Lezingen van de dag – woensdag 14 juni 2017


Heilige (of feest) van de dag

Lidwina van Schiedam († 1433)

Lidwina van Schiedam, Nederland; maagd en mystica

Zij werd in 1380 te Schiedam uit arme ouders geboren. In 1395 kwam zij bij het schaatsen op het ijs ten val. Dat was het begin van een ongeneeslijk en zeer pijnlijk ziekteproces. Zij at bijna niets en leefde nagenoeg alleen van de heilige communie die haar regelmatig door de kapelaan van de parochiekerk werd gebracht. Het schijnt dat zij haar pijn heldhaftig droeg en dat zij haar bezoekers vol liefde en aandacht te woord stond. Op die manier was zij een bron van inspiratie voor haar omgeving. Maar ze moest ook meemaken, dat zij als een zonderling of zelfs bedriegster werd beschouwd.

Zo logeerde op 10 oktober 1425 hertog Filips van Bourgondië in de stad Schiedam. Omdat Lidwina een beroemdheid was, gingen een aantal dienaren van de hertog in gezelschap van de plaatselijke pastoor, Jan Engel, bij haar langs. Het was na de maaltijd. Eenmaal binnen begonnen die knechten liederlijke taal uit te slaan; ze beschuldigden haar ervan dat ze een bedriegster was, dat ze net deed alsof ze streng vastte, maar intussen ’s nachts stiekem at en dat ze de bijslaap van de pastoor was. De pastoor probeerde tussenbeide te komen, maar hij werd honend het huis uit gejaagd. Vervolgens staken ze een kaars aan, rukten de gordijnen van Lidwina’s bedstee opzij, en begonnen aan de dekens te trekken.
Lidwina’s nichtje Pieternel sprong ertussen om haar zieke tante te beschermen, maar de onverlaten smeten haar ruw opzij. Daarbij stootte zij zich pijnlijk tegen het bankje bij het altaar, dat in Lidwina’s kamer stond. Haar heupen en lendenen deden zo’n pijn, dat ze vanaf dat moment tot aan haar dood enkele maanden later mank liep en zich hinkend voortbewoog.
Deze Petronilla (of Pieternel) was een dochter van Sint Lidwina’s broer. Zij kwam haar tante op haar ziekbed geregeld verzorgen. Eind december, begin januari werd Pieternel ziek. Ze stierf op 14 januari 1426 ’s avonds om een uur of tien. Lidwina heeft nog afscheid van haar kunnen nemen.
Na haar dood herinnerde Lidwina zich een soort droomvisioen van enkele dagen tevoren. Daarin had ze gezien, hoe een stoet aartsvaders, profeten, apostelen, martelaren, belijders, maagden, priesters en leken met kruisen en brandende kaarsen de kerk van Schiedam uit waren getrokken. Ze hadden hun schreden gericht naar een huisje in de stad, haalden daar een dode op en keerden plechtig weer terug. De overledene had drie kronen: een op haar hoofd en een in elke hand.
Nu – na Pieternels dood – besefte Lidwina, dat dit visioen een voorspelling geweest moest zijn van de dood van haar nichtje. Enerzijds was Lidwina gelukkig te weten, dat ze in de eeuwige zaligheid was opgenomen. Anderzijds had ze veel verdriet over het verlies van iemand die haar steeds met zoveel liefde en zorg terzijde had gestaan en die had gedeeld in al haar geestelijke gaven.
In de twee maanden die volgden op Pieternels dood maakte ze een tijd door waarin ze het gevoel had door God verlaten te zijn.

Reeds tijdens haar leven werd Lidwina als een heilige beschouwd. Op 14 april 1433 kwam er een eind aan haar lijdensweg.

Zij is patrones van de zieken en van het ziekenpastoraat.

Zij wordt afgebeeld met een krans van rozen rond haar hoofd. In de ene hand een kruisbeeld en in de andere een bloesemtak.

Bron: Heiligen.net

woensdag in week 10 door het jaar


Uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs 3, 4-11

Paulus maakt hier een vergelijking tussen de wet van Mozes en het nieuwe Verbond, waarin hij kan en mag werken dank zij de Geest. Heel zijn bekwaamheid komt van God. De dienst aan de wet, hoewel belangrijk, kon de dood niet overwinnen. De dienst aan de Geest heeft de dood wel overwonnen en zal daarom blijvend zijn.

Broeders en zusters,
groot is ons Godsvertrouwen dankzij Christus. Niet dat wij vanuit onszelf zo bekwaam zijn dat we dit als ons eigen werk kunnen beschouwen; onze bekwaamheid danken we aan God. Hij heeft ons geschikt gemaakt om het nieuwe Verbond te dienen: niet het Verbond van een geschreven wet, maar dat van zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.
Wanneer wat de dood bracht en met letters in steen werd gegrift, al met zoveel luister verscheen dat het volk van Israël niet naar Mozes kon kijken door de stralende glans op zijn gezicht–een glans die verdween–, zal dan wat de Geest brengt niet nog groter luister hebben? Wanneer wat tot veroordeling leidt al met luister is bekleed, dan is wat tot vrijspraak leidt dat des te meer.
De luister van toen is niets in vergelijking met de overweldigende luister van nu. Wanneer wat verdwijnt al luister bezit, geldt dat des te meer voor wat blijft.

 

Psalm 99, 5-9

Refr.: Heilig is de Heer, onze God.

Breng hulde aan de Heer, onze God,
en buig u neer aan zijn voeten.
Heilig is Hij.

Mozes en Aäron waren zijn priesters,
ook Samuël riep zijn Naam.
Riepen zij tot de Heer, Hij antwoordde.

In de wolkkolom sprak Hij hen toe
en zij onderhielden zijn geboden,
de wet die Hij hun gaf.

Heer, onze God, U hebt hun geantwoord.
U was voor hen een God van vergeving
en een God die hun misdaden strafte.

Breng hulde aan de Heer, onze God,
en buig u neer voor zijn heilige berg.
Heilig is de Heer, onze God.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 5, 17-19

Christus wilde door zijn prediking de bestaande wetten niet afschaffen, maar Hij heeft ze aangevuld en vervolledigd. Hij is groter dan Mozes en staat op gelijke voet met God.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.
Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn. Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan.’

Van Woord naar leven

Bij Paulus lezen we vandaag: ‘De letter doodt, maar de Geest maakt levend.’

Hoeveel mensen, ja ook christenen, doen zichzelf, en anderen, zoveel leed aan door meer de letter van de wet te dienen (en dat van anderen te eisen), dan de geest van de letter te beminnen en deze te volgen. Véél mensen hebben dit gedaan, soms tot in de hoogste contreien van de Kerk. Wat jammer is, want wie slaafs omgaat met enkel het volbrengen van de wet zonder de geest van de letter te erkennen, maakt van de Blijde Boodschap een tiranisch gegeven voor zichzelf en anderen, wat veel leed veroorzaakt en totaal naast de kwestie is.

De Blijde Boodschap is op de eerste plaats een komen van God doorheen de letter (de Heilige Schrift), de Kerk (in het beste geval) en ons hart (ons omgaan met God zeg maar). Het is een Boodschap, een Wet, die bewoond is, gestuwd door de Geest. Wie de Geest eruit haalt blijft achter met een wet die oppervlakkig misschien nog ergens goed klinkt, maar die in wezen dood is. Zo jammer.

De Blijde Boodschap is een boodschap die levend is, fris, uitnodigend, en vooral: bewoond. Het is Christus zelf die gezonden door God in de liefde van de Geest naar ons toekomt, met de bedoeling dat we deelgenoot worden van hun Drie-ene liefde.

Neem bijvoorbeeld de barmhartigheid waartoe het evangelie oproept. Deze oproep is een gebeuren van binnenuit, door Christus zelf in ons hart gelegd, met de bedoeling dat dit liefdevol handen en voeten krijgt in ons dagelijks leven in de omgang met allen die God op ons levenspad brengt. Het is een oproep, een wet zeg maar, die warm moet beleefd worden, ons gevend aan Christus’ aanwezigheid diep in onszelf.

Neem de eucharistie. Gouden kelken, prachtige gewaden, allemaal vastgelegde wetjes hoe het tafelgebed moet gebeuren, … Eer brengen, en traditie, en zelfs regels, mogen er zijn. Maar lieve mensen: het gaat bij het vieren of aanbidden van de eucharistie op de eerste plaats om het ontmoeten van de Heer, samen als een blijde gemeenschap, in eenvoud en dankbaarheid. Kijk naar Jezus bij het Laatste Avondmaal: geen dure kelken, geen goudbelegen gewaden, … enkel wat wijn en brood en die eenvoudige en heilige woorden: ‘Dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed, doe dit tot mijn gedachtenis’.

Laten we als christenen mensen zijn of worden, die leren eenvoudig te zijn, naar het voorbeeld van de Heer: sober, delend, uitnodigend, met een sterk en gezond geloof, getekend door een diepe overgaven aan Christus’ aanwezigheid, en ja … ook door blijheid, diep bedoeld.

Moge de Geest ons leven geven.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer God,
moge de geest van de letter ons meer dierbaar zijn dan de letter van de wet. Ja, moge uw Geest ons doorheen uw Boodschap ten diepste brengen in het volbrengen van uw liefde, doorheen gebed en daad.
In Christus. Amen.