ‘Hebben jullie mijn lief ook gezien?’ Nog maar nauwelijks ben ik hun voorbij of ik vind mijn lief.


Psalm 63, 2 + 3 + 4 + 5 + 6 + 8 + 9

Refr.: God, aan U ben ik gehecht met heel mijn ziel.

God, U bent mijn God, U zoek ik,
naar U smacht mijn ziel,
naar U hunkert mijn lichaam Drieeenheid_2
in een dor en dorstig land, zonder water.

In het heiligdom heb ik U gezien,
uw macht en majesteit aanschouwd.
Uw liefde is meer dan het leven,
mijn lippen zingen uw lof.

U wil ik prijzen, mijn leven lang,
roepend uw Naam, de handen geheven.
Dan wordt mijn ziel verzadigd met uw overvloed,
jubel ligt op mijn lippen, mijn mond zal U loven.

U bent altijd mijn hulp geweest,
ik juichte in de schaduw van uw vleugels.
Ik ben aan U gehecht, met heel mijn ziel,
uw rechterhand houdt mij vast.


Uit het evangelie volgens Johannes 20, 1 + 11-18

‘Waarom huil je ?’

Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald.
Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze Hem naartoe gebracht hebben.’
Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’
Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als U Hem hebt weggehaald, vertel me dan waar U Hem hebt neergelegd, dan kan ik Hem meenemen.’
Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat Ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’
Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat Hij tegen haar gezegd had.

Van Woord naar leven

’s Nachts in mijn slaap zoek ik mijn lief. Ik zoek hem, maar ik vind hem niet. Laat ik opstaan, rondgaan in de stad, laat ik in de straten, op de pleinen, zoeken naar mijn allerliefste. Ik zoek hem, maar ik vind hem niet.

Een persoonlijke belevenis uitgedrukt in de taal van de lyriek. Maar daar doorheen wordt de belevenis weergegeven van God met zijn volk. Zo gaat het in de liefde tussen mensen, tussen personen. En aangezien de verhouding tussen God en mens ook een verhouding is tussen personen, gaat het zo ook in de verhouding tussen God en mens.

Allereerst zoeken. Dat betekent twee dingen: Als je hart door de liefde is geraakt, ben je je rust kwijt. Je begint rusteloos te zoeken. Dat is een reden waarom mensen er niet aan beginnen. Als je je rust lief hebt, als je je rust liever hebt dan de liefde, dan begin je er niet aan. Als mensen genoeg hebben aan zichzelf, geen behoefte aan meer, beginnen ze er niet aan.

Dat zoeken betekent ook dat er in de liefde iets gezocht wordt, iets dat je nooit als een vast bezit verwerft. Je zou kunnen zeggen: wie liefheeft, is altijd op zoek en hij vindt nooit, heeft nooit in bezit. Want zo gauw je de liefde hebt, zo gauw je de geliefde hebt als een bezit, als iets dat je vast hebt, als een bezitter, een eigenaar, heb je al niet meer lief. Dan is het al niet meer persoonlijk, want dan ben je bezig de ander te manipuleren, naar je hand te zetten. De ander, die voorwerp is van de liefde, is een geheim, een mysterie, dat je nooit kunt bevatten. De ander blijft altijd een ander. De ander heeft een persoonskern waarop je nooit beslag kunt leggen, niet met je verstand, en niet met je gevoel. Zo is het tussen mensen en zo is het tussen God en de mens. God is een gave die je nooit krijgt, die je nooit hebt. God is altijd groter. Daarom moet je Hem altijd weer loslaten en nooit fixeren in de gestalte waarin je Hem hebt gevonden, nooit vastleggen in de gevoelens waarmee je ontdekking gepaard ging.

Dat is ook de betekenis van de woorden die Jezus tot Maria Magdalena spreekt, op het moment dat zij Hem heeft gevonden en vastgegrepen: ‘Houd mij niet vast’. Dat betekent niet: ‘raak me niet aan’, maar: ‘laat me los in de gestalte waarin je mij gevonden hebt. Je mag mij pas hebben van bij de Vader’. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader’. Je moet Hem laten opstijgen, groter laten worden, tot bij de Vader. Je moet Hem laten ontstijgen aan alles waarin je Hem hebt gevonden. Hij is groter, groter dan de nauwe schaal van je schedel, groter dan de enge ruimte van je hart.

Zo met elkaar omgaan, en zo met Hem omgaan, vraagt versterving. Dat vraagt dat je je niet hecht aan de vormen waarin je met elkaar omgaat. Dat vraagt dat je de ander niet vastpint op zijn uitingen, maar dat je achter alles wat de ander zegt en doet, een hart vermoedt, een geheim dat groter is, de liefde van God. God, die met zijn liefde, zijn barmhartige liefde, uitgaat naar die ander. Dat is het geheim van ieder van ons, dat is het enige vaste, dat is het geloof van Maria Magdalena. De anderen leerlingen organiseren zich, zoeken gezelschap, trekken er opuit, naar Emmaüs bijvoorbeeld, of sluiten zich op in een kamer met eigen gezelschap, maar zij blijft bij het graf, zij blijft zoeken, zij gelooft dat ze de Beminde zal vinden. En tenslotte wordt dit geloof beloond. Niet zíj vindt, maar zij laat zich vinden. Terwijl zij de Beminde zocht, was de Beminde bezig haar te zoeken, net zo lang tot zij in de gesteltenis was om zich ook door Hem te laten vinden.

Bron overweging: ik weet het niet, sorry.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heilige Maria Magdalena,maria-magdalena
toen bijna iedereen wegliep van het kruis stond gij daar, samen met Maria en Johannes. Wij danken U om deze grote trouw. Gij hebt ons getoond hoe de liefde tot de Heer een mens tot volledige gehoorzaamheid kan maken. Bid voor ons daar in de hemel, opdat de Heer ook ons mag aanraken, opdat ook wij met een zuivere liefde Hem mogen beminnen, Hem mogen dragen, Hem mogen uitdragen. Bid voor ons, wij die zo’n dorst hebben naar de Heer. Amen.