Lezingen van de dag – woensdag 15 juni 2016


Heilige (of feest) van de dag

Germaine Cousin († 1601)FourCandlesForJeffBuckley-250x250

Germaine Cousin (ook van Pibrac), Pibrac bij Toulouse, Frankrijk; herderin

Zij werd in een straatarm boerengezin geboren rond het jaar 1579. Reeds bij de geboorte bleek dat zij niet helemaal in orde was. Zij was pokdalig, uitgesproken lelijk en haar rechterhandje vertoonde verlammingsverschijnselen. Kort na haar geboorte stierf haar moeder. Haar vader wist geen raad met zijn gehandicapte dochter en liet haar aan haar lot over. Hij hertrouwde, maar stiefmoeder had zo mogelijk een nog groter hekel aan het kind dan vader. Welbeschouwd kregen de beesten een betere behandeling dan zij. Ze moest in de stal slapen of onder de trap; haar bed bestond uit wijnstokken. Meer dan droog brood kreeg ze niet te eten en het was haar verboden om met de kinderen van haar stiefmoeder te praten, want deze was bang dat haar mismaaktheid het boze oog zou aantrekken. Vanaf haar negende sleet zij haar dagen als herderinnetje: ze moest op haar vader’s schapen passen. Lezen kon ze niet; de hele dag door bad ze haar rozenhoedje. En iedere ochtend ging ze naar de kerk. Als het de tijd was voor de mis, pootte ze haar herdersstaf en haar spinrokken in de grond – aldus een oude levensbeschrijving – en ze liet het toezicht op haar schapen over aan Gods voorzienigheid: dat werkte, want nooit is er een vos geweest die ook maar één schaap te pakken heeft weten te krijgen. Voor ze ging, verbood ze de beesten uitdrukkelijk voorbij haar staf te gaan om op het land van de buurman te grazen. Dat is dan ook inderdaad nooit gebeurd.

Als ze kon gaf ze heel haar hebben en houden weg aan mensen die het nog slechter hadden dan zij. Dat maakte wel dat zij ook van de dorpelingen veel pesterijen te verduren had: ze werd voor gek versleten of voor heilig boontje uitgemaakt of nonnetje. Niemand die haar in bescherming nam, en zelf zei ze nooit iets terug.

Waar haalde ze die aalmoezen vandaan? Haar stiefmoeder verdacht haar ervan dat ze stiekem voedsel wegpakte uit de keuken. Zo stevende ze een keer in alle vroegte op haar stiefdochter af die zich met de beesten op het veld bevond. Twee manen die toevallig in de buurt waren, vreesden dat ze het kind een ongeluk zou aandoen en renden er achter aan om haar tegen te houden. Zo werden zij getuigen van het wonder dat zich voltrok. Scheldend en tierend had stiefmoeder het kind bereikt. Ze rukte het schort open waar ze altijd haar hompen brood in bewaarde. Maar deze keer vielen er geen broodbrokken uit, maar verse bloemen van een soort die nergens in de omgeving te vinden waren. Trouwens het was winter: er bloeiden helemaal geen bloemen!

Dit voorval maakte dat er ook andere verhalen over haar verteld werden. Zij was een heilige. Zelfs haar vader begon spijt te krijgen van zijn onmenselijke behandeling en hij verbood zijn vrouw al te hard tegen haar op te treden. Zelfs nodigde hij haar aan tafel uit tussen de andere kinderen. Maar zij vroeg zelf om alles te laten zoals het was.

Zo kwam het dat zij in grote verlatenheid stierf, 22 jaar oud. Haar vader vond haar op een ochtend dood op haar bed onder de trap. Ze werd begraven in het kerkje van Pibrac. Meteen na haar dood kwamen er mensen bidden op haar graf. Ze werden steevast verhoord. Zodat paus Pius IX haar tenslotte eerst zalig en vervolgens heilig verklaarde, respectievelijk in 1854 en 1867.

Zij is patrones van de herderinnen.

Bron: Heiligen.net

woensdag in week 11 door het jaar


Uit het tweede boek Koningen 2, 1 + 6-14

Elisa maakt het mee dat zijn meester Elia door God wordt opgenomen in zijn heerlijkheid zonder te sterven. Elisa zal nu zijn werk verderzetten in voorbereiding op de komst van de Messias. In Israël leefde de overtuiging dat Elia nog zou terugkeren voor de Messias kwam. Jezus zal inspelen op deze overtuiging en erop wijzen dat ze in hun kortzichtigheid Elia niet hebben herkend; het was Johannes de doper, de grootste onder de profeten.

De tijd was niet ver meer dat de Heer Elia in een stormwind in de hemel zou opnemen. Elia en Elisa stonden op het punt uit Gilgal te vertrekken.
Elia zei tegen Elisa: ‘Blijf jij hier, de Heer wil dat ik naar de Jordaan ga.’
Maar Elisa antwoordde: ‘Zo waar de Heer leeft, en zo waar u leeft, er is geen denken aan dat ik u alleen laat gaan.’
Zo gingen ze samen verder.
Bij de oever van de Jordaan hielden ze stil. Vijftig profeten die hen waren gevolgd bleven op een afstand staan kijken.
Elia deed zijn mantel af en vouwde hem dubbel. Hij sloeg ermee op het water, waarop het naar links en naar rechts wegvloeide en zij tweeën droog konden oversteken.
Terwijl ze overstaken vroeg Elia aan Elisa: ‘Wat kan ik nog voor je doen voor ik van je word weggenomen? Vraag het maar.’
Elisa antwoordde: ‘Laat mij dubbel in uw geest delen.’
‘Je vraagt iets heel moeilijks.’, zei Elia. ‘Als je ziet hoe ik van je word weggenomen, zal je wens vervuld worden, maar als je het niet ziet, gebeurt het niet.’
En terwijl ze liepen te praten, werden ze plotseling uit elkaar gedreven door een wagen van vuur, met paarden van vuur ervoor, en Elia werd in een stormwind meegevoerd naar de hemel.
Elisa zag het gebeuren en riep uit: ‘Vader, vader! Strijdwagen en ruiterij van Israël!’
Toen hij Elia niet meer kon zien, scheurde hij zijn kleren.
Hij raapte Elia’s mantel, die was afgegleden, op, en liep terug. Bij de oever van de rivier hield hij stil. Hij sloeg met Elia’s mantel op het water en riep uit: ‘Waar is de Heer, de God van Elia?’
Dus ook hij sloeg op het water en opnieuw vloeide het naar links en naar rechts weg, zodat Elisa kon oversteken.


Psalm 31, 20 + 21 + 24

Refr.: Getrouwen van de Heer, heb Hem lief.

Hoe groot is het geluk Drieeenheid_2
dat U hebt weggelegd voor wie U vrezen,
dat U bereid hebt voor wie schuilen bij U,
heel de wereld zal het zien.

U verbergt hen in de beschutting van uw gelaat
voor de lagen en listen van mensen,
uw tent biedt hun een schuilplaats
voor de laster van kwade tongen.

Getrouwen van de Heer, heb Hem lief.
De Heer behoedt de standvastigen,
voorgoed rekent Hij af met de hoogmoedigen.


Uit het evangelie volgens Matteüs 6, 1-6 + 16-18

De christelijke praktijken onderhouden om op te vallen bij anderen, is niet de juiste mentaliteit. Dan doen wij het voor onszelf en niet voor God of voor de anderen. Het radicalisme van het evangelie wil niet opvallen. Het handelt alleen vanuit een diepe overtuiging van een waarachtig godsgeloof, en dat werkt in stilte.

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Let op dat jullie de gerechtigheid niet beoefenen voor de ogen van de mensen, alleen om door hen gezien te worden. Dan beloont jullie Vader in de hemel je niet.
Dus wanneer je aalmoezen geeft, bazuin dat dan niet rond, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat om door de mensen geprezen te worden. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als je aalmoezen geeft, laat dan je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet. Zo blijft je aalmoes in het verborgene, en jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
En wanneer jullie bidden, doe dan niet als de huichelaars die graag in de synagoge en op elke straathoek staan te bidden, zodat iedereen hen ziet. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie bidden, trek je dan in je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.’

Van Woord naar leven

Het uiterlijk gebed (waarvan het natuurlijk de bedoeling is dat het ook met een innerlijke warmte wordt verricht) heeft bij vele mensen zijn vaste vorm, vaste tijd, en dikwijls volgens kerkelijk gebruik. Dit gebed doen we thuis of in de kerk.

Het innerlijke gebed verrichten we in ons binnenste, op elke plaats, op elk moment, zo dikwijls als ons hart zich in vrijheid tot God verheft. Het is een gehoor geven aan de woorden van Jezus die we vandaag horen: ‘Als jullie bidden, trek je dan in je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is.’ Ons huis is in ons hart, ons hart is onze kapel, heel ons lichaam is de tempel waar we Gods lof mogen zingen. We dragen het overal mee, en we kunnen er ons op elk moment, ook te midden van lawaaierige mensen of tijdens de drukte van het werk, in afzonderen en zonder woorden onze geest tot God verheffen.

Dit kunnen we heel bewust beleven, maar in zekere zin ook onbewust… Zonder het verstandelijk te ‘beleven’ kunnen we bij God vertoeven, van Hem drinken, van Hem ontvangen, in Hem baden. Het is de Heilige Geest die onze ziel verheft en doet neigen naar God.

Deze vorm van innerlijk gebed is van wezensbelang. Zo blijven we in relatie met de Heer en dus met zijn liefde, waarvan het de bedoeling is dat we ze belichamen.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
kom met uw heilige Geest over ieder van ons.take-a-candle
Open ons hart en stroom in ons binnen.
Vervul ons gehele zijn met U
en neem ons op uw Drie-ene Liefde.
Help ons te kiezen
dagelijks voor U neer te knielen,
altijd en overal,
als een blij gebed zonder ophouden,
los van al wat is;
met U verenigd,
van U doordrongen.
Kom Heer Jezus, kom.
Amen.