Lezingen van de dag – vrijdag 22 juni 2018


Heilige (of feest) van de dag

Paulinus van Nola († 431)

Paulinus van Nola (ook de Barmhartige of de Genaderijke), Italië; schrijver & bisschop

Pontius Meropius Anicius Paulinus werd rond 353 in de Zuid-Franse stad Bordeaux geboren. Hij was een oom van Sint Melania de Jongere († 439; feest 31 december), huwde met een Spaanse vrouw, Theresia, erfde een vermogen aan grootgrondbezit en werd tot Romeins consul benoemd. Het was bisschop Delphinus van Bordeaux († 404; feest 24 december), die hem tot het christendom bracht. In diezelfde tijd stierf hun enig kind, een zoon: 390. Het echtpaar trok zich terug aan de Spaanse kant van de Pyreneeën. In 391 liet Paulinus zich dopen. Drie jaar later was hij al zo populair dat de bevolking van Barcelona hem dwong zich priester te laten wijden. Nu trok hij zich met zijn vrouw terug in het plaatsje Nola in de buurt van de Italiaanse stad Napels.

Vanaf dat moment leidde hij in de eenzaamheid een leven als kluizenaar. Intussen was hij met zijn vrouw Theresia overeengekomen, dat zij in onthouding zouden leven. Rond de gedachteniskapel van Sint Felix van Nola († ca 260; feest 14 januari) stichtte hij een kloostergemeenschapje. In 409 of 410 werd hij tot plaatselijke bisschop gekozen. Hij had veel zorg voor armen en hulpbehoevenden; ieder die een beroep op hem deed vond een open deur en open hart. Hierdoor verwierf hij de bijnaam ‘de Barmhartige’ of ‘de Genaderijke’. Intussen leidde zijn vrouw een soort retraitehuis, een tehuis voor mensen die zich voor kortere of langere tijd wilden terugtrekken om in het gebed God te zoeken.

Hij liet een kathedraal bouwen ter nagedachtenis aan zijn heilige voorganger Felix van Nola. Ook de vijfendertig ‘Carmina’ (Gedichten) die hij naliet, zijn voor een deel aan Felix gewijd.

Paulinus stond in contact met een aantal grote bisschoppen van zijn tijd, zoals Ambrosius van Milaan († 397; feest 4 april), Martinus van Tours († 397; feest 11 november) en Augustinus van Hippo († 430; feest 28 augustus).

Toen de Goten op hun veroveringstochten ook Nola onder de voet liepen, namen ze Paulinus gevangen. Hij was zelfs bereid zichzelf uit te leveren om zo de gevangen genomen zoon van een arme weduwe vrij te kopen. Twintig jaar later stierf hij, diep betreurd door zijn gelovigen.

Zijn relieken kwamen via overbrengingen naar Benevento en Rome in 1908 weer terug in Nola.

Hij is patroon van de Italiaanse stad Nola en de Duitse stad Regensburg; daarnaast van de molenaars.

Hij wordt afgebeeld als bisschop (mijter, staf, tabberd), terwijl hij aalmoezen uitdeelt; met een gebroken keten (gaf zichzelf als losprijs voor de zoon van een arme weduwe); met een spade vanwege zijn bouwactiviteiten.

vrijdag in week 11 door het jaar


Uit het tweede boek Koningen 11, 1-4 + 9-18 + 20

Trouw en ontrouw aan het Verbond wisselden elkaar zich steeds af. Voor ons is het verhaal van de paleisrevolutie en de aanstelling van koning Joas wellicht wat vreemd. Toch is het zo dat ook in ons eigen leven trouw en ontrouw voorkomen en dat ook wij niet terugschrikken voor geweld om datgene door te voeren wat ons het beste past.

Toen Atalja, de moeder van Achazja, hoorde dat haar zoon dood was, besloot ze alle kinderen van de koninklijke familie ter dood te brengen. Maar Jehoseba, de dochter van koning Joram en de zuster van Achazja, haalde een van Achazja’s zonen, Joas, heimelijk weg uit de groep koningskinderen die gedood zouden worden en verstopte hem met zijn voedster in de linnenkamer. Ze wisten hem voor Atalja verborgen te houden, en zo ontsnapte hij aan de dood.
Zes jaar zat hij bij zijn tante in de tempel van de Heer verborgen, terwijl Atalja het land regeerde.
In het zevende regeringsjaar van Atalja riep Jojada, die toen hogepriester was, de bevelhebbers van de Kariërs en van de koninklijke garde bij zich in de tempel van de Heer. Daar sloot hij een verbond met hen en liet hij hen trouw zweren. Vervolgens stelde hij de koningszoon aan hen voor. De bevelhebbers deden precies wat de hogepriester Jojada had bevolen. Allen meldden zich met hun eenheid van honderd man bij Jojada, zowel degenen die die week dienst hadden als degenen die die week vrij waren van dienst. Jojada gaf de bevelhebbers de speren en schilden uit de tempel van de Heer, die nog van koning David waren geweest. De leden van de garde stelden zich, allen met hun wapen in de aanslag, voor de tempel op, over de volle breedte van het plein en vanaf de ingang van de tempel tot aan het altaar, om de koning te beschermen. Toen leidde de hogepriester de koningszoon naar buiten, zette hem de hoofdband op en overhandigde hem de kroningsakte. Zo werd hij tot koning uitgeroepen en gezalfd, terwijl alle aanwezigen in hun handen klapten en riepen: ‘Leve de koning!’
Toen Atalja de koninklijke garde en het volk hoorde juichen, begaf zij zich in de menigte die zich voor de tempel verzameld had. Daar zag ze de koning, die zich volgens het gebruik op het podium had opgesteld, met de bevelhebbers en de trompetblazers naast zich. De hele bevolking was in feeststemming en men blies op de trompetten, maar Atalja scheurde haar kleren en riep: ‘Verraad! Verraad!’
De hogepriester Jojada droeg de bevelhebbers, de aanvoerders van het leger, op: ‘Leid haar onder bewaking weg; wie haar volgt, moet gedood worden.’ Hij zei er uitdrukkelijk bij dat ze niet op het tempelterrein mocht worden gedood.
Atalja werd weggeleid en door de Paardenpoort naar het paleis gevoerd, waar ze ter dood werd gebracht.
Jojada bekrachtigde het verbond tussen de Heer en de koning en het volk, zodat zij de Heer weer zouden toebehoren, en ook het verbond tussen de koning en het volk.
De mensen, die uit heel Juda waren toegestroomd, haalden de tempel van Baäl omver en verbrijzelden de altaren en beelden die voor hem waren opgericht. De Baälspriester Mattan werd voor de altaren ter dood gebracht.
Heel het volk was verheugd, en hoewel Atalja in het koninklijk paleis ter dood gebracht was, bleef het rustig in de stad.

 

Psalm 132, 11 + 12 + 13 + 14 + 17 + 18

Refr.: De Heer heeft Sion verkozen en als woonplaats begeerd.

De Heer heeft David trouw gezworen,
en zijn belofte neemt Hij niet terug:
Een van je nazaten laat Ik je troon bestijgen.

Houden je zonen zich aan mijn verbond,
aan de richtlijnen die Ik hun geef,
dan zullen ook hun zonen voor altijd
zetelen op je troon.

De Heer heeft Sion verkozen
en als woonplaats begeerd:
Dit is, voor altijd, mijn rustplaats,
hier verlang Ik te wonen.

Hier breng Ik Davids huis tot aanzien,
hier ontsteek Ik een lamp voor mijn gezalfde.
Zijn vijanden bekleed Ik met schande,
maar op zijn hoofd schittert een kroon.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 6, 19-23

Onze aandacht is niet zelden verdeeld omdat wij dikwijls alles willen, en daardoor vergeten we soms het voornaamste. Het is onze taak steeds onze inzichten uit te zuiveren om schatten te verzamelen voor het Rijk Gods.

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen. Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
Het oog is de lamp van het lichaam. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn. Maar als je oog troebel is, zal er in heel je lichaam duisternis zijn. Als het licht in jezelf verduisterd is, hoe groot is dan die duisternis!’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘Als het licht in jezelf verduisterd is, hoe groot is dan die duisternis!’

Het licht in onszelf is het licht van de Heer; het is de Heer zelf. Maar we kunnen dit licht verduisteren, er als het ware een grafsteen voor rollen. Ja, we kunnen stokken steken in de wielen van Gods genade. Wat zo jammer is !!

We houden dan onze innerlijke groei tegen, en begeven ons op paden die ons mogelijk van God wegtrekken.

We zijn geroepen, geliefde mensen, ons te verinnigen met Gods licht diep in onszelf; Gods licht dat zich openbaart in Christus die ons bewoont.

Gebed is je gelovig bewust zijn van die aanwezigheid (daarom niet voelend; soms voel je niets) én je er aan toevertrouwen. Je ziel leggend in Hem, als een werkelijk verliefde, minnend om wie Hij is, drinkend van Hem; je daardoor verliezend en terugvindend in God.

En zo, na je gebed, de vensters en de deuren van je hart wijd open zetten om de wereld welkom te heten. Met andere woorden: in gebed blijven. Gods liefde bezingend in elke ontmoeting die je doet, in elk schouwen van welk schepsel ook.

Mogen we het Licht nooit verduisteren, integendeel. Mogen we deelgenoot worden van dit licht.

Ja, laat ons de liefde bezingen vanuit een minnend hart om haar.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
trek ons in U.
Maak ons deelgenoot van uw licht.
Mogen we zonder ophouden
zingen van Gods liefde.
In U.
Amen.