Lezingen van de dag – vrijdag 27 nov. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Gregorius de Sinaïet (+ 1346)

Gregorius de Sinaïet (of Sinaïticus), klooster Paroria in de buurt van Adrianopolis, Thracië, Bulgarije; asceet & geestelijk leidsman; † 1346

Hij heeft veel gezworven, maar wordt Sinaïticus genoemd, omdat hij daar zijn kloostergeloften aflegde.

Hij was afkomstig uit de buurt van Smyrna in
Klein-Azië (= het huidige Izmir aan de westkust van Turkije). Hij studeerde filosofie en vooral Bijbel. Maar bij een inval van de Turken werd hij met vele andere christenen gevangen genomen en als slaaf te koop aangeboden op de markt van Laodicea. De christenen van die stad kochten hun geloofsgenoten vrij, waarop Gregorius naar Cyprus vertrok, waar hij een heilige monnik ontmoette die hem als leerling opnam en inwijdde in het monniksleven.

Verlangend naar meer verhuisde hij naar het beroemde Catharinaklooster op de berg Sinaï waar hij dus uiteindelijk zijn kloostergeloften aflegde. Hij leidde een serieus en voorbeeldig monniksleven, zozeer zelfs dat zijn medebroeders hem ‘de lichaamloze’ noemden. Bijna elke dag klom hij naar de top van de berg om te bidden op de plek waar volgens de traditie Mozes destijds met God had gesproken in het brandende braambos.

Maar zijn heilige levenswandel wekte ook jaloezie, en er begonnen praatjes over hem de ronde te doen. Zodra dat tot hem doordrong, verliet hij zijn geliefde plek in gezelschap van zijn leerling Gerasimos. Na een pelgrimstocht naar Jeruzalem vestigden zij zich op het eiland Kreta. Op een dag werd Gregorius bezocht door een monnik daar uit de buurt: Arsenios. Zij raakten met elkaar in gesprek over hun gebedsleven. Nadat Arsenios Gregorius had aanhoord, merkte hij op: “Dat alles, mijn zoon, behoort tot het doen, de praxis, niet tot het schouwen, de theoria.” Vanaf dat moment legde hij zich toe op het puur contemplatieve gebed. Hij bezocht zoveel mogelijk monniken waarbij hij hun enerzijds vroeg om hun gebed en zegen; anderzijds begon hij hun te onderrichten in het gebed van de theoria. Want hij bemerkte dat bijna alle monniken wel de weg van de praxis bewandelden, maar zelden toekwamen aan de weg van de Godschouwing. Uiteindelijk kwam hij op de monnikenberg Athos terecht. Daar trof hij in klooster Filotheou drie monniken die de weg van schouwing beoefenden. Zelfs hun namen zijn overgeleverd: Jesaja, Cornelios en Makarios. Bij hen bleef hij wonen en allengs sloten zich meer leerlingen aan. Toen het te druk werd, trok hij zich nog dieper op de berg terug. Maar ook daar wisten leerlingen hem te vinden.

Uiteindelijk liet hij de Athos achter zich en vestigde zich na tal van omzwervingen in de buurt van Adrianopolis in Thracië, het grensgebied van Griekenland en Bulgarije. Daar betrok hij een klooster, Paroria, waar hij zijn geestelijke werken en lessen schreef en zich in alle rust toelegde op het Jezusgebed en de hesychastische spiritualiteit.

Na een korte ziekte is hij gestorven.

Vele van zijn werken zijn opgenomen in de Filokalia. Dat is een bundeling van geschriften over het gebed van het hart uit de christelijke tradities van het oosten.

VRIJDAG IN WEEK 34 DOOR HET JAAR


Uit het boek Daniël 7, 2-14

Daniël ziet de Mensenzoon, die voor de troon van God geleid wordt. Deze mysterieuze persoon verzekert de eeuwige heerschappij van de Allerhoogste. Door Hem groeit een volk van geloofsgetuigen, die zullen delen in zijn heerlijkheid.

In die dagen sprak Daniël:
‘Vier grote dieren rezen op uit de zee, elk met een andere gestalte.
Het eerste dier leek op een leeuw, maar dan met adelaarsvleugels. Ik zag hoe zijn vleugels werden uitgerukt, hoe het dier werd opgetild, op twee voeten overeind werd gezet als een mens en ook het hart van een mens kreeg.
Toen verscheen er een tweede dier; het leek op een beer en het had zich half opgericht. Het hield drie ribben tussen de tanden van zijn muil, en het dier werd aangespoord met de woorden: “Sta op, eet veel vlees.”
Daarna zag ik een ander dier; het leek op een panter, maar dan met vier vogelvleugels op zijn rug, en het had ook vier koppen. Dit dier werd macht toebedeeld.
Daarna zag ik in mijn nachtelijke visioenen een vierde dier, angstaanjagend, afschrikwekkend en geweldig sterk, met grote ijzeren tanden. Het vrat en vermaalde alles, en wat overbleef vertrapte het met zijn poten. Het verschilde van alle dieren die daarvoor verschenen waren, en het had tien horens. Toen ik naar de horens keek zag ik hoe een kleine, nieuwe horen tussen de andere opkwam; drie van de oude horens werden uitgerukt om er plaats voor te maken. En in die horen bevonden zich ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak.
Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam. Zijn kleed was wit als sneeuw, zijn hoofdhaar als zuivere wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen, de wielen uit laaiend vuur. Een rivier van vuur welde op en stroomde voor hem uit. Duizend maal duizenden dienden hem, tienduizend maal tienduizenden stonden voor hem. Het hof nam plaats en de boeken werden geopend. Ik zag hoe het dier werd gedood vanwege de grootspraak van de horen, ik zag hoe zijn lichaam werd vernietigd en aan de vlammen werd prijsgegeven.
De andere dieren werd wel hun macht ontnomen, maar hun werd nog enige tijd van leven gegund.
In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.’

 

Daniël 3, 75-81

Refr.: Prijs en verhef de Heer voor eeuwig !Drieeenheid_2

Loof Hem, bergen en heuvels,
al wat daar groeit, prijs de Heer.

Loof de Heer, alle bronnen,
zeeën en stromen, prijs Hem.

Loof de Heer, al wat leeft in het water,
vogels van de hemel, prijs Hem.

Loof Hem, wilde en tamme dieren,
prijs en verhef Hem eeuwig.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 21, 29-33

Wij verwachten de opstanding van de doden en het leven van het komend Rijk. Op het einde der tijden zal het kwaad overwonnen zijn, de doden zullen opstaan en het wordt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar het Verbond tussen God en de mens zal vervuld zijn.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Kijk naar de vijgenboom en al de andere bomen. Als je ziet dat ze uitlopen, weet je dat de zomer in aantocht is. Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het koninkrijk van God nabij is.
Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker niet verdwenen zijn wanneer dit alles gebeurt.
Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen.’

Van Woord naar leven

Ik denk dat de meesten van ons ’s morgens, wanneer ze opstaan, naar buiten kijken, om te zien wat voor weer het is. We kijken niet enkel naar buiten, maar ook omhoog, naar de lucht. Want deze lucht is gewoonlijk een voorbode voor het weer van de komende uren, de komende dag.
Dat ‘naar buiten kijken’, elke dag opnieuw, is een vanzelfsprekendheid. En da’s normaal; wij leven immers in het weer dat die dag aan ons gegeven wordt, en we willen weten wat dat weer inhoudt.

Lezen wij, met dezelfde vanzelfsprekendheid, Gods Woord aan ons vandaag gegeven? Want net zoals het weer ons gegeven is, zo is ook het Woord aan ons geschonken, dag na dag.

Het is goed, wanneer wij ’s morgens opstaan, dit Woord te lezen, het ter harte te nemen. Dit Woord is immers vandaag aan ons gegeven als een fris, nieuw en vooral levend Woord. Het Woord dat vlees is geworden (Christus zelf) komt ons tegemoet doorheen zijn Woord. Het draagt de genade in zich Hem te ontmoeten die ons zijn Woord schenkt.
Het is als zaad dat in ons hart wordt gezaaid. In de stille overweging van dat Woord kan het wortel schieten en vrucht dragen doorheen ons gebed en bezigheden tijdens de dag.

Zonder dat we het misschien beseffen, leven we op deze wijze met onze ziel gericht naar de eeuwigheid. Want Gods Woord is eeuwig, en deelnemen aan het Woord voert ons in het eeuwig leven. Ja, nu al.

Of om het met andere woorden te zeggen: wie leeft in en naar Gods Woord geeft zijn leven een eeuwigheidswaarde, doordat zijn leven (gebed, doen, en laten) verankerd zal zijn in het leven van Christus, die eeuwig is.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,cursustekst1
wij danken U dat Gij dagelijks tot ons komt doorheen uw Woord. Schenk ons liefde voor uw Woord, help ons het te begrijpen en om te zetten in ons dagelijks bestaan. Veranker ons in Uzelf, opdat velen U mogen ontmoeten. Amen.