Lezingen van de dag – woensdag 3 okt 2018


Heilige (of feest) van de dag

Ewald de Witte en Ewald de Zwarte
(† eind 7e eeuw)

Keulen, Duitsland; geloofsverkondigers & martelaars

De beide Ewalden worden onderscheiden naar de kleur van hun haar: ‘de Witte’ en ‘de Zwarte’. Zij waren afkomstig uit Northumbrië (= Midden-Engeland). Daar had abt Egbert († 729; feest 24 april) hen enthousiast gemaakt voor de missionering van de Germaanse volken aan de overkant van de zee. Vele Franken, Friezen en Saksen hadden nog nooit van Christus gehoord. Egbert had enige jaren tevoren zelf geprobeerd om over te steken naar het vasteland, maar storm, noodweer en andere omstandigheden hadden hem dat verhinderd. Hij had daarin een vingerwijzing Gods gezien, dat het niet zijn taak was om zelf te gaan missioneren, maar leerlingen op te leiden die zijn idealen zouden overnemen en waarmaken. Zo zette zijn leerling Willibrord († 739; feest 7 november) in gezelschap van een twaalftal medemonniken koers naar het oosten en landde ergens op de kust van Holland, wellicht in de buurt van het huidige Katwijk. Tot die twaalf behoorden volgens de legende ook de beide Ewalden.

De Ewald-broers trokken vanuit het gebied der Franken naar streken waar nog nauwelijks een christen was geweest. Zo zouden ze gepreekt hebben in de omgeving van Coevorden (Drente) en later in Westfalen. Ze stelden pogingen in het werk toegang te krijgen tot het stamhoofd der Saksen. Maar diens onderdanen vreesden, dat de twee vreemdelingen hen wilden beroven van hun heilige tradities. Ze vertrouwden het in het geheel niet, wanneer zij zagen hoe de twee luidop hun psalmen reciteerden, en zichtbaar voor iedereen de mis opdroegen met behulp van een reisaltaartje, waarop geheimzinnige dingen stonden als brood en beker.

Op hun logeeradres in Laar werden de beide missionarissen overvallen door Saksers. De Witte Ewald werd onmiddellijk gedood met een saks (het stenen mes, waaraan de saksen hun naam ontlenen). Maar de Zwarte probeerden hen van zijn goede bedoelingen te overtuigen. In feite had dat alleen maar tot gevolg dat zijn martelgang werd verlengd. Uiteindelijk werd ook hij gedood. Op die plek zou onmiddellijk een bron zijn ontsprongen.

De beide lijken werden in de Rijn gegooid, of in een van zijn zijrivieren. Van daaruit dreven zij stroomopwaarts(!) tot een plek waar een zekere Tilman, een tot monnik bekeerde soldaat, gewaarschuwd door een vreemde straling boven het water, hen aantrof.
Hun lichamen werden te Keulen bijgezet in de St-Clemenskerk, de latere St-Kunibertkerk.

In Nederland is de kerk van Druten toegewijd aan de heilige Ewalden.

Bron: Heiligen.net

woensdag in week 26 door het jaar


Uit het boek Job 9, 1-12 + 14-16

In de dialogen van Job met zijn vrienden tekent zich ook een rechtsstrijd af met God. Job weigert zijn ongeluk te zien als veroorzaakt door zijn gedrag. Hij wil zich ook niet rechtvaardigen voor God, zijn almachtige schepper. Hij weet zeker dat God hem hoort, ofschoon Hij niet eens naar zijn roepen luistert.

Zo luidde het antwoord van Job aan zijn vrienden: ‘Zeker, ik weet dat het zo is, hoe kan een mens in zijn recht staan tegenover God? Als je met Hem een rechtsgeding wilt aangaan, heb je niet één op de duizend maal een weerwoord. Hoe wijs van hart, hoe sterk een mens ook is, God kan hij nimmer straffeloos trotseren. Hij verplaatst bergen, voor men het merkt; in zijn woede stoot Hij ze omver. De aarde schudt Hij van haar plaats, zodat haar zuilen wankelen. De zon houdt op te schijnen als Hij het beveelt, en Hij sluit de sterren weg, verzegeld. Hij spant het hemelgewelf, Hij alleen, en wandelt op de hoog oprijzende zee. De Grote Beer heeft hij gemaakt, en Orion, de Plejaden en de sterren van het zuiden. Hij doet grote, ondoorgrondelijke dingen, ontelbaar zijn de wonderen die Hij verricht. Hij gaat mij voorbij en ik zie Hem niet, Hij glipt langs mij heen en ik merk het niet. Als Hij iets wegrukt, wie weerhoudt Hem dan? Wie zal Hem zeggen: “Wat doet U?”
Hoe kan ik mijn stem dan laten horen, hoe kan ik dan de juiste woorden vinden? Al sta ik in mijn recht, een weerwoord heb ik niet, ik kan slechts mijn rechter om genade smeken. Als ik Hem zou roepen en Hij antwoordde, zou ik niet geloven dat Hij naar me luisterde.’

 

Psalm 88, 12-15

Refr.: Laat mijn bede doordringen tot U, Heer.

Komt uw liefde in het graf ter sprake
of uw trouw in de afgrond?
Weet men in de duisternis van uw wonderen
of van uw weldaden
in het land der vergetelheid ?

Daarom roep ik U om hulp, Heer,
elke morgen nader ik U met mijn gebed.
Waarom, Heer, verstoot U mij
en verbergt U
voor mij uw gelaat ?

 

Uit het evangelie volgens Lucas 9, 57-62

Aan drie mensen, die bereid zijn Hem te volgen, openbaart Jezus wat vereist is om zijn leerling te worden.

Iemand zei tot Jezus: ‘Ik zal U volgen waarheen U ook gaat.’
Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’
Tegen een ander zei Hij: ‘Volg mij!’
Maar deze zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’
Jezus zei tegen hem: ‘Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het Koninkrijk van God te verkondigen.’
Weer een ander zei: ‘Ik zal U volgen, Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.’
Jezus zei tegen hem: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’

Van Woord naar leven

Jezus zegt ons vandaag: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’

Vele mensen dragen een heuse rugzak met zich mee; een boel negatieve ervaringen uit het verleden die hun leven getekend hebben en die tot op vandaag een invloed uitoefenen op hun levenswandel. Oorzaken kunnen heel verschillend zijn: misgelopen zaken in je opvoeding, een huwelijksscheiding waar je – wat de oorzaak betreft – al dan niet een aandeel in hebt, fouten die je hebt gemaakt in je leven, dingen die je onterecht zijn aangedaan,…

Of we nu zelf oorzaak zijn van al dat innerlijk gewoel, of anderen; feit is dat Jezus ons altijd nabij is, en dat we dat niet altijd beseffen. En als we dit laatste al geloven, zoeken we Hem soms op plaatsen, of op wijzen, dat we Hem meer niet vinden dan wel.

Soms denk ik dat we minder energie moeten steken in het perse willen vinden van de Heer. Misschien moeten we ons vooral laten vinden, en in stil gebed geloven dat de Heer voor ons knielt, ons de voeten wassend.

En ja, laat dit laatste maar gebeuren, niet met al te grote woorden of beloften van uwentwege… Laat het gewoon gebeuren, in genade. En fluister, bij wijze van spreken, enkel nog, en steeds inniger: ‘Gij Heer, enkel Gij’.

Om beschikbaar te worden voor Christus in u.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,
uw liefde voor de mens deed u knielen om hem de voeten te wassen, opdat wij, gereinigd door U, deelgenoot zouden worden van uw liefde in ons. Moge dit gebeuren de kern van ons gebed zijn, opdat Gij door ons heen moogt leven en werken.
Groeiend in U. Amen.