Lezingen van de dag – woensdag 24 juni 2015


Heilige (of feest) van de dag

Geboorte van Johannes de Doper00033637

Johannes de Doper (ook Baptista), Jerusalem, Palestina; voorloper van Jezus & martelaar

Johannes wordt beschouwd als de voorloper van Jezus de Messias. Hij doopte in de Jordaan een doopsel van bekering en kondigde aan: “Na mij komt iemand die groter is dan ik; ik ben zelfs niet waard de riem van zijn sandaal los te maken” (dat was nederig slavenwerk!). Hij zag zijn optreden zelf als baanbrekend werk voor de Messias. Deze herkende hij in Jezus op het moment dat hij Hem doopte. Althans zo zeggen de drie evangelisten Matteus, Markus en Lukas. Want de vierde, Johannes, suggereert dat Johannes Jezus al eerder kende. Immers, toen Jezus voorbijging, duidde hij hem aan als het Lam Gods.

Johannes’ geboorte en kindertijd
Er is ook wel iets voor te zeggen dat Johannes Jezus al kende, want bij Lukas lezen we, dat Johannes’ moeder, Elisabeth, een bejaarde nicht van Jezus’ moeder was. Toen Maria van de engel Gabriël de boodschap ontving dat zij van Gods Geest een kind zou krijgen en vroeg hoe dat mogelijk was daar ze geen omgang had met een man, antwoordde de engel: “Bij God is alles mogelijk. Zelfs uw nicht Elisabeth, die onvruchtbaar heette, is al in haar zesde maand.” Daarop snelde Maria naar Elisabeth toe om haar in de laatste maanden voor de geboorte ter zijde te staan. Bij de begroeting tussen beide vrouwen – zo schrijft Lukas diepzinnig en prachtig – sprong het kind op in de schoot van Elisabeth; dat was voor Elisabeth voldoende om te beseffen dat zij hier te doen had met de aanstaande moeder van de Messias…
[Lukas 01,26-45]

Ook Johannes’ geboorte was aangekondigd door de engel Gabriël, en wel aan zijn vader Zacharias op het moment dat hij zich als priester in het heilige vertrek van de tempel bevond en aan het oog van het volk onttrokken was. Ook hij vroeg hoe zoiets kon, daar hij en zijn vrouw onvruchtbaar waren gebleken. Ook hij had als antwoord gekregen dat voor God niets onmogelijk is; hij kreeg bovendien een teken van de waarheid mee: hij zou niet kunnen spreken tot aan de geboorte van het kind, dat hij Johannes moest noemen. Want dit kind zou zijn naam meer dan waarmaken.

Toen het kind geboren was en men aan Zacharias vroeg hoe het moest heten, moest hij gebruik maken van een schrijftabletje om te antwoorden: “Johannes moet het heten.” Op dat moment werd hem het vermogen tot spreken teruggegeven; alsof de schrijver hiermee wil zeggen, dat de negen maanden van verwachting welsprekender waren voor God dan het functioneren van de vader als priester. De buren stonden verbaasd, want er was niemand in de familie die zo heette.

Johannes de Doper in de Evangelies
Wij horen pas weer van Johannes, wanneer hij optreedt als doper bij de Jordaan en de nabijheid van het Rijk Gods aankondigt. Hij roept op tot bekering van het hart; en wijst zijn gelovige toehoorders erop dat geloven niet erfelijk is, maar bestaat in een relatie tussen God en ieder persoonlijk, waar ieder ook zijn of haar eigen antwoord op moet geven door middel van een passende levenswijze.

Herodes laat Johannes arresteren, wanneer hij kritiek levert op diens relatie met Herodias, de vrouw van zijn broer. Vanuit zijn gevangenis laat Johannes een keer aan Jezus vragen of Hij nu werkelijk de Messias is. Spreekt daar twijfel of zelfs vertwijfeling uit? Had Johannes gehoopt dat Jezus als Messias hem zou komen bevrijden? Jezus laat aan Johannes antwoorden, dat hij op de tekenen van de Messiaanse tijd moet letten: doven horen, blinden zien, zieken worden genezen en aan armen wordt het Koninkrijk gegeven. En aan zijn toehoorders zegt Jezus, dat Hij in Johannes de Voorloper ziet. Het volk meende dat de Messias niet zou verschijnen, zonder dat Elia eerst zou terugkeren om voor Hem uit te gaan. Welnu, aldus Jezus, Elia ís teruggekeerd… En we herinneren ons dat Johannes destijds bij zijn optreden aan de Jordaan werd getekend, zoals Elia getekend wordt in de oude boeken: verblijvend in de woestijn; gehuld in een kleed van kameelhaar; een leren riem om zijn gordel; zich voedend met sprinkhanen en wilde honing.

Herodes luisterde graag naar hem. Kennelijk liet hij hem geregeld uit zijn gevangenis halen en voor zich optreden? Of schreeuwde Johannes van onder uit zijn kerker zo hard dat het door het paleis schalde? Dat alles zal Herodias extra verontrust hebben. Zij grijpt dan ook de eerste de beste kans die haar geboden wordt. Als hun dochter Salome een verleidelijke dans opvoert bij een banket waar een aantal grootmogende heren bij aanliggen, belooft haar vader haar elke beloning die ze vraagt. Op aandringen van haar moeder vraagt ze het hoofd van Johannes de Doper op een schotel. Herodes zit ermee in, maar kan niet meer terug. Als Johannes’ leerlingen ervan horen komen ze zijn lijk halen voor een eerbiedige begrafenis.

Patronaten
Hij is patroon van het eiland Malta; in Frankrijk van Bourgondië en de Provence, en van de stad Amiens; in Italië van Florence. Daarnaast is hij patroon van de vasters; van architecten, metselaars, timmerlieden, kuipers en tonnenmakers, van schoorsteenvegers; van leerlooiers, laarzen- en zadelmakers; van wevers, stoffenververs en kleermakers en van de bont- en pelswerkers; van herders; smeden en hoefsmeden; muzikanten en zangers, herbergiers en restaurateurs, bioscoophouders en -exploitanten; wijnbouwers.

Afgebeeld
Er bestaan oneindig veel afbeeldingen van het tafereel dat hij Jezus doopt in de Jordaan. Ook zijn hoofd op de schotel keert dikwijls terug als gegeven. Wordt hij als heilige afgebeeld, dan is hij herkenbaar aan een lam, vaak met een heiligenkrans (of een schaal) eromheen.
In de oosterse kerk wordt hij vaak als een engel afgebeeld (met vleugels), omdat hij in de evangelies wordt omschreven als ‘bode of boodschapper’ voor de Heer uit: welnu het Griekse woord voor bode of boodschapper luidt ‘aggelos’; Latijn: ‘angelus’; Nederlands: ‘engel’.
Naast Johannes staat op oosterse afbeeldingen vaak nog een eretitel neergeschreven ‘prodromos’ = ‘voorloper’: hij was immers de voorloper van Christus; zo sterk zelfs, dat je aan het lot van Johannes kunt aflezen wat straks het lot van Jezus zal zijn: geboorte aangekondigd door engel Gabriël – prediking van het Rijk Gods – gevangenname – dood… en Herodes meent zelfs even dat hij uit de doden is opgestaan: wanneer hij namelijk over Jezus hoort vertellen; zo sterk moeten die twee op elkaar geleken hebben.

Zijn geboorte wordt gevierd op 24 juni, nl. 6 maanden vóór Jezus. Jezus wordt door zijn volgelingen beschouwd als het licht in deze wereld. De komst van het licht is midden in de winter geplaatst, op 25 december. Omdat de engel Gabriël aan Maria zegt dat haar nicht Elisabeth al in haar zesde maand is (Lukas 01,36), moet Johannes dus zes maanden eerder geboren zijn: 24 juni!

Jan van Eyck, De geboorte van Johannes de Doper, Turijns-Milanese getijdenboek, fol. 93v, Turijn, Palazzo Madama, Museo Civico.

Jan van Eyck, De geboorte van Johannes de Doper, Turijns-Milanese getijdenboek, fol. 93v, Turijn, Palazzo Madama, Museo Civico.

GEBOORTE VAN JOHANNES DE DOPER
Hoogfeest  –  eigen lezingen

Van in de oudste tijden viert de Kerk het geboortefeest van Johannes de Doper. Hem werd door God die grote taak toevertrouwd de wereld voor te bereiden op de komst van haar Heer en Verlosser. Die taak was verre van eenvoudig maar Johannes de Doper heeft ze met de overgave van gans zijn persoon op zich genomen. Toen de Heer zelf gekomen was, zou de Voorloper verdwijnen, niet echter in een roemloze dood, maar als getuige van de gerechtigheid. Danken wij God om het voorbeeld van bereidheid tegenover zijn wil.
De liturgie besteedt eigen lezingen aan dit hoogfeest.

 

Uit de profeet Jesaja 49, 1-6

Ik zal je maken tot een licht voor alle volken.

Eilanden, hoor mij aan, verre volken, luister aandachtig. Al in de schoot van mijn moeder heeft de Heer mij geroepen, nog voor ze mij baarde noemde Hij mijn naam. Mijn tong maakte Hij scherp als een zwaard, Hij hield me verborgen in de schaduw van zijn hand; Hij maakte me tot een puntige pijl, Hij stak me weg in zijn pijlkoker.
Hij heeft me gezegd: ‘Mijn dienaar ben jij. In jou, Israël, toon Ik mijn luister.’
Maar ik zei: ‘Tevergeefs heb ik me afgemat, ik heb al mijn krachten verbruikt, het was voor niets, het heeft geen zin gehad. Maar de Heer zal me recht doen, mijn God zal me belonen.’
Toen sprak de Heer, die mij al in de moederschoot gevormd heeft tot zijn dienaar om Jakob naar Hem terug te brengen, om Israël rond Hem te verzamelen – dat ik aanzien zou genieten bij de Heer en dat mijn God mijn sterkte zou zijn.
Hij zei: ‘Dat je mijn dienaar bent om de stammen van Jakob op te richten en de overlevenden van Israël terug te brengen, dat is nog maar het begin. Ik zal je maken tot een licht voor alle volken, opdat de redding die Ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt.’

 

Psalm 139, 1-3 + 13-15

Refr.: Wonderbaarlijk is het wat U gemaakt hebt.

Heer, U kent mij, U doorgrondt mij,
U weet het als ik zit of sta,
U doorziet van verre mijn gedachten.embryo
Ga ik op weg of rust ik uit, U merkt het op,
met al mijn wegen bent U vertrouwd.

U was het die mijn nieren vormde,
die mij weefde in de buik van mijn moeder.
Ik loof U voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan.

Wonderbaarlijk is wat U gemaakt hebt;
ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.
Toen ik in het verborgene gemaakt werd,
kunstig geweven in de schoot van de aarde,
was mijn wezen voor U geen geheim.

 

Uit de Handelingen van de Apostelen 13, 22-26

Johannes riep op zich te laten dopen en een nieuw leven te beginnen.

God maakte David tot koning, van wie Hij getuigde: “In David, de zoon van Isaï, heb Ik een man naar mijn hart gevonden, die geheel naar mijn wil zal handelen.”
En uit Davids nageslacht heeft God, overeenkomstig zijn belofte, een redder voor Israël voortgebracht, Jezus. Voor zijn komst had Johannes het hele volk van Israël opgeroepen om zich te laten dopen en een nieuw leven te beginnen.
Toen zijn levenswerk ten einde liep, heeft Johannes gezegd: “Wie jullie denken dat ik ben, ben ik niet. Maar let op: na mij komt iemand anders, en ik ben het niet waard om zelfs maar zijn sandalen los te maken.”
Broeders en zusters, nakomelingen van Abraham en alle anderen die God vereren, ons werd het nieuws over deze redding bekendgemaakt.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 1, 57-66 + 80

Johannes zal hij heten.

Toen de dag van haar bevalling was aangebroken, bracht Elisabet een zoon ter wereld. Haar buren en verwanten hoorden hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest, en ze verheugden zich samen met haar.
Op de achtste dag kwamen ze het kind besnijden, en ze wilden het Zacharias noemen, naar zijn vader. Maar zijn moeder zei: ‘Nee, Johannes zal hij heten!’
Ze zeiden tegen haar: ‘Er is niemand in je familie die zo heet.’
Ze beduidden zijn vader te laten weten hoe hij het kind wilde noemen. Hij vroeg om een schrijftablet en schreef erop: ‘Johannes is zijn naam.’
Iedereen was verbaasd. En meteen werd de verlamming van zijn mond en zijn tong ongedaan gemaakt, en hij begon te spreken en loofde God. Alle omwonenden waren diep onder de indruk, en in heel het bergland van Judea werden deze gebeurtenissen besproken.
Ieder die het hoorde bleef erover nadenken, en vroeg zich af: Hoe zal het verder gaan met dit kind? Want de machtige hand van de Heer beschermde hem.
Het kind groeide op en werd gesterkt door de Geest. Johannes leefde in de woestijn tot de dag aanbrak waarop hij zich kenbaar maakte aan het volk van Israël.

Van Woord naar leven

In de geseculariseerde wereld en de welvaartstaat waarin wij leven, is het goed dat wij als gelovigen, in àlle bescheidenheid, de valse waarden van deze ‘wereld’ aan het licht brengen en alzo het licht van Christus aanwezig stellen.
Op deze wijze kunnen wij door onze navolging van de Heer, en door onze woorden daar waar het kan en nodig is, de wereld wijzen op grotere geestelijke waarden, niet als oordeel, maar als oproep.

De Kerk, de christen, dus ieder van ons, draagt de zending in zich om op die wijze broederschap te vormen met ieder, opdat de Heer meer mag gekend zijn, bemind zijn.

Ons doen en laten, ons voorbeeld, ons dagelijks gebed, kan een weg zijn ter voorbereiding van velen die de Heer nog niet of nauwelijks kennen.

Laten we hierin vooral niet hoogmoedig worden, maar juist nederig.
Laten we niet te snel denken dat wij de Heer zo goed kennen.
Laten we dienaars zijn van Hem, dienaars van allen, ons schenkend aan de genade van Jezus, opdat Hij door ons heen zijn licht mag tonen en de mensen in God mag brengen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,zz - Pinksteren 2
kom met uw heilige Geest over ieder van ons, over heel uw Kerk, over alle gelovigen. Schenk ons de moed en de liefde om van U getuigen te zijn. Geef dat wij uw liefde mogen belichamen om alzo in alle bescheidenheid U te tonen en te brengen. Dat ieder zijn volle thuis mag vinden in U. Kom heilige Geest. Amen.