Lezingen van de dag – vrijdag 3 maart 2017


Heilige (of feest) van de dag

Frederik van Hallum († 1175)

Frederik van Hallum (ook van Mariëngaarde) o.praem., Tongerlo, België; abt

Freerk Goslinga werd in het begin van de 12e eeuw geboren in het Friese plaatsje Hallum. Zijn vader verloor hij al vroeg. Maar van zijn moeder kreeg hij tezamen met zijn zusje een uitstekende opvoeding. De pastoor van zijn woonplaats, Feiko (of Feyko; soms Heiko genoemd), zag wel iets in Freerk. Hij begon hem Latijn te leren. Later liet hij hem op zijn kosten verder studeren in München. Op 25-jarige leeftijd werd hij te Utrecht priester gewijd. Daarna keerde hij terug naar Hallum als assistent van pastoor Feiko.

In deze tijd moeten we waarschijnlijk het volgende verhaal plaatsen. Van Freerk wordt verteld, dat hij vele mensen tot de christelijke levenswijze wist te bekeren. Toen hij als zielzorger werkte te Hallum, wist hij ook het hart van een zekere Wybren te raken, een berucht man uit het naburige dorpje Blija. De meeste mensen gingen hem het liefste uit de weg; hij had immers zelfs al een paar moorden op zijn geweten. Maar op een dag werd hij getroffen door een preek van pastoor Frederik. Omdat hij de pastoor wilde vragen, op welke manier hij boete kon gaan doen voor al zijn bedreven zonden, begaf hij zich naar diens huis om hem daar op te wachten. Frederik was echter nogal bang uitgevallen. Maar toen deze uit de verte die gevreesde bij hem voor de deur zag staan, maakte hij onmiddellijk rechtsomkeert en zette het op een lopen. Wybren, nu vastbesloten om zijn leven te beteren en vergeving te vragen, zette de achtervolging in. Frederik vluchtte de kerk binnen. Daar waren mensen onschendbaar, en kon geen misdadiger iets uitrichten. Uitgeput zonk hij bij het altaar neer. Maar Wybren kwam gewoon naar binnen; hij trok zich van het aloude asielrecht kennelijk ook al niets meer aan… Frederik vreesde, dat zijn laatste uur geslagen had. Maar de man die er zo vervaarlijk uitzag, wierp zich berouwvol op de grond en stortte zijn hart uit in een algemene biecht, smeekte om vergiffenis van al zijn zonden en vroeg om een passende penitentie. Frederik knipte zijn haren af en verwijderde alle versierselen van diens kleding, als teken van inkeer en boete. Daarop leidde Wybren verder het teruggetrokken en godgewijde leven van een kluizenaar.

Na de dood van zijn moeder stichtte Freerk het Friese klooster Mariëngaard. De monniken volgden de premostratenzer regel van Norbertus; die was toen net nieuw. Frederik was een voorbeeldig monnik. Hij bad en vastte veel, was altijd goedgehumeurd en hulpvaardig. Zijn medebroeders vonden het zelfs een teken van zijn heiligheid dat hij tot op hoge leeftijd zonder stok liep. Tijdens de Reformatie werden zijn relieken overgebracht naar het Belgische premostratenzer klooster te Tongerlo, tezamen met die van zijn opvolger Siardus.

vrijdag na Aswoensdag


Uit de profeet Jesaja 58, 1-9a

De profeet Jesaja reageert tegen elke vorm van veinzerij en boetepraktijken. Echt vasten is zichzelf bevrijden uit de boeien van zondigheid. Het is ook: bevrijding brengen aan medemensen. Dan alleen zal ons gebed verhoord worden.

Zo spreekt God de Heer:
‘Roep luidkeels, zonder je in te houden, verhef je stem als een ramshoorn. Maak aan mijn volk zijn misdaden bekend, aan het volk van Jakob zijn zonden.
Zeker, ze zoeken mij dag aan dag, vol verlangen om te ontdekken wat Ik wil, zoals een vreemd volk dat rechtvaardig leeft en het recht van zijn goden niet verzaakt. En ze vragen naar mijn rechtvaardige voorschriften en verlangen naar Gods nabijheid. “Waarom ziet U niet dat wij vasten, en merkt U niet op dat wij ons onthouden?” Omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven en jullie arbeiders afbeulen, omdat jullie onder het vasten strijden en ruziën en vol vuur met elkaar op de vuist gaan. Als je op die manier vast, wordt je stem niet gehoord in de hemel.
Zou dat het vasten zijn dat Ik verkies? Is dat een dag van onthouding: dat iemand het hoofd buigt als een riet en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof? Noemen jullie dat soms vasten, is dat een dag die de Heer behaagt?
Is dit niet het vasten dat Ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken? Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?
Dan breekt je licht door als de dageraad, je zult voorspoedig herstellen. Je gerechtigheid gaat voor je uit, de majesteit van de Heer vormt je achterhoede.
Dan geeft de Heer antwoord als je roept; als je om hulp schreeuwt, zegt Hij: “Hier ben Ik.”‘
Zo spreekt de almachtige Heer.

 

Psalm 51, 3 + 4 + 5+ 6a + 18 + 19

Refr.: Was mij schoon van alle schuld.

Wees mij genadig, God, in uw trouw,
U bent vol erbarmen, doe mijn daden teniet.

Was mij schoon van alle schuld,
reinig mij van mijn zonden.

Ik ken mijn wandaden,
ik ben mij steeds van mijn zonden bewust.

Tegen U, tegen U alleen heb ik gezondigd,
ik heb gedaan wat slecht is in uw ogen.

U wilt van mij geen offerdieren,
in brandoffers schept U geen behagen.

Het offer voor God is een gebroken geest;
een gebroken en verbrijzeld hart zult U, God, niet verachten.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 9, 14-15

De leerlingen hadden Jezus in hun midden en waren verheugd om zijn aanwezigheid. Voor ons is boetvaardigheid ruimte scheppen voor de Heer, ingaan tegen onze zelfgenoegzaamheid.

Op zekere dag kwamen de leerlingen van Johannes bij Jezus en vroegen: ‘Waarom vasten wij en de Farizeeën wel regelmatig, en uw leerlingen niet?’
Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet treuren zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, dan zullen ze vasten.’

Van Woord naar leven

De profeet Jesaja windt er geen doekjes om. We lezen als woorden van God de Heer: “Is dit niet het vasten dat Ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken? Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?”

Het vasten heeft de bedoeling dat we ons keren naar God, dat we afstand nemen van al wat zondig is, dat we berouw tonen en ons begeven op de weg die God met ons wilt gaan. Soberder leven, vasten op voedsel, afstand nemen van, zal ons helpen te groeien in onze diepere intimiteit met God.
Het gevaar bestaat er echter in dat we ons gaan nestelen in een hoekje, met heilige boekjes en gebeden, denkend goed bezig te zijn. Maar in dat hoekje vergeten we echter één ding, namelijk dat groei in God moet betekenen groeien in liefde, in barmhartigheid, in naastenliefde. Als dit laatste niet is, moeten we ons vragen stellen over hoe we bezig zijn.

De veertigdagentijd zou ons tot meer liefdevollere mensen moeten maken, mensen die oog hebben voor de medemens in wie de Heer zelf als bedelaar naar liefde naar ons toekomt.
Maar daarvoor moet gevast worden, moet de woestijn van ons hart worden ingegaan, om geheel alleen met de Heer heel duidelijk de keuze te maken enkel God te dienen. Wie dit laatste klaarspeelt zal een mens van liefde worden en de worden uit de profeet Jesaja handen en voeten geven.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer God,
geef dat deze veertigdagentijd
een tijd mag zijn waarin wij groeien in U.
Dat het van ons mensen mag maken
die ten diepste beseffen dat de liefde
het hoogste goed in ons leven.
Dat de vrucht van ons vasten
daarom liefde mag zijn: uw liefde.
Leer ons oog en oor te hebben
voor al die gelegenheden
waarin Gij doorheen Jezus tot ons komt,
zeggende: ‘Ik heb dorst’.
Amen.