Lezingen van de dag – vrijdag 3 november 2017


Heilige (of feest) van de dag

Hubertus van Luik († 727)

Hubertus van Luik (ook van Maastricht) osb, België; bisschop

Hubert was de zoon van een hertog. Hij werd de 21e bisschop van Maastricht. Hij bracht de bisschopszetel over naar Luik. Vandaar dat er nu een bisschop is in Luik. Hij stierf in 727 en werd heilig verklaard op 3 november 743. In 825 werden zijn beenderen overgebracht naar een klooster in de Ardennen waar veel gejaagd werd. In de 11e eeuw werd zijn leven er door de monniken beschreven en in de 15e eeuw werd het klooster een groot bedevaartsoord.

Het gebruik van het gezegende Hubertusbrood komt van het verhaal dat hij een kluizenaar genas van hondsdolheid met het geven van brood. Het brood werd later niet enkel gegeven aan de mensen maar eveneens aan het vee tegen hondsdolheid en razernij.

vrijdag in week 30 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de christenen van Rome 9, 1-5

Paulus’ liefde voor de mensen gaat zover dat hij uitdrukkingen gebruikt die ergernis verwekken als men ze letterlijk verstaat. Hij wenst zelfs vervloekt te worden als hij daardoor zijn stamgenoten zou kunnen redden. Maar hij blijft geloven dat alles ten goede zal komen. Christus zal hem niet in de steek laten.

Broeders en zusters,
omdat ik één ben met Christus spreek ik de waarheid, en mijn geweten, geleid door de heilige Geest, is mijn getuige dat ik niet lieg: ik ben diepbedroefd en word voortdurend door verdriet gekweld.
Omwille van mijn volksgenoten, de broeders en zusters met wie ik mijn afkomst deel, zou ik bijna bidden zelf vervloekt te worden en van Christus gescheiden te zijn; omwille van hen, de Israëlieten, die God als zijn kinderen heeft aangenomen en aan wie Hij zijn nabijheid, de verbonden, de wet, de tempeldienst en de beloften heeft geschonken; omwille van het volk dat van de aartsvaders afstamt en waaruit Christus is voortgekomen.
God, die boven alles verheven is, zij geprezen tot in eeuwigheid. Amen.

 

Psalm 147, 12 + 13 + 14 + 15 + 19 + 20

Refr.: Loof nu de Heer, Jeruzalem !

Prijs, Jeruzalem, prijs de Heer,
loof, Sion, loof je God.

Hij heeft de grendels van je poorten versterkt,
het volk binnen je muren gezegend.

Hij geeft je vrede en veilige grenzen,
met vette tarwe stilt Hij je honger.

Hij zendt zijn bevelen naar de aarde,
vlug als een renbode gaat zijn woord.

Hij maakt zijn woorden aan Jakob bekend,
zijn wetten en voorschriften aan Israël.

Met geen ander volk heeft Hij zich zo verbonden,
met zijn wetten zijn zij niet vertrouwd.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 14, 1-6

Jezus’ optreden was voor zijn tijdgenoten niet zelden aanstootgevend. De gevestigden en de mensen van de wet zater ermee verveeld. Hij stoorde zich niet aan hun gebruiken en nog minder aan hun manier van doen tegenover ‘minderwaardigen’. Dit blijkt wanneer Hij met hen is genodigd bij een van de voornaamste Farzizeeën.

Toen Jezus op sabbat naar het huis van een vooraanstaande Farizeeër ging, waar Hij voor een maaltijd was uitgenodigd, hielden ze Hem in het oog.
Er was daar iemand met waterzucht.
Jezus vroeg aan de wetgeleerden en de Farizeeën: ‘Is het toegestaan hem op sabbat te genezen of niet?’
Maar ze zwegen.
Hij pakte de man bij de hand, genas hem en stuurde hem weg.
En tegen de Farizeeën en wetgeleerden zei Hij: ‘Als uw zoon of uw os in een put valt, dan haalt u hem er toch meteen uit, ook al is het sabbat?’
En daarop hadden ze geen antwoord.

Van Woord naar leven

“Toen Jezus op sabbat naar het huis van een vooraanstaande Farizeeër ging, waar Hij voor een maaltijd was uitgenodigd…”

Na die maaltijd vindt dat onderricht plaats dat wij in het evangelie hebben gehoord. Hoe dikwijls gebeurt het niet dat wij bij de maaltijd met elkaar aan tafel zitten en elkaar aanzien, elkaar opnemen, elkaar aankijken, wat wij ook in dit evangelie zien gebeuren. Wij beschouwen elkaar en dat doen de Farizeeën ook met Jezus in de situatie met deze man die aan waterzucht leed. Maar je hebt blijkbaar kijken en kijken.
Kijken zoals de Farizeeën kijken: ze hielden Hem voortdurend in het oog om Hem ergens van te kunnen beschuldigen. Daar waren ze kennelijk op uit. Dat is kijken om te veroordelen.
En je hebt kijken zoals Jezus kijkt: kijken om te redden. Het zwakke zien om het te verbeteren, wij noemen dat opbouwende kritiek, positieve kritiek, tegenover negatieve, afbrekende kritiek; of vanuit de functie waarmee een en ander gebeurt: kijken met het verstand, en kijken met het hart, met het inlevende gevoel.

We kunnen dit illustreren aan de hand van enkele voorbeelden. De een zegt: dat glas is half leeg. Die ziet dus wat er aan ontbreekt. En de ander zegt: dat glas is half vol. Die ziet dus wat er goed aan is. De een ziet wat er aan mankeert en de ander ziet wat er goed aan is. Iemand zegt: Ze is maar met de helft van haar werk klaar gekomen, en de ander zegt: Ofschoon ze de hele dag migraine had, heeft ze toch nog de helft van haar werk afgekregen. Dat zijn twee manieren van kijken: alleen de buitenkant zien, of de buitenkant zien vanuit de binnenkant.

Jezus is dus de man van de binnenkant. Hij ziet de buitenkant van binnenuit. Hij is de man van het Hart, van binnenuit naar buiten. Zo benadert Hij de Farizeeën en zo leert Hij ook de Farizeeën zíjn gedrag te benaderen. ‘Als uw zoon of uw os in een put valt, dan haalt u hem er toch meteen uit, ook al is het sabbat?’ Hij bedoelt daarmee te zeggen: Een zoon of os, ze zijn van jullie, dat zijn jullie huisgenoten, dat zijn jullie huisdieren. Beoordeel het gedrag van mensen niet als waren ze buitenstaanders, maar als waren ze jullie eigen huisgenoten. Beoordeel de mensen niet alsof je niets met ze te maken hebt, maar als mensen die je ter harte gaan, zoals je eigen kinderen, zoals je eigen huisdieren. Zou het gaan om jullie eigen huisgenoten, dan zouden jullie heus wel een andere toon aanslaan, dan zou je heel anders kijken, dan zou je niet zo kritisch kijken.

De onderliggende waarheid is dat voor Jezus niemand een buitenstaander is. Wij zijn allemaal kinderen van zijn Vader, wij maken deel uit van één en hetzelfde gezin. Hij is de Zoon van de Vader en wij zijn de kinderen van de Vader en daardoor zijn wij zijn broers en zussen. Hij voelt de liefde van zijn Vader voor ons en ook voor die man die aan waterzucht leed. Die kan Hij toch niet laten vallen, die kan Hij toch niet in de steek laten, ook al is het sabbat. Hij zal hem genezen.

Eigenlijk schrijft Jezus dat positieve denken ook toe aan die Farizeeën als Hij zegt: ‘Als uw zoon of uw os in een put valt, dan haalt u hem er toch meteen uit, ook al is het sabbat?’ Hij zegt eigenlijk: Dat goede, doen jullie toch zelf ook! Hij beschuldigt ze dus nergens van, want het is juist iets goeds wat ze doen. Dus Jezus gebruikt, praktiseert het positieve ook ten aanzien van zijn negatief denkende tegenstanders. ‘Jullie zijn toch ook goed voor je huisgenoten, voor je huisdieren. Jullie beoefenen toch het goede. Laat mij dat dan ook doen, laat God dat dan ook doen.’

Jezus ziet ons zoals zijn Vader ons ziet: altijd met een medelijdend hart. Niet met zomaar een hart, maar met een medelijdend hart. Hij ziet het kwaad, maar Hij doet het goede. Als het goed is, zijn wij ons van veel kwaad bewust, maar sterker dan óns kwaad, is zíjn medelijdende liefde.

Naar woorden van J. Bots, s.j.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
wij bidden dat uw liefde de zon mag zijn in ons leven. Dat zij mag stralen in al ons doen en laten, en allen mag verwarmen die Gij op ons levenspad brengt. Dat uw liefde de hoogste wet mag zijn in ons leven. Dan komt alles goed.
Amen.