Lezingen van de dag – woensdag 15 november 2017


Heilige (of feest) van de dag

Albertus de Grote († 1280)

Albertus de Grote (ook Magnus of van Regensburg) op, Keulen Duitsland; bisschop & theoloog; † 1280

Hij werd rond 1193 uit adellijke ouders te Lauingen bij Ulm in Schwaben geboren. Voor zijn studies trok hij naar de beroemde dominicaner universiteit van Padua. Daar maakte hij kennis met Jordanus van Saksen († 1237; feest 13 februari). Door diens voorbeeld trad hij in bij de dominicanen; op dat moment was hij zo’n dertig jaar oud. Hij doceerde wijsbegeerte aan verschillende universiteiten van zijn eigen orde: achtereenvolgens te Keulen, Hildesheim, Freiburg, Regensburg en Straatsburg. In 1245 werd hij magister theologie in Parijs en vanaf 1248 in Keulen. Hier was hij de leermeester van o.a. Thomas van Aquino († 1274; feest 28 januari).

In 1249 speelt zich een curieus voorval af. Op 6 januari van dat jaar, Drie-Koningendag, verbleef de Hollandse Graaf Koning Willem II in Keulen, de bedevaartsplaats van de Drie Koningen bij uitstek. Hij wilde graag de beroemde geleerde Albertus te zien krijgen. Er werd in zijn klooster een ontmoeting gearrangeerd, maar opvallend genoeg liet de magister nog even op zich wachten. In de zaal heerste een snijdende winterkou. Klaarblijkelijk had niemand de moeite genomen om even voor de Hollandse koning de haard aan te steken. Je voelde de woede bij de aanwezigen over zo’n onbehouwen ontvangst. Maar net op het moment, dat ze tot uitbarsting dreigde te komen, trad Albertus binnen, blootsvoets en gekleed in lichte zomerpij! Hij nodigde zijn gasten aan tafel buiten in de kloostertuin. Dat was het toppunt. Er waren er al in het koninklijk gezelschap die de koning toefluisterde te vertrekken. Maar eenmaal in de tuin, bleek het daar zo warm en behaaglijk, alsof het hartje zomer was. De bloemen bloeiden; de vogels kwinkeleerden en het fruit kon je zo van de bomen plukken. Als er al iets te klagen viel, dan was het over de hitte. De maaltijd was vorstelijk. Verbijsterd en voldaan keerde het gezelschap huiswaarts. De kroniekschrijver merkt op: ‘Je zou eerder kunnen zeggen dat een monnik te gast was geweest aan een koninklijke tafel, dan een koning in een klooster.’
In 1260 werd Albertus benoemd tot bisschop van Regensburg, maar dat werd geen succes. Hij mocht dan een uitstekend leraar, zijn bestuurskwaliteiten waren veel minder. Na twee jaar was hij alweer terug op zijn leerstoel in Keulen. Hij paste de filosofie van Aristoteles toe op de christelijke theologie. Van hem ook is de verrassend moderne uitspraak: “Het is natuurlijk interessant te zien hoe God door zijn wonderen steeds weer zijn natuurwetten doorbreekt, maar nog interessanter is het te onderzoeken, welke vaste patronen God in zijn natuur heeft neergelegd.” Hij heeft de moed niet voetstoots de bevindingen van de antieke wetenschap over te nemen, maar raadt aan ze te controleren met eigen waarnemingen. Daarmee is hij een van de grondleggers van de moderne wetenschap. Hij behoorde in zijn tijd tot de weinige denkers die ervan uitgingen dat de aarde rond was.
Sinds 1954 bevindt zijn sarcofaag zich in de crypte van de St-Andreaskerk te Keulen.

Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste geleerden van de middeleeuwen en droeg indertijd de eretitel ‘doctor universalis’. Hij schreef niet alleen over filosofische en theologische kwesties, maar ook over vraagstukken uit de natuurkunde, astronomie, scheikunde en aardrijkskunde. Zijn werk beslaat achtendertig delen (Parijse editie van Borgnet, 1890-1898).
Hij werd in 1931 door paus Pius XI heilig verklaard en tot kerkleraar uitgeroepen.
Hij wordt vereerd als patroon van natuurkundigen en van studenten in natuurwetenschappen en theologie.
Hij wordt afgebeeld in dominicaner habijt; als bisschop met mijter en staf; met pen of schrijfveer en boek in de hand (geleerde).

woensdag in week 32 door het jaar


Uit het boek Wijsheid 6, 1-11

De Heer zal uw dagen nagaan.

Luister, koningen, en toon inzicht. Laat u onderrichten, rechters over de hele wereld.
Geef gehoor, u die menigten gebiedt en pronkt met uw vele volken.
U hebt uw macht ontvangen van de Heer, u ontleent uw heerschappij aan de Allerhoogste. Hij zal uw daden beoordelen en uw voornemens toetsen. Hoewel u zijn koningschap vertegenwoordigt, hebt u niet eerlijk gevonnist, de wet niet gehandhaafd en niet naar Gods wil gehandeld. Daarom zal Hij snel en schrikwekkend tegen u optreden, want machthebbers wacht een streng oordeel.
De onaanzienlijke zal genade en vergeving vinden, maar machtigen worden aan een machtig oordeel onderworpen. Hij die over allen heerst bekommert zich niet om het aanzien dat iemand geniet, Hij deinst niet terug voor iemands grootheid. Groot en klein heeft Hij zelf geschapen en voor iedereen zorgt Hij op dezelfde wijze, maar wie sterk is zal een strenger onderzoek ondergaan. Daarom richt ik mijn woorden tot u, vorsten, opdat u leert wat wijsheid is en niet zult afdwalen.
Zij die alles wat heilig is zorgvuldig in ere houden, zullen zelf geheiligd worden, en zij die deze les ter harte nemen, zullen worden ontzien.
Verlang er dus vurig naar om mijn woorden te horen en ik zal u onderricht geven.

 

Psalm 82, 3 + 4 + 6 + 7

Refr.: Verschijn, God, om recht te spreken op aarde.

Doe recht aan weerlozen en wezen,
kom op voor verdrukten en zwakken.

Bevrijd wie weerloos zijn en arm,
red hen uit de greep van wie kwaad wil.

Ooit heb ik gezegd: “U bent goden,
zonen van de Allerhoogste, allemaal.”

Toch zult u sterven als mensen,
ten val komen als aardse vorsten.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 17, 11-19

De tien melaatsen zien in Jezus een mogelijkheid om te genezen. Uitgestoten uit de maatschappij moesten ze bij hun genezing zich melden bij de priesters. Jezus stuurt hen er heen. Ze geloofden en werden genezen. Slechts één kwam Hem bedanken. Een aansporing voor ons steeds dankbaar te zijn.

Op weg naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. Toen Hij daar een dorp wilde binnengaan, kwamen Hem tien mensen tegemoet die aan huidvraat leden; ze bleven op een afstand staan. Ze verhieven hun stem en riepen: ‘Jezus, meester, heb medelijden met ons!’
Toen Hij hen zag, zei Hij tegen hen: ‘Ga u aan de priesters laten zien.’
Terwijl ze gingen werden ze gereinigd.
Een van hen, die zag dat hij genezen was, keerde terug en loofde God met luide stem. Hij viel neer aan Jezus’ voeten om Hem te danken. Het was een Samaritaan.
Toen zei Jezus: ‘Zijn er niet tien gereinigd? Waar zijn de negen anderen? Wilde niemand anders terugkomen om God eer te bewijzen dan alleen deze vreemdeling?’
Hij zei tegen de Samaritaan: ‘Sta op en ga. Uw geloof heeft u gered.’

Van Woord naar leven

Alle tien werden door Jezus gereinigd. Slechts één kwam terug om God eer te bewijzen, om Hem te danken.

Jezus weet heel goed, meer dan wij dat van onszelf weten, hoezeer wij genezing nodig hebben. Allen dragen we immers dingen in ons die – door welke oorzaak ook – onze relatie met Hem, en dus met de liefde, in de weg staan.
Op velerlei wijze raakt Hij ons dan ook aan om ons te genezen. Soms zijn we ons bewust van deze aanrakingen, soms ook niet.

Wie z’n leven aandachtig overschouwt zal zeker van die momenten kunnen aanwijzen waarin de Heer hem heeft aangeraakt, waarin Jezus genezend aanwezig was: een innerlijk verlangen naar gebed, een biechtervaring, een goed gesprek, een gebeuren van verzoening, een bedelaar aan de deur van de kerk, een lezing uit de Schrift, een inzicht je leven te wijzigen, een boek dat je gegrepen heeft, een film die je geraakt heeft, …
In al die aanrakingen geneest Hij, heelt Hij, reinigt Hij. Het zijn stuk voor stuk momenten van genade; momenten om U tegen te zeggen…

Op een even reële wijze dan dat Jezus de tien melaatsen uit het evangelie van vandaag aanraakte, heeft Hij ook ons aangeraakt tijdens die momenten van genade. Op dezelfde wijze was Hij genezend aanwezig, helend en reinigend.

Vraag is of we tot die ene gereinigde behoren die dankbaar was, of tot de negen anderen die het schijnbaar niet nodig vonden dankbaar te zijn.

Dankbaarheid jegens God is de ziel van ons geloof. Het is een lied van vrede. Het maakt ons hart tot een tuin van Eden waarin we naakt voor Hem kunnen staan; van Hem drinkend, in Hem levend.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Kom goede God,
raak ons aan in uw Zoon, steeds meer. Genees ons, reinig ons, heel ons.
En maak van ons dankbare mensen.
Wat zijn Ge groot !