Lezingen van de dag – vrijdag 27 oktober 2017


Heilige (of feest) van de dag

Vincentius, Sabina & Christeta van Avila (+ 303)

Vincentius van Ávila, Spanje; met Sabina & Christeta; martelaars

Volgens de legende gaat het hier om drie weeskinderen die van jongs af aan als christenen waren opgevoed. Ze waren afkomstig uit Talavera-la-Reyna (= het Portugese Evora) aan de Taag. Toen de antichristelijke edicten van de keizers Diocletianus (286-305) en Maximianus in Spanjeaan stadhouder Dacianus bekend werden, ontvluchtten zij hun woonplaats en kwamen na moeizame omzwervingen tenslotte in Ávila terecht. Maar de spionnen van Dacianus hadden hun werk goed gedaan. Zij spoorden hen op, arresteerden hen en leidden hen voor aan de stadhouder. Toen zij hun godsdienst niet wilden afzweren, gaf hij ze prijs aan de afschuwelijkste folteringen.

Van ouds staan zij te boek als patroonheiligen van de stad Ávila.

vrijdag in week 29 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 7, 18-25a

Paulus drukt in deze lezing een diep menselijke ervaring uit. Dikwijls lukken wij niet in het goede dat we willen terwijl het kwade – dat we niet willen – steeds weer opduikt. Paulus biedt hiervoor een oplossing: Jezus Christus, onze Heer. God zij gedankt !

Broeders en zusters,
ik besef dat in mij, in mijn eigen natuur, het goede niet aanwezig is. Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik.
Maar wanneer mijn daden in strijd zijn met mijn wil, ben ik daar niet zelf de oorzaak van, maar de zonde die in mij heerst. Ik ontdek in mij de wetmatigheid dat het kwade zich aan mij opdringt, ook al wil ik het goede doen.
Innerlijk stem ik vol vreugde in met de wet van God, maar in alles wat ik doe zie ik die andere wet. Hij voert strijd tegen de wet waarmee ik met mijn verstand instem en maakt van mij een gevangene van de wet van de zonde, die in mij leeft.
Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood? God zij gedankt, door Jezus Christus, onze Heer.

 

Psalm 119, 66 + 68 + 76 + 77 + 93 + 94

Refr.: God, onderwijs mij in uw wetten.

Leer mij goed oordelen en onderscheiden,
ik heb vertrouwen in uw geboden.

U bent goed geweest en hebt goed gedaan,
onderwijs mij in uw wetten.

Moge uw liefde mij vertroosten,
zoals U aan uw dienaar hebt beloofd.

In eeuwigheid zal ik uw regels niet vergeten,
daardoor houdt U mij in leven.

Ik ben van U, red mij,
want steeds zoek ik uw regels.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 12, 54-59

Zien wij ook in deze tijd de tekenen van de Heer ?

Jezus sprak tot de menigte:
‘Wanneer jullie een wolk zien opkomen in het westen, zeggen jullie meteen dat er regen op komst is, en dat is ook zo. En wanneer jullie merken dat de wind uit het zuiden komt, zeggen jullie dat er hitte op komst is, en dat is ook zo. Huichelaars!
De aanblik van de aarde en de hemel kunnen jullie duiden, hoe kan het dan dat jullie deze tijd niet kunnen duiden? Waarom bepalen jullie niet uit jezelf wat juist is?
Als je met je tegenstander op weg bent naar een hoge autoriteit, doe dan moeite om nog onderweg tot een vergelijk met hem te komen, anders sleept hij je voor de rechter, en de rechter zal je uitleveren aan de gerechtsdienaar, en die zal je in de gevangenis gooien. Ik zeg je, dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent betaald hebt.’

Van Woord naar leven

Vandaag horen we Paulus in zijn brief aan de christenen van Rome: ‘Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik.’

Is dat niet herkenbaar voor ieder van ons ? Ik denk het wel. Voor mij toch zeker.
Nog meer merkwaardig is dat we ons ‘nee-woord’ soms diep koesteren. En dit terwijl we weten dat het haaks staat tegenover wat God vraagt. Dikwijls zit dat in heel kleine dingen, heel subtiel, maar wel aanwezig; actief aanwezig. Denk aan roddel, oordeel, kwaad spreken, neerkijken op, onnodige negatieve kritiek, humor die neerhaalt, nalaten van gebed, …
We doen het gewoon, wetende dat het niet goed is. De mens is – wat dat betreft – een raar wezen.

We zijn zondaars, in het klein, soms ook in het groot. We moeten daar gewoon eerlijk in zijn. Ook al accepteren we dat niet graag.

In het Wees Gegroet bidden we ‘Bid voor ons, arme zondaars’. Aan het begin van de eucharistie, bij het Kyrië zeggen we tot drie maal toe: ‘Heer, ontferm U over ons’. Bij de schuldbelijdenis: ‘Door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld’.
Huichelen we als we aan het begin van de eucharistieviering vergeving vragen voor onze zonden? Spelen wij hier de zondaar? Nee, we zouden huichelen als we menen dat we geen zonden hebben. We zouden huichelen wanneer we ons vereenzelvigen met ons correcte uiterlijk.
Niet huichelen is weten dat we zondaars zijn.

Is dat een negatieve gedachte? Nee, integendeel.
Pas voor wie inziet en voor zichzelf en voor God toegeeft dat hij een zondaar is, is er genezing mogelijk. Inzien kan leiden tot een diepgemeend ‘Heer, ontferm U over mij’, en dat geneest. In het inzicht is de Heer reeds genezend aanwezig. In zijn Geest zal Hij de mens brengen tot het Kyrië, of zelfs tot de biechtstoel, waar de zondaar wordt uitgenodigd zijn diepste nee-woord tot uitdrukking te brengen om het te leggen in Gods barmhartigheid; Hij die vergeeft, Hij die geneest.

Genezing, redding, kunnen we niet zelf bewerkstelligen. Daar hebben we God voor nodig, en Hij ons.

Kom, laten we ons geven aan de Heer, niet alleen met onze ja-woorden, maar ook, en misschien vooral, met onze nee-woorden.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
wij bidden dat wij, wanneer wij zondigen, de genade mogen krijgen dit te mogen inzien. Kom dan met uw heilige Geest over ons en doe ons knielen voor U, om ons nee-woord te leggen in uw barmhartigheid, in uw genezend Hart.
Amen.