Lezingen van de dag – woensdag 26 oktober 2016


Heilige (of feest) van de dag

Bonaventura van Potenza († 1711)img-blessed-bonaventura-of-potenza

Bonaventura van Potenza (geboren Carlo Antonio Lavagna) ofm, Italië; volksmissionaris

Carlo werd op 26 januari 1651 geboren in de Italiaanse stad Potenza die destijds behoorde tot het koninkrijk Napels. Zijn ouders waren eerlijke, maar arme mensen. Volgens zeggen had hij van jongs af aan een voorkeur voor godsdienstige zaken. Het was dan ook niet verbazingwekkend, toen hij nog op jeugdige leeftijd intrad bij de franciscanen van Nocera. In zijn eenvoud stelde hij zich tevreden met een leven als lekenbroeder. Maar zijn oversten zagen meer in hem en lieten hem voor priester studeren. Bij zijn plechtige geloften koos hij als kloosternaam Bonaventura.

Naast de functie van novicenmeester binnen zijn orde, werkte hij daarbuiten, in en rond de stad Napels, vooral als volksmissionaris. Hij vestigde met name de aandacht op zich door zijn edelmoedige houding tijdens een cholera-epidemie die indertijd de stad teisterde.

Hij stierf in de plaats Ravello bij Amalfi. Op het moment van zijn dood viel hij in extase, zodat hij op het moment van zijn dood met luide stem psalmen zong.
Hij werd in 1775 door paus Pius VI († 1799) zalig verklaard.

woensdag in week 30 door het jaarbijbel


Uit de brief van Paulus aan de Efeziërs 6, 1-9

Allen die op een of andere manier gezag en verantwoordelijkheid hebben, vraagt Paulus die uit te oefenen in trouw aan God. Hij is hun gemeenschappelijke Meester. Doen ze dit in dienst van hun ondergeschikten, dan zullen deze ook veel makkelijker gehoorzamen. Ze hebben zoveel gezag als ze zelf verdienen door te dienen.

Kinderen, wees gehoorzaam aan je ouders uit ontzag voor de Heer, want zo hoort het. ‘Toon eerbied voor uw vader en moeder’, dat is het eerste gebod waaraan een belofte verbonden is: ‘Dan zal het u goed gaan en zult u lang leven op aarde.’
Vaders, maak uw kinderen niet verbitterd, maar vorm en vermaan hen bij het opvoeden zoals de Heer dat wil.
Slaven, gehoorzaam uw aardse meester zoals u Christus gehoorzaamt, met ontzag, respect en oprechtheid; niet met uiterlijk vertoon om bij de mensen in de gunst te komen, maar als slaven van Christus die van harte alles doen wat God wil. Doe uw werk met plezier, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen, want u weet dat allen door de Heer beloond worden voor het goede dat ze doen, zowel slaven als vrije mensen.
Meesters, behandel uw slaven op dezelfde manier. Laat dreigementen achterwege, want u weet dat zij en u dezelfde Heer in de hemel hebben, en dat Hij geen onderscheid maakt.

 

Psalm 145, 10-14

Refr.: Waarachtig is God in al zijn woorden.

Laten al uw schepselen U loven, Heer,
en uw getrouwen U prijzen. Drieeenheid_2

Laten zij getuigen van de luister van uw koningschap,
spreken over uw machtige werken.

Laten zij aan de stervelingen
uw machtige daden verkondigen,
de glorie en de glans van uw koningschap.

Uw koningschap omspant de eeuwen,
uw heerschappij omvat alle geslachten.

Een steun is de Heer voor wie is gevallen,
wie gebukt gaat richt Hij op.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 13, 22-30

Lucas geeft drie korte parabels bij de opgang van Jezus naar Jeruzalem. De parabel van de nauwe poort, de parabel van de gesloten deur en de parabel over het toegelaten worden tot het Koninkrijk. Hij wil beroep doen op persoonlijke inzet, want er komt een tijd dat het wel eens te laat zou kunnen zijn.

Op weg naar Jeruzalem trok Jezus verder langs steden en dorpen, terwijl Hij onderricht gaf.
Iemand vroeg Hem: ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’
Hij antwoordde:
‘Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg Ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.
Als de heer des huizes eenmaal is opgestaan en de deur heeft gesloten, en jullie staan buiten op de deur te kloppen en roepen: “Heer, doe open voor ons!”, dan zal Hij antwoorden: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?”
Jullie zullen zeggen: “We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven.”
Maar Hij zal tegen jullie zeggen: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie, rechtsverkrachters!”
Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten in het Koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten wordt.
Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aan tafel genodigd worden in het Koninkrijk van God.
En bedenk wel: er zijn laatsten die de eersten zullen zijn, en er zijn eersten die de laatsten zullen zijn.’

Van Woord naar leven

‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’ Al bekennen we het zelf niet vlug, toch zijn we af en toe ook bezig met deze vraag. We zouden graag willen weten of we op de wachtlijst naar de hemel staan.

Jezus ziet deze vraag een beetje als een kinderlijke vraag, naïef en niet zo verstandig. Want Hij antwoordt erop als een vader tot zijn kind, geduldig maar toch vermanend: ‘Begin alvast maar je best te doen en dan zullen we verder wel zien’. ‘Doe alle moeite… ‘ Jezus antwoordt naar de maat van onze vraag. God is een verstandige Vader. Hij kent zijn kinderen. Hij weet, dat wij, als gelovigen, vaak te laat komen, als de deur gesloten is.

Toch heeft Hij het ons anders geleerd. We zouden er als eersten bij moeten zijn om de wil te doen van de Vader in de hemel en om de nood te lenigen van de mensen op aarde. Vaak zijn we echter de eersten om onze eigen wil en zin door te drijven, en de laatste om zijn wil te laten geschieden. Zo uitgebreid zijn we dikwijls met onszelf bezig dat de nauwe deur waarover sprake is in het evangelie voor ons een flessenhals wordt waarin we onherroepelijk vastlopen. ‘…want velen, zeg Ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.’

God is een Vader met doorzicht. Hij is onze excuses voor. Hij kent de argumenten en doorziet de uitvluchten waarmee we voor de dag komen om onze fouten wit te wassen. Hij verklaart ze bij voorbaat ongeldig. Weer is zijn antwoord: ‘Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie’.

Geloof wordt ongeloof als wij het met God op een koopje willen gooien. Op zondag aanzitten aan de tafel van de Heer verschaft ons niet automatisch een visum voor de eeuwigheid. Want het Lichaam dat wij nuttigen, en het Bloed dat wij drinken, is werkelijke goddelijke vitamine. Het moet leven en vrucht dragen als wij van de tafel van de Heer worden weggezonden naar het leven van iedere dag. Zijn onderricht is nutteloos als het geen vlees en bloed wordt in ons dagelijks doen en laten.

De overweging van vandaag is ontleend aan ‘Bezinningen bij Gods Woord van dag tot dag’, door de norbertijnen van de Abdij Postel, uitgegeven bij © Brepols

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,naamloos
kom tot ons. Raak ons aan in uw liefde. Breek onze weerspannigheid, ban de ongerechtigheid uit ons leven. Ja, genees ons, opdat wij doorheen ons ja-woord eens mogen delen in uw eeuwig Rijk van vrede en liefde.
Kom Heer Jezus, kom. Amen.