Lezingen van de dag – woensdag 1 juni 2016


Heilige (of feest) van de dag

Justinus de Martelaar († 165)Justinus Martelaar ikoon

Justinus Martelaar, Rome, Italië; filosoof & martelaar

Justinus werd rond het jaar 100 geboren in Palestina in de plaats Flavia-Neapolis (het bijbelse Sichem, tegenwoordig Nablus). Hij kwam uit een heidens milieu. Van jongs af aan bleek hij bijzonder weetgierig. In zijn jonge jaren bezocht hij alle filosofenscholen om te horen wat men er over de waarheid te zeggen had. De een na de ander stelde hem teleur en liet hem onbevredigd achter. Pas toen hij in contact kwam met de leer van de christenen, besefte hij op het goede spoor te zijn. In die tijd behoorden denken en doen onlosmakelijk bij elkaar. Hoe meer Justinus zich in de woorden van Christus verdiepte, hoe meer hij ernaar verlangde te leven zoals Hij.

Na zijn doop verzorgde hij enige tijd rondleidingen voor medechristenen die de heilige plaatsen in zijn geboorteland kwamen bezoeken. Hij zou daarbij altijd gewezen hebben op de grot van Jezus’ geboorte!

Dat is interessant. Er zijn twee evangelisten die over Jezus’ geboorte vertellen: Matteus en Lukas. Matteus heeft het in dit verband over een ‘huis’ (Matteus 2,11). Lukas zegt niet in wat voor gebouw Jezus geboren werd. Hij vertelt wel, dat Jezus meteen na zijn geboorte in een kribbe werd gelegd; daaruit hebben latere gelovigen afgeleid, dat hij in een stal geboren moet zijn. Nu horen we dus van iemand, die reeds honderd jaar later leefde, dat de kribbe in een grot gestaan zou hebben.

Gehuld in een filosofenmantel trok Justinus rond om – zoals toen gebruikelijk was – met ieder die maar wilde, te discussiëren over filosofische onderwerpen en levensvragen. Tenslotte begon hij in Rome een filosofenschool. Hij schreef boeken, die gericht waren aan de keizer en de senaat; daarin verdedigde hij de christelijke levensvisie. Zo vestigde hij de aandacht op zich en werd na een openbaar debat gevangen genomen, omdat hij openlijk weigerde deel te nemen aan de verplichtingen, die voor iedere Romeinse burger behoorden bij staatsgodsdienst, met name de offerrituelen aan de Romeinse goden, waartoe vaak ook de de persoon van de keizer gerekend werd.

Er is nog een ander laatste woord van Justinus bewaard gebleven:
“Zoals wanneer de ranken van de wijnstok gesnoeid worden om nieuwe te doen ontspruiten: zo gaat het nu met ons”.

Justinus is patroon van de filosofen en de geloofsverdedigers en apologeten.

Hij wordt afgebeeld in filosofenmantel, met pen en boek(rol); soms met een bijl of zwaard (zijn vermoedelijke martelwerktuigen).

woensdag in week 9 door het jaar


Uit de tweede brief van Paulus aan Timoteüs 1, 1-3 + 6-12

Paulus in de gevangenis schrijft aan zijn vriend en gezel Timoteüs. Hij moedigt hem aan zich niet te schamen voor de Heer of voor zijn getuigen, zijn deel te dragen in het lijden voor het evangelie.

Van Paulus, apostel van Christus Jezus door de wil van God, gezonden om de belofte te verkondigen van het leven in eenheid met Christus Jezus. Aan Timoteüs, mijn geliefd kind. Genade, barmhartigheid en vrede van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze Heer!
Telkens als ik je in mijn gebeden noem, elke dag en elke nacht, dank ik God, die ik net als mijn voorouders met een zuiver geweten dien. Daarom spoor ik je aan het vuur brandend te houden van de gave die God je schonk toen ik je de handen oplegde.
God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Schaam je er dus niet voor om van onze Heer te getuigen; schaam je ook niet voor mij, die omwille van Hem gevangen zit, maar deel in het lijden voor het evangelie, met de kracht die God je geeft.
Hij heeft ons gered en ons geroepen tot een heilige taak, niet op grond van onze daden, maar omdat Hij daartoe uit genade besloten had. Deze genade was ons al vóór alle tijden gegeven in Christus Jezus, maar nu is ze bekend geworden doordat onze redder Christus Jezus is verschenen, die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven heeft doen oplichten door het evangelie.
Van dit evangelie ben ik verkondiger, apostel en leraar; daarom moet ik dit alles ondergaan. Maar ik schaam mij niet, want ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld en ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is om wat mij is toevertrouwd te bewaren, tot de grote dag aanbreekt.


Psalm 123

Refr.: Naar U, Heer, sla ik mijn ogen op.

Naar U sla ik mijn ogen op,
naar U die in de hemel troont,
zoals de ogen van een slaaf Drieeenheid_2
de hand van zijn heer volgen,
en de ogen van een slavin
de hand van haar meesteres,
zo volgen onze ogen de Heer, onze God,
tot Hij ons genadig wil zijn.

Wees genadig, Heer,
wees ons genadig,
wij worden veracht,
meer dan te dragen is.
Meer dan onze ziel kan dragen
raakt ons achteloze spot,
de hoogmoed van onverschilligen.


Uit het evangelie volgens Marcus 12, 18-27

Hoewel wij ons niet kunnen voorstellen hoe het verrezen leven eruit zal zien, daarom moeten wij het feit van de verrijzenis zelf nog niet loochenen. Met menselijk vergelijkingsmateriaal komen wij hier niet veel verder. Daarbij komt nog dat onze God geen God is van doden, maar van levenden. Dit is wezenlijk voor onze godsdienst.

Er kwamen enkele Sadduceeën naar Jezus toe; volgens de Sadduceeën is er geen opstanding uit de dood. Ze vroegen Hem: ‘Meester, Mozes heeft ons het volgende voorgeschreven: “Als iemand sterft en een vrouw achterlaat, maar geen kinderen, moet zijn broer die vrouw bij zich nemen en nakomelingen verwekken voor zijn broer.” Er waren eens zeven broers. De eerste nam een vrouw en stierf zonder nakomelingen; de tweede nam haar tot vrouw, maar stierf ook zonder nakomelingen; en met de derde ging het net zo. Geen van de zeven kreeg nakomelingen. Het laatst van allen stierf de vrouw. Wiens vrouw zal ze dan zijn bij de opstanding, wanneer ze opstaan uit de dood? Alle zeven zijn ze immers met haar getrouwd geweest.’
Jezus antwoordde: ‘Dwaalt u niet? U kent blijkbaar de Schriften niet en evenmin de macht van God. Want wanneer de mensen uit de dood opstaan, trouwen ze niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, maar zijn ze als engelen in de hemel. Wat betreft de opwekking van de doden, hebt u in het boek van Mozes in het gedeelte over de doornstruik niet gelezen dat God tegen hem zei: “Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob”? Hij is geen God van doden, maar van levenden; u dwaalt vreselijk!’

Van Woord naar leven

Wanneer iemand overleden is, durven wij nogal eens snel zeggen: ‘Ach, hij (of zij) is nu bij haar man (of vrouw). Ze zullen nu samen gelukkig zijn in de hemel bij God’.
Vraag is of ze inderdaad als man en vrouw (als gehuwd koppel) daar in de hemel zijn.

Wanneer twee mensen huwen, beloven ze elkaar trouw ‘tot de dood ons scheidt’.

In de hemel is er een heel andere orde wat betreft dat samen-zijn.
In de hemel zijn we als engelen, leert Jezus ons vandaag.
Daar gaat het over een blijvende gemeenschap met de Vader.
We weten absoluut niet hoe dat er concreet zal uitzien.
En eigenlijk is dat ook niet belangrijk.
Eén ding weten we zeker: We zullen ontvangen worden in die diepe barmhartigheid die de Vader zo eigen is.
Het is een eeuwig leven waarnaar we mogen verlangen, een eeuwig leven dat ons beloofd is.

Wie nu (hier dus op aarde) de Heer ten diepste volgt, zal diep in zijn hart reeds een voorsmaakje proeven van dat eeuwig leven, in de zin dat hij zich bewoond zal weten, geleid naar datgene wat hem te wachten staat.

Een mooi vooruitzicht !

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,P1010968
uw trouw is sterker dan de dood..
Wat Gij ons eens geschonken hebt,
kan niemand ons ontnemen.
Wees ons nabij in ons geloof
als vrees ons voor een valse keuze stelt.
En als de vragen van het leven
ons onzeker maken,
neig dan onze harten tot vertrouwen in,
en overgave aan U.
Amen.