Lezingen van de dag – woensdag 28 september 2016


Heilige (of feest) van de dag

Wenceslaus I van Bohemen († 929)0304vyacheslavcheshkovo

gedachtenis

Wenceslaus I (ca. 905 – Stará Boleslav 28 september 929 of 935) was hertog van Bohemen
Hij werd in 903, 908 of 910 geboren als zoon van Vratislav I van Bohemen.
Zijn grootmoeder, de Heilige Ludmilla, gaf hem een christelijke opvoeding.
Na de dood van Wenceslaus’ vader werd zijn heidense moeder Drahomíra regentes van het hertogdom. Zij voerde een antichristelijk bewind.
Het Boheemse volk smeekte Wenceslaus de macht over te nemen. Dat deed hij omstreeks 925 en plaatste het hertogdom onder de protectie van het Duitse Rijk.
Op zijn gezag vierde de kerk van Bohemen de liturgie niet langer in de Byzantijnse ritus, maar in de Latijnse.
Wenceslaus was een vroom en deugdzaam man.
Zijn liefde voor de eucharistie is legendarisch: het verhaal ging dat hijzelf de tarwe voor hosties zaaide en de druiven voor de miswijn zelf perste.
Wenceslaus had de gelofte van maagdelijkheid afgelegd.
In opdracht van zijn broer Boleslav I werd hij vermoord op 28 september 935. Zijn lichaam werd in stukken gehakt en begraven op de plaats van de moord.
Boleslav kreeg berouw over zijn misdaad, deed boete en beval de relieken van zijn broer over te brengen naar de Sint-Vituskerk in Praag.
Wenceslaus is de beschermheilige van Bohemen en van Tsjechië.
Het Wenceslausplein in Praag draagt sinds 1848 zijn naam.
De zogenaamde Heilige Wenceslaskroon werd pas eeuwen na zijn dood gesmeed.

woensdag in week 26 door het jaarbijbel


Uit het boek Job 9, 1-12 + 14-16

In de dialogen van Job met zijn vrienden tekent zich ook een rechtsstrijd af met God. Job weigert zijn ongeluk te zien als veroorzaakt door zijn gedrag. Hij wil zich ook niet rechtvaardigen voor God, zijn almachtige schepper. Hij weet zeker dat God hem hoort, ofschoon Hij niet eens naar zijn roepen luistert.

Zo luidde het antwoord van Job aan zijn vrienden: ‘Zeker, ik weet dat het zo is, hoe kan een mens in zijn recht staan tegenover God? Als je met Hem een rechtsgeding wilt aangaan, heb je niet één op de duizend maal een weerwoord. Hoe wijs van hart, hoe sterk een mens ook is, God kan hij nimmer straffeloos trotseren. Hij verplaatst bergen, voor men het merkt; in zijn woede stoot Hij ze omver. De aarde schudt Hij van haar plaats, zodat haar zuilen wankelen. De zon houdt op te schijnen als Hij het beveelt, en Hij sluit de sterren weg, verzegeld. Hij spant het hemelgewelf, Hij alleen, en wandelt op de hoog oprijzende zee. De Grote Beer heeft hij gemaakt, en Orion, de Plejaden en de sterren van het zuiden. Hij doet grote, ondoorgrondelijke dingen, ontelbaar zijn de wonderen die Hij verricht. Hij gaat mij voorbij en ik zie Hem niet, Hij glipt langs mij heen en ik merk het niet. Als Hij iets wegrukt, wie weerhoudt Hem dan? Wie zal Hem zeggen: “Wat doet U?”
Hoe kan ik mijn stem dan laten horen, hoe kan ik dan de juiste woorden vinden? Al sta ik in mijn recht, een weerwoord heb ik niet, ik kan slechts mijn rechter om genade smeken. Als ik Hem zou roepen en Hij antwoordde, zou ik niet geloven dat Hij naar me luisterde.’

 

Psalm 88, 12-15

Refr.: Laat mijn bede doordringen tot U, Heer.Drieeenheid_2

Komt uw liefde in het graf ter sprake
of uw trouw in de afgrond?
Weet men in de duisternis van uw wonderen
of van uw weldaden in het land der vergetelheid?

Daarom roep ik U om hulp, Heer,
elke morgen nader ik U met mijn gebed.
Waarom, Heer, verstoot U mij
en verbergt U voor mij uw gelaat?

 

Uit het evangelie volgens Lucas 9, 57-62

Aan drie mensen, die bereid zijn Hem te volgen, openbaart Jezus wat vereist is om zijn leerling te worden.

Iemand zei tot Jezus: ‘Ik zal U volgen waarheen U ook gaat.’
Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’
Tegen een ander zei Hij: ‘Volg mij!’
Maar deze zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’
Jezus zei tegen hem: ‘Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het Koninkrijk van God te verkondigen.’
Weer een ander zei: ‘Ik zal U volgen, Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.’
Jezus zei tegen hem: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’

Van Woord naar leven

De meeste mensen die deze site bezoeken dragen de intentie in zich de Heer te volgen. Hij roept ieder van ons persoonlijk bij onze naam om in zijn voetstappen te treden. En zo graag zouden we dat ook doen.

En ja, beslist doen we dat ook.
Maar de vraag is: doen we het ten volle ? Doen we het op de moment dàt Hij het vraagt ?
Of zit er in ons antwoord aan Hem maar al te dikwijls dat ene woordje ‘ja maar’.
‘Heer, ik wil je echt, volgen, maar… dit vind ik toch belangrijk, dat heb ik nog te doen, er zijn dingen die ik eigenlijk niet wil achterlaten,…’

Jezus is duidelijk: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,lupine-366887_960_720
meer dan wij zelf weten weet Gij dat voor velen van ons het verleden heel dikwijls een rem betekent om U te volgen. Als een zware ballast wegen de jaren soms zo dikwijls door op onze schouders. Help ons ons hele zijn, heel ons verleden, al onze kwetsuren, ons niet kunnen vergeven, onze opgehoopte haat, te dragen in U. Gij, en enkel Gij, kunt dit alles ombuigen naar uw Licht, en ons bekwaam maken U te volgen; niet achterom kijkend, maar vooruit, als vernieuwde mensen door uw genade. Kom Heer Jezus, alle dagen van ons leven. Amen.