Lezingen van de dag – woensdag 24 mei 2017


Heilige (of feest) van de dag

Louis-Zéphirin Moreau († 1901)

Louis-Zéphirin Moreau, St-Hyacinthe, Québec, Canada; bisschop

Hij werd op 1 april 1824 geboren als vijfde kind in een gezin van dertien kinderen te Bécancour in de Canadese provincie Québec. Ondanks zijn opleiding aan het seminarie van Nicolette werd hij door het bisdom Québec als priesterkandidaat geweigerd vanwege zijn zwakke gezondheid. Hij wendde zich tot de bisschop van Montréal, Monseigneur Bourget, en deze nam hem aan. Op 19 december 1846 werd hij priester gewijd. Hij kreeg een benoeming tot secretaris van het zojuist opgerichte bisdom St-Hyacinthe. Zo stond hij in dienst van drie bisschoppen, vooraleer hij er op 15 januari 1876 zelf bisschop werd. Als wapenspreuk koos hij: ‘In Hem die mij sterkt ben ik tot alles in staat.’

In de zesentwintig jaar, die zijn ambtsperiode zou duren, legde hij een enorme ijver aan de dag en leidde hij zijn bisdom met veel liefde en pastorale zorg. Hij stichtte twee religieuze congregaties, en stond aan de basis van vele sociale werken. Reeds bij zijn leven werd hij door zijn gelovigen beschouwd als een groot heilige.

Hij is de eerste bisschop van Canadese bodem, die zalig werd verklaard. Dat gebeurde op 10 mei 1987.

woensdag in de zesde paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 17, 15 + 22 – 18, 1

Wat de mensen ervaren, gaat Paulus gebruiken om hen naar God te brengen.

Paulus’ begeleiders brachten hem naar Athene en keerden daarna weer terug, met de opdracht om tegen Silas en Timoteüs te zeggen dat ze zich zo spoedig mogelijk bij hem moesten voegen. Paulus richtte zich tot de leden van de Areopagus en zei:
‘Atheners, ik heb gezien hoe buitengewoon godsdienstig u in ieder opzicht bent. Want toen ik in de stad rondliep en alles wat u vereert nauwlettend in ogenschouw nam, ontdekte ik ook een altaar met het opschrift: “Aan de onbekende god”. Wat u vereert zonder het te kennen, dat kom ik u verkondigen.
De God die de wereld heeft gemaakt en alles wat er leeft, Hij die over hemel en aarde heerst, woont niet in door mensenhanden gemaakte tempels. Hij laat zich ook niet bedienen door mensenhanden alsof er nog iets is dat Hij nodig heeft, Hij die zelf aan iedereen leven en adem en al het andere schenkt.
Uit één mens heeft Hij de hele mensheid gemaakt, die Hij over de hele aarde heeft verspreid; voor elk volk heeft Hij een tijdperk vastgesteld en Hij heeft de grenzen van hun woongebied bepaald.
Het was Gods bedoeling dat ze Hem zouden zoeken en Hem al tastend zouden kunnen vinden, aangezien Hij van niemand van ons ver weg is.
Want in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij. Of, zoals ook enkele van uw eigen dichters hebben gezegd: “Uit Hem komen ook wij voort.”
Maar als wij dan uit God voortkomen, mogen we niet denken dat het goddelijke gelijk is aan een beeld van goud of zilver of steen, het werk van een ambachtsman, door mensen bedacht.
God slaat echter geen acht op de tijd waarin men Hem niet kende, maar roept nu overal de mensen op om een nieuw leven te beginnen, want Hij heeft bepaald dat er een dag komt waarop Hij een rechtvaardig oordeel over de mensheid zal laten vellen door een man die Hij voor dat doel heeft aangewezen. Het bewijs dat het om deze man gaat, heeft Hij geleverd door Hem uit de dood te doen opstaan.’
Toen ze hoorden van een opstanding van de doden dreven sommigen daar de spot mee, terwijl anderen zeiden: ‘Daarover moet u ons een andere keer nog maar eens vertellen.’
Zo vertrok Paulus uit hun midden.
Toch sloten enkelen zich bij hem aan en aanvaardden het geloof, onder wie ook een Areopagiet, Dionysius, een vrouw die Damaris heette en nog een aantal anderen.
Na deze gebeurtenissen verliet hij Athene en ging naar Korinte.

 

Psalm 148, 1 + 2 + 11 + 12 + 14

Refr.: Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.

Loof de Heer, bewoners van de hemel,
loof Hem daar in de hoogten.
Loof Hem, al zijn herauten,
loof Hem, heel zijn engelenmacht.

Koningen van de aarde en alle naties,
vorsten en alle leiders van de aarde,
jonge mannen en jonge vrouwen,
oud en jong tezamen.

Hij verhoogt het aanzien van zijn volk,
de roem van al wie Hem trouw zijn,
het volk van Israël, dat Hem nabij is.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 16, 12-15

Elke tijd, elke generatie, moet de waarheid zoeken, dit is: zoeken wat het Woord Gods voor haar betekent. In dat zoeken zijn we niet alleen, de Geest is bij ons. Wat aan verdieping, bezinning en zoeken gebeurt in de Kerk, is zijn werk.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet verdragen.
De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer Hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar Hij zal zeggen wat Hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat.
Door jullie bekend te maken wat Hij van mij heeft, zal Hij mij eren.
Alles wat van de Vader is, is van mij – daarom heb Ik gezegd dat Hij alles wat Hij jullie bekend zal maken, van mij heeft.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus ons: ‘De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer Hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid.’

In eerste instantie was het kruis van Jezus een uiterlijk feit. Uiteraard had het inhoud, maar voor de toeschouwer bleef het een uiterlijk gebeuren. De heilige Geest zal dit uiterlijk feit veranderen in een innerlijke waarheid voor ieder van ons. De Geest zal het kruis verruimen van een louter historisch gebeuren tot het grondbeginsel van ons geloof.

De Geest zal ons, gelovigen, laten begrijpen dat het lijden van de Heer vruchtbaar was, is, en blijft, en dat ieder christelijk leven in het teken van het kruis staat en door het kruis naar de Heer wordt gebracht. Met andere woorden: de Geest zal ons in de liefdesweg van de Heer brengen. Niet louter als navolging maar als een ‘leven in de Heer’.
Hij, de Geest van de waarheid’ zal ons op deze wijze de volle waarheid wijzen én ons er naartoe brengen.

Morgen vieren we de Hemelvaart van de Heer, om ons daarna gedurende negen dagen voor te bereiden op Pinksteren; het komen van de Geest.
Moge we nu reeds uitkijken naar dit feest, door biddend ons hart te openen om Gods liefdesvuur in haar volheid te kunnen ontvangen.

Eerste twee alinea’s naar woorden van Adrienne von Speyr

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
moge ons hart voortdurend geopend zijn voor de gave van uw heilige Geest. Bijzonder in deze tijd naar Pinksteren toe bidden wij om deze genade. Maak ons waakzaam, alert, actief in het gebed, uitkijkend. Geef dat heel ons wezen gericht mag zijn naar U; Gij die geeft, Gij die vraagt.
Amen.