Lezingen van de dag – vrijdag 25 augustus 2017


Heilige (of feest) van de dag

Jose de Calasanza († 1648)

Rome, Italië; stichter onderwijscongregatie

Hij werd op 11 september 1556 geboren in de Spaanse plaats Peralta de la Sal, ten noordwesten van Lérida (Huesca) was zoon van de heer van Calasanz y Gastón. Hij studeerde aan de universiteiten van Lérida, Valencia en Alcalà en behaalde zijn doctorsgraad aan de universiteit van Barcelona. In 1583 ontving hij de priesterwijding. Negen jaar later verhuisde hij naar Rome, volgens zeggen, omdat hij daartoe in een visioen werd opgeroepen.

Meteen vielen hem de verwaarloosde kinderen op die overal rondzwierven en een losgeslagen leven leidden. In 1597 opende hij in het parochiehuis van de Santa Dorotea in Trastevere de eerste gratis lagere school voor arme kinderen van Europa. Met zijn medewerkers riep hij een nieuwe religieuze congregatie in het leven: ‘Het genootschap van reguliere priesters voor vrome scholen’, kortweg ‘piaristen genoemd naar het Latijnse woord ‘pius’ = ‘vroom’. Zoals de naam zegt legde zij zich toe op onderwijs en opvoeding van arme kinderen. Ze groeide uit tot een heuse religieuze orde. Hij nam de naam aan van Jose a Matre Dei. Het was zijn trots dat oud-leerlingen priester werden en als missionaris werkten in verre streken als Bohemen en Polen.

Maar gaandeweg hadden ze te lijden van interne conflicten en aanvallen van buitenaf. Dat laatste vooral van andere congregaties die soortgelijk werk deden voor de jeugd. Jozef zelf moest aftreden als algemeen overste, omdat hij van alle kanten verdacht werd gemaakt, en omdat zijn goede bedoelingen en plannen door vijandige types consequent in een kwaad daglicht werden geplaatst. Dwars door dit alles heen deden de piaristen op vele plaatsen hun heilzaam werk. Met als gevolg dat de orde uiteindelijk in ere werd hersteld.

Jose zelf heeft dat niet meer mogen meemaken. Hij stierf arm en verguisd en ligt begraven in de San Pantaleon in Rome.
Hij werd heilig verklaard door paus Clemens XIII in 1767.

Hij is patroon van de piaristen; van katholieke basisscholen en van kinderen.

vrijdag in week 20 door het jaar


Uit het boek Ruth 1, 1 + 3-6 + 14b-16 + 22

Ruth, een vreemde uit het land van Moab, was gehuwd met een Israëliet die kinderloos sterft. Zij was overgegaan naar het geloof van de Israëlieten en zo keert ze als weduwe ook terug naar het land van haar man, waar ze geloof en leven van het volk deelt.

In de tijd dat de rechters het volk leidden, brak er een hongersnood uit in het land. Een man trok daarom met zijn vrouw en zijn twee zonen weg uit Betlehem in Juda, om een tijdlang in de vlakte van Moab te gaan wonen. Na enige tijd stierf Elimelech, de man van Noömi, en zij bleef achter met haar twee zonen. Zij trouwden allebei met een Moabitische vrouw. De naam van de ene was Orpa, die van de andere was Ruth. Nadat ze daar ongeveer tien jaar gewoond hadden, stierven ook Machlon en Kiljon, en de vrouw bleef alleen achter, zonder haar twee zonen en zonder haar man.
Toen Noömi hoorde, daar in Moab, dat de Heer zich het lot van zijn volk had aangetrokken en dat het weer te eten had, maakte ze zich samen met haar twee schoondochters gereed om Moab te verlaten en terug te keren. Orpa kuste haar schoonmoeder vaarwel, maar Ruth week niet van haar zijde. ‘Kijk, je schoonzuster gaat terug naar haar volk en haar god,’ zei Noömi, ‘ga haar toch achterna!’ Maar Ruth antwoordde: ‘Vraag me toch niet langer u te verlaten en terug te gaan, weg van u. Waar u gaat, zal ik gaan, waar u slaapt, zal ik slapen; uw volk is mijn volk en uw God is mijn God.
Zo kwamen ze samen terug uit Moab, Noömi en haar schoondochter Ruth, de Moabitische. Ze kwamen in Betlehem aan bij het begin van de gersteoogst.

 

Psalm 146, 5-10

Refr.: Gelukkig wie zijn hoop vestigt op de Heer, zijn God.

Gelukkig wie de God van Jakob tot hulp heeft,
wie zijn hoop vestigt op de Heer, zijn God,
die hemel en aarde heeft gemaakt,
de zee en alles wat daar leeft,
Hij die trouw is tot in eeuwigheid,
recht doet aan de verdrukten,
brood geeft aan de hongerigen.

De Heer bevrijdt de gevangenen,
de Heer opent de ogen van blinden,
de Heer richt de gebogenen op,
de Heer heeft de rechtvaardigen lief,

De Heer beschermt de vreemdelingen,
wezen en weduwen steunt Hij,
maar wie kwaad doen, richt Hij te gronde.
De Heer is koning tot in eeuwigheid,
je God, Sion, van geslacht op geslacht.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 22, 34-40

Tegenover de kleinzielige verplichtingen van de Joodse voorschriften stelt Jezus de liefde tot God en tot de evenmens. Dat is voor Hem de Wet. De twee geboden van het Oude Testament zijn er voor Hem slechts één. Voor de christen is de liefde tot alle mensen niet te scheiden van de liefde tot God, die de bron is van alle liefde.

Nadat de Farizeeën hadden vernomen dat Jezus de Sadduceeën tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar. Om Hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde: ‘Meester, wat is het grootste gebod in de Wet?’
Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

Van Woord naar leven

Jezus antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

Moest men de Bijbel in enkele bewoordingen moeten samenvatten, zou men dit antwoord van Jezus aan de Farizeeën kunnen aanhalen. Terecht zegt Jezus dan ook: ‘Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

Doch mogen we niet vergeten welke weg Jezus hiervoor zelf gegaan is: de weg van het kruis, voor Hem heel letterlijk. Wanneer Jezus spreekt over ‘liefhebben’, bedoelt Hij dat niet goedkoop. Hij heeft het over een liefhebben tot het uiterste, een beminnen zonder grenzen, een zich geven aan allen zonder voorkeuren. Niet goedkoop dus.
Hij is ons deze weg voorgegaan om ons te tonen wat de inhoud is van God beminnen, je naaste en jezelf.

De kruis-weg van Jezus zou het hart moeten zijn van ons beminnen. Niet enkel als voorbeeld, maar ook en vooràl als bron van diepe genade.
Laten wij, wanneer wij bidden voor een kruisbeeld, vragen om Gods genade: dat wij vanuit de inwoning van Jezus zijn liefde mogen belichamen in al ons doen en laten.
Dat dit vooral geen theorie mag zijn, maar een blijde werkelijkheid opdat het Pasen van de Heer meer en meer zichtbaar mag zijn in ons dagelijks leven.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
omhels ons met uw kruisgenade
opdat wij Gods liefde mogen beminnen.
Ga elke dag opnieuw uw weg
van liefde door ons heen
opdat de wereld mag proeven
van de vrede van uw Opstanding.
Maak ons tot vreugdevolle instrumenten
van uw aanwezigheid;
Gij, onze broeder en Heer.
Amen.