Lezingen van de dag – vrijdag 5 okt 2018


Heilige (of feest) van de dag

Froilan van Leon († 1006)

Spanje; bisschop

Geboren in het Galicische plaatsje Lugo, trok hij zich op achttienjarige leeftijd in de eenzaamheid terug om monnik te worden. Volgelingen dienden zich aan en vormden al doende een kloostergemeenschap van Moreruela. Een van zijn leerlingen was de jonge Attilanus uit Tarragona († 1009) . Tussen beide mannen ontstond een hechte vriendschap in de Heer: over en weer waren zij voor elkaar een steun en inspiratie op hun levensweg. Van zijn benoeming in 990 tot aan zijn dood in 1006 bevorderde hij het kloosterleven en was hij een toonbeeld van vrijgevigheid voor de armen.

Bron: Heiligen.net

vrijdag in week 26 door het jaar


Uit het boek Job Job 38, 1 + 12-21 + 40, 3-5

God antwoordt op de klachten van Job. Hij doet dit met een radicale afwijzing van Jobs aanspraken: ‘Ben jij soms God?’ Jobs vragen naar recht en verantwoording vallen weg. Hij verzet zich niet langer.

De Heer antwoordde Job vanuit een storm. Hij zei: ‘Heb jij ooit de morgen ontboden, de dageraad zijn plaats gewezen, om de uiteinden van de aarde te pakken en de goddelozen van haar af te schudden? Als klei waarin een zegel wordt gedrukt, zo krijgt de aarde vorm, haar oppervlak wordt gedrapeerd als een kleed. Alleen de goddelozen blijven verstoken van het licht, hun opgeheven arm wordt gebroken.
Betrad jij ooit de plaats waar de zee opwelt, heb jij over haar diepste bodem gewandeld? Zijn de poorten van de dood aan jou getoond, de deuren van het diepste donker – heb je die gezien? Kun jij de aarde in haar volle uitgestrektheid bevatten? Vertel het, als je het allemaal weet! Waar is de weg naar de oorsprong van het licht, en de plaats van het donker – is die jou bekend, zodat je het naar zijn gebied kunt voeren en het pad naar zijn huis kunt vinden? Jij weet dat vast, want jij werd toen geboren, zoveel jaren liggen achter je!’
En Job antwoordde de Heer: ‘Ik ben onaanzienlijk. Wat zal ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond. Ik heb eenmaal gesproken en zeg niets meer, tweemaal – en doe er het zwijgen toe.’

 

Psalm 139, 1-3 + 7-8 + 9-10 + 13-14

Refr.: Leid mij Heer, langs beproefde paden.

Heer, U kent mij, U doorgrondt mij,
U weet het als ik zit of sta,
U doorziet van verre mijn gedachten,
ga ik op weg of rust ik uit, U merkt het op,
met al mijn wegen bent U vertrouwd.

Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen,
hoe aan uw blikken ontkomen?
Klom ik op naar de hemel – U tref ik daar aan,
lag ik neer in het dodenrijk – U bent daar.

Al verhief ik mij op de vleugels van de dageraad,
al ging ik wonen voorbij de verste zee,
ook daar zou uw hand mij leiden,
zou uw rechterhand mij vasthouden.

U was het die mijn nieren vormde,
die mij weefde in de buik van mijn moeder.
Ik loof U voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
wonderbaarlijk is wat U gemaakt hebt.
Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 10, 13-16

‘Wie jullie afwijst, wijst mij af’.

Jezus sprak: ‘Wee Chorazin, wee Betsaïda, want als in Tyrus en Sidon de wonderen waren gebeurd die bij jullie gebeurd zijn, zouden de inwoners van die steden zich allang in een boetekleed hebben gehuld en met stof op hun hoofd tot inkeer gekomen zijn. Wanneer het oordeel komt, zal het lot van Tyrus en Sidon draaglijker zijn dan dat van jullie. En jij, Kafarnaüm, je denkt toch niet dat je tot in de hemel zult worden verheven? In het diepst van het dodenrijk zul je afdalen! Wie naar jullie luistert, luistert naar mij, en wie jullie afwijst, wijst mij af. En wie mij afwijst, wijst Hem af die mij gezonden heeft.’

Van Woord naar leven

Vandaag zingt de psalmist:
U was het die mijn nieren vormde,
die mij weefde in de buik van mijn moeder.
Ik loof U voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
wonderbaarlijk is wat U gemaakt hebt.
Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.

Zelf hebben wij hier enkele bengels rondlopen. Rond Kerst komt ons vierde; ‘t kribbeke staat al gereed. En telkens als het kleintje geboren werd, en dat zal nu weer niet anders zijn, waren wij diep ontroerd. Een kind … vrucht van liefde, zo puur, de onschuld zelf, beeld van God. Een heus wonder. Dat kind, zoals elk kind, zal ooit in staat zijn lief te hebben en liefde op te roepen, het zal de mogelijkheid hebben drager en uitdrager van vrede te zijn, het zal verzoening kunnen scheppen, gemeenschap kunnen beleven, enzomeer. Het zal geroepen worden zijn weg te gaan, biddend en vol overgave aan zijn schepper, als een deeltje van die grote keten van Gods kinderen.

Wat is de mens mooi gemaakt. Laten we hem eren; onszelf en de ander. We zijn immers allemaal door God geschapen, gemaakt naar zijn beeld en gelijkenis. Laten we deze oerroeping voortdurend in her-innering brengen, diep in onze ziel, in ons hele zijn.

Moge God door ons heen stromen, dag en nacht, van minuut op minuut.

Ja, moge ons leven een lofzang zijn op de Liefde !

God, wat ben je groot !

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

God,
diep dankbaar zijn we om ons bestaan, wij, door U gemaakt, beeld en gelijkenis van U, geroepen uw liefde te bezingen, uw vrede uit te dragen, broederschap te vormen met allen.
Oh God, vergeef de wereld die zo dikwijls uw liefde kwetst, die bezeten door het kwaad moordt en haat. Wij smeken U: waai met uw Geest over de volkeren van deze aarde, richt alle harten in waarheid naar U. Verban wat kwaad is, genees ons allen, en schenk de wereld vrede, uw Vrede.
Kom oh God, talm niet, verdraag het kwade niet. Verlos ons.
In Christus. Amen.