Lezingen van de dag – vrijdag 30 juni 2017


Heilige (of feest) van de dag

eerste christenmartelaren
van Rome (ca 65)

Eerste Christenmartelaren van Rome, Italië

Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1969) voerde naast vele andere veranderingen ook vernieuwingen door op het gebied van de liturgie en de heiligenkalender. Zo staat nu daags na het feest van Petrus en Paulus de gedachtenis op de kalender aan de eerste christenmartelaren die vielen ten tijde van keizer Nero.

Hoewel Rome in de eerste eeuw van de jaartelling een smeltkroes was van allerhande godsdiensten, religies en sektes, namen de christenen toch een aparte plaats in. Men kende ze alleen bij geruchte. Omdat de christenen aanvankelijk het Joodse gebruik overnamen dat God niet bij name werd genoemd, meenden de Romeinen dat zijn atheïsten waren, een onmogelijkheid in die dagen. Dat idee werd nog versterkt door het feit dat zij geen afbeeldingen kenden. Anderen wisten echter te vertellen dat er kinderoffers werden gebracht, dat hun vlees werd gegeten en bloed gedronken…
Weer anderen wisten dat zij er een geheel andere seksuele moraal op na hielden dan de Romeinen, en dat ze vrouwen ertoe brachten liever maagd te blijven dan te trouwen.

Intussen hielden christenen zich afzijdig van het openbare maatschappelijke leven. Bij alle openbare gelegenheden en gebeurtenissen moest een wierookoffer worden gebracht aan de Romeinse goden, aan de goddelijkheid van de staat en van de keizer. Dat hield in dat er voor een godenbeeld een bak met gloeiend houtskool klaarstond, met daarnaast een bak wierookkorrels. In het voorbijgaan wierp men meestal zonder nadenken een enkele korrel op het vuur. Voor christenen botste dat met hun overtuiging dat God alleen eer moest worden gebracht. Zij voelden dergelijke offers hoe nietszeggend en routineus ze soms ook waren geworden – als verraad aan God.
Hoe dan ook, in de eerste jaren van hun verblijf te Rome, kenden men ze eigenlijk alleen bij geruchte. Een uitstekende voedingsbodem voor verdachtmaking als je een zondebok nodig hebt.

Dat was het geval na de beruchte brand van Rome in 64. Tot op de dag van vandaag gaat men er meestal van uit dat de keizer ze zelf heeft laten aansteken. Hij hield ervan op zijn bordes dat uitkeek over arme krottenwijken van de stad, Homerus te declameren. Hij wilde zo levendig mogelijk de brand van Troje voor zich zien die uiteindelijk zou leiden tot de stichting van de stad Rome. Daarom had hij de krottenwijk beneden zich in brand laten steken… Bovendien maakte hij zo meteen meer ruimte om zijn gouden paleis uit te breiden. Er vielen honderden slachtoffers. Om de geruchten de kop in te drukken die naar hem als schuldige wezen, liet hij christenen arresteren en op geraffineerde manieren doodmartelen.

Zo was er een groep die gekruisigd werd; anderen werden in dierenvellen genaaid en voor de wilde beesten geworpen, waardoor ze wreed werden verscheurd; een derde groep werd eveneens in dierenvellen genaaid, maar vervolgens met pek en olie overgoten om als fakkels te dienen en zo de tuinen van de keizer te verlichten. Hoewel hun sterfdata meestal enkele jaren later worden geschat, zijn er nog steeds onderzoekers die menen dat zowel Petrus als Paulus behoord hebben tot deze slachtoffers van de eerste generatie.

Deze eerste vervolgingen vormden achteraf gezien een opmaat voor meerdere periodes van christenvervolging in de eerste drie à vier eeuwen van onze jaartelling.

vrijdag in week 12 door het jaar


Uit het boek Genesis 17, 1 + 9-10 + 15-22

Abram heeft een nieuwe naam gekregen. Voortaan heet hij ‘Abraham’; vader van een menigte gelovigen. Om dit waar te maken krijgt hij op hoge ouderdom de belofte dat zijn oude vrouw Sara hem een zoon zal baren. Alle afstammelingen zullen de besnijdenis ontvangen als teken van hun behoren tot het volk dat drager is van Gods beloften.

Toen Abram negenennegentig jaar was, verscheen de Heer aan hem en zei: ‘Ik ben God, de Ontzagwekkende. Leef in verbondenheid met mij, leid een onberispelijk leven. Jij moet je houden aan dit verbond met mij, evenals je nakomelingen, generatie na generatie. Dit is de verplichting die jullie op je moeten nemen: alle mannen en jongens moeten worden besneden. Wat je vrouw Sarai betreft, voortaan moet je haar niet Sarai noemen maar Sara. Ik zal haar zegenen en jou bij haar een zoon geven. Ik zal haar zo rijk zegenen dat er volken uit haar zullen voortkomen en er koningen van haar zullen afstammen.’
Abraham boog zich diep neer, maar lachte en dacht: Hoe zou iemand van honderd nog een kind kunnen krijgen? En Sara, zou zij op haar negentigste nog een kind ter wereld kunnen brengen? En hij antwoordde God: ‘Ik zou al gelukkig zijn als Ismaël onder uw bescherming mocht staan.’
Maar God zei: ‘Nee, je vrouw Sara zal je een zoon baren, die je Isaak moet noemen, en met hem zal Ik mijn verbond voortzetten. Het zal een eeuwigdurend verbond zijn, dat ook voor zijn nakomelingen zal gelden. En wat Ismaël betreft, ik verhoor je: Ik zal hem zegenen, hem vruchtbaar maken en hem veel, heel veel nakomelingen geven. Twaalf stamvorsten zal hij verwekken en er zal een groot volk uit hem voortkomen. Maar mijn verbond zal Ik voortzetten met Isaak, de zoon die Sara je volgend jaar omstreeks deze tijd zal baren.’
Nadat God zo met hem gesproken had, ging hij bij Abraham vandaan.

 

Psalm 128, 1-5

Refr.: Verheug je in de voorspoed van Jeruzalem.

Gelukkig ieder die ontzag heeft voor de Heer,
en de weg gaat die hij wijst.

Je zult eten wat je werk opbrengt,
geluk en voorspoed vallen je toe.

Je vrouw als een vruchtbare wijnstok,
in het midden van je huis.

Je kinderen als jonge olijfbomen
in een kring om je tafel.

Ja, zo wordt gezegend,
de man die ontzag heeft voor de Heer.

Ontvang de zegen van de Heer uit Sion,
verheug je in de voorspoed van Jeruzalem,
alle dagen van je leven.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 8, 1-4

Na de bergrede biedt Matteüs een reeks wonderen. Het eerste daarvan is de genezing van een melaatse. Hij wordt weer volledig opgenomen in de gemeenschap. Jezus vraagt hem dit wonder niet uit te bazuinen. Want dit kwam niet overeen met zijn zending. Sommige Joden zouden haar verkeerd verstaan hebben.

Jezus daalde de berg af en grote mensenmassa’s volgden Hem.
Er kwam iemand naar Hem toe die aan huidvraat leed. Hij wierp zich voor hem neer en zei: ‘Heer, als U wilt, kunt U mij rein maken.’
Jezus strekte zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein.’
En meteen was hij gereinigd van zijn huidvraat.
Jezus zei tegen hem: ‘Denk erom dat u er met niemand over praat, maar ga u aan de priester laten zien en breng als getuigenis voor de mensen het offer dat Mozes heeft voorgeschreven.’

 

Van Woord naar leven

Jezus strekte zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein.’

Jezus strekte zijn hand uit zoals God zijn hand uitstrekt om zijn machtige daden te doen.
Anderen hebben de melaatse gemeden vanwege zijn onreinheid, maar Jezus raakte hem aan. Een ware ommekeer !
Niet langer wordt door aanraking de reine onrein, maar door woord en daad van Jezus wordt wat onrein was rein.
Op vele plaatsen doorheen de evangelies wordt duidelijk welk een genezing en kracht diegene ontvangt die door de Heer worden aangeraakt.

Zo is het ook met ons. Jezus is gekomen voor de zieken, voor de zondaars. Hij is gekomen om ons allen aan te raken in onze diepste duisternis om al wat donker is te keren naar Gods licht. Hij wil ons genezen van de zonde, van onze neigingen tot zonde.

Jezus veroordeelt ons niet om onze zonden. Hij heeft lief en daarom komt Hij naar ons toe. Niet omdat Hij de zonde liefheeft, wel omdat Hij de zondaar liefheeft en zeer goed weet hoezeer de zonde de mens van God vervreemdt, en dus van de liefde.

Kom Heer Jezus kom. Kom aanwezig in onze duisternis, ook die duisternis die we goed verborgen houden voor onze omgeving. Raak ons aan Heer, genees ons, til ons op, maak ons deelgenoot van de vrede en de vreugde van uw opstanding.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Jezus, Heer en Broer,
raak ook ons aan op al die plekken waar wij onrein zijn. Buig elke vorm van duisternis om naar uw licht opdat wij mét U, God mogen tonen aan allen die wij ontmoeten doorheen onze liefde voor allen.
Kom Heer Jezus, kom. Amen.