Lezingen van de dag – woensdag 19 april 2017


Heilige (of feest) van de dag

Juana Tun & Vicente Menchu († 1980)

Juana Tun, Chimel, Quiché, Guatemala; omgebracht net als haar man Vicente Menchu en hun zoon Patrocini

Zij vormden een gezin dat ernst wilde maken met het evangelie in de concrete situatie. Daarom hielpen zij – geïnspireerd door het evangelie – mee aan de alfabetisering van de arme Indianen in hun land en gaven zij lessen economie en politiek inzicht. Vicente behoort to de bezetters van de Spaanse ambassade in Guatemala, en komt om in de vlammen, als deze in puin geschoten wordt. Juana had zich vooral gericht op de vrouwen en moeders. Zij maakte ze bewust van hun ondergeschikte positie. Op 19 april werd ze om elf uur ’s avonds in het plaatsje Uspantán opgepakt. Na gruwelijk te zijn toegetakeld wordt ze gedumpt op een veldje in de buurt van haar dorp. Daar ligt ze vijf dagen ten volkomen naakt, zonder eten of drinken in de brandende hitte. Ze sterft er aan haar verwondingen en ontberingen. Patrocinio wordt ook gearresteerd en na dagenlange martelingen in het openbaar verbrand. Hun dochter Rigoberta Menchu kreeg enkele jaren geleden de Nobelprijs voor de vrede.

woensdag in de paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 3, 1-10

Christen zijn, getuigen van de verrijzenis, is niet op de eerste plaats schermen met woorden, maar leven, spreken en handelen als Jezus. Wij zien Petrus een zieke genezen: hij gebruikt woorden , gebaren, kortom de ‘stijl’ van Jezus zelf. Dit toont hoe Jezus zelf met zijn leerlingen actief blijft. Belangrijk is hier ook dat het om Jezus en om God gaat, niet om Petrus, mens en bedienaar van Gods heilswerk. Niet de apostel, maar wel God wordt verheerlijkt door de mensen die dit heilsmoment bijwoonden.

Op een dag gingen Petrus en Johannes zoals gewoonlijk omstreeks het negende uur naar de tempel voor het middaggebed. Men had ook een man die al sinds zijn geboorte verlamd was naar de tempel gebracht; hij werd daar elke dag neergelegd bij de poort die de Schone heet, om te bedelen bij de bezoekers van de tempel. Toen hij zag dat Petrus en Johannes de tempel wilden binnengaan, vroeg hij om een aalmoes.
Petrus richtte zijn blik op hem, evenals Johannes, en zei: ‘Kijk ons aan.’
De bedelaar keek naar hen op, in de verwachting iets van hen te krijgen.
Maar Petrus zei: ‘Geld heb ik niet, maar wat ik wel heb, geef ik u: in de naam van Jezus Christus van Nazaret, sta op en loop.’
Hij pakte hem bij zijn rechterhand om hem overeind te helpen. Onmiddellijk kwam er kracht in zijn voeten en enkels. Hij sprong op, ging staan en begon te lopen. Daarna ging hij samen met hen de tempel binnen, lopend en springend en God lovend.
Alle tempelbezoekers zagen hem lopen en hoorden hem God loven. Ze herkenden hem als de bedelaar die altijd bij de tempelpoort had gezeten en waren buiten zichzelf van verbazing over wat er met hem was gebeurd.

 

Psalm 105, 1-9

Refr.: Wees blij van hart, u die de Heer zoekt.

Loof de Heer, roep luid zijn Naam,
maak zijn daden bekend onder de volken.
Zing en speel voor Hem,
spreek vol lof over zijn wonderen.
Beroem u op zijn heilige Naam,
wees blij van hart, u die de Heer zoekt.

Zie uit naar de Heer en zijn macht,
zoek voortdurend zijn nabijheid.
Gedenk de wonderen die Hij heeft gedaan,
de oordelen die Hij heeft uitgesproken.
Nageslacht van Abraham, zijn dienaar,
kinderen van Jakob, door Hem verkozen.

Hij is de Heer, onze God,
zijn besluiten gelden over de hele aarde.
Tot in eeuwigheid zal Hij gedenken
zijn belofte aan duizend geslachten.
Het verbond dat Hij sloot met Abraham
en voor Isaak bevestigde met een eed.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 24, 13-35

Zoals de leerlingen van Emmaüs kunnen wij Jezus pas ervaren, zien, in onze wereld, in onze menselijke relaties, als we echt geloof hebben, als we alles met nieuwe ogen bekijken. Alles rondom ons, de opbloeiende natuur, de openbloeiende mensen, onze eigen ervaringen, leiden naar Hem. Dat geloof is altijd een tasten. Want als we Hem herkennen, verdwijnt Hij dikwijls weer uit ons gezicht.

Op de eerste dag van de week gingen twee van de leerlingen op weg naar een dorp dat Emmaüs heet en zestig stadie van Jeruzalem verwijderd ligt. Ze spraken met elkaar over alles wat er was voorgevallen.
Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren, kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee, maar hun blik werd vertroebeld, zodat ze Hem niet herkenden.
Hij vroeg hun: ‘Waar loopt u toch over te praten?’
Daarop bleven ze somber gestemd staan.
Een van hen, die Kleopas heette, antwoordde: ‘Bent U dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?’
Jezus vroeg hun: ‘Wat dan?’
Ze antwoordden: ‘Wat er gebeurd is met Jezus uit Nazaret, een machtig profeet in woord en daad in de ogen van God en van het hele volk. Onze hogepriesters en leiders hebben Hem ter dood laten veroordelen en laten kruisigen. Wij leefden in de hoop dat Hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeurd is. Bovendien hebben enkele vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht. Toen ze vanmorgen vroeg naar het graf gingen, vonden ze zijn lichaam daar niet en ze kwamen zeggen dat er engelen aan hen waren verschenen. De engelen zeiden dat Hij leeft. Een paar van ons zijn toen ook naar het graf gegaan en troffen het aan zoals de vrouwen hadden gezegd, maar Jezus zagen ze niet.’
Toen zei Hij tegen hen: ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’
Daarna verklaarde Hij hun wat er in al de Schriften over Hem geschreven stond, en Hij begon bij Mozes en de Profeten.
Ze naderden het dorp waarheen ze op weg waren. Jezus deed alsof Hij verder wilde reizen. Maar ze drongen er sterk bij Hem op aan om dat niet te doen en zeiden: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.’ Hij ging mee het dorp in en bleef bij hen.
Toen Hij met hen aan tafel aanlag, nam Hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun.
Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze Hem. Maar Hij werd onttrokken aan hun blik.
Daarop zeiden ze tegen elkaar: ‘Brandde ons hart niet toen Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’
Ze stonden op en gingen meteen terug naar Jeruzalem, waar ze de elf en de anderen aantroffen, die tegen hen zeiden: ‘De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en Hij is aan Simon verschenen!’
De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood.

Van Woord naar leven

De leerlingen keerden Jeruzalem de rug toe, weg van de stad van lijden, dood en verrijzenis. Maar de Heer liep met hen mee, wilde hen ontmoeten, maakte zich kenbaar. Na deze ontmoeting gingen de leerlingen terug naar Jeruzalem, terug naar de stad van lijden, dood en verrijzenis.

Ook wij lopen wel eens weg van het kruis, weg van de liefde. Enerzijds omdat we dikwijls zo weinig begrijpen van de liefde, anderzijds omdat deze weg ons soms beangstigt; ons bang maakt onszelf te verliezen.
Maar de Heer kent onze twijfels en doorziet onze angst, veel meer dan we vermoeden. En net zoals bij de leerlingen komt Hij daarom ook ons tegemoet, loopt Hij met ons mee, maakt Hij zich kenbaar.

Twijfel je ? Beangstigt de liefde je ? Brand je geloof op een laag pitje ? Heb je de neiging om weg te lopen van wat eigenlijk belangrijk is ? Weet dan dat de Heer je niet de eenzaamheid instuurt, maar dat Hij op die momenten juist heel genadevol nabij is, meer dan je misschien vermoedt of kan geloven.

Kom uit jezelf, tracht de liefde te omhelzen, en wie weet herken je Hem in het breken van dit brood. Waar liefde is, is de Heer. Wie liefheeft, mag de Heer bij zich weten.

En je zult zien dat je diep vanbinnen weer de weg zult gaan naar het mooie Jeruzalem, je diepste thuishaven, daar waar de Heer voor u gestorven is, waar Hij is opgestaan en je genadig is vanuit zijn Pasen.

Ik ben me er ten diepste van bewust dat dit woorden zijn die snel uitgesproken zijn. En toch… Ja, toch is het de weg waartoe de Heer ons roept.

Kom, we gaan samen. Laten we elkaar tot steun zijn, tot moed. Laten we als kerk een warme gemeenschap vormen waar we elkaar behoeden en steunen. De Heer is met ons.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
kom in onze twijfels,
raak ons ongeloof aan,
maak U kenbaar in onze angsten.
Geef dat wij ons in uw armen mogen werpen,
om genezen door U en vanuit U
de weg te gaan van het nieuwe Jeruzalem.
Amen.