Lezingen van de dag – vrijdag 22 mei 2015


Heilige (of feest) van de dag

Rita van Casia (+ 1457)

Rita van Cascia

Rita van Cascia

Rita van Cascia, Italië; weduwe; † 1457.

Zij werd rond 1380 geboren in het Italiaanse plaatsje Roccaporena, vlakbij Spoleto. Als jong meisje droomde zij ervan in het klooster te gaan en haar leven toe te wijden aan de beschouwing van Christus die zoveel voor de mensen had geleden. Deze devotie tot de lijdende Christus was indertijd wijd verbreid. Maar haar ouders beschikten anders. Zij huwelijkten haar uit aan een ruwe man, Ferdinando Mancini, die zich weldra als een wrede echtgenoot ontpopte. Hij leed aan driftbuien en woedeaanvallen, waarvan met name zijn vrouw het slachtoffer werd. Rita kreeg dit alles praktisch vanaf de dag van haar huwelijk te verdragen en dat zou zo doorgaan gedurende al de achttien jaren van haar huwelijk.

De twee jongens die geboren werden, hadden het rauwe karakter van hun vader. Rita moet beseft hebben dat ook deze opgave een manier was om Christus na te volgen op de weg van zijn lijden. Ze bad veel en was een toonbeeld van eindeloos geduld. Op de lange duur leek dat ook tot haar man door te dringen: hij vroeg haar zelfs om vergiffenis en begon waarachtig een nieuw leven. Kort daarop werd hij door een oude vijand om het leven gebracht. Op de vlucht voor de gerechtsdienaren kwam de moordenaar ten einde raad bij haar zijn toevlucht zoeken. Zij ging op zijn smeekbeden in. Maar haar zoons hadden bloedwraak gezworen.

Volgens het verhaal zou zij verzucht hebben, dat God nog liever die twee tot zich zou nemen dan dat ze in hun opzet mochten slagen. Hoe dat ook, de jonge mannen stierven kort na elkaar. Zo lag uiteindelijk de weg voor Rita toch nog open om haar eerste liefde te volgen. Op dat moment moet ze rond de zeventwintig geweest zijn.

Na lang aandringen en herhaalde weigeringen kreeg ze in 1407 toestemming in te treden bij de augustinessen van het St-Maria-Magdalenaklooster (thans het naar haar genoemde St-Ritaklooster) te Cascia. Daar leidde zij een leven van boete en gebed; naar het schijnt stelde zij zich voortaan tevreden met water en brood. Ze zou zelfs wonderbare tekenen van verbondenheid met de lijdende Christus hebben ontvangen. Tijdens haar gebed zou een stekel van Christus’ doornenkroon gesprongen zijn en haar in het voorhoofd hebben verwond. De resterende vijftien jaar van haar leven droeg ze daar inderdaad een litteken. Merkwaardigerwijs verdween het vanzelf, toen ze op bedevaart ging naar de paus. Maar op de terugweg kwam het weer terug.

Ze stierf op hoge leeftijd.

Ze werd heilig verklaard in 1900. Tegenwoordig ligt ze begraven in de plaatselijke St-Ritakerk die in 1947 ter ere van haar werd gebouwd; sindsdien is het een drukbezocht bedevaartsoord.

Ook in Nederland en België geniet zij de nodige verering.

In Boskant bij Sint Oedenrode, Oud-Valkenburg en Eindhoven worden respectievelijk een Rita-dag, een Rita-bedevaart en een Rita-rozenwijding georganiseerd. In Nederland hebben Amsterdam, Nieuwendam en Sint-Oedenrode een Sint-Ritakerk.

Ook de kerk van het augustijnenklooster te Kontich bij Antwerpen dient als bevoorrechte vereringsplek voor de Heilige Rita.

Ze is patrones van de Rita-zusters en van de katholieke ziekenzorg; van slagers, slachters en vleeswarenverkopers; van hopeloze en onmogelijke zaken (‘La abogada de imposibles’: vanwege het verleden van haar man werd ze meermalen als kloosterlinge geweigerd én ze droeg bij tot buitengewone en onverwachte gebedsverhoringen); ze wordt aangeroepen door vrouwen met een ongelukkig huwelijk, door kinderloze vrouwen en bij onvruchtbaarheid; daarnaast wordt haar voorspraak gevraagd bij moeizame examens.

Ze wordt afgebeeld in augustinessenhabijt; in gebed voor Jezus aan het kruis, waarbij een doorn van zijn kroon afspringt en bij haar in het voorhoofd dringt; soms reikt ze Maria een doornenkroon aan, terwijl ze er een rozenkroon voor in de plaats ontvangt.

VRIJDAG IN DE 7e PAASWEEK

Uit de Handelingen van de Apostelen 25, 13-21

We krijgen inzage in het dossier van de gevangengenomen Paulus, die beroep heeft aangetekend bij de keizer te Rome. De enige beschuldiging betreft juist de kern van ons christelijk geloof: Jezus, die dood schijnt te zijn, wordt door zijn leerlingen gevolgd, omdat Hij lééft.

Enkele dagen later kwamen koning Agrippa en Bernice naar Caesarea om bij Festus hun opwachting te maken. Tijdens hun verblijf, dat verscheidene dagen duurde, sprak Festus met de koning over de rechtszaak tegen Paulus.
Hij zei:
‘Er is hier een man die door Felix als gevangene is achtergelaten. Toen ik in Jeruzalem was hebben de hogepriesters en de oudsten van de Joden een klacht tegen hem ingediend en om zijn veroordeling verzocht. Ik heb hun geantwoord dat het bij de Romeinen niet gebruikelijk is iemand uit te leveren zonder dat hij tegenover zijn aanklagers heeft gestaan en de kans heeft gekregen zich tegen de aanklacht te verdedigen. Toen ze hier bijeen waren gekomen, heb ik de zaak niet langer uitgesteld, maar heb ik al de volgende dag de rechtszitting geopend en bevel gegeven hem voor te leiden. De aanklagers gingen om hem heen staan, maar beschuldigden hem niet van het soort misdrijven dat ik had verwacht. Wel bleken er geschilpunten te bestaan met betrekking tot hun godsdienst en een zekere Jezus, die dood is, maar van wie Paulus beweert dat Hij leeft. Omdat ik niet goed wist hoe ik deze kwesties moest onderzoeken, vroeg ik of hij bereid was naar Jeruzalem te gaan om daar terecht te staan. Maar toen beriep hij zich op de keizer en verkoos om in gevangenschap te blijven tot zijne keizerlijke hoogheid een uitspraak heeft gedaan. Ik heb opdracht gegeven om hem in hechtenis te houden tot ik hem naar de keizer kan zenden.’

 

Psalm 103, 1 + 2 + 11 + 12 + 19 + 20ab

Refr.: De Heer heeft zijn troon in de hemel gevestigd.

Prijs de Heer, mijn ziel,
prijs, mijn hart, zijn heilige Naam.IconOfTheHolyAngel

Prijs de Heer, mijn ziel,
vergeet niet één van zijn weldaden.

Zoals de hoge hemel de aarde overspant,
zo welft zich zijn trouw over wie Hem vrezen.

Zo ver als het oosten is van het westen,
zo ver heeft Hij onze zonden van ons verwijderd.

De Heer – zijn troon staat vast in de hemel,
als koning heerst Hij over alles.

Prijs de Heer, u die zijn boden bent,
sterke helden die doen wat Hij zegt.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 21, 15-19

Tot driemaal toe vraagt Jezus aan Petrus: Heb je mij lief ? Driemaal komt er een bevestigend antwoord, driemaal een pastorale opdracht. Jezus wil duidelijk maken, dat alleen hij, die de liefde heeft, waardig is herder te zijn in de Kerk. Herders in de Kerk zijn geen ambtenaars, geen politici, maar mensen die uit liefde, liefde worden voor anderen.

Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus aan: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’
Petrus antwoordde: ‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.’
Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.’
Nog eens vroeg Hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?’
Hij antwoordde: ‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.’
Jezus zei: ‘Hoed mijn schapen’.
En voor de derde maal vroeg Hij hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van me?’
Petrus werd verdrietig omdat Hij voor de derde keer vroeg of hij van Hem hield.
Hij zei: ‘Heer, U weet alles, U weet toch dat ik van U houd.’
Jezus zei: ‘Weid mijn schapen. Waarachtig, Ik verzeker je: toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’
Met deze woorden duidde Hij aan hoe Petrus zou sterven tot eer van God.
Daarna zei Hij: ‘Volg mij.’

Van Woord naar leven

Vandaag horen we Jezus zeggen tot Petrus: ‘Toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’

Het zijn woorden die gericht zijn tot Petrus, maar we mogen ze ook rustig beluisteren alsof ze aan ons adres zijn gericht.
Want ook voor ons is het een feit dat wanneer wij jong waren/zijn, dat we vol vuur ons een eigen gordel omdoen en gaan waarheen we willen. Wanneer we ouder worden (zeg maar volwassen in het geloof) zullen we inzien dat een ander (de Ander) ons een gordel wil omdoen om ons te brengen op een weg waar we zelf in eerste instantie misschien nooit voor gekozen zouden hebben.

Maar dit vraagt een geloof dat geleerd heeft zich te geven aan de Heer, en wel op zo’n wijze dat de gelovige inziet dat het in het leven niet om hem draait, maar om wat God wil, en dat Jezus op zo’n wijze genadig kan zijn dat we die weg ook daadwerkelijk kunnen gaan.

Laten we ons schenken aan de Heer, opdat Hij ons bij de hand mag nemen om samen met ons de weg te gaan die God met ons wil gaan, zowel in de kleine dagdagelijkse dingen alsook in de grote levenskeuzes die we te maken hebben.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,images
leer ons de weg niet te gaan die we zelf willen uitstippelen, maar leer ons met U de weg te gaan die de Vader met ons voor ogen heeft. Opdat we zijn wil mogen volbrengen als het hoogste goed.
Amen.