Lezingen van de dag – vrijdag 9 september 2016


Heilige (of feest) van de dag

Pedro Claver († 1654)naamloos

Sj, Cartagena, Columbia; apostel van de negerslaven in Zuid-Amerika

De negerslaaf die de oude Pater Claver op zijn ziekbed moest verzorgen had allerlei slimmigheidjes moeten bedenken om eerst de lekkerste dingen van het eten voor de zieke uit te zoeken voor zichzelf, en wat er dan overbleef aan zijn zieke te geven. Hij kon het niet doen in zijn barak, want dan zouden de anderen het zien, ook niet onderweg van de keuken naar het ziekenkamertje, want dan liep hij kans dat hij zou worden betrapt. Ook niet achter de rug van pater Claver op het ziekenkamertje, want daar kwamen de hele dag drommen mensen over de vloer: ieder wilde nog een laatste glimp van deze heilige man opvangen.

Toen de zieke in de vroege morgen van 8 september 1654 overleed, was er niets anders meer op zijn kamer dan zijn bed, het laken waar hij onder lag en de schamele kleren aan zijn lijf. De rest was door iedereen meegenomen als aandenken.

Pedro was in 1580 – dus nu vier-en-zeventig jaar geleden – geboren in het Catalaanse stadje Verdú. Hij ging studeren in Barcelona en na beëindiging van zijn studies trad hij in bij de paters jezuïeten; hij was toen twintig jaar oud. Toen hij als priesterstudent ging studeren op het eiland Majorca, raakte hij in gesprek met broeder Alfonsus, de portier van de universiteit († 1617). Hij was een voormalig handelsman en wist te vertellen dat er in de Nieuwe Wereld vreselijke dingen gebeurden. Vanuit Afrika werden door Spanjaarden, Portugezen, Hollanders en Engelsen negers naar Zuid-Amerika overgebracht, om daar voor goudgeld op de markt verkocht te worden. Ze werden in de goud- en zilvermijnen te werk gesteld en stierven als ratten. “Het goud en zilver waar onze kerken en paleizen mee zijn versierd, kost duizenden mensenlevens, en er schijnt niemand te zijn die zich om die arme mensen bekommert”, zo besloot broeder Alfonso. Van dat ogenblik af, stond het voor Pedro vast dat hij daar naartoe wilde.

In 1610 vertrok hij naar Zuid-Amerika. Een bootreis van Europa naar Zuid-Amerika was onder gewone omstandigheden een verschrikking. Je was geheel afhankelijk van de wind; meestal duurde zo’n overtocht enkele maanden in de brandende tropenzon. Water en voedsel bedierven; passagiers en zeelui vochten om de laatste druppels water en de schamelste restanten voedsel. Als er al niet velen stierven aan voedselvergiftiging, uitputting of een of andere ziekte die uitbrak, dan liep je altijd nog kans het loodje te leggen in een van die grimmige gevechten.

De negers die men ving in de binnenlanden van Afrika en onder in de stinkende en bedompte ruimen van de houten schepen dumpte en vastklonk aan ijzeren kettingen die aan ringen in de wand werden bevestigd, waren er tientallen keren erger aan toe. Ze kregen nauwelijks te eten, want dat was er voor de zeelui al nauwelijks. Sanitair was er niet; ze lagen opgepakt op elkaar met hun uitwerpselen als een soort van stinkend cement. Water was er al te weinig om te drínken, dus van wassen kon geen sprake zijn. Ze stierven daar beneden inderdaad als ratten, zoals broeder Alfonso met verdriet had opgemerkt. Pas als de stank ook tot op het dek doordrong, en het geschreeuw overging in gebrul, hees men de lijken op en gooide ze in zee. De kapitein sprak van een gelukkige overtocht, als hij meer dan de helft van de honderden negers levend op de wal van Cartagena kon afleveren. Hij verdiende er schatten mee. Per jaar werden er zo ongeveer tienduizend negers aangevoerd.

De enige die zich van hun lot iets aantrok was Pater Claver. Vanaf 1616 tot aan zijn dood in 1654 heeft hij onvermoeibaar voor ze gezorgd. Zodra er een schip in zicht kwam, trok hij bedelend langs de poorten van de rijken en zamelde voedsel, snoep, vruchten, zeep en reukwater in. Zodra de lading aan wal was gezet, trok hij er met zijn tolken op af. Die tolken waren gewezen negerslaven uit allerlei gebieden in Afrika, want Pater Pedro wilde er zeker van zijn dat hij iedereen persoonlijk in de eigen taal kon aanspreken. Hij troostte ze, gaf ze wat te eten, liet ze zich zo goed en zo kwaad als het ging verzorgen, had een goed woord voor ze, en probeerde hun toestemming te krijgen om ze te dopen: dan zouden ze op die manier tenminste nog bij Christus’ liefde horen. Juist waar zijn volgelingen, de christenen van Europa, zich zo beestachtig gedroegen, probeerde hij hun te troosten met het vooruitzicht van een gelukkiger leven na de hel waar ze nu in terecht waren gekomen.

Zo bekeerde hij om en nabij de driehonderdduizend Afrikaanse negerslaven. Weekends bestonden er nog niet. Zeven dagen per week sjouwde hij achter die arme drommels aan. Zelf noemde hij zich ‘slaaf van de negers’. De laatste jaren van zijn leven was hij ziek. Zijn verzorging liet veel te wensen over. Bij zijn dood bleek hij ernstig verwaarloosd.

De ‘apostel van de negerslaven’, zoals hij eervol wordt genoemd, werd heilig verklaard in 1888. In 1894 richtte de zus van de toenmalige generale overste van de jezuïeten, Maria-Theresia Ledochowska, de Claverbond op ter ondersteuning van de missie in Afrika.

Hij is patroon van de missiezusters van St-Petrus Claver; sinds 1896 wordt hij vereerd als patroon van de katholieke missie onder de negers.
Hij wordt afgebeeld als jezuïet met negers om zich heen.

vrijdag in week 23 door het jaarbijbel


Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 9, 16-19 + 22-27

Paulus verzaakt aan het recht om van zijn prediking te leven, om zich vrij en volledig aan iedereen te kunnen geven. Hij schrikt er niet voor terug de situatie van de zwaksten mee te leven om hen voor Christus te winnen. Zichzelf legt hij consequent op wat hij van anderen vraagt en zelfs meer.

Broeders en zusters,
dat ik verkondig is niet iets om me op te laten voorstaan. Ik kan niet anders, en het zou me slecht vergaan als ik het niet zou doen. Als ik het uit eigen beweging zou doen, zou ik recht op betaling hebben. Maar ik doe het niet uit vrije wil; deze opdracht is mij toevertrouwd. Wat is nu mijn loon? Dat ik het evangelie verkondig zonder er iets voor terug te vragen en dus geen gebruik maak van de rechten die de verkondiging mij geeft.
Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik de slaaf van iedereen geworden om zo veel mogelijk mensen te winnen. Voor de zwakken ben ik zwak geworden om hen te winnen. Ik ben voor iedereen wel íets geworden, om in elke situatie althans enkelen te redden. Ik doe alles voor het evangelie om ook zelf aan de beloften ervan deel te krijgen.
Weet u niet dat van de atleten die in het stadion een wedloop houden er maar één de prijs kan winnen? Ren als de atleet die wint. Iedereen die aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles; atleten doen het voor een vergankelijke erekrans, wij echter voor een onvergankelijke. Daarom ren ik niet als iemand die geen doel heeft, vecht ik niet als een vuistvechter die in de lucht slaat. Ik hard mezelf en oefen me in zelfbeheersing, want ik wil niet aan anderen de spelregels opleggen om uiteindelijk zelf te worden gediskwalificeerd.

 

Psalm 84, 3 + 4 + 5 + 6 + 8a + 12

Refr.: Van verlangen smacht mijn ziel naar de voorhoven van de Heer.

Van verlangen smacht mijn ziel
naar de voorhoven van de Heer.
Mijn hart en mijn lijf roepen
om de levende God. Drieeenheid_2

Zelfs de mus vindt een huis en de zwaluw een nest
waarin ze haar jongen neerlegt,
bij uw altaren, Heer van de hemelse machten,
mijn koning en mijn God.

Gelukkig wie wonen in uw huis,
gedurig mogen zij U loven.
Gelukkig wie bij U hun toevlucht zoeken,
met in hun hart de wegen naar U.

Steeds krachtiger gaan zij voort,
want God, de Heer, is een zon en een schild.
Genade en glorie schenkt de Heer,
zijn weldaden weigert Hij niet
aan wie onbevangen op weg gaan.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 6, 39-42

Om mensen te leiden moeten wij eerst ingetogenheid, gezond verstand en scherpzinnigheid tegenover onszelf gebruiken. Men geeft slechts wat men zelf is. Hierbij moeten wij de ingevingen van ons hart voor laten gaan op elk formalisme en elke schijnheiligheid. In de mate dat wijzelf het woord van God hebben opgenomen zullen wij in staat zijn uit de rijkdom van ons hart, de Kerk, een woord te spreken dat anderen kan helpen en leiden.

Jezus hield de leerlingen deze gelijkenis voor:
‘Kan de ene blinde de andere blinde leiden? Vallen ze dan niet beiden in een kuil?
Een leerling staat niet boven zijn leermeester; pas als iemand zich alles heeft eigen gemaakt, zal hij de gelijke zijn van zijn leermeester.
Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? Hoe kun je tegen hen zeggen: “Laat mij de splinter in je oog verwijderen”, terwijl je de balk in je eigen oog niet ziet? Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter in het oog van je broeder of zuster te verwijderen.’

Van Woord naar leven

‘Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? Hoe kun je tegen hen zeggen: “Laat mij de splinter in je oog verwijderen”, terwijl je de balk in je eigen oog niet ziet? Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter in het oog van je broeder of zuster te verwijderen.’

De splinter en de balk. Als zoon van een timmerman was Jezus er van jongsaf mee vertrouwd, er van huis uit mee opgegroeid. Splinters heeft Hij in zijn handen gevoeld. Balken heeft Hij gesjouwd op zijn schouders. Geen timmerman of schrijnwerker kan daaraan voorbij.

De splinter en de balk. Als gezondene van zijn Vader tussen de mensen van Israël heeft Hij ze gezien in het oog en in het hart van veel mensen. Splinters van vooringenomenheid en balken van vooroordeel. Splinters en balken die het gezicht vertekenden, die de goede kijk op anderen vervormden, die mensen blind maakten voor het goede en het ware.

De splinter en de balk. Jezus heeft ze leren kennen en voelen tijdens zijn leven tussen ons. Maar veel scherper en indringender nog heeft Hij ze leren kennen en voelen bij zijn lijden zijn sterven. Als slachtoffer van menselijk ongeloof en kortzichtigheid kreeg Hij de splinters van de doornen op zijn hoofd gedrukt. En dat is de enige kroon die Christus, door ons koning genoemd en als koning gevierd, ooit van mensen gekregen heeft.

Als slachtoffer van blinde verwaandheid stierf Hij aan de balk van het kruis als een uitgestotene. En dat is de enige troon die Hij ooit van mensen ontvangen heeft. Door Hem is dit kruis symbool geworden van zijn liefde tot het uiterste, levend teken van verlossing.

En wij… Wij mogen nog steeds de splinter en de balk in het wapenschild van ons leven voeren. Want net als de joden toen, zijn wij uit hetzelfde hout gesneden, zitten diezelfde splinters en balken diep in het eelt van onze handen en van onze harten verborgen. Zo diep wellicht dat wij het niet eens van onszelf meer merken. Zo verborgen en gecamoufleerd misschien dat wij ze alleen nog bij anderen opmerken.

Jezus’ commentaar is kort en veelzeggend: ‘Huichelaars’. Veel meer woorden heeft Hij er niet voor over. De rest is werk en opdracht voor ons. Een pijnlijk werk, met veel geduld, een werk van volhouden en op de tanden bijten om al die hardnekkige splinters van onze fouten en gebreken uit de huid van ons leven te verwijderen.

Geen mens kan daaraan voorbij. Want pas dan is ons gezicht scherp genoeg om niet alleen de anderen en onszelf te zien zoals we in de diepte zijn (geschapen naar Gods beeld en gelijkenis), maar ook om aan God zelf de eer te geven die Hem toekomt: ons geloof als de echte kroon op zijn werk, onze liefde en onze inzet als zijn scepter, als zijn maatstaf, waarmee Hij ons ooit meten zal.

De overweging van vandaag is naar woorden uit ‘Bezinningen bij Gods Woord van dag tot dag’, door de norbertijnen van de Abdij Postel, uitgegeven bij uitgeverij Brepols.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,images
raak ons aan en genees ons. Stop in ons elk oordeel over anderen. Leer ons eerst de balk uit ons eigen oog te halen om dan vanuit uw liefde in alle barmhartigheid eventueel de splinter uit het oog van de ander te halen. Leer ons liefhebben, Heer, zoals Gij ons dat hebt voorgedaan; Gij in ons, met ons, door ons.
Amen.