Lezingen van de dag – woensdag 27 juni 2018


Heilige (of feest) van de dag

Ariald van Como († 1066)

Ariald van Como, Italië; diaken & martelaar

Stamde af van lagere adel uit Cuciaco in de buurt van Como. Had in Europa rondgereisd en daarbij veel kennis opgedaan. Als diaken ijverde hij ervoor dat priesters arm en ongehuwd zouden blijven en in gemeenschap bijeen zouden wonen. In Milaan was hij betrokken bij de oprichting van de Pataria, een volkspartij die naar kerkelijke hervormingen streefde; zij was tegen de keizer gericht. Bij schermutselingen door zijn vijanden in de buurt van het Lago Maggiore om het leven gebracht.

In de kerk van zijn dagen zaten vele geestelijken die niet leefden in overeenstemming met hun ambt: ze hadden een relatie, lieten zich betalen voor hun diensten en verbleven het liefste in kringen van rijken en hooggeplaatsten. In die situatie was Ariald’s stellingname glashelder: hij koos voor de strenge levenswijze in de kerk en voor duidelijke regels gebaseerd op de oud-christelijke tijden.

In 1056 verbleef hij in Milaan. Sinds elf jaar was Wido aartsbisschop; deze beschermeling van keizer Hendrik III was een steen des aanstoots voor de kerk van die dagen. In alle vrijmoedigheid verhief Ariald zijn stem tegen de levenswijze van de aartsbisschop, zocht medestanders. Aanvankelijk werd zijn beweging beschouwd als een storm in een glas water, temeer, omdat zij voornamelijk bestond uit gewone mensen uit het lagere volk. Maar zelfs toen zich geleidelijk aan ook geestelijken en hooggeplaatsten begonnen aan te sluiten, deed de aartsbisschop dit alles met een cynisch schouderophalen af. Intussen ging Ariald predikend rond, waarbij hij zich beriep op de heilige Schrift en zijn woorden onderstreepte met zijn strenge, heilige levenswijze. Hij noemt de levenswijze van de geldbeluste geestelijken een ketterij.

Uiteindelijk zien Wido en de zijnen in dat ze ernstig rekening moeten gaan houden met deze kritische beweging in de kerk. Wido begint meteen met grove middelen, hij excommuniceert Ariald, d.w.z. dat hij niet meer in de kerk mag komen en geen sacramenten meer mag ontvangen. Ariald wendt zich tot de paus en komt terug met de opdracht niet eerder te rusten voor hij de kankergezwellen in de kerk van Milaan met succes heeft bestreden. De kwestie loopt nu zo hoog dat er een burgeroorlog dreigt. Ariald probeert het volk in bedwang te houden. Intussen verschijnen er pauselijke gezanten die zelf de zaak in ogenschouw willen nemen. Bisschop Wido vermijdt een ontmoeting en zorgt dat hij buiten de stad is. Ze hebben nog niet hun hielen gelicht, of daar is hij weer. Nu keert hij zich openlijk tegen de paus. Een moordaanslag op Ariald mislukt. De bisschoppen van de landstreek Lombardije komen in vergadering bijeen, erkennen dat hun levenswijze verwarrend is en beloven beterschap en bekering. Wido is een van hen. Maar eenmaal thuis hervat hij zijn oude levenswijze, alsof er geen mede door hem ondertekende belofte bestond. Het komt van kwaad tot erger. Ariald stuurt een bericht naar de paus. Deze antwoordt, dat de bisschop afgezet moet worden en uit zijn bisdom verbannen. Wido stuurt aan op vervolging van zijn tegenstanders en probeert de mensen van de stad aan zijn kant te krijgen door ze rijke schenkingen te doen. Ariald voelt zich hoe langer hoe meer bedreigd, verlaat de stad en vindt onderdak bij een geestelijke ergens in de omgeving. Deze heeft hem verraden. In de buurt van het Lago Maggiore kregen aanhangers van Wido Ariald te pakken; daarbij geholpen door een nicht van de bisschop. Op gruwelijke wijze hebben ze hem om het leven gebracht.

In 1904 door paus Pius X heilig verklaard.

woensdag in week 12 door het jaar


Uit het tweede boek Koningen 22, 8-13 + 23, 1-3

Ten tijde van koning Jojakin wordt het boek van het Verbond opnieuw ontdekt. Onder leiding van de koning gaat men het weer lezen en opnieuw in praktijk brengen. Het is voor ons een aansporing de Schrift steeds opnieuw te ontdekken in zijn frisse betekenis.

De hogepriester Chilkia zei tegen hofschrijver Safan: ‘Ik heb hier in de tempel van de Heer een boekrol gevonden met de tekst van de wet.’
Safan nam het boek in ontvangst en las het.
Daarop ging hij terug naar de koning om verslag uit te brengen. Hij zei: ‘Uw dienaren hebben het zilver dat in de tempel bewaard wordt, te voorschijn gehaald en overhandigd aan de bouwmeesters die belast zijn met de herstelwerkzaamheden aan de tempel van de Heer.’
Vervolgens vertelde hij dat de priester Chilkia hem een boekrol had gegeven, en hij begon de koning eruit voor te lezen.
Bij het horen van de tekst van het wetboek scheurde de koning zijn kleren. Hij beval de priester Chilkia, Achikam, de zoon van Safan, Achbor, de zoon van Micha, de hofschrijver Safan en zijn persoonlijke dienaar Asaja: ‘Ga ter wille van mij en heel het volk van Juda de Heer raadplegen over de inhoud van de boekrol die we gevonden hebben, want het kan niet anders of de Heer is in hevige woede ontstoken omdat onze voorouders zich niet hebben gehouden aan wat er in dit boek staat en niet hebben gedaan wat ons is voorgeschreven.’
De koning ontbood de oudsten van Juda en Jeruzalem. Met alle inwoners van Juda en Jeruzalem, de priesters en de profeten, kortom, de hele bevolking, van hoog tot laag, begaf hij zich naar de tempel van de Heer. Daar las hij hun de hele tekst voor van het verbondsboek dat in de tempel was gevonden.
Staande op het podium bekrachtigde hij ten overstaan van de Heer het verbond. Hij zwoer dat hij de Heer zou volgen en zich geheel en al zou houden aan zijn geboden, voorschriften en bepalingen, om zo het verbond dat in deze boekrol was vastgelegd met hart en ziel na te leven.
Heel het volk sloot zich hierbij aan.

 

Psalm 119, 33 + 34 + 35 + 36 + 37 + 40

Refr.: Wijs mij, Heer, de weg van uw wetten.

Wijs mij, Heer, de weg van uw wetten,
dan volg ik die tot het einde toe.

Geef mij inzicht, en ik zal uw wet volgen,
hem onderhouden met heel mijn hart.

Laat mij het pad gaan van uw geboden,
dat is mij het liefst.

Neig mijn hart naar uw richtlijnen
en niet naar winstbejag.

Houd mijn ogen af van wat leeg is,
laat mij uw wegen gaan, en leven.

Hoe verlang ik naar uw regels,
doe mij leven in uw gerechtigheid.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 7, 15-20

Woorden alleen zijn niet doorslaggevend om de echte profeten of de echte christenen te onderkennen. Wat is trouwens een woord ? Ook in onze tijd zijn de daden van mensen van zeer groot belang om hun geloofwaardigheid te laten blijken. Een zieke boom kan geen goede vruchten dragen.

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Pas op voor valse profeten, die in schaapskleren op jullie afkomen maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn. Aan hun vruchten zul je hen herkennen.
Men plukt toch geen druiven van doornstruiken of vijgen van distels?
Zo draagt elke goede boom goede vruchten, maar een slechte boom draagt slechte vruchten.
Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, evenmin als een slechte boom goede vruchten dragen kan.
Elke boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.
Zo kunnen jullie hen dus aan hun vruchten herkennen.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘Elke goede boom draagt goede vruchten, maar een slechte boom draagt slechte vruchten.’

Klare taal. Maar wat zijn de vruchten van de goede boom ? Wat zijn de vruchten van hen die leven ‘in God ?

Weet dat het over zeer veel vruchten gaat. Ik zou met u vandaag willen nadenken over twee van die vruchten, namelijk over de ‘frisheid’ en de ‘vreugde’.

Frisheid… Hoe gaan wij om met onze naasten ? Hoe staan wij op de werkvloer ? Hoe beleven wij ons gebed ? Hoe dekken wij de tafel ? Enz… Doen we dit al blazend, zuchtend, onze onderlip net niet vertrappend, of doen we dit alles op een frisse manier; een wijze van zijn die haar oorsprong vindt in de opstanding van de Heer.
En ook al zijn we soms moe (want zo is het leven), toch kunnen we ondanks onze vermoeidheid op een zekere manier ‘fris’ in het leven staan. Het maakt ons werk, ons gebed, onze diensten aan anderen, zo anders. Begrijpe wie begrijpe kan…

En dan de vreugde… Bekijk jezelf eens in de spiegel. Zien we een ontspannen tevreden gezicht (een gezicht dat haar vrede heeft in God), of zien we een gezicht dat meer iets heeft van een kartonnen doos, zonder lach of blos, maar grauw en onveranderlijk.
Oh laat ons vreugdevolle mensen zijn, dankbaar om Gods bestaan, om zijn aanwezigheid, om alles wat Hij geeft, om zijn liefde voor ieder van ons, om zijn uitnodiging, om het schenken van zijn Zoon. Laat ons de vreugde van het evangelie zijn; een vreugde die haar wortels vindt in God zelf.

Wie fris en vreugdevol in het leven staat, maakt het leven van anderen zoveel aangenamer. Echt waar. Je zult dat ook al wel ervaren hebben in mindere dagen waar anderen u tegemoet komen op een frisse, ontspannende, tevreden manier. Dat doet toch deugd ? Niet ?

Maar… Laten we hierin spontaan zijn. Want er zijn ook dagen dat er geen frisheid is, dat er geen vreugde is, en daar kunnen redenen voor zijn. Maar laten we erover waken dat dit geen constante is.
Wie dagelijks bidt, wie God werkelijk ontmoet (in het licht én in de donkerte), zal ervaren dat God in de diepte een bron van vreugde is. Het gaat hier niet over een oppervlakkige of platte blijheid maar het gaat hier over een diepe vreugde geworteld in de Drie-ene God, doorheen het kruis en de opstanding van Jezus. Met andere woorden: geworteld in de liefde.

Laat ons leven in de Heer, opdat we zijn vruchten mogen zijn.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
moge de frisheid, de eenvoud en de vreugde van het evangelie ons eigen worden. Moge ons leven een voortdurend innerlijke gebed zijn van dankbaarheid en overgave. Moge uw kruis daarbij onze kracht zijn, om ten diepste deelgenoot te worden van uw opstanding; uw Pasen voor allen.
Tot in lengte van dagen. Amen.