Lezingen van de dag – vrijdag 26 mei 2017


Heilige (of feest) van de dag

Filippus Neri († 1595)

Filippus Neri or, Rome, Italië; priester & stichter

Hij werd in 1515 geboren als zoon van een Florentijnse advocaat en kreeg zijn eerste opleiding in de stad bij de dominicanan van het San-Marcoklooster.  Zijn vader had bedacht dat er voor zijn zoon een goede toekomst weggelegd lag in de handel en stuurde hem naar zijn broer op de Monte Cassino om het vak te leren. Oom is bijzonder gecharmeerd van de jongeman en vat het plan op om hem tot zijn algeheel erfgenaam te maken.

Maar Filippus zelf heeft heel andere plannen. Hij trekt in 1533 naar Rome, neemt er de vorming op zich van een Florentijnse rijkeluiszoon en studeert tegelijkertijd filosofie en theologie. Op zijn negenentwintigste ondergaat hij een extatisch visioen dat zijn leven lang blijft nagloeien in zijn hart. Toen men na zijn dood autopsie deed, constateerden de artsen een aanzienlijke hartverwijding; zij voerden die terug op zijn extase van vijftig jaar tevoren!

In 1551 wordt hij priester gewijd en is zulk een toegewijd zielenherder dat hij al spoedig de bijnaam krijgt van ‘Apostel van Rome’. Andere benamingen waarmee men hem aanduidt, luiden ‘Pippo buono’ (= Goede Flip) of  ‘de Heilige Nar’. Hij is charmant, heeft gevoel voor humor, houdt van katten, en kinderen zijn dol op hem. Hij kan goed luisteren, en is een uitstekend begeleider van mensen in hun gebeds- en geloofsleven.

Omdat met name het gebedsleven van priesters hem zeer ter harte gaat, richt hij in 1552 – tezamen met veertien andere priesters – een priestercongregatie op: de Oratorianen. Al vanaf 1548 – dus nog vóór zijn priesterwijding – had hij priesters regelmatig bij zich thuis uitgenodigd om samen te bidden en te spreken over geestelijk leven en pastoraat. Het doel van de congregatie komt duidelijk door in de benaming ervan: Oratorianen (= ‘bidders’). Het Oratorium wordt al spoedig een centrum van toegewijd religieus leven in Rome. Ze zou van diepgaande invloed blijken, en tot voorbeeld dienen voor grote heiligen als Ignatius van Loyola († 1556; feest 31 juli), Carolus Borromaeus († 1584; feest 4 november), Camillus de Lellis († 1614; feest 14 juli) en Franciscus van Sales († 1622; feest 24 januari).

In 1575 geeft paus Gregorius XIII († 1585) officieel zijn goedkeuring aan de nieuwe stichting, nog eens bekrachtigd in 1583. Philippus zelf wordt de eerste algemeen overste. Deze functie legt hij neer in 1595. Nog in het voorjaar van datzelfde jaar sterft hij.

Hij wordt in 1622 heilig verklaard, tegelijk met vier Spanjaarden: Ignatius van Loyola, Franciscus Xaverius († 1552; feest 3 december), Teresa van Avila († 1582; feest 15 oktober) en Isidorus van Madrid † 1130; feest 15 mei).

Hij is patroon van Rome, Napels en Mantua; van verenigingen voor kinder- en in het bijzonder meisjesbescherming; ook van humoristen. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen jicht en kwalen aan de ledematen, voor onvruchtbare vrouwen, en tegen aardbevingen.

vrijdag in de zesde paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 18, 9-18

Terwijl Paulus te Korinte verblijft, bekeren vele mensen zich tot Christus. Sommige Joden stemden daar niet mee in. Paulus moet het dan ook ontgelden. Hij wordt echter vrijgesproken door de romeinse ambtenaar die niet zoveel begrijpt van die interne godsdienstige twisten in de kolonie.

‘s Nachts zei de Heer in een visioen tegen Paulus: ‘Wees niet bang, maar blijf spreken en zwijg niet! Ik sta je bij en niemand zal een vinger naar je uitsteken om je kwaad te doen, want veel mensen in deze stad behoren mij toe.’
Paulus bleef anderhalf jaar in Korinte en onderrichtte de inwoners over Gods boodschap.
Toen Gallio proconsul van Achaje was, keerden de Joden zich echter gezamenlijk tegen Paulus en daagden hem voor het gerecht. Ze namen hem mee naar Gallio en zeiden: ‘Deze man haalt de mensen over om God te vereren op een wijze die in strijd is met de wet.’
Nog voordat Paulus daarop kon reageren, zei Gallio tegen de Joden: ‘Als er sprake was van een misdrijf of een ernstige vorm van wangedrag, zou ik uw aanklacht uiteraard ontvankelijk hebben verklaard, maar aangezien het een geschil betreft over woorden en namen en uw eigen wet, moet u zelf maar zien wat u doet; over die zaken wil ik geen recht spreken.’ En hij liet hen uit de rechtszaal verwijderen.
Toen grepen de omstanders met zijn allen Sostenes vast, een leider van de synagoge, en ranselden hem voor het gerechtsgebouw af. Gallio trok zich van dit alles echter niets aan.
Nadat Paulus nog geruime tijd bij de leerlingen had doorgebracht, nam hij afscheid en vertrok per schip naar Syrië, samen met Priscilla en Aquila.
Voor zijn vertrek had hij in Kenchreeën zijn hoofd laten kaalscheren, omdat hij aan een gelofte gebonden was.

 

Psalm 47, 2 + 3 + 4 + 5 + 6 + 7

Refr.: Koning is God over heel de aarde.

Klap in de handen, o volken,
juich God toe met jubelzang:
geducht is de Heer, de Allerhoogste,
machtige koning van heel de aarde.

Volken dwong Hij voor ons op de knieën,
naties legde Hij aan onze voeten.
Hij koos voor ons een eigen land,
de trots van Jakob, het volk dat Hij liefheeft.

Onder gejuich steeg God omhoog,
de Heer steeg op bij hoorngeschal.
Zing voor God, zing een lied,
zing voor onze koning, zing Hem een lied.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 16, 20-23a

Het behoren tot het christendom is geen vrijgeleide voor menselijk succes, voor macht in deze wereld. Jezus beloofde ons wèl een diepe inwendige vreugde, namelijk door zijn verrijzenis getuige te kunnen zijn van de geboorte van een nieuwe wereld.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Waarachtig, Ik verzeker jullie: je zult huilen en weeklagen, terwijl de wereld blij zal zijn. Je zult bedroefd zijn, maar je verdriet zal in vreugde veranderen.
Ook een vrouw die baart heeft het zwaar als haar tijd gekomen is, maar wanneer haar kind geboren is, herinnert ze zich de pijn niet meer, omdat ze blij is dat er een mens ter wereld is gekomen.
Jullie hebben nu verdriet, maar Ik zal jullie terugzien, en dan zul je blij zijn, en niemand zal je je vreugde afnemen.
Dan hoeven jullie mij niets meer te vragen.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus ons: ‘Jullie hebben nu verdriet, maar Ik zal jullie terugzien, en dan zul je blij zijn, en niemand zal je je vreugde afnemen.’

Toen de Heer deze woorden sprak droegen de leerlingen de verrijzenisgenade nog niet in zich.
Wanneer alles zal voltrokken zijn, zal Hij, anders en meer dan ooit tevoren, bij hen terugkeren, en hen zijn vrede en vreugde schenken. Het zal zo diep geschonken worden dat niemand nog hen deze vreugde zal kunnen afnemen.

Zo ook bij ons wanneer we ons hart openen voor de paasgenade: Christus’ vreugde zullen we ontvangen, en al ons doen en laten zullen we mogen beleven vanuit deze genade, en wel zo dat niets of niemand deze vreugde zal kunnen wegnemen.

Immers, zoals we kunnen lezen bij Paulus in de Romeinenbrief: niets zal ons nog kunnen scheiden van de liefde van Christus.
Moge dit een blijde realiteit zijn voor ieder van ons.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
schenk ons uw vrede, uw vreugde. Dat ze een blijvende bron mogen zijn van al ons doen en laten. Dat uw vreugde ons hele zijn mag bevruchten opdat we mogen stralen van uw onmetelijke goedheid, Gij, Christus, onze broeder en Heer.
Amen.