Lezingen van de dag – woensdag 2 sept. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Margarita van Leuven († 1225)Leuven - Kapel van Fiere Margriet

België; martelares

Zij werd in het begin van de 13e eeuw – waarschijnlijk in het jaar 1207 – te Leuven geboren, en was afkomstig uit een armelijk milieu. Op haar achttiende werkte zij als dienstertje in herberg ‘Sint Joris’ aan de Holstraat; deze werd gedreven door haar oom Amandus. Hij ontving er vooral pelgrims. Toen oom en tante besloten bij de cisterciënzers in te treden, verkochten zij hun herberg. Margriet gaf te kennen dat zij in wilde treden in de orde van de cisterciënzerinnen, indertijd ook wel naar hun stichter ‘bernardinen’ genoemd.

Maar op de vooravond dat de herbergier zijn woning zou verlaten, klopte er een groepje van acht pelgrims aan met de vraag of zij onderdak konden krijgen. Omdat alle drank al het huis uit was, werd Margriet er met een kruik in de hand op uit gestuurd om ergens iets voor de kerels te halen. Zij bleken echter verklede bandieten die precies op de hoogte waren van de situatie. Zij wisten dat er geld in huis moest zijn en maakten van de afwezigheid van het meisje gebruik om de herbergier en zijn vrouw te vermoorden en de zaak leeg te plunderen. Toen het dienstmeisje bij terugkomst de afschuwelijke waarheid ontdekte, werd zij buiten de stad gesleurd, verkracht en met een priem om het leven gebracht. De schurken gooiden haar lijk in de Dijle. Dit alles speelde zich af op 2 september 1225.

Een paar dagen later werd zij door vissers in het water aangetroffen, met nog een stuk van de kruik in haar hand. Zij borgen haar lichaam en begroeven het op de oever, maar gaven er geen bekendheid aan, omdat zij vreesden dat zijzelf dan de schuld zouden krijgen. Voorbijgangers meenden een wonderbaar licht boven die plek te zien. Daarom werd zij weer opgegraven en bijgezet in een houten kapelletje naast de grote Sint-Pieterskerk.

Honderd jaar later werd dit verhaal door een monnik wat opgesmukt en vroom verfraaid. Hij vertelde dat het lijk van Margriet in het water niet zonk, maar door vissen omhoog werd gehouden. Zo dreef het tegen de stroom in naar Leuven terug. Op dat moment verbleef hertog Hendrik van Brabant op de Keizersberg. Die nacht werd zijn aandacht getrokken door een wonderlijk schijnsel boven het water en gezang van engelen aan de hemel. Zo keerde Margriet terug naar Leuven, plechtig begeleid door een processie van de hertog en zijn vrouw, en al de burgers van de stad.

Niet lang na haar dood werd haar leven op schrift gesteld door de cisterciënzermonnik Caesarius, prior van klooster Heisterbach († 1240); hij stond in nauwe betrekking met het Brabantse cisterciënzerklooster Villers even ten zuiden van Brussel. Dat was het klooster waar oom Amandus had willen intreden.

Caesarius weet nog te vertellen dat Amandus en zijn vrouw na hun dood verschenen aan een monnik van Villers. Deze vroeg hun waar zij zich bevonden. Zij antwoordden, dat ze de volmaakte heerlijkheid nog niet bereikt hadden. Daarop vroeg de monnik naar het meisje. Waarop de verschijningen zeiden: “Al wat wij aan genade ontvangen hebben, danken we aan de verdiensten van Margriet. Wij durven zelfs niet op te zien naar de heerlijkheid waarin zij zich bevindt.” En Caesarius besluit: “Zie je nu hoeveel eenvoud en schuldeloos leven bijdragen tot de marteldood?”

In 1540 werd de houten kapel vervangen door een van steen. In de Sint-Pieterskerk staat haar levensverhaal afgebeeld op vijf schilderijen van Pieter Jozef Verhagen (ca 1760). Boven een zij-ingang is er een borstbeeldje van haar aangebracht. In de stad is op de plaats van het misdrijf sinds kort een beeld van Margriet geplaatst: zij is naakt afgebeeld op haar rug boven op de stroom van het water; het maakt eerder een erotische dan piëteitvolle indruk.

Zij is patrones van horecapersoneel en wordt afgebeeld als jong dienstmeisje met kruik.

WOENSDAG IN WEEK 22 DOOR HET JAAR


Uit de brief van Paulus aan de Kolossenzen 1, 1-8

Paulus herinnert eraan dat voor christenen alleen het evangelie echte waarde inhoudt.

Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus, en van onze broeder Timoteüs. Aan de heiligen in Kolosse, gelovige broeders en zusters die één zijn in Christus. Genade zij u en vrede van God, onze Vader. In al onze gebeden danken wij God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, voor u, want we hebben gehoord dat u in Christus Jezus gelooft en alle heiligen liefhebt, omdat u hoopt op wat in de hemel voor u gereedligt. Daarover hebt u gehoord toen aan u de waarheid verkondigd werd en het evangelie u bereikte. Overal in de wereld draagt het vrucht en groeit het, ook bij u, vanaf de dag dat u over Gods genade hoorde en de ware betekenis ervan begreep. Onze geliefde medewerker Epafras, die zich als trouw dienaar van Christus voor u inzet, heeft u daarin onderwezen. En hij heeft ons verteld over de liefde die de Geest in u opwekt.

 

Psalm 52, 10 + 11trinitheo

Refr.: Ik blijf hopen op uw Naam, die goed is.

Ik ben als een groene olijfboom
in het huis van God,
ik vertrouw op de liefde van God
voor eeuwig en altijd.

Ik zal U eeuwig loven om wat U hebt gedaan,
ik blijf hopen op uw Naam, die goed is,
in de kring van wie U lief zijn.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 4, 38-44

De mensen wilden Jezus, de wonderdoener, vasthouden voor zichzelf. De genezingen die Hij verrichtte gaven daar schijnbaar aanleiding toe. Maar Jezus was gekomen voor alle mensen en niet slechts voor een kleine groep.

Na het verlaten van de synagoge ging Jezus naar het huis van Simon. Simons schoonmoeder had hoge koorts, en ze vroegen Hem om haar te helpen.
Hij boog zich over haar heen en sprak de koorts bestraffend toe. Die verliet haar, en meteen stond ze op en begon voor hen te zorgen.
Toen de zon was ondergegaan, brachten de mensen al hun zieken naar Hem toe, aan welke kwaal ze ook leden. Hij legde hun een voor een de hand op en genas hen. Hij dreef ook veel demonen uit, die schreeuwden: ‘Jij bent de Zoon van God!’ Hij sprak hen bestraffend toe en verbood hun iets te zeggen; ze wisten immers dat Hij de messias was.
Bij het aanbreken van de dag vertrok Hij en ging naar een eenzame plaats. De mensen gingen Hem zoeken, en toen ze Hem gevonden hadden probeerden ze Hem ervan te weerhouden bij hen weg te gaan. Maar Hij zei tegen hen: ‘Ook in de andere steden moet Ik het goede nieuws over het koninkrijk van God brengen, want daarvoor ben Ik gezonden.’
En Hij maakte dat goede nieuws bekend in de synagogen van Judea.

Van Woord naar leven

Vandaag lezen we in psalm 52: ‘Ik blijf hopen op uw Naam, die goed is, in de kring van wie U lief zijn.’

Elke tijd in de geschiedenis zal wel z’n stormen hebben gekend. Maar de tijd die we nu doormaken is toch wel zéér woelig. Groeperingen als Islamitische Staat of Boko Haram tonen hun ware gezicht alsof de duivel zelf er nood aan heeft zich in alle duidelijkheid te manifesteren. Met als gevolg terreur, oorlog, dood, armoede. Een ongeziene niet meer te stoppen vluchtelingenstroom is op gang gekomen. Bij velen hier in Europa slaat de angst om het hart: waar gaat dat eindigen… dit kunnen we niet aan… Sommigen slaan hier politieke munt uit, bij anderen komt het beste in henzelf naar boven, weer anderen kruipen in hun schelp en verstoppen zich in hun ego.

Kunnen we in deze pijnlijke realiteit blijven hopen, zoals de psalmist zingt, op Gods Naam ?
Ja hoor, dat kunnen we. Wijzelf kunnen die hoop belichamen door de goedheid van God te ‘zijn’. Anderen mogen aan ons zien dat goedheid bestaat. Is Europa (met haar christelijke wortels !) bereid haar hart te openen, haar grenzen, voor hen die land en goed hebben achtergelaten op zoek naar een veilige thuis. Zijn wij bereid de deuren van onze harten en huizen te openen om hen te ontvangen. Ook zij zijn kinderen van God en dus onze broeders en zusters. En het zou puur evangelie zijn.

Gods Naam is goed, zegt de psalmist terecht. Laten we kringen vormen (om de woorden uit de psalm te gebruiken) die Gods Naam bezingen, die van Hem ontvangen, die Hem beminnen, die bereid zijn Gods goedheid te zijn. Financiële stortingen, het schenken van kleding en voedsel, hen willen ontmoeten, met de kinderen optrekken, taallessen geven, hen zelfs in huis nemen… er zijn zovele mogelijkheden.

En laat ons niet ophouden te bidden dat God moge ingrijpen in deze wereld; dat het kwaad moge ophouden te bestaan, dat op die plekken waar de haat de overhand heeft gekregen er weer haarden van verzoening en vrede mogen ontstaan, en dat deze mooie wereld een plek moge worden waar het goed is om leven, voor ieder, waar ook.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden
Gebed toegewijd aan FranciscusDSC_0072

Gij, Bron van vrede
maak mij tot een instrument van uw vrede.

Dat ik liefde zaai waar haat heerst
en vergeving waar gekwetst is.

Dat ik eenheid zaai waar onenigheid is
en vertrouwen bij twijfel.

Dat ik waarheid zaai waar dwaling is
en hoop bij wanhoop.

Dat ik vreugde zaai waar droefheid is
en licht zaai in de duisternis.

Gij Bron van vrede, laat mij toch troosten
in plaats van getroost te willen worden.

Laat mij liever begrijpen dan begrepen te worden,
en liever beminnen dan bemind te worden.

Want in het geven ontvangen wij,
en in het vergeven wordt ons vergeven.

En door te sterven worden wij geboren
om te leven in eeuwigheid.

Vrij naar Hein Stufkens