Lezingen van de dag – woensdag 13 jan. 2016


Heilige (of feest) van de dag

martelaren van Reningelst (+ 1568)

Vlaanderen, België; † 1568

Op maandag 12 januari 1568 om elf uur ’s nachts worden drie geestelijken uit Reningelst bij Poperinge, Vlaanderen, door zogeheten bosgeuzen op gruwelijke wijze om het leven gebracht: de pastoor, Judocus Hughesoone, zijn kapelaan Robertus Ryspoort en de priester Jacobus Panneel die tevens koster is..
De afgelopen weken hadden rondstropende geuzen in de wijde omgeving van Ieper al plundertochten ondernomen en dood en verderf gezaaid. Kerken, kloosters en particuliere huizen van pausgetrouwe christenen werden leeggeroofd en platgebrand. Een van die bendes, onder leiding van Jacob Huele en de predikant Jan Michels viel onverhoeds Reningelst binnen en kreeg de drie geestelijken te pakken. Nadat ze de kerk, de pastorie en alles op het hele terrein hadden kort en klein geslagen, begonnen ze hun drie gevangenen op alle mogelijke manieren te treiteren. Ze hingen hun zware kettingen om, lieten ze een dag lang zonder eten of drinken, en sleepten ze tenslotte door het hele dorp naar het naburige bos.

Daar probeerde de predikant hen van hun geloof te doen afvallen,maar dat was vergeefse moeite. Toen gingen de geuzen rechtbankje spelen en veroordeelden de drie ter dood. Na een aantal gruwelijke folteringen werden de drie priesters tenslotte onthoofd. Hun lijken werden door de gelovigen pas teruggevonden op de 19e januari. De dag daarop werden ze in de kerk begraven. De vijfentwintigste kwam de deken naar Reningelst om voor hen een plechtige uitvaartmis op te dragen. De kerk puilde uit van de mensen.
We zijn over hun dood goed ingelicht. Want aanvankelijk behoorde ook de pastoor van Dranouter, Jan Breufkin of Beufkin, tot de gevangenen. Maar hij kwam op het laatste moment vrij, ‘op wonderbare wijze’, staat erbij, maar hoe dat in zijn werk ging, wordt niet nader vermeld. Hij legde op die bewuste zaterdag de 19e, de dag dat de drie werden teruggevonden, een ooggetuigeverklaring af.
In diezelfde tijd zouden de geuzen nog eens zeven andere geestelijken uit de omgeving van Ieper om het leven hebben gebracht.
Hoewel er duidelijk sprake is van elf uur ’s avonds op 12 januari geven de bronnen toch 13 januari als sterfdag.

WOENSDAG IN WEEK 1 DOOR HET JAAR


Uit het eerste boek Samuël 3, 1-10 + 19-20

Iedere roeping is Gods werk. Zo ook met de roeping van Samuël. Van de geroepene wordt bereidheid gevraagd. Wie bereid is te luisteren en ‘ja’ te zeggen kan met recht spreken dat hij optreedt in naam van de Heer, als zijn woordvoerder. Zo zal hij de tekenen van de tijd kunnen lezen in het perspectief van Gods plannen.

De jonge Samuël diende de Heer, onder de hoede van Eli.
Er klonken in die tijd zelden woorden van de Heer en er braken geen visioenen door.
Op zekere nacht lag Eli op zijn slaapplaats. Zijn ogen waren dof geworden, hij kon bijna niet meer zien. Samuël lag te slapen in het heiligdom van de Heer, bij de ark van God. De godslamp was bijna uitgedoofd.
Toen riep de Heer Samuël. ‘Ja’, antwoordde Samuël.
Hij liep snel naar Eli toe en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’
Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen. Ga maar slapen.’
Toen Samuël weer lag te slapen, riep de Heer hem opnieuw. Samuël stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’
Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen, mijn jongen. Ga maar weer slapen.’
Samuël had de Heer nog niet leren kennen, want de Heer had zich niet eerder aan hem bekendgemaakt door het woord tot hem te richten.
Opnieuw riep de Heer Samuël, voor de derde keer. Samuël stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’
Toen begreep Eli dat het de Heer was die de jongen riep.
Hij zei tegen Samuël: ‘Ga maar weer slapen. Wanneer je wordt geroepen, moet je antwoorden: “Spreek, Heer, uw dienaar luistert.”’
Samuël legde zich weer te slapen, en de Heer kwam bij hem staan en riep net als de voorgaande keren: ‘Samuël! Samuël!’
En Samuël antwoordde: ‘Spreek, uw dienaar luistert.’
Samuël groeide op. De Heer stond hem bij en bracht alles in vervulling wat Hij had voorzegd. Daardoor kwam iedereen in Israël, van Dan tot Berseba, tot de erkenning dat Samuël door de Heer als profeet was aangewezen.

 

Psalm 40, 2 + 5 + 7 + 8 + 9 + 10

Refr.: Ja, ik kom, Heer, om uw wil te doen.

Vol verlangen heb ik op de Heer gewacht
en Hij boog zich naar mij toe,
Hij heeft mijn roep om hulp gehoord.Drieeenheid_2

Gelukkig de mens die vertrouwt op de Heer
en zich niet keert tot hoogmoedigen,
tot hen die verstrikt zijn in leugens.

Offers en gaven verlangt U niet,
brand– en reinigingsoffers vraagt U niet.
Nee, U hebt mijn oren voor U geopend;

Nu kan ik zeggen: Hier ben ik,
over mij is in de boekrol geschreven.
Uw wil te doen, mijn God, verlang ik,
diep in mij koester ik uw wet.

Wanneer het volk bijeen is,
spreek ik over uw rechtvaardigheid,
ik houd mijn lippen niet gesloten,
U weet het, Heer.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 1, 29-39

Jezus wil geen slachtoffer worden van misverstanden. Velen, die aan allerhande ziekten leden, werden door Hem genezen. Daardoor werden heel wat mensen belust op wonderwerken en nieuwe mirakelen. Hij ontvlucht hen en gaat op zoek naar andere mensen, die Hij de Blijde Boodschap écht kan brengen.

Toen Jezus, Jakobus en Johannes uit de synagoge kwamen, gingen ze rechtstreeks naar het huis van Simon en Andreas..
Simons schoonmoeder lag met koorts in bed, en ze spraken met Jezus over haar.
Hij ging naar haar toe, pakte haar hand vast en hielp haar overeind. Toen verliet de koorts haar, en ze begon voor hen te zorgen.
‘s Avonds laat, toen de zon al was ondergegaan, brachten de mensen alle zieken en bezetenen naar Hem toe; alle inwoners van de stad hadden zich bij de deur van het huis verzameld.
Hij genas vele zieken van allerlei kwalen en Hij dreef veel demonen uit, maar stond ze niet toe om iets te zeggen, want ze wisten wie Hij was.
Vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond Hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden.
Maar Simon en de anderen die bij Hem waren, gingen Hem vlug achterna, en toen ze Hem gevonden hadden zeiden ze tegen Hem: ‘Iedereen is naar U op zoek!’
Toen zei Hij: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen hier in de omtrek, zodat Ik ook daar het goede nieuws kan brengen. Daarvoor ben Ik immers op weg gegaan.’
In heel Galilea bracht Hij het nieuws in de synagogen en dreef Hij demonen uit.

Van Woord naar leven

Het moet fantastisch geweest zijn om te zien hoe Jezus wonderen deed, hoe Hij mensen genas van hun lichamelijke kwalen, hoe Hij vergeving schonk in Gods naam, hoe Hij de mensen onderwees, hoe Hij met zondaars omging, enz…
Maar wat velen niet wisten, beluisteren we in de volgende zin: “Vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond Hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden.”
Jezus had die momenten van gebed nodig. Los van eender welke mens wilde Hij, moest Hij, af en toe alléén kunnen zijn met de Vader. In het gebed trad Hij als het ware in het leven van de Vader, en nam de Vader Hem in zich op. Niet dat buiten die uitdrukkelijke gebedsmomenten de Vader meer verwijderd zou zijn van Jezus, maar schijnbaar zijn die uitdrukkelijke momenten van gebed van fundamenteel belang.

Te snel wordt er gezegd dat ‘mijn gebedsleven mijn goede werken zijn’. Daar is natuurlijk iets van. Bedoeling is dat we de geest van het gebed levend houden tijdens onze bezigheden. Maar het zogenaamd ‘uitdrukkelijk gebed’ gaat vooraf aan het ‘biddend in het leven staan’.

Het is zoals de eerste twee geboden, waarvan de Heer zegt dat ze één zijn: ‘Bemin God bovenal, en uw naaste als uzelf.’ Deze geboden zijn dus één, en toch dragen ze een zekere hiërarchie in zich. Wij kunnen maar onze naaste en onszelf écht beminnen als we ook God beminnen. We beminnen onszelf en de ander vanuit de inwoning van God.
Zo is het ook met het gebed. Het uitdrukkelijke gebed en het ‘gebed in het leven’ zijn één, doch zit er een hiërarchie in verborgen. Wij kunnen maar écht biddend in het leven staan, wanneer wij het ‘uitdrukkelijk gebed’ onderhouden.

Moeder Theresa wordt dikwijls geprezen om haar goede werken. Maar vele vergeten dat zij iedere ochtend voor zij de straat opging al meer dan twee uur op haan knieën zat voor het heilig Sacrament.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,OLYMPUS DIGITAL CAMERA
schenk ons uw Geest
opdat wij de moed, de discipline
en vooral de liefde mogen hebben
U dagelijks te mogen ontmoeten in het gebed.
Geef dat wij vanuit dit feest
biddend in het leven mogen staan,
U dragend, U uitdragend,
in eenheid met Jezus,
uw Zoon en onze Broeder en Heer.
Amen.