Lezingen van de dag – vrijdag 25 sept. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Gerulf van Drongen (+ 748)

Gerulf (ook Gerolf) van Drongen (ook van Drongen), België; martelaar; † 748.

Zijn leven werd opgeschreven op last van Gerard van Brogne († 959; feest 3 oktober) kort nadat Gerulfs relieken in 930 naar Drongen waren overgebracht.
Hij moet rond 725 geboren zijn als zoon van twee christenouders: Leutgold, heer van Merendree, en Ratguera. Hij woonde op de later naar hem genoemde Gerolfswal.
Het verhaal is even kort als raadselachtig.

Gerulf, een jongeman van misschien net twintig jaar, zou in de abdijkerk op de Blandinusberg te Gent het sacrament van het vormsel ontvangen uit de handen van bisschop Helyseus van Doornik-Noyon. In die tijd was het nog gebruikelijk dat je net als bij het doopsel ook bij het vormsel een peetouder had. De keus was gevallen op een familielid en vanzelfsprekend vergezelde deze hem op zijn feestelijke dag van het ouderlijk huis naar de kerk, een afstand van een uur of twee te paard. Na de indrukwekkende plechtigheid aanvaardde de jongeman vol dankbaarheid de terugtocht naar huis. Maar onderweg verlangde hij nog even af te stappen voor een dankgebed in de O.L.V.-kerk van Drongen. Toen ze samen weer te paard zaten heeft zijn begeleider zo te zien zonder enige aanleiding plotseling het zwaard getrokken en hem gedood. Misschien dat zijn peetoom Gerulfs al te grote blijheid niet kon verdragen? Het trouwe paard van Gerulf draafde door naar de ouderlijke hoeve in Merendree. Daar zag men de bloedvlekken en vol ontzetting begreep men dat er iets verschrikkelijks gebeurd moest zijn. Ze gingen op zoek en stuitten al gauw op het zieltogende lichaam van hun zoon. Zijn laatste woorden waren dat hij het liefst in Drongen begraven wilde worden.

Maar blijkbaar wilden zijn ouders hem dichtbij zich hebben, want hij werd thuis ter aarde besteld. Zijn graf werd een bedevaartplaats. Pas honderdtachtig jaar na zijn dood, in 930 (volgens anderen in 915), gaf men gevolg aan zijn laatste wilsbeschikking en bracht men hem over naar de parochiekerk van Drongen.
Waarschijnlijk is bij die gelegenheid zijn leven te boek gesteld.

In het parochiekerkje van Drongen is in een aantal ramen uit het begin van de twintigste eeuw zijn leven afgebeeld; bovendien zien we er zijn beeltenis tegen de oostwand: een jongeman met een zwaard.

Hij is patroon van de jeugd en zou uitstekend als patroon van de vormelingen passen. Hij wordt aangeroepen tegen koorts.
In Nederland hebben Pauluspolder en Stoppeldijk een Gerulfuskerk.

VRIJDAG IN WEEK 25 DOOR HET JAAR


Uit de profeet Haggai 1, 15b – 2,9

De tempel die de Israëlieten bouwden na de ballingschap was heel wat bescheidener dan de rijke en grootse tempel van Salomo. De profeet Haggai zinspeelt hierop. Maar hij verlegt tegelijk hun aandacht naar een andere tempel: zij zelf. God zal onder hen wonen in de mensen. Dat zal in Christus waarheid worden.

In het tweede regeringsjaar van koning Darius, op de eenentwintigste dag van de zevende maand, sprak de Heer opnieuw bij monde van de profeet Haggai. Hij droeg hem op:
‘Zeg tegen Zerubbabel, zoon van Sealtiël en gouverneur van Juda, en tegen Jozua, zoon van Josadak en hogepriester, en tegen wie er van het volk nog over zijn: “Wie van jullie heeft deze tempel nog in zijn vroegere luister gezien? En hoe ziet hij er nu uit? Jullie denken zeker dat het niets meer kan worden!”
Maar houd vol, Zerubbabel – spreekt de Heer –,houd vol, Jozua, zoon van Josadak en hogepriester; jullie allen, bewoners van dit land, houd vol! – spreekt de Heer. Werk door, Ik ben bij jullie – spreekt de Heer van de hemelse machten.
Dat heb Ik jullie beloofd toen jullie wegtrokken uit Egypte; Ik zal steeds in jullie midden aanwezig zijn, wees dus niet bevreesd.
Want dit zegt de Heer van de hemelse machten: Nog een korte tijd, een ogenblik slechts, en Ik zal de hemel en de aarde, de zee en het land doen beven. Alle volken breng Ik in beroering, hun schatten zullen mij toevallen en mijn huis zal Ik vullen met pracht en rijkdom – zegt de Heer van de hemelse machten.
Het zilver is voor mij en het goud is voor mij – spreekt de Heer van de hemelse machten.
De luister van deze tempel zal groot zijn, nog groter dan voorheen – zegt de Heer van de hemelse machten, en van hieruit zal Ik jullie vrede en voorspoed geven – spreekt de Heer van de hemelse machten.’

 

Psalm 43, 1-4

Refr.: God, leid mij naar de plaats waar U woont.

Verschaf mij recht, o God,
vecht voor mijn zaak.
Bescherm mij tegen trinitheo
een liefdeloos volk, vol list en bedrog.

U bent toch mijn God, mijn toevlucht,
waarom wijst U mij af,
waarom ga ik gehuld in het zwart,
door de vijand geplaagd ?

Zend uw licht en uw waarheid,
laten zij mij geleiden
en brengen naar uw heilige berg,
naar de plaats waar U woont.

Dan zal ik naderen tot het altaar van God,
tot God, mijn hoogste vreugde.
Dan zal ik U loven bij de lier,
God, mijn God.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 9, 18-22

De leerlingen hadden tot het midden van Jezus’ openbaar leven het geheim van zijn zending nog niet begrepen. Nu daagt Hij hen uit een standpunt in te nemen tegenover Hem en de gangbare meningen. Als zij hebben bekend dat Hij de messias is, dan insisteert Hij dat Hij zijn taak zal uitoefenen door te dienen ten einde toe.

Toen Jezus eens aan het bidden was en alleen de leerlingen bij Hem waren, stelde Hij hun de vraag: ‘Wie zeggen de mensen dat Ik ben?’
Ze antwoordden: ‘Johannes de Doper, maar anderen zeggen Elia, en weer anderen beweren dat een van de oude profeten is opgestaan.’
Hij zei tegen hen: ‘En wie ben Ik volgens jullie?’
Petrus antwoordde: ‘De door God gezonden messias.’
Hij beval hun op strenge toon dat tegen niemand te zeggen.
Hij zei: ‘De Mensenzoon zal veel moeten lijden en door de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden worden verworpen en gedood, maar op de derde dag zal Hij uit de dood worden opgewekt.’

Van Woord naar leven

Jezus vroeg aan de leerlingen: ‘En wie ben Ik volgens jullie?’

Ook aan ons, aan ieder van ons persoonlijk, vraagt Jezus: ‘Wie ben Ik volgens jullie?’. Hij weet hoe velen over Hem denken, maar Hij vraagt het aan ons persoonlijk, aan u en mij, met de bedoeling dat we een persoonlijk antwoord geven.
Kunnen wij zeggen, met ons hart, in een diep geloof: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God’. Als christen zou het zo mogen klinken.
Maar zijn we er ons van bewust dat de inhoud van deze woorden ons bij het kruis van de Heer brengen, de weg van de Liefde tot het uiterste. Geen romantische liefde, maar een gevende liefde, een lijdens-liefde. Een weg die Christus ons niet enkel is voorgegaan, maar waartoe wij ook worden uitgenodigd hem te gaan, en wel mét Hem.

Laat ons – terwijl we ons antwoord geven aan de Heer – het kruis met liefde aanschouwen. In zijn Geest zal Hij ons vanaf het kruis vele genadegaven schenken opdat we ‘àlles’ in Hem zouden dragen, opdragen, en gaan.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer, cross10
ook aan ons vraagt Gij:
‘Wie ben Ik volgens u ?’
Geef dat wij in een Geest van diep geloof
van harte mogen zeggen:
‘Gij Heer, zijt de door God gezonden messias’.
Wil ons ontvangen in dit antwoord
en ons steeds sterker maken
op de weg die Gij met ons wilt gaan.
Kom heilige Geest.
Amen.