lezingen van de dag – vrijdag 27 januari 2017


Heilige (of feest) van de dag

Angela de Merici († 1540)

Angela de Merici, Brescia, Italië; maagd & stichteres van de Ursulinen

Angela de Merici werd geboren in een plaatsje aan het Gardameer. Ze trad toe tot de derde orde van de Franciscanen.

Ze gaf godsdienstles aan de kinderen van haar dorp. Nadat ze verhuisd was naar Brescia nam ze steeds meer kinderen onder haar hoede. Enkele gelijkgezinde vrouwen sloten zich bij haar aan. Samen gingen ze steeds meer kinderen verzorgen en les geven, vooral aan kleine meisjes. Toen kwam Angela op de gedachte naast catechese, ook koken, naaien, wassen en ziekenverzorging te gaan onderwijzen.

Haar werk groeide uit, ze stichtte scholen en uiteindelijk een kloostergemeenschap: de orde van de Ursulinen, genoemd naar de H. Ursula. De leden werkten in de wereld en woonden aanvankelijk gewoon thuis. Later ontstonden er gemeenschapshuizen, maar de zusters waren niet gebonden aan geloftes. Op dit ogenblik is deze orde de grootste en beroemdste vrouwenorde voor opvoeding en studie. Ze telde in 1980 ruim 10.000 leden, verspreid over de hele wereld. Angela was de eerste abdis.

Haar graf bevindt zich in de St-Afrakerk te Brescia.

Ze wordt afgebeeld als abdis met kruis, rozenkrans en een open boek waarop ze wijst; ook met een ladder, want de legende zegt dat zij in een visioen een ladder zag die hemel en aarde verbond. Jonge vrouwen daalden die ladder af of beklommen haar. Dit visioen was de aanleiding voor haar om haar orde te stichten. In de dom in Brescia zijn fresco’s te zien met scènes uit haar leven.

vrijdag in week 3 door het jaar


Uit de brief aan de Hebreeën 10, 32-39

Christen-zijn is nooit gemakkelijk geweest en dit zal het ook nooit worden. Reeds ten tijde van deze brief was dit zo. Sommigen wankelen wellicht, anderen geven het op. De brief is voor ons een vurige aansporing tot hoop, vertrouwen en gedreven geloof. Wij bezitten immers de belofte van de Heer, die meer waard is voor ons dan welk ander bezit ook.

Broeders en zusters,
herinner u de dagen van weleer, toen u, door het licht beschenen, in een moeizame worsteling met het lijden hebt standgehouden: enerzijds kreeg u publiekelijk smaad en beproevingen te verduren, anderzijds was u solidair met hen die hetzelfde moesten doormaken. U hebt meegeleefd met de gevangenen onder u, en toen u van uw bezittingen beroofd werd, hebt u dat in vreugde aanvaard, in de wetenschap dat u iets beters bezit, een blijvend bezit voor uzelf.
Leg die onbeschroomdheid dus niet af, u zult er ruim voor worden beloond. Blijf juist volharden, want als u de wil van God doet, zult u ontvangen wat u beloofd is.
Immers: ‘Nog een heel korte tijd, dan komt Hij die komen zal, Hij blijft niet lang meer weg, en dan zullen mijn rechtvaardigen leven door hun geloof, ‘maar ook: ‘Wie terugdeinst ben ik niet langer welgezind.’
Wij echter behoren niet tot degenen die terugdeinzen en ten onder gaan, maar tot hen die door hun geloof behouden blijven.

 

Psalm 37, 3 + 4 + 5 + 6 + 23 + 24 + 39 + 40

Refr.: De rechtvaardigen vinden redding bij de Heer.

Vertrouw op de Heer en doe het goede,
bewoon het land en leef er veilig.
Zoek je geluk bij de Heer,
Hij zal geven wat je hart verlangt.

Leg je leven in de handen van de Heer,
vertrouw op Hem, Hij zal dit voor je doen:
het recht zal dagen als het morgenlicht,
de gerechtigheid stralen als de middagzon.

Wie de Heer welgevallig is,
mag zijn weg gaan met vaste tred.
Al komt hij ten val, hij blijft niet liggen,
want de Heer richt hem op.

De rechtvaardigen vinden redding bij de Heer,
Hij is hun toevlucht in tijden van nood.
De Heer heeft hen altijd geholpen en bevrijd,
Hij bevrijdt hen ook nu van de zondaars,
Hij redt hen, want zij schuilen bij Hem.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 4, 26-34

‘Het Rijk Gods is midden onder u’, was het verrassende antwoord van Jezus. In dit evangelie maakt Hij ons duidelijk waarin die verrassing eigenlijk bestaat. We zien het niet groeien. Het is als zaad dat ontkiemt, opschiet en groeit, maar wij weten het niet.

Jezus sprak tot de menigte:
‘Het is met het Koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe. De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar, en dan het rijpe graan in de aar. Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.’
En Hij zei: ‘Waarmee kunnen we het Koninkrijk van God vergelijken en door welke gelijkenis kunnen we het voorstellen? Het is als een zaadje van de mosterdplant, het kleinste van alle zaden op aarde wanneer het gezaaid wordt. Maar als het na het zaaien opschiet, wordt het het grootste van alle planten en krijgt het grote takken, zodat de vogels van de hemel in zijn schaduw kunnen nestelen.’
Met zulke en andere gelijkenissen maakte Hij hun het goede nieuws bekend, voorzover ze het konden begrijpen; Hij sprak alleen in gelijkenissen tegen hen, maar wanneer Hij alleen was met zijn leerlingen, verklaarde Hij hun alles.

Van Woord naar leven

‘Het is met het Koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe’, zegt Jezus ons vandaag in een gelijkenis.

God is de zaaier. Maar dikwijls gebruikt Hij de mens om zijn zaad uit te zaaien. Als Hij aan ons vraagt om lief te hebben, gebruikt Hij ons als zijn instrument om zijn zaad van liefde te zaaien in de situatie die zich aan ons voordoet, die Hij aan ons geeft.

Het gevaar bestaat er echter in dat een mens prat gaat op wat hij doet, dat hij het liefhebben zich toeëigent. Al snel voelt een mens zich de grote weldoener die toch wel veel goeds doet in deze wereld… En hij praat daar zo graag over…
Dat is jammer, omdat dat veel stuk maakt.
Degene die liefheeft verliest dan zijn voeling met God en wordt hoogmoedig. Hij eigent zich toe wat God hem gaf, en speelt als zodanig een beetje god.
Het liefhebben zelf verliest z’n schoonheid, omdat God eruit wordt gehaald. Het liefhebben mag uiterlijk dan wel een mooie daad zijn, doch het is in de diepte van z’n schoonheid beroofd. Je bemint als een lege doos met mooi inpakpapier.
Het liefhebben verliest ook z’n genade. Want doorheen het liefhebben wil God dikwijls genezend werkzaam zijn, wil Hij gemeenschap scheppen, verzoening tot stand brengen, mensen aanraken, enz… Wie bemint los van God bemint zonder deze ingrediënten. Het liefhebben heeft dan wel enige waarde, maar de echte vruchten zoals God ze geven wil zullen er niet komen. Jammer. Een gemiste kans, zowel voor degene die liefheeft, als voor degene die bemind wordt.

Met dit alles wordt niet gezegd dat iemand die bijvoorbeeld niet gelooft, niet vanuit God zou kunnen beminnen. Dat kan zeer zeker wel, alleen is hij zich daar niet bewust van. Als zijn liefde zuiver is kan het goed zijn dat God door die persoon bezig is… We weten niet hoe God werkzaam is. Laten we niet te snel oordelen over hen die naar onze normen misschien weinig echt christelijk liefhebben. Het is zeker zo dat het goed is de liefde een naam te geven (namelijk God), maar dat wil niet zeggen dat degene die dat niet doet niet in Gods stroom kan staan.
Simpelweg nooit oordelen !!

Nog even iets oever het toe-eigenen van de liefde.
Franciscus van Assisi zei dat we het goede dat we van God ontvangen hebben onmiddellijk aan Hem moeten teruggeven; niet toeëigenen dus.
Wie op een zuivere wijze bemint, geeft de liefde die hij van God ontvangen heeft aan God terug in het liefhebben.
Zo blijft degene die bemint vrij van de zonde van toeëigening.
En de liefde bewaart op deze wijze haar schoonheid, zowel uiterlijk als inhoudelijk.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
graag bieden wij ons aan U aan om instrument te zijn van uw liefde. Geef dat wij dit gebeuren ons nooit zouden toeëigenen, maar altijd U alle eer geven door al het goede dat wij van U ontvangen hebben weer onmiddellijk aan U terug te geven. Amen.