Lezingen van de dag – woensdag 15 juli 2015


Heilige (of feest) van de dag

Bonaventura van Albano (+ 1274)Vittorio_Crivelli_-_De_heilige_Bonaventura

Bonaventura (eigenlijk Johannes Fidanza) van Albano (ook van Lyon) ofm., Italië; bisschop & kerkleraar;
† 1274.

Hij werd in 1217 te Bagnoregio bij Orvieto, Italië, als Johannes Fidanza geboren. Op vierjarige leeftijd werd hij door Franciscus van Assisi († 1226; feest 4 oktober) op wonderbare wijze genezen van een ziekte. De heilige had uitgeroepen: “O buona ventura!” (= “Wat een gelukkige gebeurtenis!”). Sindsdien droeg hij die uitroep als bijnaam.

Op zijn twintigste trad hij in bij de franciscanen en deed zijn studies aan de universiteit van Parijs. Vanaf 1253 fungeerde hijzelf als docent theologie; één van zijn collega’s was de beroemde dominicaner theoloog Thomas van Aquino († 1274; feest 28 januari). In 1257 werd hij niet alleen hoofddocent aan de faculteit, maar practisch tezelfdertijd werd hij benoemd tot 36e generale overste van zijn orde. In zijn tijd waren de ongeveer 30.000 franciscanen diepgaand verdeeld over de te volgen koers van de orde. Het ene gedeelte wilde een strenge, contemplatieve levenswijze naar het voorbeeld van de benedictijnen; het andere zag het liefst dat men zo letterlijk mogelijk de regel van Vader Faranciscus volgde. Bonaventura vond een middenweg tussen een godverbonden gemeenschappelijk gebedsleven en de apostolische ijver naar de mensen toe. Door zijn hervormingen van de franciscanenorde wordt hij soms de tweede stichter van de orde genoemd.

Een benoeming tot aartsbisschop van York wees hij af, maar paus Gregorius X († 1276; feest 10 januari) wees hem in 1273 aan als kardinaal-bisschop van Albano. Hij overleed tijdens het mede door hem voorbereide concilie van Lyon (1274), en werd begraven in de huidige St-Bonaventurekerk in die stad. Zijn lijfspreuk was ‘solo Deo honor et gloria’ (alleen aan God komt eer en glorie toe).

Hij werd in 1482 door paus Sixtus IV († 1484) heilig verklaard. Paus Sixtus V († 1590) riep hem uit tot ‘serafijns (= engelachtige) kerkleraar’ naar het voorbeeld van zijn collega in de scholastieke theologie, Thomas van Aquino, die sinds 1567 was uitgeroepen tot ‘doctor angelicus’ (= ‘engelachtige leraar’).

Hij is patroon van de franciscanen; daarnaast van theologen, zijdefabrikanten, arbeiders en in het bijzonder van sjouwers, en tenslotte van kinderen.

Hij wordt afgebeeld in de grijze of bruine pij van de franciscanen; als bisschop (tabberd, staf en mijter) of kardinaal (met breedgerande rode kardinaalshoed); met kruis en/of boek.

WOENSDAG IN WEEK 15 DOOR HET JAAR


Uit het boek Exodus 3, 1-6 + 9-12

Bij de brandende doornstruik ontvangt Mozes de roeping om zijn volk uit Egypte te bevrijden en naar het beloofde land te leiden. Hij verzet er zich tegen en voelt zich niet waardig. Maar God zal hem bijstaan.

Mozes was gewoon de schapen en geiten van zijn schoonvader Jetro, de Midjanitische priester, te weiden. Eens dreef hij de kudde tot voorbij het steppeland, en zo kwam hij bij de Horeb, de berg van God. Daar verscheen de engel van de Heer aan hem in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde. Mozes zag dat de struik in brand stond en toch niet door het vuur werd verteerd.
*Hoe kan het dat die struik niet verbrandt? dacht hij. Ik ga dat wonderlijke verschijnsel eens van dichtbij bekijken.
Maar toen de Heer zag dat Mozes dat ging doen, riep Hij hem vanuit de struik: ‘Mozes! Mozes!’
‘Ik luister’, antwoordde Mozes.
‘Kom niet dichterbij’, waarschuwde de Heer, ‘en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig. Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God te kijken.
‘De jammerklacht van de Israëlieten is tot mij doorgedrongen en Ik heb gezien hoe wreed de Egyptenaren hen onderdrukken. Daarom stuur Ik jou nu naar de farao: jij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte wegleiden.’
Mozes zei: ‘Maar wie ben ik dat ik naar de farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?’
God antwoordde: ‘Ik zal bij je zijn. En dit zal voor jou het teken zijn dat Ik je heb gestuurd: als je het volk uit Egypte hebt weggeleid, zullen jullie God bij deze berg vereren.’

 

Psalm 103, 1 + 2 + 3 + 4 + 6 + 7

Refr.: De Naam van God wil ik loven met een lied.

Mozes bij het brandend braambos

Mozes bij het brandend braambos

Prijs de Heer, mijn ziel,
prijs, mijn hart, zijn heilige Naam.

Prijs de Heer, mijn ziel,
vergeet niet één van zijn weldaden.

Hij vergeeft u alle schuld,
Hij geneest al uw kwalen.

Hij redt uw leven van het graf,
Hij kroont u met trouw en liefde.

De Heer doet wat rechtvaardig is,
Hij verschaft recht aan de verdrukten.

Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend,
aan het volk van Israël zijn grootse daden.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 11, 25-27

Alleen de nederigen van hart maakt Jezus de geheimen van zijn Vader bekend. Zij staan ervoor open. Wie de rede als centrum plaatst van zijn leven heeft het veel moeilijker. Dankbare eenvoud en blije ontvankelijkheid in een geest van diep geloof zijn onmisbare voorwaarden voor het Rijk Gods.

In die tijd zei Jezus:
‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt gehouden, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild. Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is, dat weet alleen de Zoon, en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.’

Van Woord naar leven

Vandaag in de eerste lezing horen we het roepingsverhaal van Mozes bij de brandende braambosstruik. Nadat hij door God gevraagd werd om de Israëlieten uit Egypte weg te leiden, antwoordde hij: ‘Wie ben ik dat ik naar de farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?’

Mozes voelt zich onwaardig. De opdracht die hij krijgt is ook niet niets. Maar zijn gevoel van onwaardigheid draagt ook iets moois in zich: het zegt iets over zijn nederigheid, zijn gevoel van zich klein weten tegenover de grote Almachtige God. Maar desondanks blijft God hem roepen en we weten dat Mozes uiteindelijk ‘ja’ zal zeggen en het volk door de woestijn zal leiden naar het Beloofde Land.

Wij zijn niet Mozes. Wij krijgen niet dezelfde vraag van God aan Mozes gesteld. En toch…

Vraagt God ons niet gemeenschap aan te gaan met allen, om àls gemeenschap onze vleespotten achter te laten om, geleid door Hem, desnoods door woestijnen (die enkel opvoeden), het rijk van de Liefde binnen te gaan; ja, zijn liefde belevend door ons te schenken aan zijn aanwezigheid in Christus.
Zijn we we niet geroepen het juk van de slavernij achter te laten om als bevrijde mensen het lied van Gods vrede te zingen voor elkaar; naar onze onmiddellijke naasten maar in wezen naar de hele mensheid toe.

Lieve mensen, wie is waardig in te gaan op Gods uitnodiging deze reis te maken… U en ik, we zijn allen waardig. In zijn liefde nodigt God ieder van ons persoonlijk uit deze weg te gaan. Laten we hem samen gaan, ons gevend aan Jezus in en onder ons. Moge Hij de grote bezieler zijn ons ja-woord tot de Vader.

Kom, laat ons niet talmen. Laat ons gaan. Laat ons zingen, laat ons bidden, laat ons ‘leven’.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,images
schenk ons de genade van het ja-woord. Moge Jezus dit bewerkstelligen in ons. Mogen wij diep verankerd in Hem ‘ja’ zeggen tot U, ja tot de roeping ons slavenjuk achter te laten om als bevrijde mensen te leven in uw liefde.
Oh Heer God, bevrijd ons, genees ons, til ons op, doe ons wandelen in uw licht. Moge uw gelaat zichtbaar zijn doorheen ons leven, opdat ieder U mag ontmoeten; Gij, schepper van het volle leven. Amen, ja amen.