Lezingen van de dag – woensdag 19 aug. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Jean Eudes († 1680)250px-Jeaneudes

Caen, Frankrijk; priester

Hij werd op 14 november 1601 geboren in het Normandische plaatsje Ri bij Argentan. Op vierentwintigjarige leeftijd ontving hij de priesterwijding bij de Oratorianen.
Als parochiepriester waagt hij tot twee keer toe zijn leven door lijders aan de pest op te zoeken en te verplegen. Hij is een beroemd volksmissionaris. Als bekend wordt dat hij ergens zal preken, stromen de mensen met duizenden toe.
Nog in 1639 benoemd tot overste van de Oratorianen, verlaat hij vier jaar later de Congregatie en sticht de Congregatie van Jezus en Maria (CJM, ook eudisten genoemd). Zij legt zich met name toe op de devotie tot de Heilige Harten van Jezus en Maria en op een zorgvuldige priesteropleiding in de geest van de besluiten van Concilie van Trente (1570). Paus Clemens X († 1676) geeft zijn officiële goedkering aan de statuten. Eudes zelf blijft tot aan zijn dood algemeen overste.

Hij wordt beschouwd als een van de grootste religieuze vernieuwers van Frankrijk.
Heilig verklaard in 1925.

WOENSDAG IN WEEK 20 DOOR HET JAAR


Uit het boek Rechters 9, 6-15

De fabel van Jotam maakt het koningschap bijna belachelijk. In parabelvorm laat de schrijver sterk uitkomen hoe het volk met de koningsfiguur spotte. De besten onder hen konden in alle vrijmoedigheid terugvallen op God de Heer, hun enige Koning. De aardse koningen dreigden onduidelijke vertegenwoordigers te zijn van God.

In die dagen kwamen de burgers van Sichem en Bet-Millo bij de eik bij het gedenkteken in Sichem bijeen en riepen Abimelech tot koning uit. Toen Jotam dit vernam, ging hij de Gerizim op en riep met stemverheffing vanaf de top: ‘Hoor mij aan, burgers van Sichem, en God zal u verhoren! Eens gingen de bomen eropuit om een koning te kiezen. Ze vroegen de olijfboom: “Wilt u onze koning zijn?” Maar de olijfboom antwoordde: “Zou ik ophouden mijn olie af te staan, waarmee mensen en goden worden vereerd, om wat te wuiven boven de andere bomen uit?” Toen vroegen ze het aan de vijgenboom: “En u, wilt u onze koning zijn?” Maar de vijgenboom antwoordde: “Zou ik ophouden mijn zoete vruchten af te staan, om wat te wuiven boven de andere bomen uit?” Toen vroegen ze het aan de wijnstok: “En u, wilt u onze koning zijn?” Maar de wijnstok antwoordde: “Zou ik ophouden mijn sap af te staan, dat goden en mensen verblijdt, om wat te wuiven boven de andere bomen uit?” Ten slotte vroegen de bomen aan de doornstruik: “En u, wilt u onze koning zijn?” En de doornstruik antwoordde: “Als u mij werkelijk tot uw koning wilt zalven, kom dan maar hier, in mijn schaduw is het goed toeven. Maar zo niet, dan zal er uit mijn takken een vuur komen dat de ceders van de Libanon zal verteren.”

 

Psalm 21, 2-7

Refr.: U, Heer God, geeft het leven.

Heer, uw kracht verblijdt de koning,trinitheo
luid juicht hij om uw overwinning.
U gaf hem wat zijn hart verlangde,
het verzoek van zijn lippen wees u niet af.

U nadert hem met rijke zegen
en plaatst op zijn hoofd een gouden kroon.
Leven heeft hij gevraagd, U hebt het hem gegeven,
lengte van dagen, voor eeuwig en altijd.

Groot is zijn roem door uw overwinning,
U tooit hem met glans en met glorie,
U schenkt hem voor altijd uw zegen,
U verblijdt hem met het licht van uw gelaat.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 20, 1-16a

Wij kunnen maar moeilijk verdragen dat anderen goedheid ondervinden. We wensen dat ze worden behandeld zoals wij. We aanvaarden dikwijls niet dat ze anders zijn dan wij. De parabel van de werkers in de wijngaard stelt ons voor de bezinningsvraag: ‘Zijt gij kwaad omdat ik goed ben?’

Jezus vertelde volgende gelijkenis:
‘Het is met het Koninkrijk van de hemel als met een landheer die er bij het ochtendgloren op uittrok om dagloners voor zijn wijngaard te zoeken. Nadat hij met de arbeiders een dagloon van een denarie overeengekomen was, stuurde hij hen naar zijn wijngaard. Drie uur later trok hij er opnieuw op uit, en toen hij anderen werkloos op het marktplein zag staan, zei hij ook tegen hen: “Gaan jullie ook maar naar de wijngaard, de betaling zal rechtvaardig zijn.” En ze gingen erheen. Rond het middaguur ging hij er nogmaals op uit, en drie uur later weer, en handelde als tevoren. Toen hij tegen het elfde uur van de dag nog eens op weg ging, trof hij een groepje dat er nog steeds stond. Hij vroeg hun: “Waarom staan jullie hier de hele dag zonder werk?” “Niemand wilde ons in dienst nemen”, antwoordden ze. Hij zei hun: “Gaan jullie ook maar naar de wijngaard.”
Toen de avond gevallen was, zei de heer van de wijngaard tegen zijn rentmeester: “Roep de arbeiders bij je en betaal hun het loon uit. Begin daarbij met de laatsten en eindig met de eersten.” En zij die er vanaf het elfde uur waren, kwamen naar voren en kregen ieder een denarie. En toen zij die als eersten waren gekomen naar voren stapten, dachten ze dat zij wel meer zouden krijgen. Maar ook zij kregen ieder die ene denarie.
Toen ze die in handen hadden, gingen ze bij de landheer hun beklag doen: “Die laatsten hebben één uur gewerkt en u behandelt hen zoals u ons behandelt, terwijl wij het onder de brandende zon de hele dag hebben volgehouden.”
Hij gaf een van hen ten antwoord: “Beste man, ik behandel je toch niet onrechtvaardig? Je hebt toch ingestemd met het loon van één denarie? Neem dan aan wat je toekomt en ga. Ik wil aan die laatsten nu eenmaal hetzelfde betalen als aan jou. Of mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil? Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?”
Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten.’

Van Woord naar leven

De overweging van vandaag is van de hand van M. Christiaens, o.p.

Het probleem van de werkers van het eerste uur is dat zij hun blik fixeren op wat hun collega’s ontvangen en daardoor geen oog hebben voor het goede dat de Heer hun in handen legt.
Ons probleem – velen van ons voelen zich trouwe kerkgangers van het eerste uur – is dat ook wij onze gelovige inzet claimen als een privé-verdienste, dat wij onze naastenliefde door God gehonoreerd willen zien – voor wat, hoort wat; dat wij op die manier onze inzet en naastenliefde degraderen tot te betalen liefde.
Ons probleem is dat wij wel eens vergeten dat christelijke inzet en naastenliefde gratis zijn, onbetaalbaar, omdat, wat wij geven, slechts een schamel en verhakkeld doorgeven is wat van ons eerst gratuit geschonken werd: Gods liefde die maar in één maat verkrijgbaar is, en dat is een overvolle maat.
Want God is liefde.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Barmhartige God,996
uw goedheid gaat naar alle mensen: de trouwe vrienden van het begin, maar ook de werkers van het laatste uur. Gij hebt ze allen lief; uw wegen zijn zo wonderbaar !
Wij bidden dat wij ten diepste blij zouden zijn met wat Gij aan anderen geeft, zoals wij ook blij en dankbaar zijn met wat Gij ons geeft. Leer ons uw liefde beminnen en navolgen.
In Christus’ naam.
Amen.