Lezingen van de dag – vrijdag 6 januari 2017


Heilige (of feest) van de dag

André Bessette (+ 1937)le_frere_andre_-_fig_1

André (gedoopt Alfred) Bessette (‘Frère André’), Montréal, Québec, Canada; broederportier

Hij werd als vijfde van twaalf kinderen op 9 april 1845 geboren te St-Grégoire-d’Iberville in de Canadese provincie Québec, als zoon van een timmerman. Hij was een kind met een uiterst kwetsbare gezondheid. Toen hij negen was, stierf zijn vader; drie jaar later zijn moeder. Hij werd liefdevol opgenomen bij een tante. Bovendien had de pastoor, André Provençal bijzondere zorg voor hem. Toen achtereenvolgens het beroep van schoenmaker, bakker en boer te zwaar voor hem bleken, trad hij op advies van zijn pastoor in bij de religieuze Congregatie van het Heilig Kruis. Op 27 december 1870 werd hij ingekleed; uit dankbaarheid voor de goede zorgen van zijn pastoor koos hij als kloosternaam André.
Vanwege zijn zwakke gezondheid dacht de Congregatie erover hem weg te sturen. Van pastoor Provençal had hij een grote devotie voor Sint Jozef overgehouden. De jonge novice beloofde in zijn gebed tot Sint Jozef dat hij voor hem een bedevaartsoord zou oprichten, als hij tot de geloften werd toegelaten. Tijdens een visite van de bisschop legde frater André zijn verlangen aan de bisschop voor. Ook vertrouwde hij hem zijn belofte aan Sint Jozef toe. Dat trof, want de bisschop liep zelf rond met plannen voor een apart St-Jozefheiligdom. Hij was onder de indruk van de eenvoud en het eerlijke enthousiasme van de jongeman en zorgde ervoor dat frater André werd toegelaten tot de geloften.

De eerste veertig jaar van zijn kloosterleven was hij portier van het college van de paters. Daar werd hij elke dag opgezocht door tientallen mensen; zij legden hem hun nood voor; hij luisterde, bad met hen, en raadde hen aan zich tot Sint Jozef te wenden. Uit de getuigenverklaringen bij zijn zaligverklaringsproces blijkt dat zeer velen vaak op wonderbaarlijke wijze werden verhoord.
Intussen ijverde hij voor de oprichting van een Jozefheiligdom op de berg recht tegenover zijn klooster, de Mont Royal, de berg waarnaar de stad Montréal is genoemd. Hij lag midden in de stad en was indertijd begroeid met bos en dicht struikgewas. Gaandeweg wist Frère André steeds meer zijn plan te verwezenlijken, zodat hij de laatste dertig jaar van zijn leven diende als portier van het Jozefbedevaartsoord op de berg dat intussen is uitgegroeid tot een enorme basiliek, het zogeheten Oratoire de Saint-Josèph; jaarlijks trekken er duizenden pelgrims naartoe.
Hoewel Frère André zijn levenlang een zwakke gezondheid heeft behouden, stonden toch gebed en naastenliefde voorop. Hij is er bijna tweeënnegentig mee geworden.

Hij werd op 23 mei 1982 door paus Johannes Paulus II († 2004) zalig verklaard.

vrijdag na 1 januari bijbel


Uit de eerste brief van Johannes 5, 5-13

De Geest getuigt in ons dat Jezus de Zoon van God is, en dat God ons zijn eigen leven meedeelt in Jezus. Door te geloven zoals de apostelen, heeft de christen de zekerheid dat hij aan het ware leven blijft deelachtig zijn. Want God zelf waarborgt dit getuigenis van de Geest.

Vrienden,
wie anders kan de wereld overwinnen dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is? Hij, Jezus Christus, is gekomen door water en bloed; niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest getuigt ervan, omdat de Geest de waarheid is. Er zijn dus drie getuigen: de Geest, het water en het bloed, en het getuigenis van deze drie is eensluidend.
Als we het getuigenis van mensen aannemen, zullen we zeker het getuigenis van God aannemen, dat zoveel meer gezag heeft, want het is het getuigenis dat God over zijn Zoon gegeven heeft. Wie in de Zoon van God gelooft, draagt het getuigenis in zich. Wie God niet gelooft, maakt Hem tot leugenaar, omdat hij geen geloof hecht aan het getuigenis dat God over zijn Zoon gegeven heeft. Dit getuigenis luidt: God heeft ons eeuwig leven geschonken en dat leven is in zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.
Dit alles schrijf ik u omdat u moet weten dat u eeuwig leven hebt, u die gelooft in de Naam van de Zoon van God.

 

Psalm 147, 12-15 + 19-20

Refr.: Prijs Jeruzalem, prijs de Heer !

Prijs, Jeruzalem, prijs de Heer,
loof, Sion, loof je God. Drieeenheid_2

Hij heeft de grendels van je poorten versterkt,
het volk binnen je muren gezegend.

Hij geeft je vrede en veilige grenzen,
met vette tarwe stilt Hij je honger.

Hij zendt zijn bevelen naar de aarde,
vlug als een renbode gaat zijn woord.

Hij maakt zijn woorden aan Jakob bekend,
zijn wetten en voorschriften aan Israël.

Met geen ander volk heeft Hij zich zo verbonden,
met zijn wetten zijn zij niet vertrouwd.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 1, 6-11

Bij het doopsel van Jezus in de Jordaan, getuigt God uit de hemel door zijn Zoon. De stem van God is een bevestiging van Jezus’ heilzending, en tevens van de woorden van de Doper.

Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij leefde van sprinkhanen en wilde honing. Hij verkondigde: ‘Na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om me voor Hem te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken. Ik heb jullie gedoopt met water, maar Hij zal jullie dopen met de heilige Geest.’
In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen. Op het moment dat Hij uit het water omhoogkwam, zag Hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind Ik vreugde.’

Van Woord naar leven

De Doper verkondigde: ‘Ik heb jullie gedoopt met water, maar Hij zal jullie dopen met de heilige Geest.’

De heilige Geest is ons allen geschonken. We leven immers na, of beter gezegd in, de tijd van Pinksteren. De Geest waait, en het is aan ons Hem te ontvangen. Want zoals al eerder gezegd: de mens is vrij, honderd procent vrij om wel of niet in te gaan op de genade die God ons geeft. Zo ook met het schenken van de Geest: Hij wordt geschonken, maar wij moeten Hem willen ontvangen.

Het ontvangen van de Geest is eigenlijk van fundamenteel belang; het is immers de Geest die ons in geloof doet uitroepen ‘Abba, Vader’. Het is de Geest die ons in het vertrouwen van het geloof brengt, die ons uiteindelijk in die diepe ontmoeting met God brengt. Het is de Geest die ons het vuur van overgave schenkt.

Daarom is het goed elke dag te beginnen met het vragen om de Geest; zingend, in woord-gebed, maar het kan ook in stilte. Stilte na het eventuele zingen of woord-gebed is van fundamenteel belang. De stilte helpt ons arm te worden, beschikbaar voor Gods Geest. De stilte helpt ons letterlijk stil vallen, het maakt ons leeg, het doet ons verlangen. In de stilte komt er ruimte voor de Andere, kan er intimiteit ontstaan, een werkelijke liefdesontmoeting.

Ik wil echter de stilte niet romantiseren. Stilte kan ook erg lastig zijn, vervelend zelfs. Zeker wanneer je merkt dat de stilte-tijd je helemaal niet tot gebed brengt. Wel, moest dat het geval zijn denk ik dat je die vervelende periode moet trachten door te gaan. Niet alleen op die moment dat je daar zit, maar ook naar de toekomst toe. Misschien ervaar je die verveling weken aan een stuk. Misschien wel maanden. Jaren durf ik amper uitspreken, maar ook dat kan.

Verschillende redenen kunnen oorzaak zijn van deze verveling.

Een reden kan zijn dat je de stilte gewoon fout doorgaat. Je zit daar, maar je opent je hart niet. De steen blijft voor het graf. Er kan niets in, er kan niets uit.
‘Zalig de armen van geest’, heeft Jezus gezegd. Dat is een houding, een levenshouding, een gebedshouding. Het is leeg zijn van jezelf, arm voor Hem die in je woont, Hem je volheid laten zijn, beschikbaar worden voor Jezus’ gebed in u. Om deze houding, deze gave, mogen we vragen, mogen we bidden. Met de handen en het hart open. Stil, ontvangend, Hem welkom hetend.

Een andere reden van die vervelingsbeleving kan zijn dat God je deze verveling schenkt. Niet om je te pesten, wel om je als het ware op te voeden, volwassen te maken in geloof. Dikwijls leert Hij in dorheid dat geloof en overgave in wezen niets met emoties en sfeertjes te maken heeft, zelfs niet met gevoelens. Het gaat om geloof in zijn puurheid, los van emoties en gevoelens. Nergens zegt Jezus: ‘uw gevoel heeft u gered’. Nee, Hij zegt ‘uw geloof heeft u gered’. Jij bent er, Hij is er. Laat dat genoeg zijn. Jezelf kan je voelen, Hem niet altijd. Maar Hij is er wel. Dat is het grondbeginsel van geloof. En dan de overgave, los van het feit of je Hem voelt of niet.

Hoe dan ook, laten we proberen de stilte graag te zien, als een bedding naar ontmoeting met de Heer. Om vanuit de stilte de mensen graag te zien die ons gegeven worden.

Liefhebben in de heilige Geest, beminnen vanuit God in jezelf … weet je, dat is zo’n mooie beleving. Het maakt je eenvoudig, vredig en vreugdevol. En het maakt de wereld weer wat mooier.

Ik wens je deze weg van harte toe.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Kom heilige Geest,13273961095_938a0562c4_h
waai over Kerk en wereld, kom in ieder van ons, raak ons allen aan met de liefde van de Heer, opdat we in zijn gezindheid ons ja-woord dagelijks mogen uitspreken, ‘ja’ tot God, ‘ja’ tot de liefde, ‘ja’ tot het leven, tot groei van onszelf en de hele samenleving.
In Christus’ naam, amen.