Lezingen van de dag – woensdag 20 mei 2015


Heilige (of feest) van de dag

Thaleleus van Aegea (+ ca 285)

Thaleleus (ook Thalaleus, Thalelaeus, Thallelaios of Thalleleius) van Aegea (ook van Anazarbus), Cilicië; arts & martelaar met Asterius & Alexander; † ca 285.

Thaleleus was afkomstig uit Libanon; volgens de overlevering heette zijn vader Berucius en zijn moeder Romylia. Hij zou pas achttien jaar geweest zijn, toen hij zich als arts vestigde in Aegea. Hij was aantrekkelijk om te zien, knap, goedgebouwd en had rossig haar. Zo wordt hij althans beschreven in het grotendeels legendarische verslag dat er van zijn marteldood bestaat.

Tijdens de regering van keizer Numerianus (285) werd hij omwille van zijn geloof in Christus gevangen genomen, aan een verhoor onderworpen en blootgesteld aan wrede folteringen. Twee beulen, Asterius en Alexander, kregen de opdracht een gat door zijn knieschijf te boren, er een touw doorheen te halen en hem zo aan een boom op te hangen. Maar in plaats daarvan boorden zij een gat in een plank en hingen die in een boom, alsof de goede God hen van hun gezichtsvermogen had beroofd, aldus de gelovige verslaggever. De rechter meende natuurlijk niet anders of zij hadden dat expres gedaan en gaf opdracht hen voor straf een geseling toe te dienen. Tijdens die behandeling begonnen zij plotseling te schreeuwen dat Jezus leefde, en dat Hijzelf hen bijstond: “Wij geloven in Hem en lijden voor Hem.” Onmiddellijk liet de rechter hen voorgoed het zwijgen opleggen door een zwaardslag.

Het verhaal wil dat de rechter toen zelf de boor ter hand nam om de door hem bedachte foltering uit te voeren. Maar op dat moment verlamde zijn hand; er was geen beweging meer in te krijgen. Nu smeekte hij Thaleleus hem te genezen. Thaleleus keerde zich in tot zichzelf en op zijn gebed werd de rechter inderdaad van zijn ongemak verlost.

Nu werd Thaleleus in het water geworpen. Toen dat ook niet het gewenste resultaat opleverde, gaf men hem prijs aan de wilde dieren. Maar die kwamen als makke lammetjes zijn voeten likken. Uiteindelijk werd hij met het zwaard onthoofd.

In de oosterse kerk wordt hij vereerd als patroon van de artsen.

WOENSDAG IN DE 7e PAASWEEK

Uit de Handelingen van de Apostelen 20, 28-38

Mensen die in de Kerk gezag dragen, moeten hun medemensen gezamelijk naar God begeleiden, en Christus in hun gemeenschap gestalte geven. Ze moeten hun medemensen bemoedigen, hun leven delen, zich aan hen geven, niet zichzelf maar Jezus zoeken. Zo klinken Paulus’ afscheidswoorden aan de gezagsdragers van de kerk te Efeze. Ze blijven waar en actueel.

Paulus sprak tot de oversten van de kerk van Efeze:
‘Zorg voor uzelf en voor de hele kudde waarover de heilige Geest u als herder heeft aangesteld; u bent de opzieners van Gods gemeente, die Hij verworven heeft door het bloed van zijn eigen Zoon. Ik weet dat er na mijn vertrek woeste wolven bij u zullen binnendringen, die de kudde niet zullen ontzien. Uit uw eigen kring zullen mensen voortkomen die de waarheid verdraaien om de leerlingen voor zich te winnen. Wees daarom waakzaam en vergeet niet hoe ik ieder van u drie jaar lang dag en nacht onder tranen steeds weer raad heb gegeven.
Nu vertrouw ik u toe aan God en aan het evangelie van zijn genade, dat onze gemeenschap kan opbouwen en dat het beloofde erfdeel zal schenken aan allen die Hem toebehoren.
Geld of kleding heb ik van niemand verlangd; u weet wel dat ik eigenhandig heb voorzien in mijn levensonderhoud en dat van mijn metgezellen. In alles heb ik u getoond dat u de zwakken zo, door hard te werken, moet steunen, indachtig de woorden van de Heer Jezus, die immers gezegd heeft: “Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.”’
Toen hij uitgesproken was, knielde hij samen met de aanwezigen neer om te bidden. Niemand kon zijn tranen bedwingen. Allen vielen ze Paulus om de hals en kusten hem. Ze waren vooral zo ontdaan omdat hij gezegd had dat ze hem niet terug zouden zien. Toen deden ze hem uitgeleide naar het schip.

 

Psalm 68, 29 + 30 + 33 + 34 + 35 + 36

Refr.: Geprezen zij God !

Ontplooi uw macht, o God,
de macht die U, God, ons altijd toonde, IconOfTheHolyAngel
vanuit uw tempel die boven Jeruzalem oprijst.
Laten koningen U schatting brengen.

Voor Hem die rijdt door de hoogste, eeuwige hemel.
Hoor, zijn stem is een machtige stem.
Erken Gods macht: zijn majesteit heerst over Israël,
zijn macht reikt tot boven de wolken.

Erken Gods macht: zijn majesteit heerst over Israël,
zijn macht reikt tot boven de wolken.
Ontzagwekkend bent U, God, in uw heiligdom.

De God van Israël, Hij geeft macht
en nieuwe kracht aan zijn volk.
Geprezen zij God !

 

Uit het evangelie volgens Johannes 17, 11b-19

Jezus bidt tot de Vader voor eenheid, liefde, vreugde, geloof onder hen, die Hem willen volgen. Wij moeten ook zo leren bidden: voor elkaars trouw aan het evangelie en aan de persoon van Jezus.

Jezus sloeg zijn ogen op naar de hemel en zei:
‘Heilige Vader, bewaar hen door uw Naam, de Naam die U ook aan mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals wij één zijn.
Zolang Ik bij hen was heb Ik hen door uw Naam, die U mij gegeven hebt, bewaard en over hen gewaakt: geen van hen is verloren gegaan behalve hij die verloren moest gaan, opdat de Schrift in vervulling ging.
Nu kom Ik naar U toe, en Ik zeg dit terwijl Ik nog in de wereld ben, opdat zij vervuld worden van mijn vreugde.
Ik heb hun uw woord gegeven. De wereld haat hen, omdat ze niet bij de wereld horen, zoals ook Ik niet bij de wereld hoor.
Ik vraag niet of U hen uit de wereld weg wilt nemen, maar of U hen wilt beschermen tegen de duivel.
Ze horen niet bij de wereld, zoals Ik niet bij de wereld hoor.
Heilig hen dan door de waarheid. Uw woord is de waarheid.
Ik zend hen naar de wereld, zoals U mij naar de wereld hebt gezonden.
Ik heb mij geheiligd omwille van hen, zo zullen ook zij door de waarheid geheiligd zijn.’

Van Woord naar leven

In zijn gebed tot de Vader zegt Jezus: ‘Nu kom Ik naar U toe, en Ik zeg dit terwijl Ik nog in de wereld ben, opdat zij vervuld worden van mijn vreugde.’

Over welke vreugde gaat het hier ?
Het gaat over een vreugde van de Heer: ‘mijn’ vreugde zegt Jezus. Deze vreugde, die niet de onze is, wenst Hij ons toe.
Het is de diepe vreugde die Hij in zich draagt door zich één te weten met de Vader. Met Hem, en in de liefde van de Geest, vormt Hij volmaakt gemeenschap met z’n Vader. Dit samen-zijn geeft hemelse, goddelijke vreugde. Het is de vreugde van de Liefde. En het is deze vreugde die Jezus ons toewenst. Het is de vreugde van het gemeenschapsleven van en in de Drie-ene God.
Van deze vreugde wilt Jezus ons deelgenoot maken. We mogen tafelen aan hun tafel, ons gevend aan hen zoals zij dat aan elkaar doen, ontvangend van hen zoals zij voortdurend van elkaar ontvangen. In hen mogen wij liefde worden.

Laat ons tafelen met onze Drie-ene God.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,pict0050
breng ons allen samen tot één gemeenschap in uw Zoon. Dat uw Geest ons blijvend mag bezielen, opdat ons leven een werkelijke Gods-dienst mag zijn, een uitzingen van Christus’ liefde naar allen en alles. Kom heilige Geest. Amen.