Lezingen van de dag – vrijdag 3 juli 2015


Heilige (of feest) van de dag

Thomas, apostel (+ 1e eeuw)thomas (101) LR

Thomas Apostel (ook Didymus of Ongelovige Thomas), Malaipur (bij Madras), India; martelaar; † 1e eeuw.

Volgens de evangelies behoorde hij tot ‘de twaalf’, de kring van Jezus’ meest intieme leerlingen, die Hijzelf de naam ‘apostel’ (= ‘zendeling’ of ‘gezondene’) gaf (Mattheus 10,3; Markus 3,18; Lukas 6,15; Handelingen 1,13). Soms draagt hij de bijnaam ‘Dydimus’ (= ‘Tweeling’: Johannes 11,16;20,24).

Hij is de geschiedenis ingegaan als ‘de ongelovige Thomas’. Dat komt door de gebeurtenissen na Jezus’ opstanding uit de dood, zoals die verteld worden in het evangelie van Johannes (Joh. 20, 19-20)

Volgens vele bijbeluitleggers slaat Jezus’ verwijt over Thomas’ ongeloof op het feit, dat hij eerst de bewijzen moest zien, anders geloofde hij niet wat hem verteld werd. Die suggestioe ligt ook in Jezus’ slotwoorden.
Er is ook een andere uitleg mogelijk. Deze brengt Thomas’ ongeloof in verband met Gods grootheid. Hoe kon hij, Thomas, het verhaal geloven van zijn medeleerlingen, dat Jezus uit de doden was opgestaan, hen had opgezocht, vrede had gewenst en als klap op de vuurpijl de Heilige Geest van zonden-vergeving had doorgegeven, een volmacht die alleen aan God zelf toekwam? Als hij al had kunnen aannemen, dat Jezus uit de doden was opgestaan, hoe kon hij dan geloven, dat hun, de leerlingen zulke grote dingen toevertrouwd werden? Alsof zij niet tijdens Jezus’ lijden en dood stuk voor stuk door de mand waren gevallen en Jezus’ gezelschap niet waardig waren gebleken door laf te zijn, Jezus te verloochenen en op de vlucht te slaan! En aan zulke lieden zou Jezus vrede komen wensen en de Geest komen toevertrouwen die God tot God maakt!?
Als Jezus al was opgestaan en zou terugkomen, zou Hij dan niet eerst met zijn leerlingen een geducht appeltje te schillen hebben? Daarom vroeg Thomas zich af of degene die zijn medeleerlingen gezien hadden, wel werkelijk Jezus was geweest? Droeg Hij de littekens van zijn lijden en dood in zijn lichaam? Als dat inderdaad het geval was, en die persoon zou hun de Heilige Geest toevertrouwen, zonder dat Hij hun ook maar één verwijt maakte of zelfs maar een toespeling op hun beschamend aandeel in het hele verhaal…, als de verschijning hun inderdaad vergaf en Gods Geest toevertrouwde, dan stonden ze – maar dat was immers ongelooflijk! – oog in oog met God zelf!
En dat is dan ook wat Thomas belijdt, als Jezus zich aan inderdaad hem vertoont!

Volgens de overlevering trok hij na Pinksteren naar Oost-Azië en preekte het evangelie onder Parthen, Meden en Perzen en zou hij zelfs tot in India gekomen zijn. Hier stierf hij als martlaar.

Thomas’ relieken zouden aanvankelijk zijn overgebracht naar de Perzische stad Edessa. Sinds de middeleeuwen zouden zich ook reliquieën bevinden in de Italiaanse stad Ortona (bij Pescara). Er zijn nog andere plaatsen, die er prat op gaan (gedeelten van) zijn stoffelijk overschot rijk te zijn.

Pfarrkirche Neufelden. Apostelgalerie: Relief des heiligen Thomas ( 1500 )

Pfarrkirche Neufelden. Apostelgalerie: Relief des heiligen Thomas ( 1500 )

Sinds de kalenderhervorming van het Tweede vaticaans Concilie in 1969 is zijn traditionele feestdag van 21 december midden in de winter verplaatst naar 3 juli, vanouds de datum van de overbrenging van zijn relieken naar Edessa.

Hij is patroon van India en het Verre Oosten, van de Kerkelijke Staat, van Portugal en van São Tomé e Príncipe; daarnaast van de steden Goa (voorheen Portugese enclave aan de westkust van India en in de 16e en 17e eeuw uitvalsbasis voor vele Europese missionarissen) van de Italiaanse steden Parma en Urbino en van Letland’s hoofdstad Riga.

Daarnaast is hij beschermheilige van architecten, bouwmeesters, aannemers bouwvakarbeiders, landmeters, metselaars, steenhouwers, timmerlieden en alle beroepsgroepen die met de bouw te maken hebben; bovendien van theologen, die immers in hun geschriften ook een bouwwerk oprichten voor de Heer! Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen blindheid, oogziekten, rugpijnen en tegen ongelovigheid.

Hij wordt afgebeeld met blote voeten (apostel); boek; hellebaard, lans of spies (zijn legendarische martelwerktuig); winkelhaak (attribuut behorend bij bouwmeesters en archtecten); soms een paleisje of kerkje; met de inscriptie ‘India’; zijn hand in Jezus’ zijde leggend; met Maria die hem haar gordel schenkt.

Thomas, apostel
Feest – eigen lezingen

Uit de brief van Paulus aan de Efeziërs 2, 19-22

‘Op het fundament van de apostelen’.

Broeders en zusters,
u bent geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. Vanuit Hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan Hem, de Heer, in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest.

 

Psalm 117, 1-2

Refr.: Wie rechte wegen gaat, die vindt het heil in God.strege_icon_web

Loof de Heer, alle volken,
prijs Hem, alle naties.

Zijn liefde voor ons is overstelpend,
eeuwig duurt de trouw van de Heer.

Eer aan de Vader, de Zoon en de heilige Geest,
zoals het was in het begin, nu en altijd,
tot in de eeuwen der eeuwen.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 20, 24-29

‘Mijn Heer, mijn God’.

Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’, zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’
Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei Hij, en daarna richtte Hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’
Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’
Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’

Van Woord naar leven

Thomas, die in eerste instantie moeilijk kon geloven dat zijn Heer zou zijn opgestaan uit de dood, verbleef toch bij de groep van de leerlingen. En dat is mooi. Ondanks zijn twijfel, zijn gevecht, zijn ongeloof,… mocht hij er zijn, werd hij niet verstoten.

Wat de groep leerlingen daar beleefden is een mooi beeld van de Kerk, of hoe de Kerk zou moeten zijn. Want zowel binnen de kerkgemeenschap, alsook ‘aan de rand’, alsook ‘buiten’ de Kerk, leven mensen die vechten, die twijfelen, die moeilijk kunnen geloven. Misschien behoren we zelf tot deze groep, of zijn er perioden geweest dat we bij deze groep hoorden. Dat is geen schande. Integendeel: het is gewoon heel menselijk.

Kijk hoe de andere leerlingen toch gemeenschap vormden met Thomas. Hij mocht er zijn, hij werd bemind, hij werd gedragen in zijn twijfels, bijgestaan in zijn innerlijk gevecht.

Hoe gaan wij als Kerk, als gemeenschap, als individu om met mensen die innerlijk vechten, twijfelen, moeilijk tot geloof kunnen komen, niet (meer) kunnen bidden,…
Mogen ze er zijn ? Niet enkel vanuit een soort beleefdheid, maar werkelijk als broer of zus.

Als Kerk mogen we nooit onze deuren sluiten. Onze harten moeten wijd open staan naar de wereld toe, opdat ieder, op het pad waar hij nu staat, ten diepste welkom is.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,dag_1
trek ons in de brand van uw liefde, maak ons tot gemeenschap in U, opdat wij, innig verenigd met U, ieder – zonder uitzondering – mogen welkom heten. Geef dat wij ons nooit de meerdere mogen voelen, maar veeleer de mindere, de dienaar, de minnaar. Kom heilige Geest. Amen.