Lezingen van de dag – vrijdag 6 oktober 2017


Heilige (of feest) van de dag

Isidorus de Loor (+ 1916)

Kortrijk, België; kloosterbroeder

Isidorus werd op 18 april 1881 geboren in het Vlaamse plaatsje Vrasene. Zijn ouders, Aloïs de Loor en Camilla Hutsebout, waren boerenmensen. Naast Isidorus hadden ze nog een zoon, Frans, en een dochter, Stefanie. De kinderen groeiden op zoals in die tijd alle kinderen in een vroom katholiek gezin opgroeiden. De godsdienstige oefeningen namen er een grote plaats in. Als jongeman gaf Isidorus bovendien katechismusles op de zondagsschool van St-Gillis-Waas. Toen hij zijn vader eens hardop hoorde overleggen of hij de boerderij niet uit zou breiden, kwam Isidorus ertussen met de opmerking dat hij dat voor hem niet hoefde te doen; hij wilde het liefste in het klooster gaan. Zijn ouders gaven toestemming op voorwaarde dat dan zijn jongere broer Frans voor de dienst in het leger zou worden uitgeloot. Dan kon hij naast zijn vader het gezin onderhouden. Dat gebeurde en zo trad Isidorus op aanraden van een redemtoristenpater in het noviciaat van de passionisten te Ere, Vlaanderen. Op 15 april 1907 werd hij ingekleed en ontving de naam Isidorus van H.-Jozef.

Hij werd broeder en werkte op de boerderij en in de keuken. Na zijn geloften op 13 september 1908 werd hij twee jaar later overgeplaatst naar het klooster te Wezembeek-Oppem. Nu was hij kok, tuinman en portier. Over de buitenkant van zijn leven is eigenlijk niet veel te vertellen. Des te meer schijnt er gebeurd te zijn in zijn innerlijk leven. Hij was een mild mens, die nooit zijn geduld verloor. Ieder die hem tegenkwam had graag met hem te doen, zowel binnen als buiten het klooster. Niemand zag ooit hoeveel pijn hij leed. Immers na enige tijd openbaarde zich een oogziekte waarvan de behandelende arts opmerkte: “Iemand die zulke pijnen zo weet te verdragen, moet wel een heilige zijn!” Zijn oog werd operatief verwijderd.

In 1912 verhuisde hij naar Kortrijk, waar hij vanaf 1914 portier was. Niet ver daarvandaan woedde de Eerste Wereldoorlog. Hij verloor nooit zijn kalmte en behandelde ieder even vriendelijk. Ongelooflijk, als men beseft hoe intussen de ziekte in zijn lijf was doorgekankerd. Toen de dokter erbij gehaald werd, kon deze hem alleen nog maar meedelen dat het spoedig afgelopen zou zijn.
Voor Isidorus was dit geen droevig bericht; integendeel. In zijn geloof verlangde hij ernaar opgenomen te zijn bij zijn Heer.
Op 6 oktober 1916 is hij in alle stilte en vrede overleden; pas vijfendertig jaar oud. De mensen uit de buurt wisten dat ze een groot heilige in hun midden hadden gehad. Twee dagen later werd de overledene in processie naar de kerk gedragen en plechtig bijgezet. God weet, hoeveel mensen in hun gebed zijn voorspraak hebben ingeroepen.

Paus Johannes Paulus II heeft hem op 30 september 1984 zalig verklaard.

vrijdag in week 26 door het jaar


Uit de profeet Baruch 1, 15-20

In het prachtige gebed van de profeet Baruch, erkennen de ballingen, verspreid tussen de volkeren, dat zij gezondigd hebben. Tot driemaal toe herhalen ze dat ze niet hebben geluisterd noch naar God noch naar zijn profeten. Zij zijn hardnekkig hun eigen weg gegaan.

De Heer, onze God, staat in zijn recht–ons staat deze dag de schaamte op het gezicht, ons, de Judeeërs, de inwoners van Jeruzalem, onze koningen en leiders, onze priesters, profeten en voorouders.
Want wij hebben gezondigd tegen de Heer: we zijn Hem ongehoorzaam geweest en hebben niet geluisterd naar de opdracht van de Heer, onze God, om te leven naar de geboden die Hij ons voorhield.
Vanaf de dag waarop de Heer onze voorouders uit Egypte wegleidde tot op de dag van vandaag zijn we de Heer, onze God, ongehoorzaam geweest. Al die tijd hebben we lichtzinnig geleefd, omdat we niet naar Hem luisterden.
Daarom gaan we tot op heden gebukt onder tegenspoed, beladen met de vloek die de Heer zijn dienaar Mozes liet uitspreken toen Hij onze voorouders uit Egypte wegleidde om ons een land te geven dat overvloeide van melk en honing.
Evenmin hebben we naar de Heer, onze God, geluisterd toen Hij sprak bij monde van de profeten die Hij naar ons stuurde.
Ieder van ons deed maar wat zijn hart hem ingaf: we vereerden andere goden en deden wat slecht is in de ogen van de Heer, onze God.

 

Psalm 79, 1 + 2 + 3 + 4 + 5 + 8 + 9

Refr.: Heer, reken ons de zonden van vroeger niet aan.

God, vreemde volken hebben uw land bezet,
uw heilige tempel geschonden en Jeruzalem in puin veranderd.
De lijken van uw dienaren lieten zij liggen
als aas voor de vogels van de hemel.

Het vlees van uw getrouwen laten zij als voedsel
voor de wilde dieren op aarde.
Hun bloed werd als water vergoten
rond Jeruzalem; en niemand die hen begroef.

Gehoond worden wij door onze naburen,
beschimpt en bespot door de volken rondom.
Hoe lang nog, Heer ! Bent U voor eeuwig verbolgen ?
Hoe lang blijft uw woede branden ?

Reken ons de zonden van vroeger niet aan,
toon erbarmen en haast U, want onze ellende is groot.
Help ons, God, bevrijd ons, tot eer van uw roemrijke Naam,
red ons en bedek onze zonden, omwille van uw Naam.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 10, 13-16

‘Wie jullie afwijst, wijst mij af’.

Jezus sprak:
‘Wee Chorazin, wee Betsaïda, want als in Tyrus en Sidon de wonderen waren gebeurd die bij jullie gebeurd zijn, zouden de inwoners van die steden zich allang in een boetekleed hebben gehuld en met stof op hun hoofd tot inkeer gekomen zijn. Wanneer het oordeel komt, zal het lot van Tyrus en Sidon draaglijker zijn dan dat van jullie. En jij, Kafarnaüm, je denkt toch niet dat je tot in de hemel zult worden verheven? In het diepst van het dodenrijk zul je afdalen! Wie naar jullie luistert, luistert naar mij, en wie jullie afwijst, wijst mij af. En wie mij afwijst, wijst Hem af die mij gezonden heeft.’

Van Woord naar leven

We noemen Gods boodschap een Blijde Boodschap. En dat doen we terecht. Gods boodschap is immers een boodschap van immense barmhartigheid. Wat een mens ook heeft uitgespookt in zijn leven … God is altijd opnieuw bereid de zondaar op te nemen in zijn barmhartigheid, hem te vergeven, hem opnieuw op weg te zenden. Niemand hoeft zich dus verloren te wanen. Zo is God. Dat is liefde.

Je zou dan kunnen redeneren: Eigenlijk hoef ik niet te bidden, ik hoef ook Jezus niet te volgen in wat Hij vraagt, want … Hij vergeeft toch altijd opnieuw. Ik mag eigenlijk rustig mijn eigen ding doen, ik moet naar niemand zien. Leve mijn ego !! En waarom niet … God, de barmhartigheid in persoon, vergeeft me toch … Dat zegt toch die Blijde Boodschap. Niet ?

Het mag duidelijk zijn dat hier Gods barmhartigheid totaal verkeerd begrepen wordt, laat staan ontvangen wordt. Wie omhelst is geweest door Gods barmhartigheid, wie vergeving heeft ontvangen, wordt opnieuw gezonden, en wel door God zelf, met de bedoeling te leven met de juiste intentie, om, levend in Gods genade, de weg te gaan waarop Hij die persoon uitnodigt. Wie dit laatste bewust verwerpt doet eigenlijk aan Godslastering, en dat is beleefd uitgedrukt.

In het evangelie van vandaag uit Jezus serieuze dreigementen naar dergelijke mensen. Stel dat Hij deze woorden niet zou gezegd hebben, stel dat deze dreigementen niet zouden zijn opgenomen in het evangelie, dat zouden deze mensen pas bij het laatste oordeel geconfronteerd worden met de consequenties van hun onbekeerbaarheid. En ze zouden Jezus kunnen verwijten waarom Hij dit alles niet gezegd heeft nog tijdens hun leven, waarom Hij niet tijdens hun aards bestaan hen heeft opgeroepen hun leven te beteren.

Dus, laten we dankbaar zijn, ook om deze minder fijne perikopen uit het evangelie. Tracht ook deze verzen te lezen als Blijde Boodschap. Wat dat zijn ze ook. Zeker weten.

Soms is het gewoon nodig dat we wakker geschud worden, dat we attent worden gemaakt. Zo dikwijls dommelen we in slaap, leven in dat ene ogenblik van het nu, God (bijna) vergetend.

Moge Gods barmhartigheid ons tot mensen maken die, groeiend in Christus, de weg gaan die Hij met ons wilt gaan.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
allen neemt Gij op in uw barmhartigheid. Allen zendt Gij op weg te gaan uw liefde bezingend. Geef dat wij ons van harte aan deze blijde stroming zouden toevertrouwen, opdat de wereld mag groeien in U.
Amen.