Lezingen van de dag – vrijdag 29 mei 2015


Heilige (of feest) van de dag

Gerardesca van Pisa (+ ca 1260)

Gerardesca (ook Geraldina, Gerardina of Gherardesca) van Pisa osb.cam., Italië; weduwe & kluizenares;
† ca 1260.

Zij werd geboren aan het begin van de 13e eeuw, vermoedelijk in 1210 of 1211. Als kind voelde zij zich aangetrokken tot de godsdienst. Maar dat nam zulke vormen aan dat de familie er ongerust van werd. En die familie was toch zelf ook behoorlijk godsdienstig. Zij was nog geen zeven jaar oud, toen zij ‘de genoegens van het gezinsleven’ ontvluchtte – zoals haar levensbeschrijver het zegt – en zich terugtrok in een kloostertje. Daar leidde zij enige tijd een tamelijk onopvallend leven. In ieder geval horen we niets van haar. Ze zal zich dus wel niet bijzonder ongewoon gedragen hebben.

Op een goed moment vond haar moeder dat ze weer naar huis moest komen. En dat deed ze. Ze gehoorzaamde ook, toen haar moeder voor haar een geschikte echtgenoot had uitgekozen. Eindelijk begon haar dochter Gerardesca een beetje normaal te worden, dacht moeder. Ze ging zich tenminste gedragen als andere vrouwen. Zie je wel, moeders weten uiteindelijk toch altijd wat het beste is voor hun dochter. Vandaar dat moeder nu vurig bad tot God dat er bij haar dochter gauw een kindje geboren zou worden. Dan had Gerardesca geen tijd meer voor andere dingen; en dan was zij zelf voor het eerst oma. In haar gebed kreeg ze te horen dat haar dochter alleen maar een geestelijk kind zou baren. Daar begreep moeder niets van. Ze werd ziek. Ze begon te klagen over allerlei pijnen en kwalen. Ze raakte overdekt met zweren ne gezwellen. Ze kon zich eigenlijk niet buitenshuis vertonen. En moeder begon zich af te vragen of dit haar straf was voor haar al te grote bemoeizucht. Dat duurde zo twee jaar.

Intussen had dochter Gerardesca haar man weten over te halen om monnik te worden in een klooster. Hij zei dat hij dat zelfs graag wilde. Misschien was hij op zijn beurt door zijn familie gedwongen tot dit huwelijk met Gerarda. Hoe dan ook, hij ging in het klooster bij de monniken van St-Savin te Pisa. Gerardesca sloot zich aan bij de derde orde van deze kloostergemeenschap. Dat wil zeggen dat zij niet in de kloostergemeenschap zelf leefde, maar in haar privé-leven wel de kloostergeloften van armoede en kuisheid onderhield. Bovendien betekende het dat je aalmoezen gaf aan de armen. Gerardesca trok zich terug in de eenzaamheid en ging wonen in een kluisje (niet meer dan een schamel hutje in het bos) dicht in de buurt van het klooster waar haar man was ingetreden.

Eindelijk kon zij zich helemaal wijden aan gebed en vereniging zoeken met haar geliefde Heer, Jezus. Zij stond bekend als een vrouw die heel intensief en langdurig kon bidden. Daar ging ze dan volkomen in op, zodat ze niets anders meer om zich heen waarnam. Net alsof ze ergens heel mooie muziek hoorde spelen. Als ze bad, kon je aan haar zien dat ze één en al oor was. Ze luisterde ergens naar. In diezelfde tijd genas moeder van haar vreselijke pijnen. Later zou ze zeggen dat het de gebeden van Gerardesca waren geweest die haar weer gezond gemaakt hadden.

Gerardesca werd een vrouw waar ieder over met respect over sprak. De vreugde en vrede straalden van haar af. Vele mensen kwamen haar opzoeken om raad te vragen. En God weet hoevelen zij heeft getroost en bemoedigd. Sommigen zeggen dat zij overleed rond het jaar 1260; anderen menen dat het tien jaar later was.

VRIJDAG IN WEEK 8 DOOR HET JAAR

Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 44, 1 + 9-13

Wij hebben veel te danken aan anderen. Vele van onze voorgangers hebben het mogelijk gemaakt het Verbond te kennen en er trouw aan te blijven.

Laat ons de beroemde mannen prijzen, onze voorvaders, generatie na generatie. Aan anderen wordt niet meer gedacht, ze zijn verdwenen alsof ze nooit hadden bestaan, alsof ze nooit waren geboren; en zo verging het ook hun kinderen. Maar de eersten waren barmhartig, hun rechtvaardigheid werd niet vergeten. Hun naam blijft met hun nageslacht, hun nakomelingen zijn hun goede erfenis. Hun nageslacht houdt zich aan de verbonden, hun nakomelingen doen dat dankzij hen. Hun nageslacht blijft tot in eeuwigheid, hun roem zal niet worden uitgewist.



Psalm 149, 1-6a + 9b

Refr. Verheug u om uw machtige maker.

Zing voor de Heer een nieuw lied,
roem Hem te midden van zijn getrouwen.

Laat Israël verheugd zijn over zijn machtige maker,harpist
het volk van Sion juichen om zijn koning.

Laten zij dansend zijn Naam loven,
bij lier en tamboerijn voor Hem zingen.

Ja, de Heer vindt vreugde in zijn volk,
Hij kroont de vernederden met de zege.

Laten zijn getrouwen juichen in triomf,
nog jubelen als zij te ruste gaan,

met lofzang voor God uit hun kelen,
dat is de glorie voor al zijn getrouwen.


Uit het evangelie volgens Marcus 11, 11-25

Het gebeurt meermaals dat Jezus zinspeelt op echtheid en waarachtigheid tussen ons leven en ons bidden. De voornaamste onechtheid is wel met zijn medemens in onmin te leven en te denken dat men oprecht zou kunnen bidden. Dan wordt Gods tempel, waarin wij samenkomen om te bidden, als een dorre boom, een rovershol, een samenkomst van leugenaars en onwaarachtigen.

Jezus trok Jeruzalem in en ging naar de tempel. Nadat Hij alles in ogenschouw had genomen, ging Hij – want het was al laat geworden – met de twaalf terug naar Betanië.
Toen ze de volgende dag uit Betanië vertrokken, kreeg Hij honger. Hij zag in de verte een vijgenboom die in blad stond en ging erheen in de hoop iets eetbaars te vinden, maar toen Hij bij de boom gekomen was, vond hij geen vruchten; het was namelijk nog niet de tijd voor vijgen.
Hij zei tegen de boom: ‘Nooit ofte nimmer zal er nog iemand vruchten van jou eten!’
Zijn leerlingen hoorden dit.
Ze kwamen in Jeruzalem. Hij ging de tempel binnen en begon iedereen die daar iets kocht of verkocht weg te jagen; Hij gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver, en Hij liet niet toe dat iemand voorwerpen over het tempelplein droeg. Hij hield de omstanders voor: ‘Staat er niet geschreven: “Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn”? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’
De hogepriesters en de schriftgeleerden hoorden wat er gebeurd was en zochten naar een mogelijkheid om Hem uit de weg te ruimen; ze waren bang voor Hem, omdat het hele volk in de ban was van zijn onderricht.
Nadat de avond gevallen was, gingen Jezus en zijn leerlingen weg uit de stad.
Toen ze ‘s morgens vroeg weer langs de vijgenboom kwamen, zagen ze dat hij tot aan de wortels verdord was.
Petrus herinnerde zich het voorval en zei: ‘Rabbi, kijk, de vijgenboom die u vervloekt hebt, is verdord.’
Jezus zei tegen hen: ‘Heb vertrouwen in God. Ik verzeker jullie: als iemand tegen die berg zegt: “Kom van je plaats en stort je in zee,” en niet twijfelt in zijn hart, maar gelooft dat gebeuren zal wat hij zegt, dan zal het ook gebeuren. Daarom zeg Ik jullie: alles waarom jullie bidden en vragen, geloof dat je het al ontvangen hebt, en je zult het krijgen. Wanneer je staat te bidden en je hebt een ander iets te verwijten, vergeef hem dan, opdat ook jullie Vader in de hemel jullie je misstappen vergeeft.’

Van Woord naar leven

Christenen behoren hun naam waardig te dragen; fier, vol vreugde, bereid Christus’ liefde te gaan.

Aan christenen zou men moeten kunnen zien hoe God in elkaar zit, in de zin dat zij geroepen zijn Gods goedheid te belichamen. Dat is trouwens niet anders voor moslims en voor joden. Als ‘gelovigen’ zijn we met z’n allen uitgenodigd dragers en uitdragers te zijn van Gods vrede.

Christenen dragen een diepe schat in zich: namelijk deze van het kruis en de opstanding van Jezus. Vanuit die genade mogen wij leven en leven geven, de vreugde van de verrijzenis in ons dragend.

Maar zo dikwijls snijden we ons af van onze Bron, leven we vanuit ons eigen ‘ikje’ en sluiten Jezus als het ware weer op in zijn graf. De tempel van Gods Geest (ons hele zijn) wordt dan een dorre boom; zonder groen, zonder vruchten, zonder leven. De mammon viert er hoogtij, en zal alles in het werk stellen om de dode boom toch aantrekkelijk te maken. En raar maar waar… er zijn altijd mensen die daar in trappen… Oh zo jammer.

Lieve mensen, laat ons  bomen zijn geworteld in God zelf, vol groen blad en sappige vruchten, met wijd verspreide takken waar vele vogels van allerlei soort in welkom zijn. Laat ons bomen zijn drinkend aan Christus zelf, bron van levend water voor ieder die z’n dorst komt lessen aan Hem. Laten we als bomen ons richten naar Gods wind, zijn heilige adem, zijn vruchtbare Geest, die ons in staat stelt ons te geven aan Christus’ liefde.

Ja, lieve mensen, laten we treden in Christus’ ja-woord tot de Vader, om in eenheid met Hem, fris en fruitig, Gods liefdeslied te zingen naar allen die Hij ons toevertrouwt.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,heart01
kom met uw heilige Geest over ieder van ons. Beziel ons hart, ons hele zijn. Zet onze binnenkant in vuur en vlam voor U.
Mogen wij vanuit Jezus’ inwoning U belichamen: uw goedheid, uw barmhartigheid, uw vergevingsgezindheid, uw zin voor verzoening.
Ja goede God, trek ons in U, neem ons op, verteer ons in U. Mogen wij uw liefde worden.
Oh God. Amen.