Lezingen van de dag – vrijdag 7 oktober 2016


Heilige (of feest) van de dag

Onze Lieve Vrouw van de Rozenkransrozenkrans_bidden

gedachtenis

Rond 1570 bedreigden de oprukkende Turken het christelijke westen. Met de grootst mogelijke moeite wist paus Pius V († 1572) de christenstaten te bewegen de krachten te bundelen en een gezamenlijk leger op de been te brengen. Zo voer op 7 oktober 1571 een Spaans-Italiaanse vloot, onder leiding van Don Juan van Oostenrijk († 1578) de Turken tegemoet voor een beslissend treffen. Deze zeeslag is de geschiedenis ingegaan als de Slag bij Lepanto (= het huidige Navpaktos, ten noorden van de Griekse stad Patras aan de Golf van Korinte).

Intussen had de paus de christenen opgeroepen het gebed van de heilige rozenkrans te bidden en daarbij Maria’s voorspraak af te smeken. Als de christenen zouden winnen – zo beloofde hij – zou hij een officieel feest van de rozenkrans instellen. En zo geschiedde.

Het feest werd nog eens door paus Clemens XI († 1721) voor de hele kerk bekrachtigd, toen Prins Eugen op 5 augustus 1716 nogmaals een schitterende overwinning behaalde op de Turken bij Peterwardein (bij Neusatz aan de Donau ten noordwesten van Belgrado); hij plaatste het op de eerste zondag van de maand oktober.

Paus Pius X († 1914) plaatste het feest op 7 oktober. Op aanraden van de heilige karmelietes en mystica Katharina Filtjung († 1915) wijdde paus Leo XIII († 1903) de maand oktober toe aan Maria als Koningin van de Heilige Rozenkrans.

Overigens was de rozenkrans als gebedssnoer al veel ouder. Het waren vooral de dominicanen die de devotie voor de rozenkrans verspreidden. Bekend is de afbeelding dat Maria vanuit de hemel het gebedssnoer toevertrouwt aan Sint Dominicus († 1221), vaak tegelijk ook aan Sint Catharina van Siena († 1380). Zo behoorde de dominicaan Alanus a Rupe († 1475) tot de bevorderaars van het rozenkransgebed.

De Rozenkrans

De volledige rozenkrans is een gebedssnoer, samengesteld uit vijftien keer tien kralen, telkens afgewisseld met één aparte, meestal grotere kraal. De series van tien kralen noemt men ‘tientjes’. Terwijl men de kralen door de vingers laat glijden, bidt men telkens een Wees-gegroet; bij de grotere kraal tussen de tientjes in bidt men een Onze Vader en een Eer aan de Vader. Aan het begin van elk tientje wordt een geloofsgeheim uitgesproken om tijdens het ritmische bidden van de Weesgegroeten te overwegen.

Van oudsher zijn er drie series geheimen: de blijde, droevige en glorievolle geheimen.

De Blijde Geheimen
1 De engel Gabriël brengt de Blijde Boodschap aan Maria
2 Maria bezoekt haar nicht Elisabeth
3 Jezus wordt geboren in een stal van Bethlehem
4 Jezus wordt in de tempel opgedragen
5 Jezus wordt in de tempel wedergevonden

De Droevige Geheimen
1 Jezus bidt in doodsangst tot zijn hemelse Vader
2 Jezus wordt gegeseld
3 Jezus wordt met doornen gekroond
4 Jezus draagt zijn kruis naar de berg van Calvarië
5 Jezus sterft aan het kruis

De Glorievolle Geheimen
1 Jezus verrijst uit de doden
2 Jezus stijgt op ten hemel
3 De Heilige Geest daalt neer over zijn apostelen
4 Maria wordt in de heel opgenomen
5 Maria wordt in de hemel gekroond

Het was Josemaría Escriva, grondlegger van Opus Dei († 1975), die vijf geheimen samenstelde, ontleend aan het openbaar leven van Jezus. Hij noemde ze de Geheimen van het Licht. Paus Johannes Paulus II nam ze over en beval ze aan in de devotie van de rozenkransbidders.

Geheimen van het Licht
1 Jezus wordt gedoopt in de Jordaan
2 Jezus openbaart zich op de bruiloft van Kana
3 Jezus verkondigt het Rijk Gods en roept op tot bekering
4 Jezus verandert van gedaante op de berg Tabor
5 Jezus stelt de eucharistie in

Het Rozenhoedje
In het dagelijks gebruik van de gelovigen werd meestal niet een complete rozenkrans van 150 Weesgegroeten gebeden, maar een derde ervan: 50 Weesgegroeten: het ‘rozenhoedje’.

Er bestaat ook een rozenkrans die is opgebouwd uit zeven keer zeven wees-gegroeten, de zogeheten franciscaanse rozenkrans van zeven vreugden:

De geloofsgemeenschap viert in Maria’s leven zeven ‘vreugde’, zeven momenten van (intens grote) vreugde’, zeven keer een ‘Laetitia’:
1 De aankondiging van de engel Gabriël, dat zij de moeder zal worden van onze Heer Jezus Christus
2 Het bezoek dat zij brengt aan haar bejaarde nicht Elisabeth over wie zij van de engel Gabriël verneemt dat zij op haar oude dag al zes maanden in verwachting is, terwijl zij eigenlijk geen kinderen kon krijgen
3 Jezus’ geboorte in Bethlehem
4 De aanbidding van de wijzen uit het oosten
5 De terugvinding van de 12-jarige Jezus in de tempel na drie dagen smartelijk zoeken
6 De verrijzenis of opstanding van Jezus uit de doden
7 Maria’s ten hemel opneming

vrijdag in week 27 door het jaarbijbel


Uit de brief van Paulus aan de Galaten 3, 7-14

We zijn geroepen dienaars van de Geest te zijn, en geen slaven van de wet.

Broeders en zusters,
u ziet dat zij die geloven kinderen van Abraham zijn. Nu heeft de Schrift voorzien dat God ook andere volken door geloof zou aannemen en daarom aan Abraham verkondigd: ‘In jou zullen alle volken gezegend worden.’ En dus wordt iedereen die gelooft samen met Abraham, de gelovige, gezegend. Maar iedereen die op de wet vertrouwt is vervloekt, want er staat geschreven: ‘Vervloekt is eenieder die niet alles doet wat het boek van de wet bepaalt.’ Dat niemand door de wet voor God rechtvaardig wordt, is volkomen duidelijk, want er staat ook geschreven: ‘De rechtvaardige zal leven door geloof.’ De wet daarentegen is niet gegrond op geloof, want er staat: ‘Wie doet wat de wet voorschrijft, zal leven.’
Maar Christus Jezus heeft ons vrijgekocht van deze vloek door voor ons te worden vervloekt, want er staat geschreven: ‘Vervloekt is ieder mens die aan een paal hangt.’ Zo zouden door Hem alle volken delen in de zegen van Abraham en zouden wij, zoals ons is beloofd, door het geloof de Geest ontvangen.

 

Psalm 111, 1-6

Refr.: Eeuwig gedenkt God zich zijn verbond.

Ik wil de Heer loven met heel mijn hart
in de grote kring van oprechten.Drieeenheid_2
Machtig zijn de werken van de Heer,
wie ze liefheeft, onderzoekt ze.

Zijn daden hebben glans en glorie,
zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd.
Hij stelde een gedenkdag in voor zijn wonderen,
genadig en liefdevol is de Heer.

Hij gaf voedsel aan wie Hem vrezen,
eeuwig gedenkt Hij zijn verbond.
Hij toonde zijn volk de kracht van zijn daden
en gaf hun het land van andere volken.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 11, 15-26

Jezus drijft een duivel uit. Tegen de aantijging, dat Hij dit door Beëlzebul, de vorst der duivelen, zou hebben gedaan, getuigt Jezus dat wel degelijk God hiervan aan de oorsprong ligt. Voor Hem is dat een teken dat het messiaanse Rijk gekomen is.

Toen Jezus eens een duivel had uitgedreven zeien enkelen: ‘Dankzij Beëlzebul, de vorst der demonen, kan Hij demonen uitdrijven.’
Anderen verlangden van Hem een teken uit de hemel om Hem op de proef te stellen. Maar Hij kende hun gedachten en zei tegen hen: ‘Elk koninkrijk dat innerlijk verdeeld is wordt verwoest, en huis na huis stort in. Als ook satan innerlijk verdeeld is, hoe kan zijn koninkrijk dan standhouden? Jullie zeggen toch dat Ik dankzij Beëlzebul demonen uitdrijf! Als Ik inderdaad dankzij Beëlzebul demonen uitdrijf, door wie drijven jullie eigen mensen ze dan uit? Zij zullen dan ook jullie rechters zijn! Maar als Ik dankzij een kracht die van God komt demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen. Wanneer een sterk, goed bewapend man zijn domein bewaakt, dan zijn zijn bezittingen veilig. Maar zo gauw iemand die sterker is hem aanvalt en hem overwint, dan neemt die sterkere hem de wapenrusting waarop hij vertrouwde af en verdeelt hij de buit. Wie niet met mij is, is tegen mij, en wie niet met mij samenbrengt, drijft uiteen. Wanneer een onreine geest iemand verlaat, trekt hij door dorre oorden op zoek naar een rustplaats. Maar als hij die niet vindt, zegt hij: “Ik zal terugkeren naar mijn huis, dat ik verlaten heb.” En wanneer hij terugkeert, merkt hij dat het schoongemaakt is en op orde gebracht. Dan gaat hij weg en haalt er zeven andere demonen bij, slechter dan hijzelf, en ze nemen daar blijvend hun intrek. En zo is de mens bij wie de demon intrekt er ten slotte veel slechter aan toe dan voorheen.’

Van Woord naar leven

Laat ons eerlijk zijn: ons leven ervaren we dikwijls als een strijd, een strijd tussen goed en kwaad, tussen de goede Geest van God en de boze geest die we satan noemen. Het is alsof wijzelf het toneel zijn van die strijd. Die strijd wordt gestreden in ons gewone leventje van alledag. Weinigen zien het, maar vanbinnen is het soms oorlog.

Waar gaat die strijd dan over in het mensenhart ?
Je zou kunnen denken dat je al je energie moet steken is het realiseren van een soort heiligheid, vechten tegen het kwaad om als grote winnaar voor God te staan. Theresia van Lisieux dacht dat ook in de eerste tijd van haar kloosterleven. Het werd een soort obsessie, een voortdurend streven naar, een najagen van haar eigen ik. Tot ze een heel andere weg ontdekte, een weg van overgave, je ik verlaten omwille van Hem. Ze zal deze ontdekking de ‘korte weg’ noemen: in wezen veel eenvoudiger en vooral zoveel minder vermoeiend. In plaats van het eigen streven centraal te stellen zal ze zich nu geven aan de werkzaamheid van God. In deze overgave zal ze alles ontvangen om haar weg te kunnen gaan. Gedaan met eigen krachtpatserij, maar een stille voortdurende overgave aan Gods werking. Het is een weg van innerlijke vrede, een weg van intieme paasvreugde in de Heer.

Komen tot deze overgave is de werkelijke strijd in het mensenhart. Het kwaad zal ons namelijk influisteren dat we alles zelf moeten doen. We zullen merken dat dat niet lukt en we gaan lauw worden, ontgoocheld geraken, we gaan de strijd opgeven, de weg van het gebed vernauwen tot bijna niets meer, enz…

Laten we ons niet verleiden door deze vorm van kwaad. Maar laten we eenvoudig en in een diep geloof knielen voor de Allerhoogste, innig verenigd met Jezus, van aangezicht tot Aangezicht. Laten we dit doen in dagelijks stil en lang gebed, bij en in het Woord, maar ook in het vieren van de eucharistie of tijdens de aanbidding van het Allerheiligste. En daarna wie fietst op de fiets, wie met de trein reist op de trein, wie afwast tijdens de afwas, wie de was ophangt bij draad en wasspeld, wie z’n kinderen bijstaat bij het huiswerk tijdens die soms lastige uren, wie brood gaat kopen met de verkoopster bij de bakker, wie uit werken gaat op de werkvloer,… ja, overal en steeds.
Maar altijd eerst op de knieën, daarna tijdens de rest.

Wie zo biddend door het leven gaat zal groeien in God, en wel zo dat Hij jou tot groei zal zijn, en Hij u zal worden.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,jesus-753063_640
wanneer wij in U blijven, zoals Gij in ons blijft, kunt Gij uw werk in ons doen. Wanneer wij ons verwijderen uit U, doen wij ons eigen werk wat heel dikwijls niet het uwe is. Dit nee-woord brengt zeer zeker schade toe aan die diepe eenheid die Gij wilt bewerkstelligen tussen de mensheid en de Vader, en dus schade aan de liefde.
Vergeef ons, en trek ons in uw warmhartigheid altijd opnieuw in het vuur van Uzelf. Zo zullen we meer en meer beeld en gelijkenis worden van onze hemelse Vader.
Kom Heer Jezus, kom. Beziel ons met Gods heilige Geest.
Amen.