Lezingen van de dag – woensdag 21 februari 2018


Heilige (of feest) van de dag

Petrus Damiani († 1072)

Petrus Damiani osb, Faenza, Italië; bisschop

Hij werd in 1006 of 1007 geboren in de Italiaanse stad Ravenna. Zijn naam Damiani dankt hij waarschijnlijk aan een weldoener (‘geestelijke broeder’) Damianus die hem in staat stelde te studeren. In 1035 trad hij in bij de benedictijner eremieten te Fonte Avellana. Daar werd hij in 1043 tot prior benoemd. In die functie ijverde hij voor een waardig kloosterleven. Daarnaast schreef  hij boeken om kerkelijke misstanden te bestrijden. Vooral de morele losbandigheid van geestelijken en de simonie* bij priesters en bisschoppen.

De paus vroeg hem naast zich als zijn persoonlijk raadsman en benoemde hem tot bisschop van Ostia.

Hij stierf te Faenza op de terugweg van een pauselijke missie naar zijn geboortestad Ravenna. Hij ligt begraven in de dom van Faenza.

Hij is nooit officieel heilig verklaard. Desondanks werd hij in 1828 door paus Leo XII († 1829) uitgeroepen tot kerkleraar.

* Men spreekt van simonie, als geestelijken zich (duur) laten betalen voor hun geestelijk dienstwerk, dat eigenlijk gratis moet zijn naar het woord van Jezus: ‘Om niet hebt gij ontvangen, om niet moet gij geven.’
Bij (arme) gelovigen de indruk wekken dat zij alleen maar toegang tot God kunnen hebben of zelfs gered kunnen worden, op voorwaarde dat zij een flinke geldelijke bijdrage leveren, is een nog erger vorm van simonie.
De uitdrukking is genoemd naar Simon de Magiër uit Samaria. Hij had zich op de prediking van de apostelen tot Christus bekeerd. Bij het zien van al hun wonderen vroeg hij hoe duur het was om die wondermacht ook te kunnen bezitten. Maar Petrus antwoordde: ‘Wees ten ondergang verdoemd, jij met je geld, omdat je gemeend hebt de gave van God voor geld te kunnen krijgen.’ [Handelingen 8, 9-24]

woensdag in de 1e week
van de 40-dagentijd


Uit het boek Jona 3, 1-10

De inwoners van Nineve zijn vreemdelingen, dus heidenen in de ogen van sommige Joden. Toch lezen we dat de profeet Jona de opdracht krijgt, van godswege het woord tot hen te richten. Daarop roepen de Ninevieten een algemene vasten uit. God verhoort hun gebed. Hij schenkt verhoring aan alle mensen van goede wil.

Het woord van de Heer wordt tot Jona gericht:‘Maak je gereed en ga naar Nineve, die grote stad, om haar aan te klagen met de woorden die Ik je zeg.’
En Jona maakte zich gereed en ging naar Nineve, zoals de Heer hem opgedragen had.
Nineve was een reusachtige stad, ter grootte van drie dagreizen. Jona trok de stad in, één dagreis ver, en riep: ‘Nog veertig dagen, dan wordt Nineve weggevaagd!’
De inwoners van Nineve geloofden God: ze riepen een vasten uit en iedereen, van hoog tot laag, hulde zich in een boetekleed. Toen de profetie de koning van Nineve bereikte, stond hij op van zijn troon, legde zijn staatsiegewaad af en ging, gehuld in een boetekleed, op de grond zitten. En hij liet in Nineve omroepen: ‘Volgens bevel van de koning en zijn edelen is het niemand toegestaan te eten of te drinken, mens noch dier, rund noch schaap of geit. De dieren mogen niet grazen of water drinken. Iedereen, mens en dier, moet zich hullen in een boetekleed en luidkeels God aanroepen. Laat iedereen anders gaan leven en breken met het onrecht dat hij doet. Misschien dat God van gedachten verandert en op zijn besluit terugkomt; wie weet zal Hij zijn woede laten varen, zodat wij niet te gronde gaan.’
Toen God zag dat zij inderdaad anders begonnen te leven, kwam Hij terug op wat Hij gedreigd had hun aan te doen, en Hij deed het niet.

 

Psalm 51, 3 + 4 + 12 + 13 + 18 + 19

Refr.: Een gebroken en verbrijzeld hart veracht U niet.

Wees mij genadig, God, in uw trouw,
U bent vol erbarmen, doe mijn daden teniet.

Was mij schoon van alle schuld,
reinig mij van mijn zonden.

Schep, o God, een zuiver hart in mij,
vernieuw mijn geest, maak mij standvastig.

Verban mij niet uit uw nabijheid,
neem uw heilige Geest niet van mij weg.

U wilt van mij geen offerdieren,
in brandoffers schept U geen behagen.

Het offer voor God is een gebroken geest;
een gebroken en verbrijzeld hart
zult U, God, niet verachten.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 11, 29-32

Mensen hebben behoefte aan schokkende bewijzen om van iets overtuigd te geraken. Toch kan geloof en bekering niet worden opgedrongen. De mens moet willen zien. Jezus zal geen ander teken geven dan dat van Jona. Als we in Hem niet geloven zijn we er erger aan toe dan de mensen van Nineve.

Toen er steeds meer mensen toestroomden, zei Jezus:
‘Dit is een verdorven generatie! Ze verlangt een teken, maar zal geen ander teken krijgen dan dat van Jona. Zoals Jona een teken was voor de inwoners van Nineve, zo zal de Mensenzoon een teken voor deze generatie zijn.
Op de dag van het oordeel zal de koningin van het Zuiden samen met de mensen van deze generatie opstaan en hen veroordelen, want zij was van het uiteinde van de aarde gekomen om te luisteren naar de wijsheid van Salomo, en hier zien jullie iemand die meer is dan Salomo!
Op de dag van het oordeel zullen de Ninevieten samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen; want zij hadden zich bekeerd na de prediking van Jona, en hier zien jullie iemand die meer is dan Jona!

Van Woord naar leven

Jonas,… een prachtig figuur. Hij is het teken van Gods zorg voor de mensheid, van Gods bekommernis om ieder mens. In zijn leven verpersoonlijkte Jonas als het ware de zorg van God om zijn kinderen.

Jezus vergelijkt zich met Jonas, in de zin dat de Mensenzoon, ook een teken is van Gods zorg voor de mensheid. Hij doet er zelfs nog een schepje bovenop: ‘Jullie zien hier iemand die meer is dan Jonas’.

Dat ‘meer’ zit ‘m in het feit dat Jezus de langverwachte Messias is, Gods mensgeworden Woord, om de mensheid te vervullen met zichzelf, haar ten diepste te redden, op te tillen, Gods Pasen aan te bieden.

Lieve mensen, hoe dragen wij Jezus in ons hart ?
Mag Hij werkelijk diegene zijn die Hij is: Gods Zoon, levende Liefde van de Vader, Beeld van God, onze beschermer, Weg ten leven, Brood ons gegeven, genezend licht, deur tot het ware leven, Herder voor het verloren schaap, onze levende hoop ?

Laten we zijn liefde werkelijk toe die Hij heeft voor ieder van ons ?
Laten we ons erdoor verteren ?
Durven we de stap te wagen te verdwijnen in Hem ?

Dit ‘durven’ vraagt geloof; geloof in de diepe betekenis van het woord.

Geloven in Jezus is meer dan met je lippen belijden dat je in Hem gelooft.
Het geloof is op de eerste plaats een gave die God schenkt in de liefde van zijn heilige Geest.
Ieder die ontvankelijk is voor deze gave, kan en zal ze krijgen.
Doch, dat betekent niet dat men dan zomaar kan geloven. Het geloof vraagt ook een beweging van de mens, een binnengaan in Gods Liefde.
Geloof is meer dat zomaar zeggen dat je Jezus als Gods Zoon erkent. Het vraagt ook een onbetwistbare act van de mens.

In het latijn betekent geloof ‘credo’, wat is afgeleid van ‘cor-dare’, wat letterlijk vertaald betekent: ‘je geven aan’.
Wanneer je dus zegt dat je gelooft in Jezus, zeg je eigenlijk dat je je hart geeft aan de aanwezigheid van Jezus, wat niet min is.

In die zin is geloof dus in wezen gebed, een ontmoeten van de Heer (daarom niet onmiddellijk voelend of ervarend, maar wel reëel), een zich geven aan Hem.

Je geven aan Jezus betekent dat Hij uw leven mag worden, dat jij een instrument wilt zijn van zijn zijn, om alzo in zijn naam in Gods wil te staan.

Zijn we bereid ons te geven aan de Heer ?
Het zal een onnoemelijke vreugde is ons losweken dat in de diepte ‘eeuwig leven’ heet.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
beziel ieder van ons met de gave van uw heilige Geest. Maak ons vanbinnen arm om leeg te kunnen zijn voor U. Maak ons bereid U in uw Zoon te ontvangen. Geef ons dat innerlijke vuur dat ons in eenvoud en diep geloof doet schenken aan Jezus, Hij de volheid van ons leven, de ziel van onze liefde voor ieder. Amen, ja amen.