Lezingen van de dag – woensdag 13 mei 2015


Heilige (of feest) van de dag

Onze-Lieve-Vrouw van Fatima

De zienertjes Jacinta, Lucia en Francesco

De zienertjes Jacinta, Lucia en Francesco

Eerste verschijning
Op 13 mei 1917 verschijnt in Fátima, Portugal, een hemelse vrouw aan drie herderskinderen: Francisco Marto, zijn zusje Jacinta, respectievelijk negen en zeven jaar en hun tienjarige nichtje Lucia dos Santos. Ze staat met de voeten op een wolk in de kruin van een eikenboompje, omstraald door een aureool van licht. Dan zegt de vrouw: ‘Wees niet bang. Ik doe je geen kwaad.” Lucia waagt het erop: “Waar komt u vandaan, mevrouw?”
“Ik kom uit de hemel.”
“En wat komt u doen?”
“Ik zal elke maand op de 13e terugkomen. In oktober zal ik zeggen wie ik ben en wat ik verlang.”
Een stukje verder in het gesprek vraagt de verschijning:
“Wil je pijn verdragen voor de bekering van de zondaars om goed te maken wat Onze Lieve Heer en het onbevlekt Hart van Maria allemaal wordt aangedaan?”
De kinderen zeggen dat ze daartoe bereid zijn.
“Dan zul je nog heel wat pijn te doorstaan hebben,” zegt de verschijning.
Bij het afscheid zegt zij:
“Bid elke dag een rozenhoedje voor de vrede op de wereld en de bekering van de zondaars.”

Wellicht hebben wij moeite met spreken in termen van eerherstel en lijden omwille van de bekering van de zondaars. Zeker tot kinderen van zulk een jonge leeftijd. Vergeten we niet dat de Eerste Wereldoorlog al drie jaar aan de gang is; dat binnen enkele maanden in Rusland de anti-godsdienstige Revolutie van het communisme uit zal breken… Tegen deze achtergrond kunnen we iets beter verstaan dat de opmerkingen van de verschijning pasten in die tijd.

Tweede verschijning
In het dorp beginnen de eerste geruchten op gang te komen. Met als gevolg dat er op 13 juni zo’n tachtig mensen uit het dorp op het veld zijn samengestroomd waar de verschijning zal moeten plaats vinden. Als de drie kinderen om twaalf uur neerknielen om zoals gebruikelijk op die tijd het rozenhoedje te bidden, staat daar plotseling de verschijning op dezelfde plaats. Lucia spreekt ongeveer tien minuten met de verschijning. Deze drukt de kinderen weer op het hart elke dag het rozenhoedje te bidden. De mensen die erbij geweest zijn, hebben wel gezien hoe de kinderen op de verschijning reageerden, maar zelf hebben ze niets gezien.

Derde verschijning
Maar ze zijn er vol van. Gevolg is dat op 13 juli er zo’n vier- à vijfduizend mensen verzameld zijn op de plek van de verschijning. De verschijning doet zich weer precies om twaalf uur voor. Deze keer zegt zij
“… vooral het rozenhoedje te bidden om beëindiging van de oorlog te verkrijgen. Voeg er extra offers aan toe uit liefde voor Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria. De huidige oorlog loopt tegen zijn einde. Maar als er niets gebeurt zal er onder de volgende paus een veel ergere oorlog uitbreken…
Om dat te verhinderen kom ik vragen de wereld toe te wijden aan mijn Onbevlekt Hart en elke Eerste Zaterdag in mijn naam een oefening van eerherstel te doen. Als men aan mijn verzoek tegemoet komt, zal Rusland zich bekeren en zal er vrede zijn. Zo niet, dan zal het dwalingen over de wereld verspreiden die oorlogen en kerkvervolgingen veroorzaken. Vele vrome gelovigen zullen gemarteld worden en de paus zal veel te lijden hebben. Volkeren zullen vernietigd worden. Maar uiteindelijk zal mijn Onbevlekt Hart zegevieren.”

Vierde verschijning
Op 13 augustus worden de drie kinderen door het plaatselijke hoofd van bestuur in zijn huis vastgehouden. Hij zet de drie onder druk in de hoop dat zij zichzelf of elkaar tegenspreken, maar dat gebeurt niet. Ook laten ze zich niet bang maken. Ze vertellen eenvoudig telkens weer op dezelfde natuurlijke manier wat hun overkomen is, als was het de gewoonste zaak van de wereld. Op die 13e augustus staat er een ontzaglijke menigte te wachten. Maar de kinderen komen niet, en de verschijning ook niet. Die kwam zes dagen later, toen de drie alleen waren met hun kudde. Zij herhaalde de boodschappen van de vorige ontmoetingen.

Vijfde verschijning
Op 13 september vinden er merkwaardige verschijnselen aan de hemel plaats. De duizenden toeschouwers zeggen het allen gezien te hebben: een vurige bol die langs de hemel zweefde en bloembladeren die neerdwarrelden en halverwege schenen op te lossen in de lucht. De kinderen verklaren van dat alles niets gemerkt te hebben: zij zagen alleen de verschijning. Bij die gelegenheid brengt Lucia de wens van het volk over om op die plek een kapel te bouwen. De verschijning geeft haar toestemming.

Zesde verschijning
Zoals aangekondigd vindt op 13 oktober de laatste verschijning plaats. Er is een grote mensenmenigte aanwezig. Precies om twaalf uur laat de verschijning zich weer aan de drie kinderen zien. Lucia roept de mensen op het rozenhoedje te bidden. Op Lucia’s vraag wie zij is, antwoordt de verschijning:
“Ik ben Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans, en ik wil op deze plaats een kapel ter ere van mij.”
Net als de vorige keren spoort zij aan tot het dagelijks bidden van het rozenhoedje. Dan zegt zij:
“De mensen moeten beter gaan leven; zij moeten vergiffenis vragen voor hun zonden.”
En dan met bedroefd gezicht:
“Laten zij toch ophouden Onze Lieve Heer te beledigen. Hij is al veel te veel beledigd.”
De verschijning had beloofd dat zich bij haar laatste bezoek tekenen zouden voordoen waardoor er velen aan de waarheid van de verschijningen zouden gaan geloven. Aanvankelijk waren er regenwolken. Ze zijn op slag verdwenen. De zon komt door en straalt telkens anders gekleurde lichtbundels uit, zodat het lijkt alsof de hele aarde achtereenvolgens in een geel, groen, rood, blauw en paars spotlicht wordt gezet. Plotseling lijkt het alsof de zon loskomt van de hemel en op de aarde zal neerkomen. Grote schrik maakt zich van de mensen meester, en zij vallen op de knieën. Dit gebeurt drie keer achtereen. Alle aanwezigen bevestigen later dat ze het echt met eigen ogen hebben gezien.

Onze Lieve Vrouw van Fatima

Onze Lieve Vrouw van Fatima

Sindsdien is Fátima een druk bezochte Mariabedevaartplaats.

De kleine Francisco Marto zal reeds sterven op 4 april 1919; zijn jongere zusje niet lang daarna: 20 februari 1920. Lucia trad in 1921 in bij de zusters karmelietessen van St-Dorothea als zuster Lúcia de Jesus Santos en in 1948 bij de Karmel van St-Theresia in Coimbra. Zij was in 1982 en 1997 gids van paus Johannes Paulus II bij zijn bezoek aan Fátima.

WOENSDAG IN DE 6e PAASWEEK

Uit de Handelingen van de Apostelen 17, 15 + 22 – 18, 1

Wat de mensen ervaren, gaat Paulus gebruiken om hen naar God te brengen.

Paulus’ begeleiders brachten hem naar Athene en keerden daarna weer terug, met de opdracht om tegen Silas en Timoteüs te zeggen dat ze zich zo spoedig mogelijk bij hem moesten voegen. Paulus richtte zich tot de leden van de Areopagus en zei:
‘Atheners, ik heb gezien hoe buitengewoon godsdienstig u in ieder opzicht bent. Want toen ik in de stad rondliep en alles wat u vereert nauwlettend in ogenschouw nam, ontdekte ik ook een altaar met het opschrift: “Aan de onbekende god”. Wat u vereert zonder het te kennen, dat kom ik u verkondigen.
De God die de wereld heeft gemaakt en alles wat er leeft, Hij die over hemel en aarde heerst, woont niet in door mensenhanden gemaakte tempels. Hij laat zich ook niet bedienen door mensenhanden alsof er nog iets is dat Hij nodig heeft, Hij die zelf aan iedereen leven en adem en al het andere schenkt.
Uit één mens heeft Hij de hele mensheid gemaakt, die Hij over de hele aarde heeft verspreid; voor elk volk heeft Hij een tijdperk vastgesteld en Hij heeft de grenzen van hun woongebied bepaald.
Het was Gods bedoeling dat ze Hem zouden zoeken en Hem al tastend zouden kunnen vinden, aangezien Hij van niemand van ons ver weg is.
Want in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij. Of, zoals ook enkele van uw eigen dichters hebben gezegd: “Uit Hem komen ook wij voort.”
Maar als wij dan uit God voortkomen, mogen we niet denken dat het goddelijke gelijk is aan een beeld van goud of zilver of steen, het werk van een ambachtsman, door mensen bedacht.
God slaat echter geen acht op de tijd waarin men Hem niet kende, maar roept nu overal de mensen op om een nieuw leven te beginnen, want Hij heeft bepaald dat er een dag komt waarop Hij een rechtvaardig oordeel over de mensheid zal laten vellen door een man die Hij voor dat doel heeft aangewezen. Het bewijs dat het om deze man gaat, heeft Hij geleverd door Hem uit de dood te doen opstaan.’
Toen ze hoorden van een opstanding van de doden dreven sommigen daar de spot mee, terwijl anderen zeiden: ‘Daarover moet u ons een andere keer nog maar eens vertellen.’
Zo vertrok Paulus uit hun midden.
Toch sloten enkelen zich bij hem aan en aanvaardden het geloof, onder wie ook een Areopagiet, Dionysius, een vrouw die Damaris heette en nog een aantal anderen.
Na deze gebeurtenissen verliet hij Athene en ging naar Korinte.

 

Psalm 148, 1 + 2 + 11 + 12 + 14

Refr.: Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.

Loof de Heer, bewoners van de hemel,
loof Hem daar in de hoogten. 2304c68a9c27a0254aab74367bc7f60d
Loof Hem, al zijn herauten,
loof Hem, heel zijn engelenmacht.

Koningen van de aarde en alle naties,
vorsten en alle leiders van de aarde,
jonge mannen en jonge vrouwen,
oud en jong tezamen.

Hij verhoogt het aanzien van zijn volk,
de roem van al wie Hem trouw zijn,
het volk van Israël, dat Hem nabij is.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 16, 12-15

Elke tijd, elke generatie, moet de waarheid zoeken, dit is: zoeken wat het Woord Gods voor haar betekent. In dat zoeken zijn we niet alleen, de Geest is bij ons. Wat aan verdieping, bezinning en zoeken gebeurt in de Kerk, is zijn werk.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet verdragen.
De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer Hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar Hij zal zeggen wat Hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat.
Door jullie bekend te maken wat Hij van mij heeft, zal Hij mij eren.
Alles wat van de Vader is, is van mij – daarom heb Ik gezegd dat Hij alles wat Hij jullie bekend zal maken, van mij heeft.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus ons: ‘De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer Hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid.’

In eerste instantie was het kruis van Jezus een uiterlijk feit. Uiteraard had het inhoud, maar voor de toeschouwer bleef het een uiterlijk gebeuren. De heilige Geest zal dit uiterlijk feit veranderen in een innerlijke waarheid voor ieder van ons. De Geest zal het kruis verruimen van een louter historisch gebeuren tot het grondbeginsel van ons geloof.

De Geest zal ons, gelovigen, laten begrijpen dat het lijden van de Heer vruchtbaar was, is, en blijft, en dat ieder christelijk leven in het teken van het kruis staat en door het kruis naar de Heer wordt gebracht. Met andere woorden: de Geest zal ons in de liefdesweg van de Heer brengen. Niet louter als navolging maar als een ‘leven in de Heer’.
Hij, de Geest van de waarheid’ zal ons op deze wijze de volle waarheid wijzen én ons er naartoe brengen.

Laten we ons toevertrouwen aan het komen van de Geest.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,Heiligen-Geist-betrüben-226x300
waai met uw Geest over het land van ons hart opdat Gij moogt planten, snoeien, besproeien, zaaien en oogsten. Dat de vruchten van ons leven uw vruchten mogen zijn waarin de Vader diep geëerd wordt.
In uw naam, amen.