Lezingen van de dag – vrijdag 28 juli 2017


Heilige (of feest) van de dag

Nazarius van Milaan (+ 68)

Italië, martelaar met Celsus

Nazarius’ moeder, Perpetua, was nog gedoopt door de apostel Petrus († 67; feest 29 juni). Geïnspireerd door het voorbeeld van zijn moeder, verlangde hij ernaar Christus te verkondigen en trok door Noord-Italië, tezamen met de jonge Celsus, die een doopleerling van hem was geweest. In Milaan werden zij door heidenen gevangen genomen. Juist in die tijd kwamen de christenvervolgingen onder keizer Nero (54-68) op gang. De stadhouder liet de twee geruime tijd in de boeien aan hun lot over. Uiteindelijk gaf hij opdracht ze te onthoofden.

Aanvankelijk lagen Nazarius en Celsus apart begraven. Op 10 mei 395 werden de beide lichamen ontdekt en door bisschop Ambrosius († 397; feest 7 december) plechtig overgebracht naar de kathedrale apostelkerk.

Nazarius is patroon van de Franse plaats Saint-Nazaire (dep. Loire-Atlantique); zijn voorspraak wordt ingeroepen voor de kinderen.
Hij wordt afgebeeld als martelaar (met palmtak); soms als (belangrijke) soldaten.

vrijdag in week 16 door het jaar


Uit het boek Exodus 20, 1-17
   (Willibrordvertaling)

De eerste concrete openbaring van God was “Wet”. Zij is niet zo onpersoonlijk als wij ze gewoonlijk aanzien. God richt zich héél persoonlijk tot zijn volk. Hij doet beroep op de vrijheid van de mens en nodigt hem uit in de Wet de persoonlijke wil van God af te lezen om zo met Hem in gemeenschap te treden.

In die dagen sprak God al de woorden die hier volgen:
Ik ben de Heer uw God, die u heb weggeleid uit Egypte, het slavenhuis.
Gij zult geen andere goden hebben, ten koste van mij. Gij zult geen godenbeelden maken. geen afbeelding van enig wezen boven in de hemel, beneden op aarde of in de wateren onder de aarde. Gij zult u voor hen niet ter aarde buigen en hun geen goddelijke eer bewijzen; want Ik, de Heer uw God, Ik ben voor hen die mij haten een jaloerse God die de schuld van de vaders wreekt op hun kinderen, tot het derde en vierde geslacht, maar voor hen die mij liefhebben en mijn geboden onderhouden, een God die goedheid bewijst tot aan het duizendste geslacht.
Gij zult de naam van de Heer uw God niet lichtvaardig gebruiken: want de Heer laat degenen die zijn naam lichtvaardig gebruiken niet ongestraft.
Denk aan de sabbat die moet heilig voor u zijn. Zes dagen zult gij werken en alle arbeid verrichten. Maar de zevende dag is de sabbat voor de Heer uw God. Dan moogt gij geen enkele arbeid verrichten: gijzelf niet, uw zoon niet, uw dochter niet, uw slaaf niet, uw slavin niet, uw dieren niet, zelfs niet de vreemdeling die bij u woont. In zes dagen immers heeft de Heer de hemel, de aarde, de zee met al wat erin is, gemaakt. Maar de zevende dag heeft Hij gerust en zo de sabbat gezegend en tot een heilige dag gemaakt.
Eer uw vader en uw moeder. Dan zult gij lang leven op de grond die de Heer uw God u schenkt.
Gij zult niet doden.
Gij zult geen echtbreuk plegen.
Gij zult niet stelen.
Gij zult tegen uw naaste niet leugenachtig getuigen.
Gij zult uw zinnen niet zetten op het huis van uw naaste; gij zult niet uw zinnen zetten op de vrouw van uw naaste, niet op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, op niets wat hem toebehoort.’

 

Psalm 19, 8-11

Refr.: Het gebod van de Heer is helder, licht voor de ogen.

De wet van de Heer is volmaakt:
levenskracht voor de mens.
De richtlijn van de Heer is betrouwbaar:
wijsheid voor de eenvoudige.

De bevelen van de Heer zijn eenduidig:
vreugde voor het hart.
Het gebod van de Heer is helder:
licht voor de ogen.

Het ontzag voor de Heer is zuiver,
houdt stand, voor altijd.
De voorschriften van de Heer zijn waarachtig,
rechtvaardig, geheel en al.

Ze zijn begeerlijker dan goud,
dan fijn goud in overvloed,
en zoeter dan honing,
dan honing vers uit de raat.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 13, 18-23

Jezus verklaart zijn leerlingen de parabel van de zaaier. Het gaat erom dat iedereen in zijn hart een stukje goede grond bereidt dat ontvankelijk is om het goede zaad, het woord van God, op te vangen. Tegelijk is het een uitnodiging voor ons om rotsachtige plekken en doornen te ontdekken en op te ruimen.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Hoor en begrijp dan nu de gelijkenis van de zaaier:
bij ieder die het woord van het koninkrijk hoort maar het niet begrijpt, komt hij die het kwaad zelf is en rooft wat hun in het hart is gezaaid; bij hen is op de weg gezaaid.
Het zaad dat op rotsachtige grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en het meteen met vreugde in zich opnemen. Het schiet echter geen wortel in hen, oppervlakkig als ze zijn. Worden ze vanwege het woord beproefd of vervolgd, dan houden ze geen ogenblik stand.
Het zaad dat tussen de distels is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen, maar bij wie de zorg om het dagelijkse bestaan en de verleiding van de rijkdom het woord verstikken, zodat het zonder vrucht blijft.
Het zaad dat in goede grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en begrijpen. Zij dragen dan ook rijkelijk vrucht, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig.’

Van Woord naar leven

Vraag is of ons hart de goede bodem is waar het Woord met liefde ontvangen kan worden, waar het kan gedijen, wortel kan schieten, vrucht kan dragen.

Ons hart is als een akker die grondig goed moet verzorgd worden, wil het Woord z’n ingang kunnen vinden. Met andere woorden: het vraagt een act van de mens, een beweging zeg maar, om het Woord te kunnen ontvangen.

Deze beweging noemen we ‘gebed’, in z’n meest diepe betekenis.

Het is allereerst arm zijn, of willen zijn. Het is verlangen leeg te zijn in jezelf, om geopend voor God je te keren naar Hem; zuchtend, vol blijken van liefde, zoekend naar Hem, oplettend voor zijn komen. Reeds in het verlangen, of tijdens het zoeken, mag je zijn aanraking inademen, smachtend naar zijn innerlijke kus, zijn leven, zijn er-zijn diep in jezelf. Het is je ver-innigen met de zachte vlammen van de Geest die je ziel zullen opwekken en openen voor God, je eeuwige Minnaar, geschonken in Christus.

Deze beweging van de mens, deze levenshouding, dit gebed, zal van het menselijk hart de goede bodem maken om Gods Woord ten diepste te kunnen ontvangen. Het is alsof God zelf in zijn Vaderlijke liefde zijn eigen zaad zaait op de akker door Hemzelf bewerkt. En zijn zaad, dat is zijn Zoon; het mensgeworden Woord aan ieder gegeven, vindend in de Blijde Boodschap, de Kerk met een hoofdletter, in elkaar en in al die situaties waarin Hij zichzelf zichtbaar, of meer verborgen, openbaart door op te roepen het leven lief te hebben in Jezus’ naam.

Laat ons arm worden voor God, biddende mensen, om leeg te zijn voor Hem, rijk in Christus.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

M’n Liefste,
leer ons afstand te doen energie te steken in het vinden van U. Leer ons daarentegen te bidden. Leer ons onze ziel te leggen in dat zachte vuur van de Geest die ons in leegte zal openen voor U. Geef ons die minnende blik die uitkijkt naar uw komen in Christus. Moge Christus ons tot zich nemen, opgenomen in U, ja, reeds in het verlangen.
Oh Geest. Kom. Ja, kom, en wees.
Amen.