Lezingen van de dag – vrijdag 23 okt. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Johannes van Capestrano (+ 1456)7e92b594-e64f-46e2-a0c7-f9e4428d0509

Johannes van Capestrano (ook van Capistrano), Ilok (bij Vukovar ten noordwesten van Belgrado); † 1456

Hij werd op 24 juni 1386 geboren te Capestrano, een plaatsje in de Italiaanse Abruzzen. Hij studeerde rechten achtereenvolgens aan de universiteiten van Perugia en Rome. In 1412 werd hij door koning Ladislas van Napels tot rechter benoemd in de stad Perugia. Bij een inval van de soldatenbendes van Malatesta werd hij gevangen genomen en opgesloten. In de kerker zou hij visioenen ontvangen hebben, met als gevolg dat hij brak met zijn verleden en intrad bij de Franciscaanse tak der observanten. Het huwelijk dat hij vlak voordien gesloten had, maar door zijn gevangenschap nog niet door geslachtsgemeenschap had kunnen consumeren, liet hij ontbinden.

Vanaf 1417 begint zijn apostolische werkzaamheid, die hem rusteloos door heel Europa zal voeren. Net als zijn vriend Bernardinus van Siena († 1444; feest 20 mei) is hij rondreizend predikant. Tot aan 1451 beweegt hij zich uitsluitend binnen de grenzen van Italië, met uitzonering van een visitatiereis naar Palestina en een preekmissie naar de Nederlanden. Naast godsdienstige onderwerpen als Christus, genade en gebed, gaan ze ook over vrede en gerechtigheid; in dat verband preekt hij regelmatig tegen de woekerrente die in die tijd heel gebruikelijk was en wel op kon lopen tot vijftig à zestig procent. Elke dag houdt hij wel ergens een preek die dan vaak meer dan een uur duurde. Daarna wachten hem rijen biechtelingen die hem uren achtereen in de biechtstoel gekluisterd houden. Waar hij maar kan, richt hij gebedsbroederschappen op en sticht hij gasthuizen voor zieken, zwervers en daklozen. Intussen heeft hij met veel inzet geijverd voor de heiligverklaring van zijn vriend Bernardinus, welke inderdaad in 1450 zijn beslag krijgt.

Vanaf 1451 tot 1454 trekt hij op verzoek van keizer Frederik III († 1493) Europa in. Zo vinden we hem in Oostenrijk en Bohemen, waar hij strijdgesprekken houdt met de Hussieten en er velen, vooral van adel, weet terug te brengen te de moederkerk.
Vervolgens zien we hem optreden in Beieren, Thüringen, Saksen, Sleeswijk en Polen. In het voorbijgaan verricht hij honderden wonderbaarlijke genezingen. Van minstens tweeduizend zijn er notariële getuigenverslagen vastgelegd. Tussen de bedrijven door werkt hij ijverige mee aan de hervorming van zijn kloosterorde, en wordt hij herhaaldelijk door de paus ingeschakeld als zijn persoonlijk gezant en treedt hij op als bemiddelaar en vredestichter aan Italiaanse en Europese hoven.
Vanaf 1454 komt er een hoofdthema bij in zijn predikaties: een kruistocht tegen de Turken. Hij schijnt nauw betrokken geweest te zijn bij de overwinning op de Turken op 22 juli 1456, waardoor Belagrado op het nippertje van de ondergang werd gered: ‘Met Johannes in de voorste rijen maakte het leger van de Hongaarse veldheer János Hunyadi op 22 juli 1456 een einde aan het beleg van Belgrado door sultan Mehmed II,’aldus Van der Linden. Enige maanden later wordt hij aangetast door de pest en sterft niet ver van Belgrado, in het plaatsje Ilok aan de Donau.

Hij werd in de plaatselijke kerk bijgezet. Bij onlusten in 1526 wordt zijn graf geschonden; sindsdien is zijn lijk spoorloos verdwenen.
Bij zijn leven werd hij al beschouwd als een groot heilige. Hij wordt genoemd ‘de Redder van Belgrado’ en ‘Apostel van Europa’. In 1690 werd hij door paus Alexander VIII († 1691) heilig verklaard. Hij geldt als patroon van het verenigde Europa. Daarnaast wordt hij op basis van de verschillende episodes in zijn leven vereerd als beschermheilige van juristen, legeraalmoezeniers.
Hij wordt afgebeeld als minderbroeder (franciscaan); vaak met een rood kruis op de borst of kruisvaan in de hand (oproep tot een nieuwe kruistocht); aan zijn voeten soms overwonnen Turken.

VRIJDAG IN WEEK 29 DOOR HET JAAR


Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 7, 18-25a

Paulus drukt in deze lezing een diep menselijke ervaring uit. Dikwijls lukken wij niet in het goede dat we willen terwijl het kwade – dat we niet willen – steeds weer opduikt. Paulus biedt hiervoor een oplossing: Jezus Christus, onze Heer. God zij gedankt !

Broeders en zusters,
ik besef dat in mij, in mijn eigen natuur, het goede niet aanwezig is. Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik.
Maar wanneer mijn daden in strijd zijn met mijn wil, ben ik daar niet zelf de oorzaak van, maar de zonde die in mij heerst. Ik ontdek in mij de wetmatigheid dat het kwade zich aan mij opdringt, ook al wil ik het goede doen.
Innerlijk stem ik vol vreugde in met de wet van God, maar in alles wat ik doe zie ik die andere wet. Hij voert strijd tegen de wet waarmee ik met mijn verstand instem en maakt van mij een gevangene van de wet van de zonde, die in mij leeft.
Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood? God zij gedankt, door Jezus Christus, onze Heer.

 

Psalm 119, 66 + 68 + 76 + 77 + 93 + 94

Refr.: God, onderwijs mij in uw wetten.

Leer mij goed oordelen en onderscheiden, TrinityStBenedicts
ik heb vertrouwen in uw geboden.

U bent goed geweest en hebt goed gedaan,
onderwijs mij in uw wetten.

Moge uw liefde mij vertroosten,
zoals U aan uw dienaar hebt beloofd.

In eeuwigheid zal ik uw regels niet vergeten,
daardoor houdt U mij in leven.

Ik ben van U, red mij,
want steeds zoek ik uw regels.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 12, 54-59

Zien wij ook in deze tijd de tekenen van de Heer ?

Jezus sprak tot de menigte:
‘Wanneer jullie een wolk zien opkomen in het westen, zeggen jullie meteen dat er regen op komst is, en dat is ook zo. En wanneer jullie merken dat de wind uit het zuiden komt, zeggen jullie dat er hitte op komst is, en dat is ook zo. Huichelaars!
De aanblik van de aarde en de hemel kunnen jullie duiden, hoe kan het dan dat jullie deze tijd niet kunnen duiden? Waarom bepalen jullie niet uit jezelf wat juist is?
Als je met je tegenstander op weg bent naar een hoge autoriteit, doe dan moeite om nog onderweg tot een vergelijk met hem te komen, anders sleept hij je voor de rechter, en de rechter zal je uitleveren aan de gerechtsdienaar, en die zal je in de gevangenis gooien. Ik zeg je, dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent betaald hebt.’

Van Woord naar leven

Vandaag horen we Paulus in zijn brief aan de christenen van Rome: Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik.

Is dat niet herkenbaar voor ieder van ons ? Ik denk het wel. Voor mij toch zeker.
Nog meer merkwaardig is dat we ons ‘nee-woord’ soms diep koesteren. En dit terwijl we weten dat het haaks staat tegenover wat God vraagt. Dikwijls zit dat in heel kleine dingen, heel subtiel, maar wel aanwezig; actief aanwezig. Denk aan roddel, oordeel, kwaad spreken, neerkijken op, onnodige negatieve kritiek, humor die neerhaalt, nalaten van gebed, super weinig in het mandje leggen tijdens de eucharistie,…
We doen het gewoon, wetende dat het niet goed is. De mens is – wat dat betreft – een raar wezen.

We zijn zondaars, in het klein, soms ook in het groot. We moeten daar gewoon eerlijk in zijn. Ook al accepteren we dat niet graag.

In het Wees Gegroet bidden we ‘Bid voor ons, arme zondaars’. Aan het begin van de eucharistie, bij het Kyrië zeggen we tot drie maal toe: ‘Heer, ontferm U over ons’. Bij de schuldbelijdenis: ‘Door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld’.
Huichelen we als we aan het begin van de eucharistieviering vergeving vragen voor onze zonden? Spelen wij hier de zondaar? Nee, we zouden huichelen als we menen dat we geen zonden hebben. We zouden huichelen wanneer we ons vereenzelvigen met ons correcte uiterlijk.
Niet huichelen is weten dat we zondaars zijn.

Is dat een negatieve gedachte? Nee, integendeel.
Pas voor wie inziet en voor zichzelf en voor God toegeeft dat hij een zondaar is, is er genezing mogelijk. Inzien kan leiden tot een diepgemeend ‘Heer, ontferm U over mij’, en dat geneest. In het inzicht is de Heer reeds genezend aanwezig. In zijn Geest zal Hij de mens brengen tot het Kyrië, of zelfs tot de biechtstoel, waar de zondaar wordt uitgenodigd zijn diepste nee-woord tot uitdrukking te brengen om het te leggen in Gods barmhartigheid; Hij die vergeeft, Hij die geneest.

Genezing, redding, kunnen we niet zelf bewerkstelligen. Daar hebben we God voor nodig, en Hij ons.

Kom, laten we ons geven aan de Heer, niet alleen met onze ja-woorden, maar ook, en misschien vooral, met onze nee-woorden.

De overweging van vandaag is van de hand van kris (geïnspireerd aan woorden van J. Bots, sj)

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,heil
wij bidden dat wij, wanneer wij zondigen, de genade mogen krijgen dit te mogen inzien. Kom dan met uw heilige Geest over ons en doe ons knielen voor U, om ons nee-woord te leggen in uw barmhartigheid, in uw genezend Hart. Amen.