Lezingen van de dag – woensdag 18 nov. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Kerkwijding van de Romeinse basilieken renaiskoepelstpieter
van de Petrus en Paulus

Wijding van de basilieken van Sint Petrus en Sint Paulus, Rome, Italië; resp. 1626 en 1854

Op 18 november 1626 werd de geheel vernieuwde Sint-Petruskerk ( ‘Sint-Pieter’) ingewijd. Zij gaat terug op een stichting van keizer Constantijn († 337; feest 21 mei). Op de plek waar Sint Petrus was begraven, liet hij ter ere van de prins der apostelen een basilica bouwen, en voegde er voor de ingang een zuilenportiek (of atrium) aan toe.
Waar de ronding van de apsis begon, liet hij een dwarsschip bouwen, zodat de kerk het grondpatroon vertoonde van een Latijns kruis. Op de kruising (‘viering’) van schip en dwarsarm bevond zich het zogeheten ‘martyrium’, de plek waar zich de sarcofaag van de martelaar Sint Petrus bevond. Zo kon ze van alle kanten door pelgrims worden gezien en vereerd.

In de afgelopen eeuwen hebben wetenschappers herhaaldelijk onderzoek gedaan naar de historische betrouwbaarheid van Petrus’ graf. Telkens kwamen ze weer tot de conclusie dat het graf met de grootste waarschijnlijkheid inderdaad de resten bevat van Sint Petrus. Of minstens het stoffelijk overschot van iemand uit de eerste eeuw, waarvan de resten met de grootste eerbied en zorgvuldigheid waren behandeld en voorzien van de aantekening dat het om de heilige apostel Petrus ging. Bovendien waren die resten zeer wel in overeenstemming te brengen met de gegevens die men van elders Petrus kende…

Toen de kerk in de 15e eeuw tot een ruïne was vervallen gaf paus Nicolaas V († 1455) de opdracht tot restauratie. Vervolgens gebeurde er niet veel. Het was paus Julius II († 1513) die de herbouw energiek ter hand nam en de grootste kunstenaars uit geheel Italië inschakelde, zoals Bramante († 1514), Rafaëllo († 1520) en Michelangelo († 1564). Het resulteerde in het imposante gebouw zoals we dat kennen tot op de dag van vandaag. De inwijding vond pas plaats op 18 november 1626 onder paus Urbanus VIII († 1644).
De inwijding van de kerk van Sint-Paulus-buiten-de-Muren (San Paolo fuori le Mura) gebeurde op 10 december 1854 door paus Pius IX († 1878; feest 7 februari). Zij was uit haar as herrezen sinds een bouwvakker in 1823 bij herstelwerkzaamheden op het dak een vuurpan had laten branden. De kerk uit de 4e eeuw was met kerkschatten en al volkomen door het vuur verwoest; er restte niet meer dan een rokende puinhoop waaruit wat verkoolde zuilstompen omhoog staken.
De oorspronkelijke basiliek was in 324 of 326 gesticht door keizer Constantijn en stond op de plek waar vrouwe Lucina († 1e eeuw; feest 30 juni) de Apostel der Heidenen had begraven. Er had al sinds paus Anacletus († 88; feest 26 april) een gebedskapelletje gestaan. De pausenkroniek (‘Liber Pontificalis’) zegt dat Constantijn ‘er een basiliek bouwde voor de apostel Paulus, wiens stoffelijke resten hij in een schrijn legde en afsloot, precies zoals hij met die van Sint Petrus had gedaan’. Nog in diezelfde eeuw moest de kerk worden uitgebreid omdat ze te klein was geworden voor de toeloop van de vele toeristen.

WOENSDAG IN WEEK 33 DOOR HET JAAR


Uit het tweede boek Makkabeeën 7, 1 + 20-31

Het verhaal van de marteldood van de zeven Makkabese broeders loopt uit op de marteling van de laatste en jongste. De koning wil diens moeder inzetten op de jongste te doen afvallen. Maar beiden blijven trouw. Zij geloven dat ze over de dood heen zullen verder leven en zijn dankbaar dat ze dit alles mochten doen.

In die dagen werden zeven broers en hun moeder gearresteerd en op bevel van de koning met gesels en riemen gemarteld om hen te dwingen verboden varkensvlees te eten.
Nog bewonderenswaardiger was de moeder. Als iemand het verdient dat haar nagedachtenis in ere wordt gehouden, is zij het wel. In één dag tijd zag ze haar zeven zonen omkomen, maar ze doorstond het heldhaftig, omdat ze haar hoop op de Heer gevestigd hield.
Vastberaden sprak ze ieder van hen bemoedigend toe, in hun moedertaal, haar vrouwelijke overwegingen kracht bijzettend met mannelijke koelbloedigheid: ‘Hoe jullie in mijn buik ontstaan zijn, weet ik niet. Niet ik heb jullie de levensadem geschonken of de bestanddelen waaruit ieder van jullie bestaat tot een harmonisch geheel geordend. De schepper van de wereld, die aan de oorsprong staat van het ontstaan van de mens en die van alles het ontstaan heeft uitgedacht, zal jullie in zijn barmhartigheid de levensadem teruggeven, omdat jullie jezelf nu opofferen omwille van zijn voorschriften.’
Antiochus, in de veronderstelling dat zij zich minachtend over hem uitliet, dacht in haar stem een belediging aan zijn adres te beluisteren. Daarom deed hij, toen alleen de jongste nog was overgebleven, niet alleen met woorden een beroep op hem, maar verzekerde hem ook met plechtige eden dat hij hem rijk en gelukkig zou maken als hij de tradities van zijn voorouders zou afzweren. Hij zou hem dan in de kring van zijn vertrouwelingen opnemen en hem belangrijke functies toevertrouwen.
Maar de jongeman ging hier niet op in. Daarop riep de koning de moeder erbij en spoorde haar aan de jongen aan zijn verstand te brengen dat hij door dit aanbod aan te nemen zijn leven kon redden. Hij drong zo lang aan dat ze zich ten slotte bereid verklaarde om met de jongen te spreken.
Daarmee hield ze de wrede tiran echter voor de gek, want toen ze zich naar haar zoon overboog zei ze in hun moedertaal tegen hem: ‘Mijn jongen, heb medelijden met mij. Negen maanden heb ik je in mijn buik gedragen en drie jaar heb ik je gezoogd. Ik heb je opgevoed en grootgebracht tot wat je nu bent, en al die jaren heb ik je gekoesterd. Nu vraag ik je, mijn kind, kijk naar de hemel en de aarde en alles wat ze bevatten, en besef dat God dit alles niet gemaakt heeft uit iets dat al bestond, en weet dat ook de mensheid op dezelfde wijze ontstaan is. Wees niet bang voor die beul, maar laat zien dat je je broers waardig bent en aanvaard de dood, dan zal ik door Gods barmhartigheid jou en je broers terugkrijgen.’
Nauwelijks had ze dit gezegd, of de jongen riep uit: ‘Waar wacht u op? Ik gehoorzaam het bevel van de koning niet, ik gehoorzaam het bevel van de wet die Mozes onze voorouders heeft gegeven. En u, aanstichter van alle rampspoed die de Hebreeën treft, denk maar niet dat u aan de greep van God zult ontkomen.’

 

Psalm 17, 1 + 5 + 6 + 8b + 15

Refr.: Verberg mij in de schaduw van uw vleugels.

Luister, Heer, ik vraag om recht,
luister naar mijn smeken, SS_Trinita
hoor mijn gebed,
geen leugen komt over mijn lippen.

Mijn voeten volgden uw spoor,
mijn stappen wankelden niet.
Ik roep tot U om hulp,
want U geeft mij antwoord.

Wil mij horen, God,
luister naar mijn spreken,
verberg mij in de schaduw van uw vleugels.

Laat mij, recht gedaan,
uw gelaat aanschouwen,
bij het ontwaken mij verzadigen aan uw beeld.

 

Uit het evangelie volgens Lucasb19, 11-28

Wij zouden zo moeten leven dat wij elk ogenblik verantwoording kunnen afleggen over wat ons is toevertrouwd. Ieder kreeg eigen talenten en mogelijkheden als zovele middelen om het Rijk Gods te helpen uitbouwen.

Aan de mensen die stonden te luisteren, vertelde Jezus volgende gelijkenis, aangezien Hij nu dicht bij Jeruzalem was en zij dachten dat het Koninkrijk van God nu spoedig zou aanbreken. Hij zei:
‘Een man van voorname afkomst ging op reis naar een ver land om het koningschap in ontvangst te nemen en dan terug te keren. Hij riep tien van zijn dienaren bij zich, gaf elk van hen honderd drachme en zei tegen hen: “Ga daarmee handeldrijven terwijl ik weg ben.”
Maar zijn landgenoten haatten hem en stuurden afgevaardigden achter hem aan met de boodschap: “We willen niet dat die man koning over ons wordt!”
Bij zijn terugkeer, toen hij het koningschap had ontvangen, liet hij de dienaren aan wie hij het geld had gegeven bij zich roepen om te vernemen wat ze met handeldrijven hadden verdiend.
De eerste kwam en zei: “Heer, uw geld heeft het tienvoudige opgeleverd.”
Zijn meester zei: “Voortreffelijk, je bent een goede dienaar. Omdat je betrouwbaar bent geweest in iets zeer gerings verleen ik je het bestuur over tien steden.”
De tweede kwam zeggen:
“Uw geld, heer, heeft het vijfvoudige opgebracht.”
Tegen hem zei hij: “Jij krijgt het bestuur over vijf steden.”
Toen kwam de derde dienaar, die zei: “Heer, hier is uw geld, ik heb het in een doek voor u bewaard. Ik was bang voor u, omdat u een streng man bent die terugvordert wat hij niet heeft gestort en oogst wat hij niet heeft gezaaid.”
Zijn meester zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar, met je eigen woorden zal ik je veroordelen! Je wist dat ik een streng man ben en terugvorder wat ik niet heb gestort en oogst wat ik niet heb gezaaid? Waarom heb je mijn geld dan niet bij de bank in bewaring gegeven? Dan had ik het bij mijn terugkeer met rente kunnen opvorderen.”
En tegen degenen die erbij stonden zei hij: “Neem hem de honderd drachme af en geef ze aan de knecht die het tienvoudige verworven heeft.”
Ze zeiden tegen hem: “Heer, hij heeft al het tienvoudige!”
“Ik zeg jullie: wie heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft worden ontnomen. En die vijanden van mij die niet wilden dat ik koning over hen werd, breng hen hier en dood ze voor mijn ogen.”’
Na deze woorden trok Jezus verder, op weg naar Jeruzalem.

Van Woord naar leven

Wat het evangelie van vandaag ons onder andere leert is dat we onze talenten, van God gekregen, niet zomaar mogen wegstoppen alsof ze er niet zouden zijn. Ze zijn gegeven om ze te gebruiken, om Gods Rijk ermee op te bouwen.

Het zou zonde zijn onze talenten niet te gebruiken. Veel moois van wat er zou kunnen gebeuren gebeurt dan niet. Denken we aan de ontplooiing van onszelf, en aan al de vruchten die deze ontplooiing tot gevolg zou hebben.

Het is daarom goed te leven in het gelovig bewustzijn dat we wel degelijk talenten in ons dragen, en dat dat een bedoeling heeft; dat God daarmee iets wil.

Ieder persoonlijk draagt daarin een grote verantwoordelijkheid. We mogen niet lui zijn in het gebruik van Gods gaven.
Maar ook als gemeenschap dragen we daarin een grote verantwoordelijkheid. Broeder en zuster zijn van elkaar houdt onder andere in zo met elkaar omgaan dat ieders talenten naar boven kunnen komen, én tot bloei kunnen komen.
Allen samen dragen we ook een collectieve verantwoordelijkheid: namelijk het scheppen van een samenleving waar het goed is om leven, waar Gods Vrede gedragen en uitgedragen wordt, waar Gods liefde bezongen wordt in kleine en grote gebaren, zichtbaar en onzichtbaar, maar altijd en overal.

Laten we onze verantwoordelijkheid nemen en dragen, in eenvoud en blijheid, individueel én als gemeenschap.

Moge onze wereld, onze samenleving, beeld worden van Gods Rijk.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,bible-candle
help ons onze talenten ten volle te gebruiken ter opbouw van uw Rijk. Genees ons van mogelijke luiheid, maak ons fris en bereid werkers te zijn in uw wijngaard. Maak van ons hart een liefdevol hart dat U belichaamt in als ons doen en laten. In Jezus’ naam. Amen.