Lezingen van de dag – vrijdag 28 sept 2018


Heilige (of feest) van de dag

Wenceslaus I van Bohemen († 929)

Wenceslaus I (ca. 905 – Stará Boleslav 28 september 929 of 935), hertog van Bohemen

Hij werd in 903, 908 of 910 geboren als zoon van Vratislav I van Bohemen.
Zijn grootmoeder, de Heilige Ludmilla, gaf hem een christelijke opvoeding.
Na de dood van Wenceslaus’ vader werd zijn heidense moeder Drahomíra regentes van het hertogdom. Zij voerde een antichristelijk bewind.
Het Boheemse volk smeekte Wenceslaus de macht over te nemen. Dat deed hij omstreeks 925 en plaatste het hertogdom onder de protectie van het Duitse Rijk.
Op zijn gezag vierde de kerk van Bohemen de liturgie niet langer in de Byzantijnse ritus, maar in de Latijnse.
Wenceslaus was een vroom en deugdzaam man.
Zijn liefde voor de eucharistie is legendarisch: het verhaal ging dat hijzelf de tarwe voor hosties zaaide en de druiven voor de miswijn zelf perste.
Wenceslaus had de gelofte van maagdelijkheid afgelegd.
In opdracht van zijn broer Boleslav I werd hij vermoord op 28 september 935. Zijn lichaam werd in stukken gehakt en begraven op de plaats van de moord.
Boleslav kreeg berouw over zijn misdaad, deed boete en beval de relieken van zijn broer over te brengen naar de Sint-Vituskerk in Praag.
Wenceslaus is de beschermheilige van Bohemen en van Tsjechië.
Het Wenceslausplein in Praag draagt sinds 1848 zijn naam.
De zogenaamde Heilige Wenceslaskroon werd pas eeuwen na zijn dood gesmeed.

Bron: Heiligen.net

vrijdag in week 25 door het jaar


Uit het boek Prediker 3, 1-11

Alles wat onder de hemel gebeurt, heeft zijn eigen tijd. De Prediker geeft in een lijst tegenstellingen een reeks voorbeelden. God heeft ze allemaal uitstekend gemaakt, ieder ding voor zijn tijd. Hij heeft in het hart van de mens de hele wereld gelegd.

Voor alles wat gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel.
Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om te rooien.
Er is een tijd om te doden en een tijd om te helen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen.
Er is een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen.
Er is een tijd om te ontvlammen en een tijd om te verkillen, een tijd om te omhelzen en een tijd om af te weren.
Er is een tijd om te zoeken en een tijd om te verliezen, een tijd om te bewaren en een tijd om weg te gooien.
Er is een tijd om te scheuren en een tijd om te herstellen, een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken.
Er is een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten. Er is een tijd voor oorlog en er is een tijd voor vrede.
Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij met zijn gezwoeg tot stand brengt?
Ik heb gezien dat het een kwelling is, die hem door God wordt opgelegd. God heeft alles wat er is de goede plaats in de tijd gegeven, en ook heeft Hij de mens inzicht in de tijd gegeven. Toch kan de mens het werk van God niet van begin tot eind doorgronden.

 

Psalm 144, 1-4

Refr.: Heer God, vervul onze dagen met uw liefde.

Geprezen zij de Heer, mijn rots,
die mijn handen oefent voor de strijd,
die mijn vingers schoolt voor het gevecht.

De Heer, mijn beschermer, mijn vesting,
de burcht die mij veiligheid biedt,
het schild waarachter ik schuil,
Hij die volken aan mij onderwerpt.

Heer, wat is de mens dat U om hem geeft,
de sterveling dat U aan hem denkt?
Een mens is vluchtig als een ademtocht,
zijn dagen glijden als een schaduw weg.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 9, 18-22

De leerlingen hadden tot het midden van Jezus’ openbaar leven het geheim van zijn zending nog niet begrepen. Nu daagt Hij hen uit tot een standpunt in te nemen tegenover Hem en de gangbare meningen. Als zij hebben bekend dat Hij de messias is, dan insisteert Hij dat Hij zijn taak zal uitoefenen door te dienen ten einde toe.

Toen Jezus eens aan het bidden was en alleen de leerlingen bij Hem waren, stelde hij hun de vraag: ‘Wie zeggen de mensen dat Ik ben?’
Ze antwoordden: ‘Johannes de Doper, maar anderen zeggen Elia, en weer anderen beweren dat een van de oude profeten is opgestaan.’
Hij zei tegen hen: ‘En wie ben Ik volgens jullie?’
Petrus antwoordde: ‘De door God gezonden messias.’ Hij beval hun op strenge toon dat tegen niemand te zeggen.
Hij zei: ‘De Mensenzoon zal veel moeten lijden en door de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden worden verworpen en gedood, maar op de derde dag zal Hij uit de dood worden opgewekt.’

Van Woord naar leven

Hij zei tegen hen: ‘En wie ben Ik volgens jullie?’
Petrus antwoordde: ‘De door God gezonden messias.’

Nadat Jezus aan de leerlingen vroeg wat de mensen zeggen wie of wat Hij voor hen was, stelde Hij deze vraag nu heel persoonlijk aan hen, waarop dan Petrus antwoordde: ‘De door God gezonden messias’.
Bij Matteüs zegt Jezus er dan nog bij: ‘Gelukkig ben je, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel.’ (Mt. 16, 17)

Dit laatste, namelijk het geopenbaard zijn door de Vader, is van groot belang. Immers ook aan ons vraagt Jezus wie Hij voor ons is. En als we al antwoorden is het van belang dat we dit doen vanuit een innerlijke openbaring.

We zouden namelijk ook kunnen antwoorden vanuit ons allerindividueelste ikje, los van God. Antwoorden als ‘Jezus is voor mij enkel een voorbeeld, Hij komt mij interessant over, Hij is voor mij een soort licht, zijn boodschap heeft nog enige betekenis, Hij is een meester onder de vele meesters, Hij is voor mij een soort boeddha, ik doe mijn best en Hij doet de rest,…’, zijn woorden die misschien ‘iets’ zeggen over Hem, maar gewoonlijk omvatten ze lang niet wie de Heer in werkelijkheid, of in de diepte, is.

Trouwens, niet wat ik denk wie de Heer is, is van belang, maar wel wie Hij voor mij is. Dat zijn twee verschillende zaken.

Om te kunnen zeggen wie Jezus is, moeten we een hart hebben dat zich opent voor Gods openbaring. Een arm hart, een hart dat leeg is, een hart dat uitkijkt naar wat is, en wat zich daardoor wilt laten vullen.

Met andere woorden: we moeten leren stil zijn, en rustig. Stil om te kunnen luisteren, rustig om in vrede en geduld te kunnen ontvangen.

Justinus, uit de 2e eeuw, verwoordde het zo: ‘Je moet vooral bidden dat de deuren van het licht voor je worden geopend, want niemand kan zien en begrijpen, als God en zijn Christus het hem niet mogelijk maken om te verstaan’.

Bonhoeffer (1906-1945) trekt dit nog verder open wanneer de mens, of de Kerk, meent te moeten spreken over Christus. Hij zegt: ‘Een leer over Christus begint met zwijgen. Het zwijgen van de Kerk is het zwijgen van het Woord. Over Christus spreken betekent zwijgen. Over Christus zwijgen betekent spreken. Als de Kerk op de juiste manier spreekt door op de juiste manier te zwijgen, dan verkondigt ze Christus.’

Met andere woorden: we kunnen Christus leren kennen door zijn Woord, maar we moeten dit Woord ontvangen vanuit een luisterende houding. Niet te snel invullen, maar diep luisteren, vanuit leegte en verlangen, om te kunnen ontvangen wat gegeven wordt.

Enkel dan zullen we kunnen ontmoeten; Hem ontmoeten. Want we zullen Hem maar ten diepste kunnen vinden wanneer we Hem kennen zoals Hij is. Maar nogmaals: wat ons kennen van Hem betreft hangt van Hem af, en niet van ons.
Paus Benedictus XVI zei: ‘Wat we ook doen, indien Hij zich niet toont, zullen we nooit volledig tot bij Hem geraken’.

Moraal van het verhaal: laten we nooit te snel God, of Christus, invullen. Laten we, integendeel, met veel geduld en discipline, de stilte diep beminnen en koesteren, opdat we van Hem mogen ontvangen.

En laten we dan, vanuit een innige verkering met Hem, nederig en moedig, Hem uitdragen: zijn liefde, zijn vrede, zijn barmhartigheid. Eén met Hem.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
moge uw Geest ons biddend hart begeleiden, opdat het leeg mag zijn, vol verlangen naar U, uitkijkend naar een innige eenheid met U. Zo kunt Gij Uzelf openbaren, en kunnen wij ons schenken aan U.
Kom heilige Geest. Amen.