Lezingen van de dag – vrijdag 7 juli 2017


Heilige (of feest) van de dag

Cyriaca, martelares († eerste eeuw)

Cyriaca (ook Kuriaka); martelares; † eerste eeuw.

Volgens oude kronieken was deze Dominica afkomstig uit Campania, de streek rond Rome. Zij werd opgepakt en ter dood veroordeeld omdat zij als christin weigerde te offeren voor de Romeinse goden. Haar beulen wierpen haar voor de wilde dieren, maar die raakten haar in het geheel niet aan, zo wordt over haar geschreven. Uiteindelijk werd ze onthoofd.

vrijdag in week 13 door het jaar


Uit het boek Genesis 23, 1-4.19; 24, 1-8. 62-67

Isaak kreeg Rebekka lief

Sara leefde honderdzevenentwintig jaar. Ze stierf in Kirjat-Arba, het huidige Hebron, in Kanaän.
Nadat Abraham bij haar gerouwd had en haar had beweend,
stond hij op, verliet de tent waarin zijn overleden vrouw lag en wendde zich tot de Hethieten. Hij zei: ‘Ik woon maar als vreemdeling bij u. Geeft u mij hier een eigen graf, dan kan ik mijn overleden vrouw uitdragen en begraven.’
Daarna begroef Abraham zijn vrouw Sara in de grot op de akker in Machpela, dicht bij Mamre, het huidige Hebron, in Kanaän.

Abraham was inmiddels op hoge leeftijd gekomen en de Heer had hem in alle opzichten gezegend. Nu zei Abraham tegen zijn oudste knecht, die het beheer had over zijn hele bezit: ‘Leg je hand in mijn lies: ik wil dat je me bij de Heer, de God van hemel en aarde, zweert dat je voor mijn zoon geen vrouw zult zoeken onder de Kanaänieten, tussen wie ik hier woon; ik wil dat je naar het land gaat waar ik vandaan kom, naar mijn familie, en dat je daar voor mijn zoon Isaak een vrouw zoekt.’
De knecht antwoordde: ‘Misschien weigert die vrouw met mij mee te komen naar dit land. Moet ik uw zoon in dat geval terugbrengen naar het land dat u verlaten hebt?’
Nee,’ zei Abraham, ‘je mag mijn zoon onder geen beding daarheen terugbrengen. De Heer, de God van de hemel, die mij heeft opgedragen weg te gaan bij mijn naaste verwanten en mijn geboorteland te verlaten en die mij onder ede beloofd heeft dat hij dit land hier aan mijn nakomelingen zal geven, hij zal zijn engel voor je uit sturen, zodat je daar een vrouw voor mijn zoon zult vinden. Mocht die vrouw weigeren met je mee te gaan, dan ben je van deze eed ontslagen. Maar breng mijn zoon in geen geval daarheen terug.’

Isaak, die in de Negev woonde, was naar de bron Lachai-Roï geweest. Tegen het vallen van de avond ging hij het veld in om daar te treuren. Toen hij opkeek zag hij plotseling kamelen naderen. Ook Rebekka keek op. Zodra ze Isaak zag, liet ze zich van haar kameel glijden. ‘Wie is die man die ons daar in het veld tegemoet komt?’ vroeg ze aan de knecht. ‘Dat is mijn meester,’ antwoordde hij. Daarop bedekte ze zich met haar sluier. De knecht vertelde Isaak wat hij allemaal gedaan had. Daarna bracht Isaak Rebekka naar de tent van Sara, zijn moeder. Hij nam haar tot vrouw en ging van haar houden. Zo vond Isaak troost na de dood van zijn moeder.

 

Psalm 106, 1-6

Refr.: Loof de Heer, alle volken, loof de Heer.

Loof de Heer, want Hij is goed,
eeuwig duurt zijn trouw.

Wie kan zijn machtige daden verwoorden,
wie de roem van de Heer laten klinken ?

Gelukkig wie zich houden aan het recht
en doen wat rechtvaardig is, telkens weer.

Denk aan mij, Heer, uit liefde voor uw volk,
zie naar mij om wanneer Uhet komt redden.

Dan zal ik uw uitverkorenen gelukkig zien,
vreugde vinden in de vreugde van uw volk,
vervuld zijn van trots op uw liefste bezit.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 9, 9-13

Jezus koos zijn leerlingen niet alleen onder de eenvoudigen en weldenkenden, maar ook onder de tollenaars. Op uitnodiging van Matteüs ging Hij zelfs bij deze zondaars dineren. Dit was de grootste uitdaging voor de Farizeeën.

Toen Jezus verderging, zag Hij bij het tolhuis een man zitten die Matteüs heette, en Hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’
Hij stond op en volgde Hem.
Toen Hij thuis aanlag voor de maaltijd, kwam er ook een groot aantal tollenaars en zondaars, die samen met Hem en zijn leerlingen aan de maaltijd deelnamen.
De Farizeeën zagen dit en zeiden tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?’
Hij hoorde dit en gaf als antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel. Overdenk eens goed wat dit wil zeggen: “Barmhartigheid wil Ik, geen offers.” Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’

 

Van Woord naar leven

Jezus zegt vandaag: ‘Overdenk eens goed wat dit wil zeggen: “Barmhartigheid wil Ik, geen offers.”

Jezus vraagt om na te denken over een zin die Hij uitspreekt. Hij vraagt om zijn woorden in overweging te nemen, zijn woorden mee te nemen in ons hart, in ons gebed, in ons leven.
En inderdaad, het is goed om Gods Woord mee te nemen, er diep over na te denken, met hart én verstand. Laten we deze twee niet tegenover elkaar plaatsen. De rede en het hart zijn beiden door God gegeven. Laat ze broer en zus zijn van elkaar, laat ze hand in hand gaan. Laat ze elkaar bevruchten, biddend dat Gods Geest zowel de rede als het hart mag leiden.

Ik ken iemand die iedere ochtend op een briefje een zeer kort stukje Bijbel schrijft. Hij kiest doorgaans een stukje uit het evangelie van de dag. Dat papiertje houdt hij zorgvuldig bij in zijn broekzak. En hij leest de woorden tientallen keren per dag: in de keuken, op het werk, op de tram, tijdens zijn expliciet gebed, en zelfs op toilet (zo vertelde hij mij). Zo dacht hij na over het Woord, hij maakte het Woord zich eigen, zodat het wortel kon schieten en vrucht kon dragen in zijn leven. Het is een manier om tegemoet te komen aan de woorden van de Heer: ‘Overweeg eens goed …’

Naar het evangelie dan. Wat moeten we vandaag overwegen ?

“Barmhartigheid wil Ik, geen offers.”

Wat die offers betreft … Er was een tijd dat mensen dachten dat ze door te offeren hun leven, en het leven van anderen, konden witwassen. Deze tijd was niet alleen, jammer genoeg zijn er nog steeds mensen die zo denken. ‘Geen offers’ zegt Jezus klaar en duidelijk. ‘Ik wil barmhartigheid’.
God heeft geen offers nodig. Als je ‘liefhebben’ offeren noemt … ok, dan vraagt Hij offer: het offer van de liefde. Maar dat zijn geen materiële offers, geen dierlijke offers, geen kinderen (ja, er was een tijd dat kinderen in naam van God geofferd werden … zo fout !!!).

Barmhartigheid dus. Daar gaat het om. Geen schandpaalpolitiek, geen veroordeling, maar barmhartigheid, enkel liefde, het verlorene opzoeken, het gewonde helen, verzoening brengen, aan vrede werken. Door en door goed zijn voor elkaar … dat vraagt Jezus.

Ik heb een zeer mooie en naar mijn aanvoelen wijze tekst gevonden; een homilie over de woorden van Jezus waar Hij zegt dat Hij geen offers wilt, maar wel barmhartigheid. Wie hem wil nalezen kan hem hier vinden.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

 

Laat ons bidden

Goede God,
help ons barmhartige mensen te zijn; mensen met een warm hart voor ieder, zonder uitzondering. Moge ons hart lijken op het uwe: getekend door liefde en ontvankelijkheid. Ja, Vader, neem ons op in uw Zoon, opdat wij beeld en gelijkenis mogen zijn van uw mateloze goedheid.
Kom heilige Geest. Amen.