Lezingen van de dag – woensdag 30 dec. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Anysia van Thessalonica (+ ca 304)30_dec_anysia2

Anysia van Thessalonica, Griekenland; martelares; † ca 304

Zij was van aanzienlijke afkomst, en had van haar ouders een christelijke opvoeding gekregen, wat in die tijd niet vanzelfsprekend was. Op jonge leeftijd werd zij wees. Omdat zij ernaar verlangde zich als maagd aan Christus toe te wijden, liet ze de slaven van het huishouden vrij, en gaf hun een aanzienlijk bedrag mee om een bestaan als vrije burger te kunnen opbouwen. De rest maakte ze te gelde en liet de opbrengst ervan ten goede komen aan de armen. Vanaf dat moment leidde ze een leven van eenvoud en gebed, waarbij ze zich vooral het lot aantrok van de christenen die omwille van hun geloofsovertuiging gevangen zaten. Het was de tijd dat de keizers Diocletianus (284-305) en Maximianus (284-305) per decreet toestemming hadden gegeven om christenen te arresteren, te vervolgen en te doden.

Zo liep zij eens op straat een soldaat tegen het lijf, die onder de indruk was van haar schoonheid. Hij vroeg haar hoe ze heette en of ze zin had. Verschrikt sloeg ze spontaan een kruisteken en zei: “Ik ben christen en ben onderweg naar mijn broeders en zusters.” Maar de soldaat was niet onder de indruk, hij kwam op haar toe en werd zelfs handtastelijk. Zij duwde hem vol afschuw van zich af en spuwde hem in het gezicht. In een vlaag van woede trok hij zijn zwaard en stak het haar tussen de ribben. Zij bloedde ter plekke dood.

WOENSDAG IN HET KERSTOCTAAF


Uit de eerste brief van Johannes 2, 12-17

De ‘wereld’ is voor Johannes dàt deel van de mensheid dat niet in God gelooft. De wereld die alleen op zichzelf rekent om gered te worden, en God verwerpt, zijn bestaan en heilsplan niet erkent. Die wereld, kan iemand die in God gelooft, niet liefhebben. Wie gelooft, kijkt verder dan de wereld die voorbijgaat, zonder zijn hart eraan te verliezen.

Vrienden,
ik schrijf u dat uw zonden u vergeven zijn omwille van Christus’ naam. Ik schrijf u, ouderen: u kent Hem die er is vanaf het begin. Ik schrijf u, jongeren: u hebt Hem die het kwaad zelf is overwonnen. Kinderen, ik schrijf u dus dat u de Vader kent. Ouderen, u schrijf ik: u kent Hem die er is vanaf het begin. Jongeren, u schrijf ik: u bent sterk, het woord van God blijft in u, en u hebt het kwaad overwonnen.
Heb de wereld en wat in de wereld is niet lief. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem, want alles wat in de wereld is–zelfzuchtige begeerte, afgunstige inhaligheid, pronkzucht–,dat alles komt niet uit de Vader voort maar uit de wereld. De wereld met haar begeerte gaat voorbij, maar wie Gods wil doet blijft tot in eeuwigheid.

 

Psalm 96, 7-10

Refr.: De hemel straalt en de aarde jubelt.Icon Lamp

Erken de Heer, stammen en volken,
erken de Heer, zijn majesteit en macht.

Erken de Heer, de majesteit van zijn Naam,
draag geschenken zijn voorhoven binnen.

Buig u voor de Heer in zijn heilige glorie,
huiver, heel de aarde, als Hij verschijnt.

Zeg aan de volken: De Heer is koning.
Vast staat de wereld, zij wankelt niet.
Hij oordeelt de volken naar recht en wet.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 2, 36-40

De profetes Hanna erkent in Jezus de gezondene van de Heer, die zijn volk zal redden. Haar lofzang is een geloofsgetuigenis. Zij vertolkt de vreugde van allen, die de messiaanse profetieën in vervulling zien gaan in de menswording van Jezus.

Er was daar ook een profetes, Hanna, de dochter van Fanuël, uit de stam Aser. Ze was hoogbejaard; vanaf haar huwbare leeftijd had ze zeven jaar met haar man geleefd, en ze was nu al vierentachtig jaar weduwe. Ze was altijd in de tempel, waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden.
Op dat moment kwam ze naar Maria en het kind toe, bracht hulde aan God en sprak over het kind met allen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem.
Toen ze alles overeenkomstig de wet van de Heer hadden gedaan, keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazaret. Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid; Gods genade rustte op Hem.

Van Woord naar leven

Vandaag hoorden we hoe Hanna dag en nacht in de tempel verbleef en daar al biddend en vastend God diende.

Hanna doet ons denken aan de talloze monialen wereldwijd die, dag en nacht, biddend en vastend, God dienen. Deze mensen, die in de stilte van hun abdijen, verborgen achter kloostermuren, hun leven volledig toewijden aan God, zijn van kapitaal belang voor de Kerk en de mensheid in haar geheel.
Zij houden in alle verborgenheid een vlam brandend die in de samenleving dikwijls tot een klein pitje is geworden.

Niemand ziet hen bezig, weinigen kennen ze, maar door hun wijze van leven geven ze leven aan de Kerk.
Doorheen gebed, vasten en offer schenken zij immers de gehele mensheid aan God als een gebed zonder ophouden. En ook al klinkt het dezer dagen misschien niet echt populair… gebed geeft leven, méér dan we vermoeden. En juist daarom zijn deze mensen van kapitaal belang.

Maar dat geldt ook voor ieder die thuis in alle verborgenheid z’n dagelijks gebed verricht. Als wierook stijgt het in naam van de Heer op naar de Vader, om het terug te schenken aan de wereld opdat zijn liefde zou bloeien in elk mensenhart.

In al haar verborgenheid was Hanna een grote vrouw, samen met al die ontelbare mannen en vrouwen, monialen en leken, wereldwijd, die God dienen door gebed en vasten.

Laat ons deel uitmaken van deze biddende gemeenschap.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,la_communaute_III_5
beziel ons met de gave van het gebed. Schenk ons de moed, de discipline, en vooral het hart dagelijks tot U te bidden. Moge wij in ons gebed U ontmoeten, van aangezicht tot Aangezicht, ons hart in het Uwe. Moge wij in het gebed drinken van U, ja dronken worden van U, opdat ons hart, onze daden, ja heel ons leven vervuld mogen zijn van ontzag voor U, Gij, Allerhoogste, de Almachtige; Gij, onze God, ons Al.
Amen, ja amen.