Lezingen van de dag – woensdag 12 juli 2017


Heilige (of feest) van de dag

Ignacio Delgado y Cebrian († 1838)

Ignacio Delgado y Cebrian o.p., Vietnam; bisschop & martelaar

Hij was een Spanjaard en werd in 1761 geboren. Ingetreden bij de dominicanen werd hij naar de missie in Vietnam gezonden waar hij vijftig jaar lang onafgebroken werkte. Hij werd benoemd tot Apostolisch Vicaris en ontving de bisschopswijding. Toen het tij voor de christenen keerde, werd hij opgepakt en in een kooi ten toon gesteld aan het publiek dat hem mocht pesten en vernederen. Zo stierf hij tenslotte van uitputting.

woensdag in week 14 door het jaar


Uit het boek Genesis 41, 55-57; 42, 5-7a + 17-24a

Met aalmoezen de mensen aan zich binden is iets wat wij voortdurend rondom ons zien gebeuren. Zo was ook de situatie van Jozef aan het hof van de farao. Maar voor zijn broeders weet hij deze toestand te doorbreken ondanks zijn vroegere uitstoting. Hij vergeeft grootmoedig en schept nieuwe kansen om opnieuw te beginnen.

Toen de Egyptenaren honger begonnen te lijden en de mensen steeds luider om eten riepen bij de farao, zei deze tegen hen: ‘Ga maar naar Jozef en doe wat hij zegt.’
Toen de hongersnood zich over het hele land had uitgebreid, liet Jozef alle voorraadschuren openen en verkocht hij het graan aan de bevolking. De hongersnood in Egypte werd steeds erger, en ook uit alle andere landen kwamen de mensen naar Egypte om bij Jozef graan te kopen; zo erg was de hongersnood overal.
Zo kwamen Israëls zonen graan kopen, samen met vele anderen, omdat de hongersnood ook Kanaän in zijn greep hield.
6 Jozef was de hoogste machthebber in het land en iedereen moest bij hem graan kopen. Toen zijn broers voor hem verschenen, bogen ze zich diep voor hem neer. Zodra Jozef zijn broers zag herkende hij hen, maar hij deed alsof zij vreemden voor hem waren.
Hij hield hen drie dagen in hechtenis. De derde dag zei hij tegen hen: ‘Als jullie in leven willen blijven, doe dan wat ik zeg, want ik heb ontzag voor God. Als jullie werkelijk eerlijke mensen zijn, moet een van jullie hier gevangen blijven. De rest gaat naar huis, met graan om de honger van jullie gezinnen te stillen. En breng me dan je jongste broer, om te bewijzen dat jullie de waarheid hebben gesproken; dan wordt niemand van jullie ter dood gebracht.’ Ze stemden toe, en ze zeiden tegen elkaar: ‘Dit is onze straf omdat we ons niets hebben aangetrokken van de smeekbeden van onze broer, terwijl we toch zagen dat hij doodsbenauwd was. Daardoor zitten wij nu in de ellende.’
Ruben zei: ‘Heb ik jullie niet gezegd dat je je niet aan de jongen moest vergrijpen? Maar jullie wilden niet luisteren. Nu wordt ons zijn dood betaald gezet.’
Ze wisten niet dat Jozef hen verstond, want hij maakte gebruik van een tolk. Jozef liep bij hen vandaan, omdat hij zijn tranen niet kon bedwingen.

 

Psalm 33, 2 + 3 + 10 + 11 + 18 + 19

Refr.: Zing voor de Heer een nieuw lied.

Huldig de Heer bij de klank van de lier,
speel voor Hem op de tiensnarige harp.

Zing voor Hem een nieuw lied,
speel en zing met overgave.

De Heer doet de plannen van volken teniet,
Hij verijdelt wat naties beramen.

Het plan van de Heer houdt eeuwig stand,
wat Hij beraamt, blijft van geslacht tot geslacht.

Het oog van de Heer rust op wie Hem vrezen,
en hopen op zijn trouw.

Hij zal hen redden in doodsgevaar,
bij hongersnood zal hij hun leven sparen.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 10, 1-7

Jezus vertrouwt zijn zending toe aan de apostelen. Aanvankelijk was deze alleen bedoeld voor de mensen van Israël, maar na zijn verrijzenis voor alle volkeren.

Jezus riep zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen.
Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, Filippus en Bartolomeüs, Tomas en de tollenaar Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs, en ten slotte Simon Kananeüs en Judas Iskariot, die Hem zou uitleveren.
Deze twaalf zond Jezus uit, en Hij gaf hun de volgende instructies: ‘Sla niet de weg naar de heidenen in en bezoek geen Samaritaanse stad. Ga liever op zoek naar de verloren schapen van het volk van Israël. Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.”’

 

Van Woord naar leven

Jezus riep zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen. Zo lezen we vandaag in het evangelie.

Wanneer we de krant lezen, het journaal bekijken, de wereld rondom ons gade slaan, of een blik werpen in ons eigen hart, zien we dikwijls heel wat kwaad; onreine geesten zeg maar. Alsof het kwaad de mens soms zo in z’n macht heeft dat het sterker wordt dan die mens: een soort bezetenheid. Het kan zo sterk zijn dat het de mens ten diepste verziekt, vervreemdt van zijn Schepper. Het kwade noemt hij goed, in naam van God wordt er geweld gebruikt, de schepping eigent men zich toe, de liefde wordt verkracht, leugens worden goedgepraat, alles voor het geld, heidense afgoden, enzomeer.

Vandaag een oproep om de wereld van het kwaad te genezen.

We kunnen dat op twee manieren doen.

Een eerste manier is de wereld, de mensheid, bij God brengen doorheen dagelijks gebed, door een voortdurende smeekbede om genezing van het kwaad. Deze vorm van dienstbaarheid aan de mensheid mogen we niet onderschatten. Ze is van enorm groot belang. De wereld snakt naar deze vorm van dienstbaarheid.
Het klinkt misschien vandaag de dag niet echt populair, maar we mogen echt wel genade afsmeken van de hemel. Dat kan door middel van stil en lang gebed (smekend met je hart), schietgebeden doorheen de dag, door het bidden van de rozenkrans, het breviergebed, het bijwonen van de eucharistie, enzomeer. Hoe dan ook, het voornaamst is dat we met ons hart bidden: gemeend en in volle overgave.

Een tweede manier om het kwade uit de wereld te helpen is door zelf door en door goed te zijn. Maar echt goed, vanuit Jezus’ inwoning diep in jezelf. Door u heen zal Jezus de mensen aanraken en genezen. Dat is geen vrome theorie, maar een blijde werkelijkheid. Geloven we dat wel ?
Jezus’ aanwezigheid in ons is er geen van passieve aard. Jezus leeft in ons, Hij wil onszelf en ieder die wij vanuit Hem ontmoeten leven geven. Wij mogen Gods instrument zijn wat betreft het genezen van het kwaad in de wereld. Dat is geen hoogmoedige gedachte. Wie dit klaarspeelt is juist nederig. Hij geeft zich aan de werkzaamheid van Jezus. Wie hoogmoedig is geeft zich aan zichzelf. Wie nederig is geeft zich aan God.

We kennen het bestaan van de erfzonde. Maar er bestaat ook zoiets als erfgenade. Goed doen schept goedheid. Vrede dragen schept vrede. Vreugdevol leven schept vreugde. Liefhebben spoort aan dit ook te doen.
Probeer maar uit.

Laat ons bidden, dagelijks. Laten we de wereld bij God brengen, smekend dat Hij de mensheid mag aanraken met de gave van diepe genezing. Ook ons eigen hart.
En laat ons door en door goede mensen zijn, beeld van de Vader, zijn goedheid dragend en uitdragend.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
schenk ons de nederigheid en de moed
uw leven uit te dragen.
Geef dat wij ieder mogen ontmoeten
vanuit de liefde waarmee Gij ons bemint.
Schenk ons de genade in deze taak
U nooit te verlaten.
Kom heilige Geest.
Amen.