Lezingen van de dag – vrijdag 27 juli 2018


Heilige (of feest) van de dag

Titus Brandsma († 1942)

gedachtenis

Anno Brandsma werd op 23 februari 1881 geboren in de buurt van de Friese stad Bolsward. In 1898 trad hij in bij de Karmelieten en kreeg de kloosternaam Titus. Zijn priesterwijding volgde in 1905.

Zijn studies deed hij te Rome. Aanvankelijk werd hij docent filosofie aan de Karmelietenopleiding in Oss en in 1923 hoogleraar wijsbegeerte en mystiek aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Hier richtte hij het Instituut voor Nederlandse mystiek op en vertaalde met anderen de werken van de heilige Theresia van Ávila in vier delen.

Wegens zijn verzet tegen de Duitsers werd hij gearresteerd: hij had NSB-propaganda in de katholieke media verboden. Via de strafgevangenis in Scheveningen en kamp Amersfoort kwam hij uiteindelijk in het gevreesde concentratiekamp Dachau terecht. Daar stierf hij de dood van een heilige.

Hij werd als martelaar zalig verklaard in 1985.

Elk jaar wordt er in Nijmegen ter ere van hem een bedevaart gehouden; de belangstelling neemt nog steeds toe.

vrijdag in week 16 door het jaar


Uit de profeet Jeremia 3, 14-17

Met het verdwijnen van de ark van het Verbond na de verwoesting van Jeruzalem, bleek de heilige ruimte voor de eredienst te ontbreken. De profeet Jeremia roept op tot een andere eredienst, die van het hart. De mensen zullen nu zelf tempels worden van Gods aanwezigheid.

‘Kom terug, ontrouwe kinderen – spreekt de Heer –, want jullie behoren mij toe. Ik zal één van jullie uit elke stad nemen en twee van jullie uit elke familie, en jullie naar Sion brengen. Ik zal jullie herders naar mijn hart geven, en die zullen jullie met wijsheid en inzicht weiden. En als jullie in die tijd in aantal toenemen en dit land weer zullen bevolken, zal niemand meer over de ark van het Verbond met de Heer spreken. Die komt in niemands gedachten op, hij wordt niet meer genoemd of gemist, en wordt niet opnieuw gemaakt.
In die tijd zal men Jeruzalem “Troon van de Heer” noemen. Alle volken zullen er samenstromen, ze zullen op de naam van de Heer afkomen en zich niet meer laten leiden door hun koppig en boosaardig hart.’

 

Jer. 31, 10 + 11-12ab + 13

Refr.: De Heer zal ons behoeden zoals een herder zijn kudde.

Volken, luister naar de woorden van de Heer,
vertel het verder op de verste eilanden:
Hij die Israël verstrooid heeft,
zal het samenbrengen en het hoeden,
zoals een herder zijn kudde.

Want de Heer verlost het volk van Jakob,
Hij bevrijdt hen uit de hand die sterker was dan zij.
Zij komen juichend naar de Sion,
stralend van vreugde om de gaven van de Heer.

Meisjes dansen vrolijk in de rei,
jongens en grijsaards dansen mee.
Hun rouw verander ik in vreugde,
Ik troost hen, hun verdriet vergeten zij.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 13, 18-23

Jezus verklaart zijn leerlingen de parabel van de zaaier. Het gaat erom dat iedereen in zijn hart een stukje goede grond bereidt dat ontvankelijk is om het goede zaad, het woord van God, op te vangen. Tegelijk is het een uitnodiging voor ons om rotsachtige plekken en doornen te ontdekken en op te ruimen.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Hoor en begrijp dan nu de gelijkenis van de zaaier:
bij ieder die het woord van het koninkrijk hoort maar het niet begrijpt, komt hij die het kwaad zelf is en rooft wat hun in het hart is gezaaid; bij hen is op de weg gezaaid.
Het zaad dat op rotsachtige grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en het meteen met vreugde in zich opnemen. Het schiet echter geen wortel in hen, oppervlakkig als ze zijn. Worden ze vanwege het woord beproefd of vervolgd, dan houden ze geen ogenblik stand.
Het zaad dat tussen de distels is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen, maar bij wie de zorg om het dagelijkse bestaan en de verleiding van de rijkdom het woord verstikken, zodat het zonder vrucht blijft.
Het zaad dat in goede grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en begrijpen. Zij dragen dan ook rijkelijk vrucht, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig.’

Van Woord naar leven

Laten we Gods Woord ontvangen als wat het is: het Woord van God; Christus zelf. Dat het diep mag doordringen in ons hart, dat het wortel mag schieten, en tot groei en bloei mag komen.

Laten we niet enkel het Woord aanhoren, maar laten we er ons ook mee verinnigen. Zo zullen we God aanwezig stellen in onszelf, ons gebed, onze ontmoetingen, onze (goede) werken,… wat alleen maar heilzaam en genezend is voor onszelf, de Kerk en de hele samenleving.

Laat ons eenvoudig en in diep geloof bidden, innerlijk of letterlijk geknield, ne keer of vier per dag, niet te lang, met een gezond boerenverstand, onze handen en ons hart geopend, zoals de akker uitkijkt naar het zaad van de boer.

Kijk in eenvoud naar God in Christus. Hij kijkt, in Christus, naar u. En vlieg in elkaars armen, niet sentimenteel bedoeld, maar als een eenvoudige en zuivere gods-ontmoeting. En laat het zaad maar kiemen.

Dan leef je. Dan leef jij in Hem en leeft Hij in u.

God, wat ben je groot !

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

God, onze Vader,
in Jezus uw Zoon spreekt Gij tot ons. Zijn woord is als een zaad dat Gij in onze harten plant. Wij bidden U dat wij met blijdschap uw woord aanvaarden, dat wij goede vruchten dragen en voor elkaar een rijke en blijde zegen zijn.
Groeiend in Christus. Amen.