Lezingen van de dag – woensdag 1 aug 2018


Heilige (of feest) van de dag

Alfonsus de’ Liguori († 1787)

Alfonsus de’ Liguori, Napels, Italië; bisschop & kerkleraar

Hij werd op 27 september 1696 te Marianella bij Napels geboren. Op zijn twintigste stond hij al in geheel Napels bekend als een bekwaam en betrouwbaar advocaat. Eens ontdekte hij, toen hij na een proces de rechtszaal verliet, dat hij het onrecht verdedigd had. Zo gebrekkig en onvolmaakt was blijkbaar het menselijke kennen en weten. Van toen af ging hij voor priester studeren. Hij ontving de priesterwijding toen hij dertig jaar oud was. Onmiddellijk ging hij preken voor het volk. Het was zijn ideaal om eenvoudige, ongeschoolde mensen het evangelie te doen begrijpen. Vandaar dat hij in de taal van het volk preekte met zeer eenvoudige woorden. Niet iedereen waardeerde wat Alfonsus deed. Hij ondervond veel tegenstand van zijn vader, van de koning en enige tijd ook van de paus. Maar intussen sloten anderen zich bij hem aan, en uiteindelijk groeide deze beweging uit tot een nieuwe congregatie van religieuzen: de Redemptoristen. Zij leefden in uiterste eenvoud, voelden zich aangetrokken tot de gewone mensen en brachten grote predikanten voort.

Hijzelf schreef meer dan honderd boeken, waarvan zijn Moraaltheologie het bekendste zou worden. Beroemd is ook zijn boek ‘De Heerlijkheid van Maria’. Een samenvatting van Maria’s rol in de kerk tot dat moment. Hij toont er Maria als doorgeefster, middelares van alle genadegaven.

Uiteindelijk werd hij bisschop van het plaatsje Agatha de’ Goti.

In de laatste tien à twintig jaren van zijn leven ging zijn gezondheid almaar achteruit. Hij had overal pijn, groeide krom van de jicht, werd doof en zo goed als blind, terwijl ook zijn verstand ernstig achteruitging. Maar zijn allerergste beproeving was wel dat hij in ongenade viel bij de paus en dat er in zijn religieuze congregatie een scheuring ontstond. Op zulke momenten van zwaarmoedigheid liet hij zich graag voorlezen uit zijn eigen boek over Maria, en knapte er prompt van op.

Hij stierf op 1 augustus 1787 te Norcera dei Pagani (bij Napels) ruim negentig-jaar oud.

In 1871 werd hij door paus Pius IX tot kerkleraar uitgeroepen. Hij is patroon van de biechtvaders, theologen en in het bijzonder de moraaltheologen. Het eerste redemptoristenklooster in Nederland (Wittem, Limburg) dateert van 1832.

Hij wordt afgebeeld als een enigszins gebogen grijsaard in redemptoristenhabijt (zwart kleed met witte boord) of in bisschopskledij (staf, mijter, tabberd); vaak heeft hij een rozenkrans, een missiekruis of een boek.

Hij is patroon van de Redemptoristen; daarnaast van biechtvaders, professoren in de moraaltheologie en theologen in het algemeen. Vanwege het moeizame einde van zijn leven zou hij zijn voorspraak zeer geschikt kunnen worden aangeroepen tegen depressie en neerslachtigheid.

woensdag in week 17 door het jaar


Uit de profeet Jeremia 15, 10 + 16-21

Jeremia ondergaat het lot van iedere profeet. In zijn dienst aan Gods woord moet hij soms harde dingen zeggen en stoort hij de anderen in hun wereldje. Het resultaat is dat allen zich tegen hem keren en hij zich eenzaam voelt. God herhaalt nochtans zijn beloften en roept de profeet op trouw te blijven.

‘Wee mij! Ach moeder, dat u mij moest baren! Ik wek overal ergernis, iedereen bestrijdt mij. Ik ben niemands schuldeiser, en heb zelf geen schulden, toch word ik door iedereen vervloekt.
Telkens als ik uw woorden hoorde, nam ik ze als voedsel tot mij. Uw woorden gaven mij een diepe vreugde, want ik behoor U toe, o Heer, God van de hemelse machten.
Nooit was ik in vrolijk gezelschap, nooit heb ik plezier gemaakt. Eenzaam was ik, door uw toedoen, U had mij immers volgegoten met uw woede.
Waarom blijft mijn lijden duren, is mijn wond niet te genezen, waarom wil hij maar niet helen? U hebt mij teleurgesteld, als een beek die drooggevallen is.’
Dit zegt de Heer: ‘Als je bij mij terugkeert en Ik je aanneem, zul je mij weer dienen. Als je waardige woorden spreekt, niets onwaardigs, zul je weer mijn zegsman zijn. Laat dit volk zich naar jou richten, jij mag je niet richten naar hen.
Ik maak jou voor dit volk tot een bronzen vestingmuur. Ze zullen je bestrijden, maar je niet overwinnen, want Ik zal je ter zijde staan om je te beschermen en te redden – spreekt de Heer.
Ik zal je redden uit de handen van boosdoeners, Ik bevrijd je uit de greep van geweldenaars.’

 

Psalm 59, 2 + 3 + 4 + 5 + 10 + 11 + 17 + 18

Refr.: God is mijn sterkte, aan Hem houd ik mij vast.

Bevrijd mij van mijn vijanden, mijn God,
bescherm mij tegen mijn belagers.
Bevrijd mij van wie onrecht doen,
red mij van hen die bloed vergieten.

Zij hebben het op mijn leven voorzien
en vallen mij aan met geweld.
Niet om mijn misdaad, niet om mijn zonde, Heer,
ik ben onschuldig, maar zij dringen op en sluiten de rijen.
Verhef U om mij te helpen, zie naar mij om.

Mijn sterkte, aan U houd ik mij vast,
ja, God is mijn burcht.
God, die trouw is, zal mij te hulp komen,
God zal mij doen neerzien op wie mij aanvallen.

Maar ik, ik zal uw sterkte roemen,
in de morgen uw trouw bezingen:
U bent voor mij altijd een burcht geweest,
een toevlucht in tijden van nood.
Mijn sterkte, voor U wil ik zingen,
mijn burcht is God, de God die mij trouw blijft.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 13, 44-46

De twee korte parabels die Matteüs hier weergeeft, de parabel van de schat in de akker en de parabel van de parel, willen het gedrag van de gelovigen illustreren. In blijde hoop en niet uit vrees voor de straf moeten zij zich van alles ontdoen om het rijk te verwerven.

Jezus sprak tot de menigte:
Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen.
Ook is het met het koninkrijk van de hemel als met een koopman die op zoek was naar mooie parels. Toen hij een uitzonderlijk waardevolle parel vond, besloot hij alles te verkopen wat hij had en die te kopen.’

Van Woord naar leven

Vandaag lezen wij bij de profeet Jeremia: ‘Telkens als ik uw woorden hoorde, nam ik ze als voedsel tot mij. Uw woorden gaven mij een diepe vreugde, want ik behoor U toe, o Heer, God van de hemelse machten.’

Onlangs was ik in gesprek met iemand die me een ervaring vertelde van zo’n dertig jaar geleden. Het was een periode waarin hij als het ware de Bijbel ontdekte. Daarvoor wist hij wel van het bestaan van de Bijbel maar hij was er nooit echt voor geïnteresseerd geweest. Nu had hij zich voorgenomen om ’s avonds voor het slapen gaan te knielen voor zijn bed en telkens een stukje uit het Nieuwe Testament te lezen. Voor hem waren het allemaal nieuwe teksten – hij was er immers niet mee vertrouwd – die hij trachtte te ontvangen als Gods woorden tot hem gericht.
Hij vertrouwde me toe dat hij dikwijls moest wenen wanneer hij las in het evangelie of uit de brieven. Dat bedoelde hij niet sentimenteel. Het waren tranen van een welgemeende ontroering, tranen van een diepe vreugde, omdat hij ervoer dat de woorden die hij las niet zomaar woorden waren. Voor hem was het een spreken van God in zijn hart. Hij hoorde, ontving en bewaarde. Hij ervoer ten diepste dat het een levend Woord was, een Woord dat leven in zich draagt en leven geeft.
Niet altijd begrijpend, maar steeds dankend om Gods Woord ging hij dan slapen als een diep gelukkig mens.
Mooi toch.

Mogen ook wij in ons hart heel veel liefde dragen voor Gods Woord uit de Schrift. Moge ons hart zich vullen met die diepe vreugde waarover Jeremia spreekt; een vreugde die ons aanzet tot een daadwerkelijk evangelisch leven; Gods Vrede dragend én uitdragend, mét de Heer en mét elkaar.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede Jezus, Heer en broer,
mensgeworden Woord van de Vader,
in uw naam willen we God danken om de heilige Schrift waarin Gij genadevol ons voedt, ons aanraakt en optilt, ons trekt in Uzelf, in uw ja-woord, in de wil van Vader. Moge de heilige Geest over ons neerdalen opdat wij een zeer grote liefde moge koesteren voor de heilige teksten ons gegeven in de Bijbel. Mogen wij in uw genade de teksten leren verstaan, mogen wij begrijpen wat Gij ons zeggen wil, mogen ze ons aanzetten tot een leven in U, ons volledig gevend aan Gods aanwezigheid. Ja, moge God doorheen U zijn liefde openbaren door ons heen, dag na dag, uur na uur, bij iedere ontmoeting, bij elke handeling, in gebed en actie, dag en nacht.
Groeiend in U. Amen.