Lezingen van de dag – vrijdag 23 februari 2018


Heilige (of feest) van de dag

Alexander de Akimiet († 430)

Alexander de Akimiet* (of Slapeloze) van Bythinië, Klein-Azië; kluizenaar & stichter

Hij is de stichter van de zogeheten ‘akimieten’ of ‘slapelozen’. Zijn eerste vestiging lag aan de Eufraat. Later verhuisde hij met vierentwintig medemonniken naar Constantinopel om ook daar het gebruik van de eeuwige aanbidding in te voeren. Daar is hij uiteindelijk op zeer hoge leeftijd gestorven.

* In kloosters van deze regel wisselden monniken elkaar af, zodat in de kerk dag en nacht, aan een stuk door de lof van God weerklonk.

vrijdag in de 1e week
van de 40-dagentijd


Uit de profeet Ezechiël 18, 21-28

De profeet Ezechiël wijst op onze mogelijkheden: God wil niet de dood, maar het leven. Zondigheid voert tot de dood, gerechtigheid tot het leven. Wij kunnen daar echter zelf iets aan veranderen. Want God wil niet de dood door de zonde, maar het leven door onze bekering.

Zo spreekt God de Heer:
‘Wie goddeloos leeft, maar zich afkeert van de zonden die hij heeft begaan, zich houdt aan al mijn geboden, mij trouw is en het goede doet, zal zeker in leven blijven en niet sterven. De misdaden die hij heeft begaan zullen hem niet worden aangerekend; door zijn rechtvaardige daden zal hij in leven blijven.
Denken jullie dat Ik het toejuich als een slecht mens sterven moet? – spreekt God, de Heer. Nee, Ik wil dat hij tot inkeer komt en in leven blijft.
En wie goed heeft geleefd, maar niet langer rechtvaardig is, onrecht doet en alle wandaden begaat van een slecht mens – moet die in leven blijven? Al zijn goede daden zullen niet langer tellen; omdat hij mij ontrouw is geworden en zonden heeft begaan, zal hij sterven.
Nu zeggen jullie: “De wegen van de Heer zijn onrechtvaardig!” Maar luister, Israëlieten! Ben Ik het die onrechtvaardig is? Gaan júllie niet eerder onrechtvaardige wegen?
Iemand die rechtvaardig was maar dat niet langer is en onrecht begaat, sterft omdat hij onrecht heeft begaan. Iemand die goddeloos leefde maar dat niet langer doet, mij trouw is en het goede doet, zal in leven blijven. Als hij tot inzicht en inkeer is gekomen en niet langer misdaden begaat, zal hij zeker blijven leven en niet hoeven sterven.’

 

Psalm 130, 1-8

Refr.: Mijn ziel ziet uit naar de Heer.

Uit de diepte roep ik tot U, Heer,
hoor mijn stem, wees aandachtig,
luister naar mijn roep om genade.

Als U de zonden blijft gedenken, Heer,
wie houdt dan stand ?
Maar bij U is vergeving,
daarom eert men U met ontzag.

Ik zie uit naar de Heer,
mijn ziel ziet uit naar Hem
en verlangt naar zijn woord.

Mijn ziel verlangt naar de Heer,
meer dan wachters naar de morgen,
meer dan wachters uitzien naar de morgen.

Israël, hoop op de Heer !
Bij de Heer is genade,
bij Hem is bevrijding, altijd weer.
Hij zal Israël bevrijden uit al zijn zonden.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 5, 20-26

Het ideaal dat Christus voorhoudt in zijn Bergrede eist meer dan uiterlijke prestaties: geduld voor elkaar, respect voor ieder, echte vergevingsgezindheid. Dan eerst kunnen we samen het offer opdragen.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën, zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan.
Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk is gezegd: “Pleeg geen moord. Wie moordt, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht.” En Ik zeg zelfs: ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht.
Wie tegen hen “Nietsnut!” zegt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie “Dwaas!” zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan.
Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen. Leg een geschil snel bij, terwijl je nog met je tegenstander onderweg bent, anders levert hij je uit aan de rechter, draagt de rechter je over aan de gerechtsdienaar en word je gevangengezet. Ik verzeker je: dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent betaald hebt.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus ons: ‘Wanneer je je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen.’

In de eucharistie maakt Christus ons tot één gemeenschap met elkaar in Hem. Dit vraagt echter van onzentwege een fundamentele bereidheid, een hart dat evangelisch arm is, om dit groot geschenk in ontvangst te kunnen nemen. Wanneer een conflict tussen mensen deze bereidheid in de weg staat, zou het beter zijn om even de gaven te laten waar ze zijn. Er is immers geen goede gezindheid om hét teken bij uitstek van eenheid te ontvangen. Het is goed dat mensen zich eerst met elkaar verzoenen, om daarna samen de Heer te ontvangen in de communie waar Hij de verzoening zal bezegelen met het schenken van zichzelf.

Ja, waar mensen terug verbroederen, waar men zich weer verzoent met God (eventueel doorheen het sacrament van de verzoening), daar kan men met een zuiver hart te communie gaan. Het zal een feest worden van gemeenschap met elkaar in Christus.

Laat ons verbroederen waar nodig is. Het is een mooi getuigenis van God trouw aan de mensheid.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
schenk ons de moed en de liefde ons met elkaar te verzoenen daar waar nodig is. Help ons zo samen weer naar U te gaan om U te ontvangen
en vanuit U te leven.
Amen.